Uitstekend stuk van Lies Wesseling in Waterstof, de krant van de Waterlandstichting:
www.waterlandstichting.nl/index.php?pid=311
Gerard.
Uitstekend stuk van Lies Wesseling in Waterstof, de krant van de Waterlandstichting:
www.waterlandstichting.nl/index.php?pid=311
Gerard.
Reacties zijn gesloten.
Copyright & kopiëren; 2026|WordPress thema door MH Themes
Uitstekend
is alleen het tweede deel waar ze het heeft over schaalverkleining.
In het eerste deel maakt ze de terechte constatering dat Het Nieuwe Leren helemaal niet nieuw is (dat ze het verbind aan Montessori, daar zal de Montessori beweging niet blij mee zijn). Het kennisvijandige zogenaamde Nieuwe Leren is (onder steeds verschillende namen) al een eeuw lang de dominante stroom onder onderwijsonderzoekers en onderwijsbonzen (vooral in Amerika). Wesseling schrijft dat het klassikale onderwijs een aantal problemen kent (klopt), en insinueert dat Het Nieuwe Leren daarvoor oplossingen bied (klopt niet). Ze gaat verder niet in op welke problemen het klassikale onderwijs dan heeft en hoe goed onderzoek aantoont dat Het Nieuwe Leren daar oplossingen voor bied. Specifiekere kritiek dan het bovenstaande op haar stukje is dan jammer genoeg ook niet mogelijk.
Klassikaal vs. Loopstal-didactiek.
Ik had me voorgenomen om niet te reageren, want om er nu altijd zo bovenop te zitten. Maar toch, een ding wekt mijn wrevel op: zouden alle ideologen er ook rekenng mee willen houden dat de docent in nederland heel veel leerlingen te verstouwen krijgt, en dat klassikaal onderwijs eigenlijk de enige manier is om dat (wil je ze niet aan hun lot over laten) gedaan te krijgen? Ik heb 1 stel ogen en oren, en ik kan echt niet alle uitgebreide dossiers van al die kinderen bij te houden. Ik wil ze bijelkaar hebben, in de klas. Dat is de meest praktische manier om de grote getallen ook nog te voorzien van een gezicht: als ik ze bij elkaar heb, in een groep, tegenover me, dan zie ik tenminste een paar ogen en hoor ik een stem. Het beheersbaar houden van grote groepen kinderen is moeilijk, zo niet onmogelijk, als je de loopstal-didactiek invoert.
Kortom: ik zou het aardig vinden als ook deze praktische (de man en vrouw in het veld!) reden genoemd wordt in de discussie. Dit telt.
Daar loopt ’t nu juist op spaak
Wanneer je de werkvormen uit de onderwijsvernieuwingen wilt gebruiken, betekent dat – wanneer je het goed wilt doen – veel docenten op kleine groepjes leerlingen. Intensieve begeleiding.
Bij een tekort aan docenten en te weinig financiële middelen wordt deze vernieuwing echter een bezuiniging. Geen wonder dat leerlingen/studenten het idee hebben ‘aan hun lot over te worden gelaten’. Dan kun je wel een heel blik onderwijsassistenten opentrekken, maar daar schiet je niets mee op.
Kortom: geen geld = collegezalen bouwen.
(lekker kort door de bocht 😉 )
raar
Raar; ik dacht dat volgens BON het klassikale onderwijs om onderwijsinhoudelijke redenen in hoog aanzien stond; volgens simon en geschiedenisleraar is het vooral een praktische manier is om zoveel mogelijk leerlingen les te kunnen geven…?!
Niet raar
We hadden hier pas geleden iemand die de BONners opriep om de ideale school te schetsen: houd vooral geen rekening met randvoorwaarden!
Die randvoorwaarden zijn nu juist essentieel. Het is dus niet raar dat simon en geschiedenisleraar met praktische punten aankomen.
Helemaal niet raar
Klassikaal onderwijs heeft vele voordelen. Eén ervan is dat het een efficiente manier is om onderwijs te geven. Dat betekent dat je met hetzelfde geld nauwelijks een manier zult vinden die beter is dan klassikaal onderwijs.
