Omdat ik van simpel hou

schrijf ik er lekker geen d achter. Nog ’n week of twee en dan blijken Plasterk en consorten vermalen te zijn door de geduldige tanden van het apparaat, dat ik de Moloch noem. Te ver van wat er beneden gebeurt, ingekapseld door cijfers, statestieken, media en haalbaarheidsfactoren.
Mijn buurman koopt z’n biefstuk bij de Aldi, ik bij de slager. De ene ouder stuurt z’n kind naar de dichtsbijzijnde basisschool, de andere gaat uitgebreid scholen shoppen. Wat waar het beste is, is ’n kwestie van geluk hebben. Echte slagers sterven uit, dat weet ik wel. Kleine scholen en onderwijzers ook.
In ’n dikke dertig jaar heb ik kinderen zien veranderen. De baas zien worden over hun ouders. (lees verder)
En kinderen die ouders worden. M’n nichtje van 4, at alleen, als ’n video van de Lions King opstond.
De laatste slagers draaien onverstoorbaar hun runderrollade in elkaar, ze weten dat er nog steeds klanten zijn die op kwaliteit afkomen. De basisscholen leverden helaas steeds minder kwaliteit af. Er kwamen, WSNS (bezuiniging) en steeds meer kinderen met taalachterstand. Meer werkdruk, minder meesters en vooral jonge juffen in deeltijd, met kinderwens.
Het VO en hoger zit nu met deze kinderen, nu scholieren en studenten. Het mort. Niveau verlaging en “andere” vormen van lesgeven sijpelen binnen. Allerlei pogingen om van ’n dubbeltje ’n kwartje te maken en die uiteindelijk blijven steken op 12 1/2 cent. Verwijten aan de basisschool.
’n Keuze is, om kwaliteitslager te worden. BON wil wel BONnasia oprichten, las ik. Romen de bovenlaag van de witte basisscholen af, altijd prijs. Je kunt natuurlijk ook accepteren, dat de jeugd niet meer van plan is om enige inspanning te verrichten en met milde hand de diploma’s rond strooien. Wat wordt samengevat met HNL is m.i. niet meer of minder, dan het zich aanpassen aan de leerlingen, scholieren en studenten. Maak het leuker en makkelijker. Eerst werd ’t kind baas over de ouder en nu over ’t onderwijs. Wel makkelijk, op langere termijn misschien tamelijk riskant.
Ik hoop, dat Plasterk en Dijksma voor ’t moeilijke gaan kiezen. Proberen om aan de basis te beginnen. Problemen i.v.m. 2 talige kinderen zo vroeg mogelijk aanpakken. WSNS afschaffen en eisen stellen aan kinderen (ouders) en basisscholen. Kleinere, homogene klassen, waar meesters en juffen kunnen doen waar ze voor zijn opgeleid. Simpel? Klopt, maar daar hou(d) ik wel van.
De kogelbiefstuk, 2 ons (sorry, 200gr) ligt al ’n tijdje in de vers gemalen peper, ik moet nu dus even iets anders gaan doen.

39 Reacties

  1. Leo’s basis
    Vandaag werd er op mijn (VO) school gepraat over de ellende van brugklassers die binnenkomen met een voldoende CITO, maar volstrekt onvoldoende taalbeheersing (en overigens kunnen ze ook niet rekenen, maar daar ging het even niet over).
    Het zou inderdaad al heel wat ellende schelen wanneer de basisscholen weer een behoorlijk niveau gingen afleveren wat betreft de elementaire vakken.
    Wat ik nu in 3 HAVO aan ellende aantref, daarvoor is de basis lang geleden gelegd op de basisschool.
    Dus Leo, gelijk heeft u (U zeggen, moeten ze dat niet ook op de basisschool leren? Op deze site geven we een ander voorbeeld.) met uw pleidooi om bij het begin te beginnen.
    DIe CITO toets blijkt, ook zonder Paul van Dam’s opmerkingen, dus een slecht instrument te zijn om de kwaliteit van je instroom te bepalen.
    Wie de tafels niet kent of niet kan lezen en schrijven, kan kennelijk toch nog een mooie CITO score behalen.

