DE GROTE REKENKWIS (met nieuwe breinbrekers)

December 2018. We hebben de nationale wetenschapskwis weer gehad, meer over som 11 aan het eind hieronder. Wat beschouwingen van algemene onderwijsaard gaan de vernieuwde rekenkwis vooraf.

Dat er iets fundamenteel mis is met de manier waarop het onderwijs bestuurd wordt is niet het enige probleem in het onderwijs. Lees

meesterlezer.wordpress.com/2018/12/13/prima-zo/

en

www.nrc.nl/nieuws/2018/01/11/wat-het-onderwijs-beoogt-is-niet-meetbaar-a1587997

eens naast elkaar om een beeld te krijgen van de tegenstellingen. Het eerste stuk is van oud-leraar van het jaar Martin Bootsma en het tweede van @ClaireBoo, @NIVOZ en de would be global @TeachersPrize groep. Ligt de waarheid in het midden? Ik krijg niet de indruk als ik dit zo zie:

 

Wat rekenen en wiskunde betreft kijk ook eens hier:

www.beteronderwijsnederland.nl/blogs/2016/12/uitspraken-over-rekenen-4/

De hashtag is #pseudowetenschap. Nu met @curriculum_nu de #verdiepingsfase van #Schnabel2032 definitief is ingezet maakt dat de grote rekenkwis na 7 jaar actueler en leerzamer dan ooit. De figuur direct hieronder komt uit een artikel van Cees Buys van SLO. Het is geen grap, zie ook

www.few.vu.nl/~jhulshof/17.pdf

 

Toets uw kennis over doorlopende drempels en doodlopende leerlijnen. Een enkele vraag is nieuw. Om de nieuwkomers te helpen zijn de hints aanklikbaar. Alleen vraag 0 is over de #rekentoets. Er zijn echt belangrijkere zaken. De firma van die #rekentoets heeft het nu ook veel te druk met @curriculum_nu.

0. Hoeveel heeft de #rekentoets inmiddels gekost? Hint:

www.beteronderwijsnederland.nl/blogs/2015/06/rabiate-tegenstanders-rekentoets-en-22-verdwenen-miljoenen/

1. In welke klas of groep van het schoolonderwijs komt volgens een bekende emeritus didactiek van de wiskunde het hoogste rekenniveau overeen met het kunnen uitrekenen van het aantal liter in een krat met 24 flesjes van 1/3 liter? Hint: 24/3=…,

www.nieuwarchief.nl/serie5/pdf/naw5-2010-11-3-173.pdf.

2. Van welke expertgroep was deze professor de voorzitter? Hint:

www.beteronderwijsnederland.nl/blogs/2011/09/diederik-stapel-een-van-de-achttien/

3. In welke referentieniveaus van OC&W wordt het gebruik van spreadsheets gesuggereerd voor het handig uitrekenen van een bestelling gevulde koeken en kopjes koffie als de prijs van een kopje koffie gelijk is aan 1,90 en de prijs van een gevulde koek ook gelijk is aan 1,90? Hint:

www.beteronderwijsnederland.nl/blogs/2014/12/unscience-and-education/.

4. Wat zijn verduntools?

Hint: www.beteronderwijsnederland.nl/forum/mbo-rekenen/

5. Een van de schrijvers in het TAL project beschrijft in zijn oratie cascades van inscripties. Waar dienen die cascades toe? Hint: lees de tweede oratie van deze TAL hoogleraar:

pure.tue.nl/ws/files/3920830/gravemeijer2009.pdf.

6. In welke kennisbasis wordt 2/3 gelijkgesteld aan 0,66 en welke regelmatige veelhoek wordt daarbij gebruikt? Hint:

www.beteronderwijsnederland.nl/blogs/2018/12/comments-disabled/.

7. In welk TAL boekje over rekenen voor de PABO wordt uitgelegd dat 30 gedeeld door 2.37 ongeveer 12 is? Zonder rekenmachine: wat is het correcte antwoord? Hint: doe eventueel eerst vraag 8.

8. Wat is de realistisch betekenis van het woord talrijk?

9. Waarom heet cijferend optellen geen kolomrekenen en kolomrekenen wel? Hint:

www.beteronderwijsnederland.nl/forum/newspeak/.

