Na het rekenen komt de taal

De oorzaak van slecht spellende leerlingen bestaat al tien jaar. De schuld ligt bij iedereen.
‘Het is krankzinnig dat scholieren nooit worden afgerekend op spelling.’ Rob van Dijk, leraar Nederlands aan het Montessori Lyceum in Amsterdam, kan er niet over uit.
‘In het centraal schriftelijk zitten twee onderdelen voor Nederlands: een tekstverklaring en een samenvatting. In de voorschriften staat nadrukkelijk dat er bij de tekstverklaring geen punten mogen worden afgetrokken voor spel- en stijlfouten. Bij de samenvatting mogen spel- en stijlfouten maximaal tot 20 procent aftrek leiden. Dat is helemaal niets.’
Wie heel slecht spelt, verliest hooguit één punt. Een 7 in plaats van een 8. Ook de schoolexamens toetsen nauwelijks de spelkunst en de grammatica, en dat ligt niet aan de scholen.
De wet schrijft voor dat 40 procent van het schoolexamen Nederlands betrekking heeft op spreekvaardigheid. 60 procent van de punten is te verdienen met schrijfvaardigheid. Daarbij wordt niet zozeer gelet op spel- en grammaticafouten, maar op de opbouw van het betoog.
‘Ik vind het heel frustrerend’, zegt Van Dijk. ‘Leerlingen willen het best leren, maar het wordt ze gewoon nooit gevraagd. Ook niet buiten school. In de hele maatschappij lijkt niemand zich nog voor spelling en grammatica te interesseren.’
De spellingszwakte bestaat volgens hem al zeker tien jaar. De woordenschat neemt al jaren af. ‘Laatst vroeg iemand uit de vijfde klas van de havo: wat betekent tevens? Van spreekwoorden en gezegden begrijpen ze helemaal niets. De wal zal het schip toch wel keren? Dat begrijpen ze dus echt niet.’
Maar de school doet wat hij kan. Op het Montessori hebben ze in het schoolexamen zelf een aparte spellingstoets opgenomen. Van Dijk: ‘Dat mag eigenlijk niet, maar we doen het toch.’
Conrector Peter Romein is het eigenlijk simpel: een overheid die ander onderwijs wil, hoeft alleen maar het examen te veranderen. ‘Wij leiden op voor een examen zoals de overheid dat vaststelt.’
Dat het hoger onderwijs nu moord en brand schreeuwt, omdat de eerstejaars niet meer kunnen rekenen en schrijven, heeft wel iets humoristisch. ‘Juist onder druk van het hoger onderwijs is ons de afgelopen jaren een aantal vakken door de strot geduwd, zoals verzorging en techniek. Dat gaat natuurlijk wel ten koste van de aandacht voor andere vakken.’
En wat te denken van het studiehuis? Het hoger onderwijs wilde dat dat er kwam. ‘De leraren moesten vooral activerende werkvormen gebruiken en tussen de leerlingen gaan zitten. Het hoger onderwijs had behoefte aan leerlingen die konden presenteren. Die krijgt het nu.’
Tot acht jaar geleden schreef de overheid nog minstens een aantal uur Nederlands per week voor, maar die minimumtabel is afgeschaft. Scholen hebben sindsdien (bijna) alle vrijheid om zelf te bepalen hoe veel Nederlands er wordt gegeven.
Niet dat alle taalproblemen de wereld uit zijn als de exameneisen worden veranderd. De buitenwereld is namelijk ook veranderd.
Channah Nihom heeft 36 jaar aan de school gewerkt, meesttijds als lerares Nederlands. Ze heeft de veranderingen in de taal gezien. Er wordt minder gelezen, meer ge-sms’t, en ge-e-maild, en de straattaal is opgerukt. Effe disse, doekoe en geef8 zijn nu heel gewone taaluitingen.
Nihom: ‘Een mailtje schrijf je heel snel. Het is informeel. Je let dan niet op je spelling. En wie schrijft er tegenwoordig nog een papieren brief?’
(Bron: Volkskrant 18 januari)

7 Reacties

  1. Alweer die Maatschappij
    …die zo aan het veranderen is.
    Omdat woordjes als doekoe en dissen hun intrede doen zouden kinderen zich slechter gaan uitdrukken? Flauwekul; jeugdtaal bestaat al heel lang en kan heel goed samengaan met beheersing van de officiële taal; af en toe zal er ook wel een woordje uit de jeugdtaal overgaan naar de officiële taal. ‘Balen’ was vroeger een ‘populaire’ uitdrukking; nu is het bijna A.B.N.
    En dan de e-mail, de SMS en de computer? Ik denk dat die eerder een positieve dan een negatieve invloed hebben. Het probleem zit er in, dat kinderen niet beseffen dat ze een verschil moeten maken tussen een proefwerk, een sollicitatiebrief, een verslag en een SMSje. De eerste drie vereisen formeel taalgebruik, het SMSje niet. De eerste drie vereisen precisie, het SMSje niet.
    Maar dit probleem doet zich ook in de volwassenenwereld voor. Men weet niet meer wat een formele aangelegenheid is, en wat niet. Het onderscheid vervaagt. Docenten staan in zwembroek voor de klas, men zegt JE en JIJ tegen Jan en Alleman (hier op het Forum is het ook al zo gezellig) en dus ook tegen zijn baas (terwijl de hiërarchie nog steeds intact is), ministers-president laten zich op de TV beledigen door minkukels en Ali B vliegt Beatrix om de hals.
    Ik wil het taalprobleem niet bagatelliseren, maar de oorzaak ligt dieper dan in de opkomst van jeugdcultuur en apparatuur. Als dat wel zo was, dan hadden de telefoon, de luchtpost en de radio ook al heel wat schade aangericht. Maar die uitvindingen zijn al van 80 tot 100 jaar geleden en ik dacht dat ons probleem van een wat recentere datum was.