    • Vermaning
      En zo wijst het VO met een vermanend vingertje naar het BAO. Maar als ik naar mijn jongste dochter luister, die op haar LIO na lerares Nederlands is, is het kennisniveau op de lerarenopleiding (VO / HBO dus) zo laag, dat ze na haar LIO eerst door gaat naar de universiteit. Om ONDERGROND te krijgen, zegt ze! Kortom, verbeter de wereld en begin bij uzelf!

      • Verbeter de onderwijswereld
        en begin bij ’t basisonderwijs, dus.
        Met het afschaffen van WSNS bijvoorbeeld.

    • Dit zie je dus overal
      Hierboven wordt al verwezen naar het HBO. Maar is ook het VWO al lang geen voldoende “proeve van bekwaamheid” meer, gezien de eisen die sommige universiteiten aan de instroom (willen gaan) stellen? (selectie aan de poort en soortgelijke geluiden).

      Leo heeft gelijk; als de basis al niet goed is …
      … en je wordt in het vervolgtraject op rendementscijfers afgerekend …
      dan hoef je niet eens te kunnen rekenen (1+1) om de uitkomst te bepalen …

    • CITO/BO
      De CITO toets is niet het probleem. Als ’n kind ’n HAVO/VWO advies krijgt, alleen op basis van de score en er niet gekeken wordt naar werkhouding, inzet e.d. ontstaat er wel ’n probleem. Toen het nog gewoon was, dat ’n groep 8 een onderwijzer(es) had, kon deze dit nog in het advies meenemen. Nu “versplintert” de “leerkracht” steeds meer en kijken ouders alleen nog naar de cognitieve score.
      Om de negatieve spiraal naar beneden te onderbreken, moet er begonnen worden om de bezuiniging die WSNS heet, terug te draaien. ’n Heel concrete, tast/kostbare mogelijkheid om ’t klimaat in basisschool klassen te verbeteren. Dan kunnen juffen en meesters weer laten zien wat ze kunnen.
      Wat ik heel zeker weet, is dat als er niets in deze richting gaat gebeuren, ’t niveau van de instroom binnen het VO alleen maar verder zal dalen.
      Daarom moet het basisonderwijs ook veel prominenter op dit forum aanwezig zijn.

      • Waarde CITO test
        U suggereert dat na een HAVO advies of een VWO advies, het enige dat kan misgaan nog de werkhouding van een leerling kan zijn.
        Maar hoe is het dan mogelijk dat bij een deel van onze bruggers met een dergelijk advies spellen, lezen en formuleren van meet af aan een drama zijn?
        Is die CITO niet gewoon een intelligentietest?

        • CITO/BO
          bestaat uit het kiezen uit antwoord A, B, C of D. Lezen, formuleren en spellen maken daar wel/niet onderdeel van uit. Geen idee. Ben geen deskundige op dat gebied. Wel, dat werkhouding en inzet van ’n kind blijkbaar steeds minder belangrijk schijnen te zijn, bij de advisering BO-VO.

          • Antwoord is daarmee gegeven
            Meerkeuzevragen laten de leerling dus niet zelf tekst produceren, zodat het vermogen tot formuleren helemaal niet, en spellingsvaardigheid amper getest wordt. Spellingsvragen kan je natuurlijk wel in meerkeuzevorm stellen (A. Even lezen B. Eve leze C. Efe leese D. FF Layse) maar daar zit de correcte spelling dan al tussen. Eigenlijk moeten ze gewoon een dictee maken. Maar dat zit niet in de CITO.
            In hoeverre de CITO toets begrijpend lezen (een van de ergste tekortkomingen van leerlingen in het voortgezet onderwijs) toetst met behulp van die meerkeuze vragen is mij niet duidelijk.
            Het antwoord is dus: de CITO toets kan nooit de rol van het opstel en het dictee vervangen.

          • Helemaal met je eens.
            Daarom zou CITO ook eigenlijk moeten zijn waar ’t voor bedoeld is/was. ’n Ruggesteun naast ’t advies van de leerkracht. Nu is ’t andersom. Blijft overeind, dat op cognitief gebied ’t e.e.a. wordt getoetst. Niets echter op het gebied van werkhouding en inzet. En dat is volgens mij even belangrijk.