10. Wie verklaarde na het uitreiken van de HBO-kennisbases aan de toenmalige staatssecretaris van OC&W in december 2009 het afschaffen van het pizzamodel met de opmerking dat er geen constructie is om een pizza in 3-en te delen?

11. Voor wie de betreffende column van Jeronimoon gelezen heeft (over Arabieren gesproken): welke lector bedacht dat we realistisch rekenen voortaan maar functioneel rekenen moeten noemen? Hint:

issuu.com/hogeschoolutrecht/docs/openbare_les_mieke_van_groenestijn

12. Wat is een rekencoordinator?

13. Welke lector gecijferdheid stelde als professor voor om van rekenen en wiskunde 1 schoolvak te maken? Hint:

www.beteronderwijsnederland.nl/blogs/2016/12/waar-staan-we-nu-met-het-reken-en-wiskundeonderwijs/,

14. Hoe realistisch is de rekentoetsgids voor de pabo’s? Hint: zie vraag 16.

15. Wie is van twee rekeninstituten met dezelfde naam directeur geweest? In welke Nederlandse stad ligt 1 van die 2 nu wel? Hint:

www.beteronderwijsnederland.nl/forum/nog-een-freudenthal-instituut/.

16. In welke jaar bekeerde het bestuur van de Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren zich tot de Realistische Rekenkerk? Hint:

www.beteronderwijsnederland.nl/blogs/2014/07/hoe-realistisch-is-de-nieuwe-pabo-rekentoetsgids/

17. Wie werd er dankzij het TAL-project als eerste hoogleraar? Hint:

www.fisme.science.uu.nl/staff/marjah/download/VdHeuvel-Panhuizen_keynote_MERGA33co.pdf

18. Is de vraag of je misschien toch kunt delen door nul belangrijk voor het rekenonderwijs? Hint:

www.beteronderwijsnederland.nl/blogs/2014/12/panama2015/

19. En nu iets leuks: welke getallen staan er op kleitablet YBC7289 en waartoe?

20. Wat is de link met Newton?

PS. Aanleiding voor de rekenonderwijskwis was ook een vraag uit Editie 2011 van de Wetenschapskwis. Vraag 14 was zo’n vraag waarvan je de antwoorden al een keer gezien had. Je moest kiezen uit:

a. 1/3 (0,34)

b. 1/2 (0,5)

c. 2/3 (0,66)

Tussen haakjes de antwoorden geschreven conform de standaard in de nieuwe kennisbasis rekenen voor de PABO. Die kennisbasis is door de huidige minister van OC&W onder de toeziende ogen van PO/VO-radenvoorzitters in ontvangst genomen op een treurige maandag in december 2009, in Nieuwspoort. Doekle Terpstra was daar niet bij.

Vraag 14 had gezien de meerkeuzemogelijkheden zomaar de beruchte 3 kasten vraag kunnen zijn: wat is de kans om de prijs te winnen als je moet kiezen uit 3 deuren met achter 1 deur de prijs en kwismaster Willem na je eerste keuze een lege kastdeur opentrekt en je toestaat een andere kast te kiezen? Regelmatig leidt deze vraag in allerlei media tot verhitte discussies. Vraag 14 in de kwis van 2011 was waarschijnlijk minder controversieel en luidde: Je hebt drie doosjes met bonbons. In het ene zitten twee witte bonbons, in het andere zitten twee pure bonbons en in het derde doosje zitten een pure en een witte bonbon. Je kiest willekeurig één van de drie doosjes en pakt daaruit ook weer willekeurig één van de twee bonbons. Die bonbon is wit. Wat is nu de kans dat de andere bonbon in het gekozen doosje ook wit is? (Het ene, het andere en het derde, bedoeld wordt: het eerste, het tweede en het derde.)

Waarom schrijf ik dit? Ach, het geeft een beetje aan hoe gemankeerd (toets)vragen zijn waarbij je moet kiezen uit antwoorden die voorgezegd worden. Je toetst er eigenlijk niets mee, zoals ook moge blijken uit de SLO-toetswijzer voor de verplichte rekenmachinetoetsen van de Commissie Schmidt die de minister nu door laat voeren in het HAVO. SLO komt naar OC&W maar niet uit de “U weet toch niet wat u vraagt maar wij draaien wel” mode en staat onder controle van de rekenexperts die 2/3 gelijk stellen aan 66 procent.