Dat is ook exact de reden waarom klassikaal onderwijs een dikke 100 jaar geleden werkelijk van de grond kwam: er was behoefte aan efficiente scholing, dus ging het meester gezel systeem gedeeltelijk op de helling.
Wat is er mis met een praktische manier om zo veel mogelijk leerlingen les te kunnen geven? Is er iets mis met een practische manier om zo veel mogelijk zieken te genezen, om zoveel mogelijk vliegtuigen te bouwen, om zoveel mogelijk wilgen te knotten, zoveel mogelijk monden te voeden.
Of ben je eerder een voorstander van een onpractische manier om les te geven. Ik mag zeggen: die hebben we hier oip de site regelmatig en uitgebreid gesproken. Je gaat leerlingen namelijk individueel begeleiden, maar omdat dat nogal duur en onpractisch is, stel je geen leraren aan die iets kunnen, maar huur je kinderoppassers in.
Dat levert weer voldoende geld op om te bestedsn aan zaken als trainingen en bobo’s die het onderwijs verder helemaal niet ten goede komen. Buitengewoon onpractisch allemaal. Enig voordeel: niemant leert meer iets, dus kun je bij den Haag aankloppen voor meer geld om… juist… het onderwijs te verbeteren.
toch wel raar
Welgemeende tip: laat het efficiency-argument lekker voor managers. Het maakt jouw cq BON’s pleidooi voor klassikaal onderwijs niet sterker. Het gaat toch gewoon om het beste onderwijs?? En dat mag toch wel wat kosten? NL bungelt ergens onderaan qua % BNP dat aan onderwijs wordt besteed, en dan blijft er ook nog eens een hoop steken in spaarpotten en bij bestuurders. Als het om onderwijs gaat boeit efficiency nu eenmaal niet zo erg; is in ieder geval geen prioriteit
Als ik Wesselings verhaal even kort door de bocht samenvat zegt zij: er zijn verschillende manieren van onderwijs geven en dat is goed; het is dus onzin om te zeggen dat klassikaal sowieso, voor elke doelgroep/ leeftijd/ vakrichting beter is. Het is ook onzin om De Leraar of De Leerling centraal te willen stellen. het enige dat je wel kunt zeggen is dat voor alle onderwijssectoren, ongeacht de vorm, meer kleinschaligheid wenselijk is: niet teveel leerlingen/studenten per docent. En daar schort het aan, en dat kost geld.
En daar ben ik het hardgrondig mee eens.
Uit de grond van mijn hart
..zou dat hartgrondig moeten wezen.
Het beste onderwijs
Als je puur stuurt op het beste onderwijs, en artsen alleen sturen op de allerbeste zorg, en politieagenten en militairen ook nog eens op de hoogst denkbare veiligheid, en we daarnaast ook nog eens streven naar een infrastructuur met een volslagen hindernisloze doorstroming, dan zitten we binnen de kortste keren met de hoogste belastingen en daardoor de grootst mogelijke problemen. Dat kun je dan een zaak van de bestuurders vinden en zeggen dat die dat dan maar moeten oplossen, maar dat lijkt me het slechtst denkbare verwachtingspatroon.
Het gaat niet om de beste producten, diensten en voorzieningen; het gaat om de beste afweging tussen wat je allemaal wilt en wat er kán, op zowel korte als langere termijn.
Het weer realiseren van goed klassikaal onderwijs zal al flink wat extra kosten. Maar maatwerkonderwijs dat daar nog bovenuitgaat, in welke vorm dan ook, lijkt me alleen weggelegd voor mensen die daar het extra geld voor (over) hebben. Zelf ben ik overigens niet beschikbaar voor het geven van niet-klassikaal onderwijs. Gewoon omdat ik alleen het geven van klassikaal onderwijs erg leuk onderwijswerk vind en anders alternatieven buiten het onderwijs dan weer aantrekkelijker zouden worden. Zou best eens kunnen dat dat voor wel meer bevlogen docenten geldt. Zou best eens kunnen dat daar wat te weinig rekening mee wordt gehouden door de diverse deskundigen die denken het beter te weten. “Het beste” neigt naar blind idealisme en welke schade dat kan aanrichten, dat weten we inmiddels.
