Wiskunde. De Toekomst.

Overige ‘uitspraken rekenen’-blogs

______________________________________________________

Wiskunde: De Toekomst; de 21-st century skills; programmeren

_____________________________________________________________________________

Reken- en Wiskundeonderwijs voor #2032

De werkgroep ‘Wiskunde voor Morgen’ is een samenwerkingsverband van experts op het gebied van het reken- en wiskundeonderwijs die een antwoord zoeken op de vraag hoe het reken- en wiskundeonderwijs moet worden aangepast om de leerlingen van nu zo goed mogelijk voor te bereiden op de maatschappij van morgen. Onder de experts vinden we Prof. Dr. Paul Drijvers, Dr. Maarten Dolk, Dr. Dolly van Eerde, Prof. Dr. Koeno Gravemeijer, Dr. Mieke van Groenestijn, Prof. Dr. Marja van den Heuvel-Panhuizen, Dr. Ronald Keijzer, Dr. Jo Nelissen, Dr. Wil Oonk, Drs. Monica Wijers, Prof. Dr. Bert Zwaneveld. De tekst is aangeboden aan de commissie Schnabel (Onderwijs 2032).

  • Het reken- en wiskundeonderwijs kan een belangrijke bijdrage leveren aan de persoonsvorming van de leerlingen. Het onderwijs in rekenen en wiskunde biedt namelijk bij uitstek mogelijkheden om ideeën uit te wisselen, naar elkaar te luisteren, te proberen de anderen te begrijpen, eigen ideeën onder woorden te brengen en op een respectvolle manier kritiek te geven en te ontvangen. De werkgroep beveelt aan om zowel aandacht te besteden aan de rol die het reken-wiskundeonderwijs kan spelen bij persoonsvorming in algemene zin, als aan specifiek op rekenen en wiskunde toegespitste persoonsvorming. Bij dit laatste gaat het om het ontwikkelen van wiskundig zelfvertrouwen, het specifieke karakter van rekenen en wiskunde gaan begrijpen en appreciëren en een wiskundige attitude ontwikkelen.
  • In deze tijd van technologische ontwikkeling en informatisering is het van belang dat leerlingen de betekenis en het specifieke karakter van rekenen en wiskunde gaan zien, wiskundig zelfvertrouwen ontwikkelen en dat wordt voorkomen dat ze wiskundeangst of een aversie tegen rekenen en wiskunde ontwikkelen. Dit vraagt enerzijds om reken- en wiskundeonderwijs waarbinnen leerlingen de gelegenheid krijgen te experimenteren, exploreren en te redeneren.
  • Men spreekt in dit verband wel van het ontwikkelen van een wiskundige attitude, waarbij ook zaken horen als nieuwsgierigheid, reflecteren, onderzoeken, communicatie, doelgerichtheid en het kunnen beoordelen wanneer wiskunde toepasbaar is en wanneer niet.
  • Wanneer we de kern van het reken- en wiskundeonderwijs beschouwen met het oog op 2032 dringt de noodzaak zich op van een herijking van de inhoud en doelen van het reken- en wiskundeonderwijs vanwege de steeds grotere rol die apparaten spelen in het uitvoeren van reken- en wiskundewerk. Deze verschuiving van mens naar machine gaat gepaard met black boxing, reken-wiskundige bewerkingen voltrekken zich in toenemende mate in het verborgene; in het binnenwerk van allerlei apparaten, variërend van rekenmachines en computers tot min of meer intelligente apparaten. De vraag is dan welke inzichten en vaardigheden je nodig hebt om greep te houden op wat er in deze black boxes gebeurt. Dit vraagt een verschuiving van doelen naar meer conceptuele kennis en het globaal kunnen controleren van uitkomsten.
  • De vooralsnog onbeantwoorde vraag is echter wat dit betekent voor de inhoud en opbouw van het reken- en wiskundeonderwijs. In hoeverre vraagt het globaal controleren andere vaardigheden dan het zelf berekenen?
