Minder lessen, werkdruk toch omhoog: hoe zou dát nou komen?

Geachte heer Plasterk,

Ik las op lerareninactie.nl dat u zich tijdens het debat zou hebben afgevraagd hoe het toch kon dat de werkdruk als hoog/gestegen wordt ervaren, terwijl het aantal lesuren dat docenten geven juist gedaald zou zijn.

Het toeval wil dat ik al een paar jaar een lijstje met ergernissen bijhoud van dingen waar ik in het onderwijs tegenaanloop of ben gelopen. Misschien verklaart dat één en ander; het kan best eens heel goed om dingen gaan die ontstaan zijn door de combinatie van te grote/langdurige bezuinigingen, decentralisatie en onderwijsvernieuwingen, uiteindelijk afkomstig van of gefaciliteerd door uw ministerie.

– meer nutteloze tijd kwijt aan postdoctorale lerarenopleiding

– vaak wisselende roosters
– pauzes die je niet kunt nemen door surveillance of locatiewissel
– locatiewissel zonder wisseltijd
– te weinig eigen bergruimte
– geen eigen lokaal
– daardoor ook: meer verdwijnende hulpmiddelen uit lokalen
– daardoor ook: lokalen met verschillende tafelopstellingen

– kinderachtige, versuikerde schoolboeken
– stompzinnige cursussen
– stompzinnige onderwijsvernieuwingen
– verlengde lestijd (langere lesuren)
– nutteloze vergaderingen
– intimidatie door de schoolleiding

– geen onverwachte SO’s mogen geven
– SO’s niet meer mogen laten meewegen in rapportcijfer
– toetsweken met alle nadelen vandien

– schoolleiding die aan de kant van de ouders gaat staan
– onhandelbare leerlingen die niet van school verwijderd worden
– een schoolleiding die wangedrag niet wil bestrijden

– kopieerlimieten
– slechte of tijdens het schooljaar veranderende cijferinvoerprogramma’s
– netwerk dat te vroeg afsluit
– slecht of niet-werkende video-/schoolbord-apparatuur
– leerlingen die beeldopnames maken met mobiele telefoons

– achterblijvend salaris, waardoor je minder comfortabel kunt leven en in je vakantie minder goed van dit alles kunt herstellen

Natuurlijk zitten er ook verscholen verbeteringen tussen (gebruik kunnen maken van dvd-, beamer- en computerapparatuur, Internet), dingen die er vroeger niet waren en best handig zijn. Maar je wordt daar ook meer van afhankelijk als je het wilt/moet gaan gebruiken, en als het dan niet werkt, genereert dat dus meer stress. Ik ken overigens geen verschil tussen stress en stressbeleving; ook bijvoorbeeld niet tussen honger en hongerbeleving.

Dus minder lesuren en meer stress: dat kan heel goed samengaan. Wij liegen daar ook niet over; wij merken dat allemaal zelf en zien dit om ons heen. Dat hoge percentage deeltijders aan de ene kant, en hoge percentage burnouts in het onderwijs aan de andere kant, zal ook wel niet uit de lucht komen vallen.

U kunt vast gaan bedenken wat uw volgende uitvlucht gaat worden. En vooral niet piekeren over die grootschaligheid en die schoolbesturen en uw machteloze positie daarin; dáár verandering in brengen, daar kunt u alleen uw vingers maar aan branden. Gewoon rustig wachten hoe het docententekort verder oploopt en de onderwijskwaliteit verder daalt. U heeft geen knop om de werkdruk omlaag te brengen? Gelukkig hebben wij elke vier jaar een knop om falende politieke partijen af te straffen.

5 Reacties

  1. En er is meer
    Een collega van me die al 35 jaar in het onderwijs werkt geeft aan dat ook de administratieve rompslomp enorm is gestegen: PTA’s die telkens gewijzigd moeten, profielwerkstukken met beoordelingsmodellen, praktische opdrachten met beoordelingsmodellen, ingewikkelder herkansen van schoolexamens omdat die tegenwoordig ook al in klas 4 en 5 worden gemaakt en vervolgens in klas 6 herkanst…ikzelf weet niet beter maar hij zou ongetwijfeld nog uren kunnen doorgaan.