          • Ik zie niet zo goed hoe je
            Ik zie niet zo goed hoe je werkhouding en inzet zou moeten toetsen. Lijkt me moeilijk. Daar is het inzicht van de leraar belangrijk denk ik; de CITO-score mag dan ook zeker niet alleenzaligmakend zijn. Maar ik zou er wel iets voor voelen om hem een benedengrens te maken, waar alleen om zeer dwingende redenen qua advies naar beneden van afgeweken zou moeten worden. En dan valt ‘Jantje werkt niet zo hard’ daar naar mijn idee niet onder.

            Wat niet wegneemt dat ‘leren leren’ (‘inzet’, in die zin) wel belangrijk is; dat heb ik zelf aan den lijve ondervonden. Intelligentie brengt je maar zo ver.

            Ik word persoonlijk liever intellectueel geprikkeld terwijl ik sociaal minder op m’n plek zit dan dat ik sociaal beter op m’n plek zit en me te pletter verveel. Daarom ben ik ook voor het laten overslaan van groepen als dat aan de orde is. Als daarover gedacht wordt, zit het kind waarschijnlijk nu ook al niet lekker in de groep, dus dat verandert niet echt… (ook weer een persoonlijke ervaring, YMMV).

          • Grenzen
            zijn er; leerlingen scoren binnen een bepaalde ‘bandbreedte’ die overeenkomt met een schoolniveau. Werkhouding beoordelen is een uiterst subjectieve aangelegenheid.

          • die ook
            een slechte voorspeller is wat betreft schoolcarriére. Maar hij wordt er wel voor gebruikt. Zoals Leo al zei, het minst aantal missers (zowel positief als negatief) bij voorspellingen over vervolgonderwijs worden tot nu toe gegeven door de juffen en de meesters. Alle bijkomende tests zoals cito, nio, wiscIII enz… zijn hulpmiddel(tjes).

          • Eigenlijk zei ik
            dat “vroeger” het advies gegeven werd door onderwijzer plus CITO en nu door CITO plus onderwijzer.
            En dat nu ouders zich dikwijls slechts blindstaren op die CITO.
            Plus verdere eventuele hulpmiddeltjes.

      • @Leo
        Ik heb mentorleerlingen die ijverig zijn en een cito op havo/vwo haalden maar in de tweede klas onderuit gaan, omdat ze geen basis hebben. Het is fictie om te veronderstellen dat cito + advies voldoende zou zeggen over basiskennis. Het probleem is dat er in het BO niet geautomatiseerd wordt.

        • niet automatiseren
          onderwijs moet weer onderwijs worden in plaats van coachen..volgens mij is het probleem vooral dat er allemaal andere dingen “moeten”,waardoor er te weinig tijd overblijft voor automatiseren. Misschien waren de rijtjes van vroeger toch zo slecht nog niet?En misschien moeten we terug naar de “basics”

    • Nog meer basis
      Het rekenen met breuken is voor naar schatting 60 % van mijn 3 HAVO leerlingen een opgave die teveel gevraagd is. Voorbeeldsom: 1 ÷ 10 + 1 ÷ 40 = ??.
      Met begrippen als grootste gemene deler en kleinste gemene veelvoud hoef ik niet aan te komen; ze denken dat ik het heb over een grote gemene dealer, en zo weer eens probeer aan te sluiten bij hun belevingswereld.
      Ik ben hier nu al jaren aan gewend en verwonder mij niet meer. Zeer veel volwassenen zullen dit probleempje ook niet tot een oplossing kunnen brengen, maar dat neemt niet weg dat we het hier hebben over een kunstje dat vanaf groep 6 op de basisschool geleerd moet worden (JanW en Leo: corrigeer mij als ik de groep verkeerd heb?). Eigenlijk is het te gek voor woorden dat zo veel kinderen dat trucje niet beheersen, en waarschijnlijk nooit beheerst hebben. Ook met deze gebrekkige rekenkundige bagage kan je kennelijk een hoge CITO score halen.
      Ik vraag me af of dit eigenlijk een recent verschijnsel is. Ik kan onmogelijk achterhalen hoeveel van mijn eigen klasgenootjes op de lagere school dit ook niet aan konden.