NB FriendlyFoe is een pseudoniem dat ik gebruik sinds mijn bestuurstijd bij BON. Iedereen weet wie dat is:

www.beteronderwijsnederland.nl/blogs/2015/09/de-stilte-rond-de-onderwijscooperatie-antwoord/

PS Vraag 11 van #nwq18 ging over het verdelen van drie vierkante even grote stukken land onder 5 boeren in kleinere stukken die elk minstens een kwart van de oorspronkelijke stukken moesten zijn. Uitgelegd in kommagetallen want zoals u na het maken van de rekenkwis weet zijn met het TAL-project breuken in het onderwijs afgeschaft.

Ik heb begrepen dat de kandidaten allerlei gereedschap tot hun beschikking kregen. Dat is gek want het was gewoon een zorgvuldig bedacht puzzeltje met zorgvuldig gekozen getallen ten behoeve van de oplossing, waarbij al gegeven was dat 3 gedeeld door 5 gelijk is aan 0 komma 6. Een beetje als de #rekentoets, waarin het ook nooit om rekenen gaat.

Het redeneren is natuurlijk leuk. Het aantal kleinere stukjes waarin elk stuk land verdeeld wordt is op zijn hoogst 4, vanwege de ondergrens een kwart, en de voor de hand liggende eerste poging is om een stuk land in 4 gelijke stukken op te delen. Dat past dan precies vanwege de bijzondere keuze voor die ondergrens. Als je alle getallen met 20 vermenigvuldigt geeft dat voor dat eerste stuk dus 1 nul en 4 vijfen, en dan rolt de oplossing hier beneden met 2 zessen en 4 zeventjes van Jet er al gauw uit. Modulo herverdelen blijkt die oplossing vervolgens uniek.

Een puzzeltje, leuk en leerzaam. Dat zie je niet vaak in de #rekentoets, het verhaaltje om het puzzeltje in te pakken wel, maar dat is van alle tijden. Of je dit wiskunde moet noemen laat ik in het midden.

29 Reacties

  1. Van Wim Berkelmans
    kreeg ik deze link:

    www.washingtonpost.com/blogs/answer-sheet/post/when-an-adult-took-standardized-tests-forced-on-kids/2011/12/05/gIQApTDuUO_blog.html

    naar aanleiding van het artikel in de Groene van 8 december waarin wordt gesproken over een onderzoek waaruit blijkt dat kinderen die met de “moderne” methode (happenmethode) hebben leren rekenen significant slechter kunnen rekenen dan kinderen die het op de ouderwetse manier hebben geleerd, zie

    beteronderwijsnederland.net/node/8093

    Een discussie die door NWO (welkom op dit forum en kijk vooral verder rond!) zou kunnen worden opgepakt. Vorig jaar had men nog op de voorpagina van de site staan dat we het in Nederland goed doen bij wiskunde op het hoogste niveau. Informatie van gw in Twente meen ik.

    • Washington Post
      Dat artikel in de Washington Post waarWim Berkelmans op wijst, is relevant. Er staat ook een link in naar de betreffende rekentoets zelf. Geef er eens kritische commentaar op, mensen. Niet in het algemeen, maar specifiek per rekenopgave.

      Het is in het algemeen altijd een goed idee om tests en toetsen ook te laten maken door groepen lieden voor wie de test/toets niet is bedoeld. Dus: laat de Cito Eindtoets Basisonderwijs eens maken door een groep leerkrachten uit het ontvangend voortgezet onderwijs, door een groep ouders, door een groep leden van de Tweede Kamer. En zie wat er gebeurt.

        • Invloed Cito
          Joost,

          Voor de buitenstaander ziet het er inderdaad naar uit dat het Cito veel invloed heeft op de vorm (papier of computer, open vragen of gesloten vragen), zonder dat daar enig weerwerk op is gezet. Ik weet ook niet hoe zaken precies gaan, maar een recente discussie die we recent samen hebben gehad met een belangrijke speler in het Cito, heeft mij duidelijk gemaakt dat het Cito eigenlijk alleen koerst op wat pragmatisch goed uitkomt en psychometrisch te verantwoorden is, en dat doorduwt bij de opdrachtgever (OCW).