    • En er is nog meer
      – invaluren, studiezaaluren, Z-uren, KWT-uren, kortom ophokuren om op papier aan een 1040-norm te voldoen
      – mentoraten die, zo vermoed ik, tegenwoordig om legio redenen veel meer werk opleveren dan vroeger
      – projectonderwijs, themagroepen, waar je je niet aan kunt onttrekken omdat het taakbeleid vereist dat je in minstens 1 commissie plaatsneemt
      – steeds weer moeten inwerken en begeleiden van nieuwe, onbevoegde collega’s, die van toeten noch blazen weten en het al gauw weer voor gezien houden.
      – daardoor vervolgens: het jaar daarop in de klassen moeten puinruimen
      – steeds weer gevraagd worden er toch maar halverwege het jaar ineens een klasje bij te nemen, omdat er weer een sectiegenoot overspannen is geraakt. Op mijn school zijn secties waar werkelijk elk schooljaar op deze manier een domino-effect plaatsvindt.

      Wellicht kunnen we een mooi overzichtje maken van dit alles voor Plasterk (die dit natuurlijk allemaal best weet)

      • En wat is het toch
        En wat is het toch merkwaardig dat leraren er steeds meer taken bijkrijgen, terwijl er ook meer ‘managers’ zijn dan vroeger. Wat zij doen, weet geen mens. Wat ze in ieder geval níet doen, is bijvoorbeeld de absenten controleren en sanctioneren. Dat moeten tegenwoordig de mentoren doen. De mentoren bij ons op school vertikken dat, want zij hebben domweg het overzicht niet en ook geen tijd om een lik-op-stuk-beleid te voeren. Ze staan immers voor de klas en zijn niet in de gelegenheid om gelijk de absenten te checken en hebben vervolgens ook geen faciliteiten om er direct achteraan te bellen.
        Maar ja, de managers hebben beslist dat dit de taak is van de mentor en zij doen het dus evenmin. Gevolg: leerlingen spijbelen erop los zonder daar enig gevolg van te ondervinden. De managers buigen zich vast af en toe, tijdens hun ‘dagje op de hei’ over hoe ze het spijbelen tegen kunnen gaan…

        • Absenten
          Ongelooflijk! Nee, dat is bij ons godzijdank nog geen taak van de mentoren.

          Ik heb de indruk dat er op managersniveau vooral heel veel overbodig werk gecreeerd wordt.

          Er komt een actie voor het goede doel, en de afdelingsleider bedenkt en regelt een activiteit voor alle derde klassen. Dat kost hem een hoop werk, en mij als mentor ook, want ik zit met een groep leerlingen die helemaal geen zin heeft in die activiteit en vraagt: “mogen we niet zelf iets verzinnen om geld op te halen?”. Dat doen ze enthousiast, maar intussen moeten ze ook naar die centrale activiteit, en word ik als mentor geacht daar aanwezig te zijn om de leerlingen in toom te houden, want die zijn recalcitrant omdat ze verplicht worden tot iets waar ze geen zin in hebben.

          Het personeel moet (van de inspectie?) geschoold worden. De afdelingsleiders regelen een workshop, die twee hele middagen duurt, volstrekt nutteloos is, en zowel henzelf veel tijd kost als de verplicht aanwezige leraren die weer twee middagen mogelijke lesvoorbereidings- en nakijktijd in rook zien opgaan. De workshop wordt geevalueerd middels enquetes, die de afdelingsleiders moeten doornemen en bespreken, wat ook weer een hoop tijd kost.

          Slechts twee voorbeelden, die ongetwijfeld ad infinitum kunnen worden aangevuld.

      • De docenten doen het zelf….!
        Een beetje docent roept in de lerarenkamer of op een of andere vergadering dat het echt zo niet kan, en leeft er ook naar. Maar in de dagelijkse praktijk holt de docent van de ene naar de andere activiteit.
        Sterker nog, ik zie om me heen dat de meeste docenten er zelf om vragen door initiatieven te nemen in die richting. Vooral de vrouwelijke docenten.

Reacties zijn gesloten.