  • Daarnaast komt de vraag naar voren, welke vaardigheden en inzichten nodig zijn voor het kunnen toepassen van rekenen en wiskunde in de wereld buiten de school.  Meer specifiek voor het gebruik van rekenen en wiskunde op de werkvloer wordt gesproken van ‘Techno-mathematical Literacies’. Verder gaat de aandacht ook uit naar situaties waar de problemen complex en slecht gedefinieerd zijn en bovendien het tegen elkaar afwegen van voor- en nadelen vragen. Bij dit thema past ook de groeiende aandacht voor ‘Computational Thinking’, dat grofweg beschreven kan worden als het zo bewerken van problemen in de werkelijkheid dat ze met computers kunnen worden opgelost.
  • Dichterbij de wiskunde liggen uitwerkingen als de recent in het eindexamenprogramma HAVO en VWO opgenomen ‘Wiskundige Denkactiviteiten’ (WDA). In dit kader kan verder het leren gebruiken van heuristieken voor wiskundig probleem oplossen worden genoemd. Hierbij dient te worden opgemerkt dat wiskundige denkactiviteiten en probleem oplossen zich niet tot het VO beperken maar ook al in het PO kunnen worden aangezet.
  • Naast een meer algemene doordenking vanuit het perspectief van de beschikbaarheid van computer tools dient ook opnieuw bekeken te worden welke onderdelen van rekenen en wiskunde in het toekomstige onderwijs de meeste aandacht moeten krijgen. Zo kunnen we bijvoorbeeld constateren dat veel van de kwantitatieve informatie die beschikbaar komt statistisch van aard is. Terwijl “big data” zich tot een zelfstandig topic ontwikkelt. Daarnaast geeft de rekenkracht van computers ons nieuwe mogelijkheden. Numerieke wiskunde, wiskundig modelleren en optimaliseren zijn dan ook onderwerpen die steeds verder in belang toenemen. Verder vormen functies en variabelen de basis van de wiskundige modellen die ten grondslag liggen aan allerlei computerprogramma’s. Een ander onderwerp dat aandacht vraagt betreft de wiskunde die nodig is voor zaken als 3D-printing, augmented reality en animatie. Deze ontwikkelingen vragen om een nieuwe afweging van voor het reken-wiskundeonderwijs belangrijke inhouden.
  • De ontwikkeling in de richting van een maatschappij waar apparaten allerlei reken- en wiskundige bewerkingen overnemen leidt tot een verschuiving in het belang van de beheersing van instrumentele vaardigheden naar een verdieping van begrip en inzicht. Deze verschuiving heeft consequenties voor de doorgaande leerlijnen en de manier waarop de aansluiting op het vervolgonderwijs moet worden geborgd. Daarbij willen we wijzen op het gevaar dat curriculumdoelen zo worden uitgewerkt dat ze gemakkelijk kunnen worden vertaald in onderwijs dat zich richt op het produceren van correcte antwoorden op individuele opgaven.
  • Er is een belangrijke stap gezet met het opnemen van ‘Wiskundige Denkvaardigheden’ in de examenprogramma’s voor HAVO en VWO. Een volgende stap zou kunnen bestaan uit het ontwikkelen van nieuwe doelbeschrijvingen waarin netwerken van reken-wiskundige relaties worden beschreven en het objectkarater van de daarbij horende reken-wiskundige concepten.

 

Uit ‘Ons Onderwijs2032 eindadvies‘ , Platform onderwijs2032

  • Computational thinking richt zich op de vaardigheden om problemen op te lossen waar veel informatie, variabelen en rekenkracht voor nodig zijn. Het gaat om een verzameling denkprocessen, zoals logisch redeneren, patroonherkenning en systematisch denken. Die leert een leerling door technologie te gebruiken, bijvoorbeeld door kennis te maken met programmeren, te werken met robotica en te experimenteren met 3D-printing.
  • Door op een onderzoekende en ontwerpende manier te leren, worden houding, vaardigheden, denkwijzen en kennis in samenhang ontwikkeld.