          Het Cito is een monopolist, een bedrijf bovendien, en mag niet blindelings worden vertrouwd in zaken van algemeen belang, en zeker niet wanneer de Cito-argumenten technocratisch van karakter zijn. Ik noem maar eens iets: eindexamens, de Eindtoets Basisonderwijs, de rekentoetsen die nu in aanbouw zijn, de reken- en taaltoetsen specifiek voor de Pabo.

          Het CvE — ik weiger vooralsnog de nieuwe naam van dat college te gebruiken — zou er natuurlijk op toe moeten zien, maar het CvE laat de buitenwereld niet helder weten dat ze die taak serieus uitvoert.

          • CITO volgt de klant
            CITO volgt de markt. Als het gros van de basisscholen een RR-methode gebruikt, maakt CITO opgaven die lijken op de opgaven van de RR-methode.
            Als het gros van de scholen een methode als Reken Zeker zou gebruiken, zouden de CITO-opgaven volgen.
            Daarnaast weet de leerkracht dat de overgrote meerderheid van de scholen CITO-toetsen maakt, waardoor hij de CITO-getallen kan vertrouwen: getallen die hem laten zien hoe de positie van zijn school is t.o.v. de andere scholen.

        • Question 1
          Bart: www.washingtonpost.com/conversations/could-you-pass-a-tenth-grade-math-test/2011/12/12/gIQAhglKqO_page.html

          Joost:

          Tonja and Edward are participating in a jog-a-thon to raise money for charity. Tonja will raise $20, plus $2 for each lap she jogs. Edward will raise $30, plus $1.50 for each lap he jogs. The total amount of money each will raise can be calculated using the following expressions where n represents the number of laps run:

          Tonja: 20 + 2n

          Edward: 30 + 1.50n

          After how many laps will Tonja and Edward have raised the same amount of money?

          • 3
          • 6.5
          • 14.5
          • 20

          Een merkwaardige opgave. Ik weet niet wat de ontwerper hiermee bedoelde: moet de rekenvaardige leerling in staat zijn om het tweede en derde alternatief onmiddellijk als onjuist te herkennen? [variant op het bus-probleem: hoeveel bussen zijn nodig om . . . .]

          Het is te gek voor woorden dat deze opgave is te maken door simpel terug te werken vanuit de alternatieven. Of sneller nog: met alleen alternatief 1 en 4 nog in de race, is het duidelijk dat het alternatief 4 moet zijn. Nog even narekenen dan.

          Met dit soort rekenvragen weten ze bij de commerciële toetstrainingen wel raad.

          De vraag is een variant op : Trein A vertrekt uit Amsterdam naar Utrecht , trein B . . . . . Dat type vraag was begin vorige eeuw in trek bij toelatingstoetsen naar mulo, hbs en gymnasium.

          Ik begrijp trouwens niet hoe deze vraag fout kan worden gemaakt, maar tegelijk weet ik dat er waarschijnlijk hele volksstammen zijn die dat presteren (en niet omdat ze er naar raden).

      • Ik zie die link niet Ben.
        Ik

        Ik zie die link niet Ben.
        Ik zie 2 links:
        * When an adult took standardized tests forced on kids
        * Could you pass a tenth grade reading test?

        Die bovenste link, www.washingtonpost.com/blogs/answer-sheet/post/when-an-adult-took-standardized-tests-forced-on-kids/2011/12/05/gIQApTDuUO_blog.html , is zeer de moeite van het lezen waard, er zijn meer parallellen met het Nederlandse onderwijs dan de fuzzy ´math`.

        “I can’t escape the conclusion that decisions about the [state test] in particular and standardized tests in general are being made by individuals who lack perspective and aren’t really accountable.”

        There you have it. A concise summary of what’s wrong with present corporately driven education change: Decisions are being made by individuals who lack perspective and aren’t really accountable.

        Those decisions are shaped not by knowledge or understanding of educating, but by ideology, politics, hubris, greed, ignorance, the conventional wisdom, and various combinations thereof. And then they’re sold to the public by the rich and powerful.