    • mieters is hartstikke leuk
      Mieters is hartstikke leuk, maar van mijn vader mocht ik dat niet zeggen. Hoe kan iets nou zo leuk zijn, dat je hart ervan stikt?
      Tegenwoordig is mieters “gaaf” of “cool”. Straattaal is dus van alle tijden. Ook het binnenhalen van vreemde woorden. Denk maar eens aan alle Maleise woorden die het Nederlands kent en die met de immigranten en emigranten uit Oost-Indië zijn meegekomen.
      Dat er nu woorden uit het Papiaments de taal binnenkomen hoeft ook niet erg te zijn. Zie het als een verrijking, maar dat betekent niet, dat je je eigen taal moet vergeten. Woorden als “veinzen, onbesuisd, des al nietemin, dientengevolge, enz. enz.” zijn de huidge VWO-6er onbekend. Hoe kun je dan met goed fatsoen een examen tekst maken?
      Laten we het over het schrijven maar helemaal niet hebben, spellen is sowieso een ramp, maar helder je eigen gedachten op papier zetten, lukt ook slechts weinigen. Knippen en plakken, dat kunnen ze wel, maar goed dat kunnen ze op de kleuterschool ook al en als je 14 jaar naar school bent geweest, dan mag je toch wat meer verwachten dan het kleuterschool niveau??

  2. Klopt niet helemaal
    Bij het eindexamen geldt nog steeds puntenaftrek voor spelfouten. De inhoud van het vak is wel te veel verschoven naar ‘discussiëren’, ‘betogen’ en ‘argumenteren’. Daardoor is het vak er niet aantrekkelijker op geworden (minder tijd voor literatuur), zowel voor de gevers als de ontvangers, en de essentie is te veel ondergesneeuwd. Leren argumenteren kan ook in blok 1 van de propedeuse.

  3. Verkeerde de schuld geven
    Een citaat uit het artikel (hier is de conrector aan het woord)

    ‘Juist onder druk van het hoger onderwijs is ons de afgelopen jaren een aantal vakken door de strot geduwd, zoals verzorging en techniek. Dat gaat natuurlijk wel ten koste van de aandacht voor andere vakken.’
    En wat te denken van het studiehuis? Het hoger onderwijs wilde dat dat er kwam. ‘De leraren moesten vooral activerende werkvormen gebruiken en tussen de leerlingen gaan zitten. Het hoger onderwijs had behoefte aan leerlingen die konden presenteren. Die krijgt het nu.’

    Dit is dus flauwekul. ‘Het hoger onderwijs’ wilde dit helemaal niet. Een paar dwaze onderwijskundigen en bestuurders wilden dit.

    • onduidelijk
      Dat laatste, Mark, is mij niet helemaal duidelijk. Voor zover ik kan overzien is er vanuit het HO best een tijd kritiek geweest op de leerlingen/studenten. Het ging er dan over dat de kennis wel ok was, maar de studiehouding en de studievaardigheden een probleem. Dat merkte het HO doordat studenten met goede cijfers op het CE toch moeite hadden met het eerste jaar.

      Terugkijkend denk ik dat het HO gewoon onderschat heeft dat de leerlingen/studenten meer meemaken dan een overgang van één schooltype naar een ander – ze maken ook een overgang naar een meer zelfstandig leven. Dat laatste gaat nog wel eens gepaard met kinderziektes – lees: nachten zuipen en de volgende ochtend niet op college verschijnen. Die problemen met studiehouding zijn (misschien daarom) nu ook net zo groot als voorheen; wat erbij gekomen is zijn de problemen met de inhoud 🙂

      Voor zover ik kan overzien is de klacht van de hervormers, dat het HO ‘dit’ zelf gewild heeft, dus voor een deel terecht. Het HO realiseert zich nu dat het er erger aan toe is dan vóór het studiehuis. (Als jij andere info hebt hoor ik die graag).

      Maar dat laat onverlet dat iedereen, VO en HO, nu weet dat er problemen zijn met het studiehuis, met zelfstandigheid, met de leraar als coach, etcetera. Wat het HO, VO, of wie dan ook vroeger gewild heeft is niet relevant – nu moeten we samen de verstandige route kiezen.

Reacties zijn gesloten.