 

Uit  ‘Rekenen-wiskunde over()denken‘, verslag van de Panamaconferentie 2016 door Sabine Lit & Ronald Keijzer (Pabo Amsterdam/Alkmaar)

  • In het rapport van de commissie Schnabel komt naar voren dat kritische houding en onderzoekend leren kernkwaliteiten zijn voor de toekomst.
  • Het reken-wiskundeonderwijs kan hier een goede bijdrage aan leveren als leerlingen meer open wiskundige problemen aangeboden krijgen, waarmee zij hun denkkracht kunnen ontwikkelen. Hierdoor worden hogere cognitieve vaardigheden meer aangesproken en richt het onderwijs zich minder op alleen het verkrijgen van goede antwoorden.
  • Koeno Gravemeijer geeft aan dat het bij een doordenking van het reken-wiskundeonderwijs gaat om het anders begrijpen van problemen. Hij pleit daarnaast voor een omslag van ‘antwoordgerichtheid’ naar meer een conceptuele benadering.
  • Rekenen-wiskunde moet volgens Kees Hoogland niet gaan over sommen die leerlingen uitrekenen en die dan goed of fout zijn, maar over problemen waar leerlingen over moeten nadenken. Het gericht zijn op goede antwoorden is een effect van de bestaande inrichting van het onderwijs, dat oppervlakkige resultaten oplevert. Leren probleemoplossen ligt veel dichter bij het wezen van wiskundig denken.
  • Als we veel van het rekenwerk over willen laten aan de computer, zouden we ons in het onderwijs moeten richten op het verwerven van kennis en vaardigheden die complementair zijn aan wat computers kunnen.

 

NVORWO (Nederlandse vereniging voor de ontwikkeling van het reken-wiskunde onderwijs)

  • Over welke vaardigheden moeten de leerlingen in het jaar 2032 beschikken? En welke gevolgen heeft dit voor het reken-wiskundeonderwijs? Een reken-leerling van de toekomst zal flexibel open problemen moeten kunnen oplossen, een vertaling moeten kunnen maken van een probleem naar een rekensom, maar ook van een uitgerekend antwoord moeten kunnen bekijken of dit antwoord logisch is. Leerlingen zullen moeten leren uitleggen aan elkaar, elkaar vragen leren stellen, over een oplossing moeten kunnen discussiëren en rekenen flexibel en creatief kunnen toepassen.

 

Curriculum.nu

Inmiddels is het vervolg van Onderwijs2032 gestart onder de naam Curriculum.nu.
Hier een bijdrage van de NVORWO (Nederlandse Vereniging tot Ontwikkeling van het Reken-Wiskunde Onderwijs),  [Concept Visie-document t.b.v. Curriculum.nu] (2017)

  • In het basisonderwijs neemt het leren van procedures voor het rekenen met pen en papier veelal nog een belangrijke plaats in, terwijl inzicht en authentieke toepassingssituaties in het algemeen relatief weinig aandacht krijgen.
  • Voorkomen moet worden dat een begripsmatige ontwikkeling te snel wordt afgebroken en aanstuurt op het inoefenen van procedures die goede antwoorden opleveren voor specifieke opgaven, hetgeen op dit moment een tendens is in reken- en wiskundemethoden voor zowel basisschool als voortgezet onderwijs.
  • Op pragmatische gronden wordt in de huidige onderwijspraktijk het ontwikkelen van hogere-orde vaardigheden en inzicht regelmatig ondergeschikt gemaakt aan het aanleren van basisvaardigheden. Onderzoek en wereldwijde ervaringen laten echter zien dat een te sterke gerichtheid op louter bewerkingen en procedures uiteindelijk goede reken- en wiskunderesultaten in de weg staan; De leerlingen maken zich dan oplossingsmethoden eigen die slechts een beperkte reikwijdte hebben, vluchtig en weinig flexibel zijn.
  • Op dit moment is het zo dat vrijwel alle bewerkingen, die in het basisonderwijs, voorgezet onderwijs en hoger onderwijs worden aangeboden, in de praktijk buiten de school door apparaten worden uitgevoerd.
  • Toekomstige doorgaande leerlijnen zouden meer geformuleerd kunnen worden in termen van ontwikkeling van conceptuele inzichten en de ontwikkeling van hogere-orde vaardigheden en minder in termen van het beheersing van bepaalde bewerkingen en procedures. In de literatuur spreekt men in dit verband wel van ‘big ideas’ of ‘kerninzichten’.
  • Het reken-wiskundeonderwijs vraagt voortdurend om actualisering, omdat de context waarin dit onderwijs plaatsvindt zich voortdurend ontwikkelt.
  • De ontwikkeling van reken-wiskundeonderwijs vraagt van leerkrachten een kritische en onderzoekende houding.
  • Het nastreven van hogere-orde doelen binnen rekenen-wiskunde is geheel consistent met de vraag om meer aandacht te besteden aan vakoverstijgende vaardigheden en de zogeheten 21e -eeuwse vaardigheden.