“Als je puur stuurt op het
“Als je puur stuurt op het beste onderwijs, en artsen alleen sturen op de allerbeste zorg, en politieagenten en militairen ook nog eens op de hoogst denkbare veiligheid, en we daarnaast ook nog eens streven naar een infrastructuur met een volslagen hindernisloze doorstroming, dan zitten we binnen de kortste keren met de hoogste belastingen en daardoor de grootst mogelijke problemen.”
Em70, ik vind dit een beetje trieste constatering. Ik ben het met je eens dat we van de bestuurders in dat opzicht niet teveel verandering mogen verwachten, maar het lijkt of jij er al vanuit gaat dat we een comprimis moeten sluiten, dat het beste niet haalbaar is. Ik ben het daar niet mee eens. Als je eens ziet hoeveel geld er in Den Haag aan nutteloze projecten wordt besteed en hoeveel de rente van de schuld van de staat is, dan denk ik: er is veel meer mogelijk dan we nu zien. We hebben een fantastische dynamische economie, waar we de vruchten van moeten plukken. Onderwijs kost geld, zeker, maar dat geld is er ook. Het is een kwestie van de juiste prioriteiten stellen. Ik vind wel dat je de overheid daarop moeten blijven wijzen en niet mag berusten in: het beste is niet haalbaar.
Het beste
AdmiraalDeRuyter, ik denk dat we het gewoon eens zijn. Ik wil zelf natuurlijk geen compromis sluiten in de zin van “de bevolking heeft er nu eenmaal niet meer voor over, dus dan maar onderwijs dat onder de maat is”, integendeel: ik vind met jou juist dat de overheid het voortouw moet nemen om de zaak te verbeteren en niet in de desinvesteringen mag berusten. Sterker nog: ik ben ook lid van een partij die dat heel duidelijk voorstaat, ben bereid om wat meer belasting te betalen en ben ook bereid om op termijn een wat minder sterke economische groei te accepteren, want dat kan daar, op kortere en/of langere termijn, de prijs van zijn. Ik geloof dat boven een inkomen van 17.000 euro per jaar de positieve correlatie tussen inkomen en geluk niet zo sterk meer is, maar de boeken hierover van Layard en Marar (Happiness, resp. The Happiness Paradox) , moet ik nog gaan uitpluizen: zomervakantie…
Maar ik vind inderdaad, en dat lijkt me verder niets bijzonders, dat “het beste” niet haalbaar is, op geen enkel gebied, en zeker niet op alle gebieden tegelijkertijd, omdat dat gewoon te duur is. We kunnen ook betere waterkeringen maken, waarbij de kans op een overstroming niet, ik noem maar wat, eens in de 1250 jaar is, maar eens in de 10.000 jaar, maar het wordt gewoon te duur. Daar vind ik verder niets triests aan. Eigenlijk maken dit soort beperkingen het leven juist interessant. Hoe leeg zou het bestaan worden met oneindige hoeveelheiden tijd en geld?
Woorden en het gewicht van woorden.
Ploek, je leest mijn bijdrage en trekt vervolgens de conclusie dat ik alle andere voordelen van het klassikale leren uitsluit. Slim gedaan, maar toch ook een tikkie vals.
Verder: ik vind dit geen goed artikel. Ze ‘kleurt’ teveel met haar taal. Neem het volgende: [De leraar en zijn vak moeten weer centraal komen te staan, zo kan men lezen in het Manifest van de BON. Deze stellingname is even myopisch als de ideologie van het leerlinggerichte leren die ons tijdens de afgelopen decennia parten heeft gespeeld. Het onderwijs is geen amateurtoneelstuk dat permanent aanleiding geeft tot ruzies over de bezetting van de hoofdrol. Gedegen onderwijs stelt geen personages, maar vakinhouden en de daarmee samenhangende problemen en vraagstukken centraal. Docenten en leerlingen/studenten moeten de kans krijgen om leergemeenschappen te vormen die een gezamenlijke gerichtheid op een specifiek reservoir aan kennis en kunde cultiveren. [? Wat staat hier?] Kleinschaligheid is hiertoe een absolute voorwaarde. Docenten vervullen een voorbeeldfunctie in de manier waarop zij de desbetreffende problemen en vraagstukken behandelen. Zij moeten echter niet als prima donna’s van a tot z het toneel bezetten, maar ook hun pupillen de tijd en context bieden om zelf actief met de stof aan het werk te gaan, terwijl zij deze werkzaamheden faciliteren.[?Doen docenten dit dan niet- de hele dag door?]]