        All that without so much as a pilot program to see if their simplistic, worn-out ideas work, and without a single procedure in place that imposes on them what they demand of teachers: accountability

      • Rekentoetsje Washington Post
        1. Realistische vraag, maar uiteindelijk wel echte wiskunde: oplossen van een lineaire vergelijking met 1 onbekende.
        2. Ik dacht gebied E, maar dat komt niet voor bij de antwoorden. Kennelijk stelt de E een B voor.
        Verder nogal voorspelbare vraag, vanwege “tussen” ligt het midddengebied wel erg voor de hand. Gemakkelijk goed te gokken zonder inzicht.
        3.De contekst is irrelevant. Overigens een zuivere algebravraag over het herleiden van wortels.
        4. Opnieuw een vraag waar de contekst geheel gemist kan worden. Verder goede elementaire meetkundevraag. De contekst is overigens onzinnig, als je in deze situatie deze hoek wilt weten ga je die niet op die manier berekenen.
        5. Simpele afleesvraag.
        6. Foute vraag, twee vrijwel gelijkwaardige alternatieven: het is heel moeilijk om te schatten of de getekende sectie dichter bij 1/16 dan wel dichter bij 1/25 van het hele reservaat zit. Een ervaren MK-gokker zal niet direct de hoogste waarde nemen. 650 blijkt inderdaad het bedoelde antwoord te zijn.
        7. De n-de harmonische is de (n-1)-de boventoon. Is dit wiskunde? Meer alert zijn op de terminologie dan rekenen. Omdat ik meer denk in boventonen dan in harmonischen maakte ik de vraag moeilijker en had hem fout… Hier wordt NIET valide getoetst of iemand 5*440=2200 kan uitrekenen, de contekst leidde mij erg af.

        Ondanks het kleine aantal (7) wel een breed gevarieerde vraagstelling.
        De meeste conteksten zijn overbodig, er soms met de haren bijgesleept, in minstens één geval zelfs verwarrend.

    • Interpretatie
      De context van het rapport is als volgt (van de gelinkte site van SLO):

      SLO heeft, op initiatief van de Ververs Foundation, een systematische toekomstgerichte verkenning van de wenselijke inhouden van het reken- en wiskundeonderwijs uitgevoerd. De studie is toegespitst op het onderwijs aan leerlingen van 4 tot 14/15 jaar, dat wil zeggen het basisonderwijs en de eerste fase van het voortgezet onderwijs. De vraag die in dit rapport centraal staat is wat relevante, toekomstgerichte reken- en wiskundedoelen zijn voor leerlingen in het funderend onderwijs. Welke reken- en wiskundebagage moeten leerlingen in deze fase verwerven, als bijdrage aan de voorbereiding op hun toekomstige beroep en op hun rol als burger in een informatiesamenleving?

      De vraag van FriendlyFoe is een vraag die voor meerdere interpretaties vatbaar is, maar ik zou als antwoord geven: 1 (van de 8 genoemde mensen in het colofon). Als criterium voor ‘wiskundige’ neem ik dan iemand die lesgeeft in wiskunde en nieuwe wiskunde ontdekt/creeert en vervolgens in de ge-eigende wetenschappelijke tijdschriften publiceert.

      Ook opvallend: de lijst ‘Geïnterviewde onderzoekers’ op pagina 139 bevat ook maar 1 wiskundige (van de 10 namen), dezelfde persoon als in het colofon overigens. Ook opvallend: 5 van de 10 namen zijn verbonden aan het FI (en van 1 weet ik toevallig dat het een voormalige FI’er is). Daarnaast is er ook een lijst “Geïnterviewde kenniscentra en bedrijven”, met onderwijzers en leraren werd blijkbaar niet gesproken.

      • het dictaat van een toekomst
        Grappig dat die schrijvers menen dat de toekomst zal eisen dat we ons onderwijs er nu vast op inrichten, hoewel ze erkennen dat we die toekomst niet kennen.
        Ze zullen toch hopelijk die toekomst niet willen gaan sturen d.m.v. onze kinderen??
        Ze hebben het over die ICT-technieken die levens en de maatschappij zullen veranderen.
        Maar die technieken worden anno 2011 met groot gemak gebruikt door kinderen en ouderen, juist omdat die technieken zo enorm gebruikersvriendelijk zijn gemaakt. We hebben helemaal geen onderwijs nodig gehad om de nieuwste I-pad te kunnen gebruiken.
        Intussen is de hele rekenbasis van de getalbewerkingen niet veranderd en moet die nog steeds worden aangeleerd.