 

Kritiek

Reactie van IOBT (Stichting Innovatie Onderwijs in Bètawetenschappen en Technologie) op het voorstel van het Platform Onderwijs2032:

“Het lijkt erop dat de commissie Schnabel algemene maatschappelijke vaardigheden tot hoofdbestanddeel van het onderwijs wil maken. Dit vooral met het argument dat kennis en kunde toch steeds veranderen. IOBT stelt daar tegenover dat het verwerven van kennis aan de basis ligt van goed onderwijs. De school brengt de inzichten van nu over aan de volgende generatie en biedt structuur in de overdaad van de informatiemaatschappij. Het ontwikkelen van noodzakelijke vaardigheden is alleen effectief binnen een stevig raamwerk van basale kennis. Onderwijs moet de basale begrippen in de bètawetenschappen aanbieden om leerlingen de kans te geven samenhang en relevantie te ontdekken in de wereld om zich heen. Daarbij neemt IOBT afstand van het voornemen van het Platform om de klassieke indeling in vakken te verruilen voor interdisciplinaire thema’s. Uit ervaring blijkt dat succesvol interdisciplinair onderwijs stoelt op een goede disciplinaire basiskennis en -kunde, van zowel docenten als leerlingen.”

 

Swier Garst (Voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren)

  • Ik wil het even scherp stellen door te zeggen: transfer, het bestaat niet! Vakoverstijgende zaken zijn in mijn ogen potentieel zonde van de tijd als je daar heel veel aandacht aan besteedt.
  • Nu al geeft het geven van een ‘vakoverstijgend vak’ als NLT (Natuur, Leven en Technologie) problemen wanneer een docent slechts thuis is in één van de onderliggende vakgebieden.

 

Karin den Heijer (Docent wiskunde aan het Erasmiaans Gymnasium)

N.a.v. ‘Concept Visie-document t.b.v. Curriculum.nl’ van NVORWO

  • In januari 2011 reisden de rekenvernieuwers van de basisschool naar de middelbare school af. Ze verzorgden lezingen en workshops voor wiskundeleraren. Die moesten hun leerlingen leren rekenen. Maar dan wél op de manier die op de basisschool niet heeft gewerkt: leerlingen moesten hun kennis zelf construeren aan de hand van verhaaltjessommen.
  • In het kader van curriculum.nu wordt een ultieme poging ondernomen om onze kinderen van algoritmen te beroven. Een visiedocument vol newspeak moet de insider overtuigen dat we nu echt vaart moeten maken met het vernieuwen van het rekenonderwijs.
  • “De noodzaak om rekenopgaven met pen en papier volgens vaste procedures op te lossen zal verminderen.” Dit visioen gaat hand in hand met het ontkennen van de vernieuwing van het rekenonderwijs vanaf de jaren ‘80. Ik citeer: ,,In het basisonderwijs neemt het leren van procedures voor het rekenen met pen en papier veelal nog een belangrijke plaats in, terwijl inzicht en authentieke toepassingssituaties in het algemeen relatief weinig aandacht krijgen.”
  • Samengevat. We doen gewoon alsof er inmiddels geen generatie kinderen is opgegroeid met hap-snap-verhaaltjesrekenen. We doen gewoon alsof het rekenonderwijs 30 jaar te veel gericht was op basisvaardigheden.
  • Het visiedocument sluit af met een verzoek. ,,Een dergelijke ambitie waarmaken vergt echter wel een investering in de professionalisering van leerkrachten, rekencoördinatoren, schoolleiders en besturen, schoolboekauteurs, opleiders en nascholers.” Dat onze nieuwe minister van OCW maar even weet waar hij zijn geld aan moet besteden. Ineffectief rekenonderwijs mag wat kosten.

 

Ben Wilbrink (Onderwijsonderzoeker)

  • Bij de NVORWO is er nog geen begin van ook maar een vermoeden dat het rekenonderwijs in het basisonderwijs faalt. Het is daar nog volop constructivistisch bijgeloof wat de klok staat.