Wie het anders doet is een prima-donna of iemand die, als bij het amateur-toneel, de hoofdrol voor zich opeist. Veel keus laat de auteur ons niet, is het wel?-Is het vreemd dat ik de indruk krijg dat deze auteur niet kan verbloemen dat docenten tegendraads zijn en, wellicht, eigengereid?
De belangrijkste zin in dit stuk is eenvoudigweg niet te begrijpen. Die mag je me per kerende e-post uitleggen als je dit zo’n goed stuk vindt.
Ik ben niet zo enthousiast.
eens
met Gerard. Uitstekend, intelligent en genuanceerd stuk. Allemaal lezen!!!
Dat prima donna gedrag
tref ik hier wel eens aan, helaas. Van de oneigenlijke tegenstellingen waar Wessling terecht de zere vinger op legt, ben ik ook niet zo gecharmeerd. Ik vond niet alles uitstekend, maar wel veel.
Schijn
Ik ben bang dat dit stuk de schijn oproept van onpartijdigheid door ‘over de tegenstellingen’ heen te stappen. Maar het is schijn: want ook zij wil weer haar eigen onderwijs-filosofie over het voetlicht brengen. Daar moeten de docenten enthousiast voor zijn- wie het niet is, is dan een prima-donna? (En wat is het verschil tussen een zelfbewuste docent en een prima-donna? Waarom zou een docent niet met hand en tand zijn manier van werken verdedigen?).
Ik weet niet zo goed wat zij bedoelt met leergemeenschappen: ik zie niet in waarom dit een neutrale ‘filosofie’ is die de eerder genoemde ’tegenstellingen’ overstijgt.
Verder is het de vraag of de tegenstelling, zoals Mark 79 ook al opmerkt, er door haar niet wat al te dik bovenop gelegd wordt. We hebben twee maanden terug al kunnen zien dat de verschillen verwaterd zijn. Eigenlijk weet niemand wat de kenmerkende verschillen tussen het oude en het nieuwe leren zijn. Docent centraal-vs-leerling centraal, of: klassikaal-vs-nietklassikaal, werden beide niet kenmerkend gevonden!
Feitelijk zou je, als je een dergelijk stuk schrijft en je wilt echt neutraal zijn, ons een groot plezier doen door de beide posities -als je vaststelt dat dergelijke tegenstellingen bestaan- eerst duidelijk te definieren. Dan weten we waar we het over hebben. Zo hoort het eigenlijk.
De tegenstellingen die zij bespreekt zijn achterhaald. Bij mij persoonlijk leven ze echter wel. Ik ben een uitgesproken voorstander van klassikale lessen.
Prima donna en klassikaal
heeft mijns inziens de connotatie: jezelf belangrijker vinden dan anderen op grond van je talent, solistisch te werk gaan, wars zijn van samenwerking, niet open staan voor kritiek. Ik geloof niet in één werkvorm. Net zoals je alle ingangen moet proberen te benutten (auditief, visueel etcetera) in verband met het verschil in leerstijl tussen leerlingen, is het ook vruchtbaarder om werkvormen af te wisselen. Elke keer iets anders, vind ik persoonlijk geen goed beleid, maar wel regelmatig. Leerlingen weten dan dat je hun aandacht en inzet af en toe beloont met een speelse werkvorm waarin meer overlegd wordt of meer beroep wordt gedaan op zelf creatieve toepassingen zoeken.
Mooi van deze discussies is dat ik me dankzij dit forum steeds beter realiseer dat ik een ecclectica ben: er leiden meer wegen naar Rome en het leven wordt een stuk interessanter als je niet altijd langs de zelfde weg naar school loopt.
Maar Fritzi, is het misverstand niet dat:
een klassikale les geen werkvorm is? Je kunt klassikaal lesgeven en verschillende werkvormen toepassen. Dit verschil is wel essentieel.
Ik ben voor klassikaal lesgeven, maar tegen het eenzijdig gebruik van lesvormen.