      • reciproke
        nee heer Stevin,

        we moeten ze de reciproke toets op de zak-japanner leren gebruik. GGD en KGV zijn voor onze leerlingen vloekwoorden, ze kijken je aan of ze het in Keulen hebben horen donderen. Kunnen we ze gelijk de GPS leren gebruiken en vergeet niet Google Earth of Nasa Worldwind (nu uitgebreid met de maan en mars).

        Helaas dat is het gevolg van het leren van vaardigheden en trucjes en niet meer bijbrengen van (wat wij noemen) essentiële basiskennis.

        En dan zijn er nog mensen die beweren dat het onderwijs niet achteruit gaat.

        TRIEST 🙁

      • Heeft
        te maken met de methode die gebruikt wordt.
        Dikwijls wordt zo’n breuken probleem eind groep 8 aangeboden, maar komt het er niet meer van.
        In groep 6 mag je al blij zijn als ze snappen dat 1/5 van 50 10 is.

        • realistisch rekenen
          Het heeft alles te maken met realistisch rekenen. Hierdoor wordt elk nieuw concept eerst vanuit de breedte verkend. Dus tientallen verschillende en voor de leerling vaak niet herkenbaar aan elkaar gerelateerde verhalende probleempjes laten oplossen, Contexten die varieren van flessen en glazen limonade op een kinderpartijtje, de gebruikelijke taarten tot aan hoeveel T-shirts je uit 2 meter katoen kunt knippen. Dat kost bergen tijd en brengt in mijn ogen nauwelijks inzicht, In ieder geval niet efficient.
          Dan lukt het inderdaad niet om 1/10 + 1/40 voor groep 8 te behandelen.
          Ik zou het aantal verschillende contexten dat je gebrikt om breuken mee aan te leren ernstig terugbrengen en veel eerder overgaan op formele bewerkingen met breuken. Daarin zit veel structuur en ook kinderen kunnen met succes ervaringen aan de slag,
          AL die verschillende contexten waarin uitgebreid geprobeerd wordt om de breuk als verhouding, als getal of als deelsommetje te laten zien maakt het voor de meeste kinderen nodeloos ingewikkeld. Pas veel later, asl de kinderen de breukbewerkingen zonder problemen kunnen uitvoeren, zou je als verdieping eens kunnen laten nadenken over verschillende toepassingen. Is het conceptueel niet raar, delem door 1/3? Gek eigenlijk he kinderen. Toch kunnen we de sommen : 1/5 gedeeld door 1/3 makkelijk oplossen, terwijl je niet goed kunt bedenken wat delen door 1/3 nu eigenlijk vóórstelt. Die verdieping lijkt me wellicht pas op de pabo op zn plaats overigens.
          Het betekenisloos handmatig kunnen uitvoeren van de berekening 1/5 : 1/3 is een uitermate nuttige bezigheid. Het bereidt voor op algemenere algebraische vaardigheden. En die zijn zowel onmisbaar in het vervolgonderwijs, als dat ze (denk ik) bijdragen aan het vormen van het vermogen tot abstraheren.

          • Breuken in concreto
            Dat niet goed kunnen bedenken wat 1/3 voorstelt kan je toch juist met die taartpunten goed bestrijden? Overigens ben ik het eens met uw voorstel om maar snel te gaan formaliseren; dat echte ‘begrip’ mag best wat later komen.