 

Uit   ‘Brief van het LAKS (Landelijk Aktie Komitee Scholieren) aan het ontwikkelteam Wiskunde/rekenen van Curriculum.nl’:

  • Wat onwenselijk is, is het maken van onduidelijke verhaalsommen, waarin het belangrijker is te kunnen begrijpend lezen, dan te kunnen rekenen.

______________________________________________________________

21-st century skills

“SLO en Kennisnet presenteren een nieuw, meer gedetailleerd model van 21e eeuwse vaardigheden. Het gaat om vaardigheden als ‘kritisch denken, ‘creatief denken’, ‘probleemoplossen’, ‘computational thinking’ ”     Kennisnet.

” ‘Computational Thinking’ kom je overal tegen, in de wekker die je wakker maakt, het stoplicht dat het verkeer regelt, of de magnetron die je havermout opwarmt. Maar ook in je smartphone, met software om je vingerafdruk te herkennen, tekst om te zetten naar spraak of de route naar je bestemming uit te stippelen.” Kennisnet

Verslag 34-ste PANAMA-conferentie:

  • Tijdens de Panama-conferentie van 2016 ligt de focus op de toekomst. De deelnemers aan de conferentie twijfelen er niet aan dat er iets moet veranderen. Reken-wiskundeonderwijs moet meer gaan over het leren wiskundig denken en oplossen van problemen en minder over de juiste antwoorden op sommen. De gewenste verandering is ingrijpend. De huidige generatie leerkrachten is hier nog niet voldoende op voorbereid. In de lerarenopleiding is nog weinig aandacht voor leren probleemoplossen. Op de conferentie zijn er niet of nauwelijks tegengeluiden te beluisteren. Integendeel, de toon op de conferentie is vol elan en enthousiasme. De deelnemers zijn ervan overtuigd dat het reken-wiskundeonderwijs kan bijdragen aan de ontwikkeling van 21e eeuwse vaardigheden, met name het leren oplossen van problemen. Wiskundig denken zou veel meer dan nu vaak het geval is, de kern van het reken-wiskundeonderwijs moeten zijn.

 

Han van der Maas (Hoogleraar Psychologische Methodeleer)

  • Ik zie computational thinking graag als een praktische vaardigheid. Het gaat mij vooral om creatief denken over het inzetten van digitale tools om een probleem op te lossen. Een voorwaarde daarvoor is het leren van een programmeertaal – dat draagt bij aan het begrip van de mechanismes achter technieken en apparaten.

 

Dolf Janson (Senior onderwijsadviseur en -ontwikkelaar bij Jansonadvies. Janson was betrokken bij het ERWD-protocol)

[Leren denken als basis voor succes op school]

  • Tot slot wil ik de aandacht vestigen op wat inmiddels bekend is als 21st Century Skills. Tony Wagner noemt in zijn bestseller The Global Achievement Gap vaardigheden die de school kinderen moet bijbrengen, zoals kritisch denken en probleemoplossend denken.
  • Het gaat er niet om òf je je hersens gebruikt, maar hoe.
  • Door creatief denken maken de hersenen nieuwe verbindingen. Kennis die tot dan gescheiden was, komt met elkaar in contact en leidt tot iets nieuws. Hoe vaker en intensiever zoiets gebeurt, hoe sterker en gedifferentieerder dergelijke verbindingen worden.
  • Als alle denkstapjes al zijn uiteengerafeld door de methode en/of de leraar, of als de vragen vooral zijn gericht op reproductie van de aangeboden informatie, is er weinig kans om je analytisch denken te ontwikkelen.
  • Out of the box-denken is in wetenschap, kunst en ondernemen een kwaliteit. In te weinig klassen is die kwaliteit te herkennen in de opdrachten en de feedback van leraren.