Nee dat is niet het misverstand
Als je verschillende lesvormen gebruikt, verandert de rol van de docent ook. Leerlingen in groepjes neerzetten, maar de docent handhaven in de rol van bijvoorbeeld iemand die uitleg geeft bij opdrachten in het boek en de leerlingen vervolgens de opdrachten laat maken, vind ik niet wezenlijk anders dan leerlingen in rijen zetten. Als je leerlingen in groepjes laat werken, heb je als docent een andere rol. Dus is er sprake van een andere werkvorm.
Ja, wie is er tegen schaalverkleining?
Daar zal tegenwoordig iedereen wel lippendienst aan bewijzen. Maar behalve deze gratuite uitspraak lees ik vooral veel theoretisch gepraat waar je nog alle kanten mee uit kunt. Ik geloof meer in stukken die uit de praktijk worden geschreven, of stukken die door de praktijk worden geïnspireerd.
Geen stukken over leergemeenschappen, nee stukken over pubers die regelmatig geen zin hebben om hun plichtjes te vervullen, over studenten die nogal veel dingen naast hun studie doen, over Leo’s ’tweetalige’ leerlingen en WSNS’ers.
Aan ideale leerlingen kan iedereen lesgeven. Maar hoe pakken we de problemen aan?
ideale leerlingen
De uitgangspunten van BON komen eerlijk gezegd juist op mij wel over alsof van ” ideale” leerlingen wordt uitgegaan; leerlingen die prima kunnen meekomen in een klas waar klassikaal lesgegeven wordt en waar veel aan kennisoverdracht & algemene ontwikkeling wordt gedaan.
Punt van Wesseling is m.i. dat je basisschoolleerlingen, vmbo-ers, studenten, deelnemers (zo heten ze in het BVE toch?!) niet allemaal volgens de BON -ideale- manier onderwijs kunt en moet geven.
Ik vind het trouwens ook wel grappig dat wanneer de tegenstanders van ” het nieuwe leren” bekritiseerd worden, vaak de oneigenlijke tegenstellingen worden aangehaald, en vaak het verwijt valt dat een karikatuur wordt gemaakt van klassikaal onderwijs. Zo van: “alsof wij en masse terugwillen naar de jaren 50” . Terwijl natuurlijk (zoals Wesseling betoogt) de hele aanval op “het” nieuwe leren juist een grote karikatuur en hutspot maakt en geen naunce meer laat.
Kleinschaligheid, ja het klinkt makkelijk maar waarom is het dan niet makkelijk??
Kleinschaligheid kost geld
En docenten ook.
Ook wanneer je CGL/HNL/PGO/etc GOED wilt doen, zul je in de buidel moeten tasten voor in voldoende mate voorhanden zijnd goed gekwalificeerd personeel.
Toen wij begonnen met het OLC (studiehuis) hing daar een rooster met op welke momenten welke vakdocenten aanwezig zouden zijn. Zij hielpen de leerling met de opdrachten, door en met hun vakkennis. Naast computer, bibliotheek etc waren de docenten een kennis’bron’ om aan te boren.
Nu is er nog één schaal 6 of 8 OLC-medewerker. Die op afstand de pc’s uitschakelt waarop gechat wordt of porno wordt gekeken. En af en toe een cd-rom uitleent of opdracht inneemt.
Hoe moeten onze (v)mbo-ers/havisten/vwo-ers daar nou nog inspiratie uit putten?
Karikatuur
Moet je de voorstanders van Het Nieuwe Leren eens horen. Toen ik die mensen voor het eerst hoorde over Het Nieuwe Leren dacht ik dat ze een karikatuur schetsten, dat ze ‘samenwerkend leren’ en ‘zelfontdekkend leren’ enzo belachelijk probeerden te maken door het in onzinnige extremen door te trekken.
Helaas, ze meenden wat ze zeiden.
persoonlijke ervaring
Ik zou willen dat we hier een karikatuur zouden maken van HNL. De opmerkingen die ik hierover in dit forum maak zijn gebaseerd op persoonlijke ervaringen op een dergelijke opleiding. Ik heb het proces meegemaakt van het begin stadium tot de uitvoeringspraktijk. Jaren achter elkaar.