        De bankencrisis is mede veroorzaakt door hoogst intelligente wizz-kids die modellen hadden ontwikkeld (soms meer dan 500 bladzijden beslaand) die allerlei toekomstige risico’s zouden kunnen doorstaan. Iedereen geloofde erin en er ontstond een enorme hype op het beleggen in derivaten die hypotheken als onderpand hadden.
        Maar onverwachte ontwikkelingen deden al die schema’s volldedig wankelen: dalende huizenprijzen in Amerika, een verlaagde FED-rente en een Rusland dat z’n schulden niet wilde aflossen b.v.
        De hele bubbel klapte in, met een wereldwijde crisis als gevolg, ondanks het bestaan van grote hoeveelheden top-economen in de hele wereld.
        Vertrouw die mensen niet, die zeggen te weten hoe een toekomst zal zijn.

      • De toekomst kennen we niet
        Op basis van een interview met Tjeerd Plomp (Ververs, Dudoc) in een huisblad van SLO (augustus dit jaar), had ik de zwartste verwachtingen over deze studie. Het uur van de waarheid is nu dus aangebroken: het rapport is er. Even snel bladeren:

        • In het volgende hoofdstuk wordt beschreven wat internationaal bekend is over de kennis, vaardigheden en attitudes die mensen nodig hebben om te kunnen functioneren in de kennismaatschappij van de 21e eeuw.

        Daar zijn ongetwijfeld heel wat kristallen bollen aan te pas gekomen! Nu de rest van dit rapport nog. De conclusies lezen als nog meer constructivisme en computertechnologie in de scholen, dus meer van precies hetzelfde dat het onderwijs in de huidige beroerde situatie heeft gebracht. Het slot geeft al aan dat de bedoeling van de hele oefening is om de inzet van computertechnologie in het onderwijs te promoten (conclusie 6 formuleert dat zelfs expliciet):

        • De discussies over rekenen-wiskunde gaan tot nu toe vooral over de versterking van kennis en vaardigheden die van oudsher belangrijk worden gevonden. De grote impact van technologische veranderingen op wat men moet kennen en kunnen in de huidige informatiesamenleving moet een veel grotere rol gaan spelen in deze discussie. Het gaat bij 21st century skills om veel meer dan een toevoeging of vervanging van enkele onderwijsdoelen. Het betreft een andere manier van denken over wat goed onderwijs is, over het type doelen dat centraal moet staan en – in relatie daarmee – ook over andere vormen van leren en ander typen toetsing.

        Alsof inwisselen van potlood en papier voor tablets van onze kinderen en kleinkinderen heel andere mensen gaat maken. Het basisonderwijs en de onderbouw vo, dat is waar dit rapport over gaat. Heeft de nieuwlichterij van de laatste decennia daar nog niet genoeg kapot gemaakt, dan (lees De Onderwijsbubbel)?

        • De toekomst is verzonnen
          Ik heb de samenvatting van het rapport ‘De toekomst telt’ gezien (het hele gedoe staat me zo verschrikkelijk tegen, dat ik over een hoge weerstandsdrempel heen moet om tekst te kunnen lezen). Het is het realistische programma van de Freudenthal-groep, als twee druppels water. Maar het enige dat ik kan duiden aan de tekst in de samenvatting: dat al die verheven competenties waarover de toekomstige beroepsmatige mens moet beschikken, neerkomen op intelligentie + een functietraining. Daar is op geen enkele manier wat voor vernieuwing van onderwijs dan ook voor nodig, en zeker niet meer van dezelfde ‘vernieuwing’ die we de laatste decennia hebben gezien.

          Ik vertrouw dit rapport voor geen meter. Het is absoluut noodzakelijk om dit rapport kritisch te bestuderen. Ik zie maar twee mogelijkheden: ofwel het is briljant onderzoek dat erin is geslaagd om te laten zien dat borrelpraat echt op empirische feiten berust, ofwel het is regelrechte oplichting, wetenschappelijk oplichting.