 

Dr. Evelyn Kroesbergen (Hoofddocent Educatie en Pedagogiek aan de Universiteit Utrecht. Ze studeerde orthopedagogiek)

Uit haar artikel  ‘Creatief rekenen-wiskunde in de basisschool‘   verschenen in het boek ‘Rekenen-wiskunde in de 21e eeuw’ onder redactie van Marc van Zanten:

  • Een van de belangrijkste doelen van het rekenen-wiskunde onderwijs is dat kinderen probleemoplossingsvaardigheden leren.
  • We leren kinderen vaak opgaven op te lossen waarvan het antwoord al bekend is. In hoeverre gaat het dan werkelijk om probleemoplossen? Vragen we niet vaak naar de bekende weg? Kinderen maken dan gebruik van strategieën of procedures die ze bij vergelijkbare opgaven hebben geleerd. Maar daarmee bereiden we kinderen onvoldoende voor op de problemen die ze in de toekomst gaan tegenkomen en waarvoor nog geen oplossingen voor handen zijn.
  • Een kind dat creatief denkt, zal bijvoorbeeld met originele oplossingen voor wiskundige vraagstukken komen, maar waarschijnlijk ook met originele producten bij de creatieve vakken; de verschillende vormen van creativiteit kunnen niet los van elkaar gezien worden.
  • Creativiteit is nodig voor excellente prestaties in rekenen-wiskunde.
  • Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat creativiteit samenhangt met rekenvaardigheid, en dat met name de excellente rekenaars zich onderscheiden van de gemiddelde rekenaars in hun creatieve denkvaardigheid.
  • Om creativiteit te stimuleren, moet allereerst een omgeving gecreëerd worden waarin het gestimuleerd wordt om risico’s te nemen, regels/procedures ter discussie te stellen en je de ruimte krijgt om je gedachten de vrije loop te laten. Het gebruik van complexe, open opgaven, zeker als kinderen mogen samenwerken, is heel stimulerend.
  • Verschillende onderzoeken hebben laten zien dat in de basisschoolleeftijd de creativiteit van kinderen steeds verder af lijkt te nemen. De verklaring daarvoor is dat een cultuur van toetsen, met de nadruk op het goede antwoord, vaak tijdsgebonden, kinderen weinig ruimte geeft om alternatieve oplossingen te exploreren.
  • Een nadruk op procedurele en feitenkennis, het toepassen van de juiste strategie kan zelfs het creatief denken belemmeren.

 

Hogere-orde denkvaardigheden

Minka Dumont (Ze geeft trainingen en workshops over het aanspreken en ontwikkelen van hogere orde denkvaardigheden bij leerlingen. Ze heeft de opleiding ‘ECHA Specialist in Gifted Education’ aan de Radboud Universiteit gevolgd en is werkzaam bij het SLO)

  • Leerlingen zijn meer gebaat zijn bij het leren van denkvaardigheden dan bij het onthouden en begrijpen van feiten en theorieën. Waar theorieën en specifieke kennis door de tijd achterhaald kunnen raken, zijn denkvaardigheden meer generiek en toepasbaar binnen
    uiteenlopende gebieden.

Uit de leraar24-video  [Slimme kinderen uitdagen] van Minka Demont op de site van Kennisnet:  kinderen denken na over sterrenkundige problemen en wel op een onconventionele manier, om ze zo het hogere-orde denken aan te leren. Kinderen zijn te zeer gefocussed op het beantwoorden van vragen; doel van de les is om kinderen dit af te leren en ze vooral te leren om vragen te stellen. Ze leren de Taxonomie van Bloom, dat is een (omstreden) theorie over de verschillende orde-denkvaardigheden, en maken hierbij gebruik van een organizer.

  • Kinderen uitdagen doe je door hen een andere manier van denken aan te leren.
  • Het meeste onderwijs bestaat uit ‘lagere orde – denken’: onthouden, begrijpen en toepassen. Hoe kun je als leraar meer aandacht besteden aan ‘de hogere-orde’ denkvaardigheden ?
  • Teveel hebben de lessen van nu als doel om inhoud over te brengen. Maar alle inhoud die zo’n beetje voorradig is die heb ik in mijn telefoontje in mijn broekzak zitten, dus het doel om inhoud over te brengen is wat mij betreft niet meer zo simpel in deze tijd.
  • Als je kinderen vaardig maakt in analytische, kritische, creatieve denkers dan kunnen ze elke inhoud, elke kennis toepassen.