Ik gezien wat er op basisscholen mee wordt gedaan. Ik ken de gesprekken in de management teams en de schrijvers van de rapporten die worden geacht een beeld te geven van de resultaten van de veranderingen naar HNL. Ik ken het tegen elkaar opbieden van nog vernieuwender en nog conceptueler, zonder enige rekenschap te geven aan de gevolgen daarvan. Zelfs als ze daarvoor worden gewaarschuwd en zelfs als ze toegeven dat die gevolgen zeer wel mogelijk zijn.
Dan nog wordt gekozen voor de vlucht naar voren.
Kleinschaligheid is op dit moment van geen kanten echt mogelijk. Er zijn simpelweg de docenten niet voor. Voer kleinschaligheid (1 docent met max 20 leerlingen) in en op hetzelfde moment verdwijnt elke vorm van vakkennis van de aangestelde docenten. Dat proces is al aan de gang door enerzijds samenvoegen van vakken (de leraar biologie geeft nu science en dus ook de natuurkunde die daar al dan niet in voorkomt) en anderwijds door het idiote uitgangspunt dat kennis overdracht slecht zou zijn: kinderen zouden meer leren van hun “peers”, dan van een vakkundige leraar.
Een vergelijk:
Ik heb het genoegen gehad een aantal colleges over computer architectuur bij Prof Blauw te volgen. Op dat moment (15 jaar geleden) was de algemene gedachte dat we zo vreselijk veel geheugen en cpu kracht hadden dat efficient programmeren niet meer belangrijk was. Hij sprak dat beargumenteerd tegen en de man heeft vreselijk gelijk gehad. Efficient lesgeven is vreselijk belangrijk. Maar efficient is altijd in relatie tot de beperkende randvoorwaarden.
Ploek, je hebt gelijk.
Als mijn baas morgen tegen me zegt, je krijgt volgend jaar maar acht leerlingen onder je hoede, maar dan moet je mij beloven dat deze acht van jou zoveel aandacht krijgen, en dat je zo oplettend met ze omgaat, dat ze werkelijk elk op hun eigen manier en met volle overtuiging aan het leren slaan, dan hoef ik daar niet lang over na te denken. Dat zal ik onmiddelijk doen. (Lijkt me heerlijk!: ik neem ze mee naar musea, ik laat ze zelf allerlei dingen uitvogelen, met de een maak ik een stoommachine, we gaan naar Amsterdam, ik trakteer ze, ik laat ze elkaar helpen en omdat ze zien hoeveel het oplevert, vinden ze het helemaal geen bezwaar om samen te blokken, in een onderlinge sportieve competitie willen ze niet voor elkaar onder doen, en ik weet zeker dat deze acht kinderen, onder mijn hoede, een hecht team vormen, en wellicht elkaars vrienden voor het leven zullen worden. En ik ben de gelukkigste leraar van Nederland. Wie klaagt er, onder zulke zonnige omstandigheden, nog over zijn loon?)
Maar mijn baas stuurt 25 a 30 leerlingen naar mij toe, en die vertrekken om de drie kwartier en worden dan weer vervangen door 25 a 30 nieuwe leerlingen. Dat moet ook wel, want die leerlingen moeten ook nog andere dingen leren, dus ze moeten af en toe naar een andere docent.
Als ik deze leerlingen dan ook nog eens in de loopstal zelf zou moeten nareizen, en hen alleen maar leer kennen middels een dossier, dan zou het contact al snel helemaal verwateren.
Met andere woorden: kleinschalig en grootschalig heeft in Nederland niets te maken met idealen, maar alleen met praktische afwegingen. Vandaar dat ik graag zou willen dat onderwijskundigen, als ze een voorstel indienen ter verandering van het onderwijs, ook direct zouden willen voorrekenen hoeveel het kost.
Vergelijk dit eens met het volgende plan: ik heb enorm te doen met alle mishandelde kinderen in achterstandswijken. Oplossing: in ieder huis moet voortaan een sociaal werker en een agent komen inwonen. -Is dit geen goed plan dan? Het is werkelijk zaligmakend, want het is de unieke en beste oplossing voor het probleem. Toch zal niemand het serieus nemen. In het onderwijs daarentegen wordt voortdurend gekeken naar hoe zaligmakend een plan is, en niet naar de uitvoerbaarheid.