          • delen door 1/3
            Natuurlijk kun je met taartpunten bedenken wat 1/3 voorstelt. Maar wat delen door 1/3 voorstelt is heel wat anders. Breuken worden vaak gevisualiseerd in de context van verdelen. Verdeel 2/3 taart over 6 personen en je kunt makkelijk inzien dat iedereen 1/9 stuk taart krijgt.
            Maar andersom wordt een stukje lastiger: verdeel 6 koekjes over 2/3 persoon. Hoe kun je iets verdelen over een exhte breuk aantal mensen.
            De realistische rekendidactiek zegt hier om in plaats van een verdeel context een context te gebruiken waarin uitgepuzzeld moet worden hoe vaak een deel in een groter geheel past. In dit geval: hoe vaak past 2/3 liter limonade in een jerrycan van 6 liter. Negen keer, dus past 2/3 negen keer in 6. Die beide contexten vullen elkaar aan: verdelen en er in passen. Maar die verschillende verhaaltjes maken het voor kinderen (noch leerkrachten is mijn ervaring) veel duidelijker. De context compliceert enorm, terwijl er niets op tegen is om de oude wijsheid: “delen door een breuk is het vermenigvuldigen met het omgekeerde” van stal te halen. Gemakkelijk te onthouden, gemakkelijk uit te voeren. Succes gegarandeerd. Inderdaad: kinderen BEGRIJPEN er niets van, maar ze BEGRIJPEN ook niet waarom ze kunnen lezen. In een later stadium is op veel niveaus binnen het zuivere rekenen, maar ook met contexten die oude vertroude wijsheid en vaardigheid aan de kinderen (inmiddels pubers of volwassenen) uit te leggen. Hééé… daar heb ik nooit bij stil gestaan. Verrassend eigenlijk dat zo iets simpels als delen door een breuk in werkelijkheid zo ingewikkeld is.
            Die omkering: eerst doen en dan begrijpen is efficienter, beklijft beter (inslijpen) en geeft later nog een mooi aha-moment van verdieping ook.

          • Zo werd het mij verteld
            Ik had een lagere school met uitsluitend juffen, en die hebben het mij (voor zover mijn herinnering mij niet bedriegt) krek zó uitgelegd: hoe vaak past de ene hoeveelheid in de andere. Ik kan me niet herinneren dat dat me erg heeft gestoord (maar ik was een volgzaam baasje), noch dat ik veel moeite had om te wennen aan het idee, dat delen door een breuk hetzelfde is als vermenigvuldigen met de omgekeerde waarde (precies dit laatste moet ik nog regelmatig in 4 HAVO toelichten).
            Ik denk dat een goede juf allerlei uitlegtactieken kent en toepast. Een goede meester trouwens ook. Uw tactiek: eerst formaliseren, later begrijpen, werd ook al verdedigd door Theo Thijssen, zo’n 80 jaar geleden.

          • eerst doen, dan begrijpen
            kijk, wat 1_1_1945 terecht stelt :
            (cit.) “die omkering : eerst doen en dan begrijpen is efficienter, beklijft beter (inslijpen) en geeft later nog een mooi aha-moment van verdieping ook”

            dat is, in een notedop, hoe kinderen leren, het didactisch grondbeginsel ; niet te verwarren met CGO, HNL of ander modieus geneuzel – kindertjes gevieren aan tafeltjes die een project bedenken (wat de staatssecretaris zo mooi vond, zoals iemand kort geleden opmerkte) ;

            mooi meegenomen dat (zoals !_1_1945 zegt) het ook nog efficienter is, en beter beklijft : het efficiente, het aha-moment zijn de slagroom op de taart, maar het gaat om de taart ;

            nog een aantekening, ook over principes van leren :
            het deed me denken aan een al lang versleten methodiek bij leer-instructies aan arbeiders, bekend als LBD, “learning by doing” ; deze methodiek wordt tegenwoordig beschouwd als achterhaald en onefficient (wat een vergissing is, ingegeven door IT- en test-illusionisten) ;
            LBD heeft een succes gemaakt van de enorme verhuizing van industriele capaciteit naar ontwikkelingslanden, die sinds de jaren 70 en 80 op gang gekomen is, en nog steeds doorgaat (een constatering, niet als verheerlijking bedoeld) ;