________________________________________________

Kritiek op de 21-st century skills

Als we niet weten hoe de toekomst eruit ziet, hoe weten we dan welke vaardigheden nodig zijn in die toekomst?” Terry Freedman (Educational ICT Consultant)

Waarom is samenwerken een vaardigheid van de 21e eeuw? Mensen hebben altijd al moeten samenwerken. Niets nieuws onder de zon.” Terry Freedman (Educational ICT Consultant)

Tot verbazing van veel reformpedagogen blijkt uit de meeste grondige onderzoeken dat ‘directe instructie’ veruit het meest effectief is. Directe instructie verbetert niet enkel de prestaties van bijna alle leerlingen, maar verhoogt ook het zelfvertrouwen in het eigen kunnen en reduceert de faalangst.” prof. Franz Weinert (Max Planck Institut für Bildungsforschung)

Het afgeven op basisvaardigheden is de belangrijkste 21st century skill.” Casper Albers (Gedrags- en maatschappijwetenschappen RU Groningen)

21st Century Skills is [often] a codeword for removing knowledge from the curriculum. And removing knowledge from the curriculum will ensure that pupils do not develop 21st century skills.” Uit: ‘Seven Myths about Education’, Daisy Christodoulou (Onderwijskundige)

 

Ben Wilbrink (Psycholoog. Onderwijsonderzoeker)

[Probleemoplossen]

  • Velen zien probleemoplossen als een vaardigheid. Sterker nog: het zou een typische vaardigheid van de 21e eeuw zijn, een vaardigheid dus waar het onderwijs enige prioriteit, zo niet topprioriteit aan zou moeten geven. Er waren overigens ook in de vorige eeuw al onderwijsromantici die het bevorderen van probleemoplossen en creativiteit zagen als de core business van het onderwijs, en wel naast of zelfs in plaats van het verwerven van kennis — zelf-ontdekkend leren. De romantische stroming die ik bedoel is het constructivisme, waaronder ook het realistisch rekenen van Hans Freudenthal en zijn volgers valt. ‘Leren denken’ is trouwens al enkele eeuwen een idealistisch doel van didactici van het wiskundeonderwijs.
  • Er ontbreekt iets wezenlijks in de huidige verhalen over de vaardigheden van de 21e eeuw. De inhoud bij al dat probleemoplossen: zonder vakkennis geen probleemoplossen dat ook maar iets voorstelt. Een ‘vaardigheid in generiek probleemoplossen’ is vooral een contradictio in terminis. Maar dan valt het ook op dat dezelfde organisaties die rondtoeteren dat het in het onderwijs en in de samenleving van de 21e eeuw gaat om probleemoplossen, ook de indruk wekken dat in het onderwijs die nadruk op kennis wel iets minder mag, omdat kennis tegenwoordig een muisklik, hooguit twee muisklikken ver zou zijn. Twee punten om deze onzin te weerleggen: (1) nieuwe kennis bouwt noodzakelijk voort op oude kennis, (2) wie niets weet, zal nonsens vinden.
  • Vakkennis (expertise) is nog steeds van belang in iedere ambachtelijke en professionele beroepspraktijk. Probleemoplossen is in dergelijke beroepen voortdurend aan de orde, als onlosmakelijk onderdeel van het uitoefenen van het vak. Nadrukkelijk onlosmakelijk, want veel professionals hebben terecht het idee dat zij goede probleemoplossers zijn, maar ten onrechte het idee dat zij dat ook buiten het eigen vak zijn. Ziehier een mogelijke bron van de romantische misvatting dat we allemaal generieke probleemoplossers zouden kunnen zijn, als het onderwijs er maar meer aandacht voor zou hebben, meer aandacht die dan best ten koste mag gaan van verzamelen van kennis die toch snel veroudert.

___________________________________________________________

Programmeren

Kennisnet: ‘Computing-onderwijs in de praktijk

Programmeren maakt van Nederlandse leerlingen krachtige, zelfstandige denkers waar het bedrijfsleven zo’n behoefte aan heeft.”  Ronilla Snellen, CodePact-programmamanager. Met CodePact willen bedrijven het onderwijs handreikingen bieden in het aanbieden van programmeerlessen.