          • Dichtgetimmerd
            Na doorlezing van de tellende of getelde toekomst denk ik ook dat iedereen op zijn tellen moet passen.
            Het zit zo vol op het oog dichtgetimmerde uitspraken, noten, verwijzingen naar bronnen die voor de leek wetenschappelijk overkomen, dat een eenvoudige leraar gemakkelijk overdonderd wordt.
            Ik zie ook weer gebakken lucht, vaak driedubbel gebakken. En dan nog eens doorgebakken door uitgekookte lieden.
            Het is van belang dat een heldere analyse verschijnt in vakbladen van de vakbonden en in andere publicaties die in het onderwijs gelezen worden.

    • opmerkelijke vraagstelling
      Hoofdvraag van het onderzoek luidt: Welke reken- en wiskundebagage moeten leerlingen in deze fase verwerven, als bijdrage aan de voorbereiding op hun toekomstige beroep en op hun rol als burger in een informatiesamenleving?

      Dat men het bij leerlingen van de basisschool en de onderbouw VO heeft over toekomstige beroep wil ik nog wel door de vingers zien. Het gaat natuurlijk niet om beroepsopleidingen dus over beroepen is in het geheel niets te zeggen anders dan dat men meent te kunnen voorspellen welke beroepen er over ze een jaar of 10 bestaan en welke wiskunde/rekenvaardigheden men daarvoor nodig zou kunnen hebben. Maar de samenleving kenmerken als een informatiesamenleving is een duidelijke kleuring van de vraag. Een andere organisatie had wellicht gesproken over een multiculurele samenleving of een dienstensamenleving of een kennissamenleving of een globaliserende samenleving. Allemaal mooie bijvoeglijke naamwoorden die in mijn ogen iets zeggen over de gewenste uitkomst.
      Dus wordt het tijd te kijken naar de opdrachtgever van dit onderzoek. En ja hoor, de studie wordt uitgevoerd in opdracht van de Ververs Foundation:
      De Ververs Foundation heeft als doel het bevorderen van het ontwerpen, ontwikkelen en gebruiken van innovatieve leermiddelen. We ondersteunen deze doelstelling door waar mogelijk baanbrekende vernieuwingen op gang te helpen. Het basisonderwijs en de lerarenopleiding vormen de primaire doelgroep van de activiteiten. Vooral de toepassing van multimedia en/of internet staan daarbij in de belangstelling van de stichting.

      Tsja ….. dan is de uitkomst van het SLO onderzoek weinig verrassend. Het lijkt dan toch onwaarschijnlijk dat Texas Instruments het dan moet ontgelden

  2. Hoeveel advies- en opleidingsbureaus
    Bij Vraag 6:

    • Hans Boot (1974). Onderwijsadviescentra: een valse hoop op radicale onderwijsvernieuwing? In Loek Zonneveld (Samensteller): De school in het kapitalisme. Kritiese Biblioteek Van Gennep. (131-139) Eerder verschenen in Vernieuwing van Opvoeding en Onderwijs, jaargang 30, juni 1972, pp. 413 e.v.
    • “Dus, behalve landelijke organen, die het begeleidingswerk gaan dirigeren, ook centralistische planningsapparaten die de onderwijsverniewing in de sterke beleidshand gaan nemen. En dit alles met weinig of geen expliciete informatie over de inhoud en de doelstellingen van het onderwijs dat daarvan het gevolg zou moeten zijn.
      Samenvattend kan ik zeggen dat de onderwijsadviescentra, met hun over het gehele land verspreide invloed, deel zullen gaan uitmaken van een rationeel geordend, technocratisch gestroomlijnd, centralistisch gestructureerd planningsnet. Gericht op een technisch geperfectioneerd onderwijs, dat onder de strakke, wetenschappelijke leiding van waardevrije deskundigen opgevat wordt als een neutrale dienstverlener aan de — neo-kapitalistische — maatschappij.
      Er zal een stevige strijd voor nodig zijn om vanuit de onderwijsadviescentra — geïntegreerd ‘(. . .) in de lokale gemeenschap en afgestemd op de problemen van de gemeenschap’ — een anti-kapitalistische begeleidings- en vernieuwingsstrategie te voeren.” [p. 138]

    Let op de laatste zin, waar bij je je ineens afvraagt: in welke film zit ik met deze Hans Boot?
    Tot die adviesstructuur in 1972 hoorde ook het nieuwe IOWO van Hans Freudenthal en de zijnen, met een veel te groot budget toegerust om iets heel eenvoudigs — het rekenonderwijs — radicaal te vernieuwen.
    Adviesbureaus opereerden destijds in de publieke sfeer, en tegenwoordig vooral in de private sfeer, waarbij de sector aanzienlijk verder is uitgebreid. Of het onderwijs nu van de hond of van de kat wordt gebeten, wat is het verschil?