    • Leo’s basis
      R. Sybesma

      Beste Leo,

      Kritiek naar beneden is niet zo zinvol. ‘Beneden’, de basisschool dus, heeft minstens net zo’n drama meegemaakt als het VO. Samenvatten?
      – KLOS opgeheven, alle PA’s in grote HBO-instellingen ‘geïntegreerd’ en dus verzopen (veel goede docenten weg)
      – WSNS, en, hoe aardig veel kinderen met leer- engedragsproblematiek ook zijn. dit is niet de methode om ‘ieder’ tot zijn recht te laten komen; kinderen die normaal mee zouden moeten kunnen verzuipen nu ook in de problematiek
      – schaalvergroting: grotere organisaties, grotere klassen, grotere stapels papier, grotere taken, naar verhouding minder menskracht, minder betrokkenheid, minder motivatie, minder waardering, minder opvolgers….
      – voorschriften en protocollen, want de werkvloer doet het niet goed…
      Met bovenstaande is duidelijk: de werkvloer zal het in de ogen van het huidige ministerie met zijn vernieuwers nooit goed doen; naarmate we het slechte nieuws vaker in de krant lezen, zal het alleen maar minder kunnen worden, toch? En nu de minster wil dat we op één van onze arbeidsvoorwaarden gaan beknibbelen, is het mij nog duidelijker geworden: wat voor soort kabinet er ook zit: als wij in het onderwijs niet één lijn gaan trekken maar op elkaar gaan katten, dan is aan het eind van deze kabinetsperiode ook voor BON het doek gevallen.

      • Toch wacht ik met smart nog (even)
        op dat ene briljantje, tussen de ongetwijfeld oeverloze ingewikkelde zinnen van Plasterk en/of Dijksma die gaan komen. ’n Signaaltje voor Jantje en Truusje op de werkvloer. Zo van, oke, ik ben onderdeel van de Moloch, maar ik snap jullie. Ik hoor en zie jullie. ’n Knipoog, die ’n belofte inhoudt.
        Je moet toch wat.
        Weg met WSNS!

        Ik weet zelfs niet, hoe je de twee puntjes op de i van naief krijgt.
        Zo simpel.

      • kritiek naar “beneden”niet zinvol
        onderwijs moet weer onderwijs worden in plaats van coachen..Helemaal mee eens.ik denk dat duizenden leerkrachten helemaal niet geroepen noch ingestemd hebben met de bovenstaande maatregelen.Daar komt nu nog even fijn de “zorgplicht” bij, zodat we het speciaal onderwijs nog verder kunnen inkrimpen en nog harder kunnen roepen en wijzen naar de leerkrachten in het basisonderwijs dat ze het niet goed doen.
        Zolang er klassen blijven waarin allerlei kinderen zitten die vroeger op het speciaal onderwijs terecht konden, zolang er nog bovenbouwgroepen met 25 of 30(of meer) leerlingen zijn, zolang we tijd moeten gaan steken in paps en pops en competenties in plaats van in het uitdenken van hoe we goed onderwijs gaan geven, wordt het niet veel beter vrees ik…

        • Kritiek naar beneden wel zinvol
          Op de basisschool moet de basis gelegd worden (lezen, schrijven, rekenen). Zonder dat kun je hoger op de onderwijsladder weinig met de leerlingen aanvangen. Dat studenten van tegenwoordig niet behoorlijk kunnen lezen, schrijven en rekenen valt het basisonderwijs aan te rekenen. Er zijn allerlei redenen waarom het mis is gegaan: de slecht kwaliteit van de PABO, WSNS,…. Dat moet allemaal verbeteren.

        • Alleen slechter dus,
          want de signalen uit het basisonderwijs worden niet (h)erkend. Er zijn ook bijna geen juffen of meesters die tijd of energie hebben om zich te uiten op ’n forum als dit. Veel mensen gaan er van uit, dat dat basisonderwijs zo maar wat aanprutst. Want de VO leerlingen presteren zo slecht. De politiek reageert alleen op de waan van de dag. Als ’n leerling van groep 7 straks ’n mes trekt, ja, dan zijn de rapen gaar.
          Waarschijnlijk voor even. Dat heet, alsmaar doorgaan met “pruttelen en polderen”.
          En prutsen.
          Weg met WSNS (als ’n goed begin)

    • weet ik eigenlijk niet meer
      en dat overkomt me dagelijks
      weer iedere keer
      je zou niet willen weten
      wat ik aan lekker eten ben vergeten

Reacties zijn gesloten.