Auteur: Francisca Wagenmakers –
Geachte heer Weima,
Goed dat u maandag 17 augustus 2026 op de radio bent! Het basisonderwijs kampt met problemen. Veel docenten verlaten het vak omdat ze het werk zwaar vinden (forse niveauverschillen in te grote klas, lastige of juist niet-betrokken ouders, weinig steun van schoolleiding…) en menen dat ze weinig zeggenschap en veel administratielast hebben. De leerprestaties van de kinderen vallen vaak tegen (PISA-scores: een derde deel van vijftienjarigen is functioneel analfabeet), niet in het minst omdat veel docenten weinig effectieve werkvormen hanteren, niet orde-handhavend durven op te treden of te weinig op de pabo hebben geleerd. Intussen geven we miljarden uit om de problemen op te lossen, maar effect blijft veelal uit. En natuurlijk gaat het regelmatig gelukkig ook goed. Maar gezien de problemen heb ik een uiteenlopend gezelschap gevraagd naar de vragen die ze u als voorzitter van de PO-Raad zouden willen stellen: mensen van BON, AOB en uit de politiek, hoogleraar Nederlands Anneke Neijt en oud-Kohnstammonderzoeker Iris Breetvelt. Hieronder staan de vragen (samengevat):
-1 Wb. zeggenschap docenten: Eerder onderzoek wees uit dat de Onderwijsinspectie bij weinig scholen controleert of het ‘professioneel statuut’ (dat zeggenschap en professionele autonomie van docenten moet garanderen) wordt gehandhaafd. Wat doet u om scholen te dwingen dit te doen?
-2 Wb. niveauverschillen, ondersteuningsbehoefte en gedragsproblemen van leerlingen: Waar mogen scholen grenzen stellen wanneer blijkt dat kinderen leerproblemen hebben en/of moeilijk hanteerbaar zijn in de klas? Wat is nodig om meer passend en speciaal onderwijs te kunnen bieden? Is een volgende stap richting inclusief onderwijs haalbaar in de huidige situatie op scholen? Of zelfs: Wat gaat u doen om inclusief onderwijs tegen te houden om te voorkomen dat nog meer leerlingen ‘passend’ onderwijs moeten krijgen (waardoor nog meer verschillende aandachtsbehoeften in de klas) waardoor nog meer leraren vertrekken?
-3 Wb burgerschapsonderwijs: Hoeveel tijd zou u willen dat in de klas besteed wordt aan burgerschapsonderwijs? In hoeverre mogen volgens u in het kader van levensbeschouwing in de klas uitspraken gedaan worden die strijdig zijn met de wetenschap (bijvoorbeeld schepping versus evolutietheorie) of art. 1 van de grondwet (gelijke rechten burgers ongeacht seksuele geaardheid of geslacht).
-4 Wb vage kerndoelen en daardoor onduidelijke normen voor leerprestaties: In Nederland wordt het leren lezen en schrijven (in po) aangestuurd via een wet, kerndoelen, leerlijnen, eindtermen en referentieniveaus. Een wirwar van afzonderlijke documenten en nutteloze nieuwe termen, zoals aanbodsdoelen, doelzinnen en geheimtaal, zoals 1 F. Soms zijn er tegengestelde definities van belangrijke begrippen. Zo is kerndoel in de wet gedefinieerd als ‘doelstelling’ en in een brochure van SLO als ‘globale beschrijvingen van belangrijke onderwijsinhouden’. (En raar: het po heeft vrijwel dezelfde kerndoelen als het vo.) Heldere kerndoelen zijn echter het anker voor geschikte lesmethoden en valide prestatiebeoordeling van leerlingen. Wat gaat u doen om te zorgen dat er toch heldere leerdoelen komen voor de kernvakken in het basisonderwijs? (Nb In Vlaanderen is de onderwijsvernieuwing ingezet via één alomvattende brochure in begrijpelijke en eenduidige taal, speciaal gericht op het po.)
-5 Algemene vraag: Wat zijn uw (PO-Raad) grootste zorgen voor het komende schooljaar?

Laat een reactie achter
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.