    • Re: Hoeveel advies- en opleidingsbureaus
      Ik ben een boek aan het lezen van iemand die bij het interne advies- en opleidingsbureau van een Engelse universiteit werkt. Zij gaat tekeer tegen de nadruk op ’employability’ in de huidige universiteitscurricula en het neo-liberalisme en ze propageert onderwijs voor radicale maatschappijtransformatie met als doel het opheffen van ongelijkheid, het bestrijden van klimaatverandering et cetera. Dit boek is niet uit 1974, maar uit 2006. En deze interne advies- en opleidingsbureaus aan Engelse universiteiten zijn behoorlijk machtig (hebben bijvoorbeeld een veto over aanstellingen).

      En ik maar denken dat universiteiten er zijn voor de wetenschap…. en dat scholen bestaan om leerlingen te leren lezen, schrijven en rekenen…..

        • Vergeten
          Die was ik vergeten. Ze schrijft letterlijk: [..] leads me to propose the following three purposes for a contemporary university education

        • to re-balance the emphasis in university education on economic wealth and individual prosperity to take in, as equal partners, the other traditional aims of education: individual fulfilment and transformation, and citizenship in a democracy;
        • to address the inequities of the connections between origins and destinies in terms of class, ethnicity, gender and disability;
        • to address complex and serious global problems, in particular, poverty, the environment and conflict.
      • Grote interesse in het onderwijs!
        We moeten steeds heel goed beseffen dat mensen die een bepaald soort maatschappij wensen, een zeer grote interesse in ‘het onderwijs’ hebben. Dat jonge volk is immers nog te kneden naar gewenste modellen, zo verwachten zij.

        De enige manier om te kunnen ontsnappen aan allerlei dwepers, is het toestaan van pluriform onderwijs. Zulk onderwijs groepeert zich rond ouders met ongeveer dezelfde wensen en verwachtingen.
        Ik zie helaas dat de beweging nog steeds is richting meer uniformiteit en gelijkschakeling, met in toenemende mate een EU als sturend orgaan.

    • centralistisch dirigeren van vernieuwingen
      Ik herinner mij als de dag van gisteren hoe de eerste schoolbegeleider onze lagere school binnentrad.
      Hij bezwoer ons voortdurend dat zijn begeleiding niet verplicht was!
      Toen was ik direct argwanend, want als het onderwijs goed is, waarom is er dan plotseling een begeleider nodig?
      Ik beschouwde de begeleiders als de ‘gidsen’ in de voormalige Sovjet-Unie. In schijn om je te ‘begeleiden’, maar in werkelijkheid om je te sturen.
      Daarna heb ik natuurlijk kunnen meemaken hoe die begeleiders steeds meer tot een noodzaak werden, en al helemaal sinds de introductie van de ‘basisschool’.
      Mijn relatie met die begeleiders is nooit goed gekomen. Als ‘contactpersoon’ schoffeerde ik een begeleider (einde functie contactpersoon natuurlijk) en daarna heb heb ik vooral apathisch en sceptisch hun activiteiten gadegeslagen.
      Ik constateerde veel humbug, maar ouders bleken erin te geloven, en dan doe je die ouders maar een plezierom te zien hoe al dat toegevoegde werk niets extra’s of beters bleek op te leveren.

      Naderhand werd er bezuinigd op de diensten. Jammer voor de begeleiders natuurlijk, maar mijn onderwijs heeft er niet onder geleden.
      In feite was het vooral de persoonlijke sympathie voor de begeleidster m.i. (ook vanwege een soort eerlijke nuchterheid), waardoor zij steeds welwillend werd ontvangen.
      Maar mijn conclusie was steeds dat de school het prima aankon zonder die extra ‘begeleiding’.

Geef een reactie