‘Programmeren is de sleutel tot 21e-eeuwse vaardigheden’ is de boodschap van Britse Onderwijskundigen en computing-ambassadeurs.“, Kennisnet

We geven wel Latijn en Grieks op scholen, maar de taal waar je tegenwoordig computers mee bedient – leren programmeren – is bijvoorbeeld geen vak op school.”   Sander Dekker, Staatssecretaris van Onderwijs

 

Jos Tolboom (Curriculumontwerper wiskunde bij SLO,het nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling)

[Programmeren kun je echt heel jong al leren]

  • De plek die informatica nu krijgt in het onderwijs is veel te beperkt.
  • Voor mij staat vast dat de sleutel tot succes moet worden gezocht op de basisschool. Kinderen moeten de structuren van een probleem leren doorzien en begrijpen dat je een computer gebruikt om zelf een oplossing te máken.
  • Het vak programmeren kan daarin nuttig zijn. Als een kind zich afvraagt hoeveel zandkorrels de woestijn bevat, kan hij met een zelf geprogrammeerd rekenmodel de aannamen toetsen. Het leert je te denken als ingenieur.

 

Neelie Kroes (EU Commissaris, verantwoordelijk voor de digitale agenda van de Europese Commissie)

  • Ik wil dat programmeren een vak wordt op de basisschool. Ik vind het essentieel dat kinderen al op jonge leeftijd leren programmeren. Het is het lezen en schrijven van de toekomst.
  • Zonder codering in je toolkit begin je gemankeerd aan je levensreis.

 

Ronilla Snellen (Directeur Stichting CodeUur), Ernst-Jan Stigter (Directeur Microsoft Nederland)

[Onze kinderen worden opgeleid voor een wereld die niet meer bestaat]

  • Op veel scholen krijgen kinderen nog steeds op dezelfde manier les als hun ouders en grootouders dat kregen, en worden ze opgeleid voor een wereld die niet meer bestaat.
  • Elk bedrijf is straks een softwarebedrijf. Een loodgieter zal bijvoorbeeld moeten weten hoe hij of zij een douche moet aansluiten op het internet.
  • Beter is het daarom, dat leerkrachten én ouders de ontwikkelingen niet afwachten en het heft in eigen handen nemen. Want alleen door onze kinderen vandaag al voor te bereiden op de wereld van morgen, kunnen we ze vaardigheden meegeven die ze nodig hebben voor een kansrijke toekomst.

Kritiek

Er is een stevige lobby gaande van bedrijven die digitale vaardigheden en met name programmeren in het (basis)onderwijs willen verplichten. Dit gaat om een eenzijdige roep vanuit het bedrijfsleven. Geeft de politiek gehoor aan deze lobby, dan betekent dit dat het bedrijfsleven het curriculum van het onderwijs bepaalt en dat is onwenselijk.”   PO-raad

De vaardigheden waar computational thinking uit bestaat, zijn al heel erg oud. Kleuters leren bijvoorbeeld bouwen met blokken om een probleem in deelstappen op te delen, ze testen of een bouwwerk blijft staan door dat uit te proberen. Het een misvatting dat je die vaardigheden alleen kunt leren met een computer.“   Alfons ten Brummelhuis, expert op het gebied van onderzoek bij Kennisnet

 

Paul Kirschner (Hoogleraar Onderwijspsychologie aan de Open Universiteit)

  • Willen we dat ieder kind programmeur wordt? Dingen veranderen zo snel dat 3D-programmeren of in elke andere taal straks een vaardigheid is zoals de beitel zich verhoudt tot de draaibank. Er komt altijd een moment dat zoiets weer ingehaald is.
  • Wil je de logica terug in het onderwijs, dan moet je dat onderbrengen bij al bestaande vakken. Niet door tijd van lessen af te snoepen, maar door in ieder ander onderwerp wiskunde, cijfers en logica te benadrukken. Leer ze bijvoorbeeld hoe je een werkstuk logisch opbouwt. Dat kunnen mijn volwassen studenten nu vaak niet eens. Logisch denken leer je door het te verweven in de bestaande leerlijn. Niet door er een nieuw vak voor uit te vinden.

 

David Buckingham (Onderwijsprofessor aan het Institute of Education van de London University)

  • Er is geen overtuigend bewijs dat leren programmeren kinderen helpt om meer algemene probleemoplossende vaardigheden te ontwikkelen.

 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie