Alle mensen zijn ongelijk

Met enige tegenzin begon ik een artikel van Brigit Kooijman over ‘ongelijke kansen’ te lezen ( NRC 17 november).

Over dat onderwerp wordt immers al meer dan vijftig jaar geschreven, meestal met dikke beschuldigende vinger: het onderwijssysteem deugt niet, het biedt geen gelijke kansen en onderwijzers en leraren werken daaraan mee, zijn niet vernieuwingsgezind en voelen niet voor uitdagingen.

Simplificaties die als herfstbladeren voort geblazen worden. Maar in dit artikel komen toch wel enkele observaties voor die  hout snijden. Bij voorbeeld het gegeven dat ‘achterstandsleerlingen’ soms wel hun achterstand kunnen verkleinen en omzetten in gelijke kansen, als, heel belangrijk, hun motivatie om te presteren – en die van hun ouders- groot is.

Het artikel gaat onder meer over de Brede School Academie in Zaanstad, een naschoolse voorziening voor leerlingen die méér kunnen dan mogelijk is in het reguliere onderwijs.

‘Toelatingsvoorwaarde, naast een goede werkhouding, een bovengemiddelde intelligentie en betrokken ouders: een duidelijke taalachterstand. Het doel is de leerlingen in drie jaar klaar te stomen voor havo of vwo. In verreweg de meeste gevallen lukt dat.’

 

Dus, het is niet voor iedereen. Er wordt een aantal voorwaarden gesteld, en waarschijnlijk terecht. Een onderwijzer op een school in een oude volksbuurt in Zaandam, met 35 kinderen in de klas, vertelt dat ook hij veel extra lessen begrijpend lezen geeft, maar dat de resultaten tegenvallen: ‘Hun concentratiespanne is kort, bij sommigen niet langer dan zeven minuten. Een aantal vergeet bij toetsen steevast een deel van de vragen in te vullen… Het heeft te maken met een gebrek aan intrinsieke motivatie – misschien wel het allergrootste probleem van deze leerlingen.’

Het onderwijs kan helaas, dat blijkt wel, niet alle problemen oplossen. En er is, wie wil het ontkennen, een soort ‘de facto’ segregatie in de samenleving, die ook duidelijk zichtbaar is in het onderwijs. De ‘kansrijke’ ouders sturen hun kinderen naar de ‘betere’ scholen en hebben daar ook de middelen voor. De kansarme leerlingen, zo zegt het artikel, blijven achter op de slechtste scholen waar ook het lerarentekort het grootst is en het niveau van de onderwijzers wellicht ook lager.

Is er een oplossing voor de groeiende kansenongelijkheid in het Nederlandse onderwijs? Een gedeeltelijk antwoord wordt gegeven door de oude onderwijssocioloog Paul Junghblut die zegt: ‘De  enige manier om echt gelijke kansen te creëren , is om de kwaliteit van het onderwijs structureel te verbeteren, zodat hoogopgeleide ouders geen reden meer hebben om bepaalde scholen te ontvluchten.”

 

J.C. Traas

 

 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie