In De Telegraaf meldt de PO-raad dat Dijksma’s voorgenomen bezuiniging op “bestuur en management” zal leiden tot grotere klassen.
Ik moest erg lachen om deze reactie:
“De heren en dames willen niet bezuinigen op hun theekransjes en dreigen dat dit ten koste gaat van de grootte van de klassen. Dijksma kan heel eenvoudig afdwingen dat een klas niet meer dan een bepaald aantal kinderen mag herbergen. Dan maar geen koekje meer bij de eindeloze vergaderingen over de aanschaf van nieuwe puntenslijpers.”
De spijker op de kop. Dat het effect van de bezuinigingsmaatregel afhangt van welke voorwaarden Dijksma eraan stelt zal ze zelf toch ook wel begrijpen, neem ik aan?

Dijksma kan geen kant op
Ik denk dat Dijksma niet kan afdwingen dat er op management/bestuur wordt bezuinigd. Daar zullen formele/wettelijke bezwaren tegen zijn en die moeten dan eerst worden ontmanteld. Daarnaast bestaat er voor zover ik weet geev overzicht avn wat er nu aan management en bestuur wordt uitgegeven, en is er dus geen practische controle denkbaar die afdwingt dat juist daar bezuinigd wordt.
De politiek heeft alles uit handen gegeven en kan nu niet anders dan heel vriendelijk vragen of de raden wellicht een ietsie pietsie willen mewerken.
Zelfs Dijksma zal begrijpen dat de raden met hun hoge poten brief een spelletje spelen. Helaas hebben zij wel de troeven in handen.
Dijksma moet de goede kant op (geduwd worden)
Die troeven houden ze natuurlijk heel stevig in handen. En eerlijk gezegd denk ik dat die PO-besturen, pragmatisch gesproken, nog gelijk hebben ook: besturen, schoolleidingen en managers bezuinigen honderd keer liever op het primaire proces dan dat ze in eigen vlees snijden.
De kritische vraag aan Dijksma moet dan ook luiden of zij kan garanderen dan wel bevorderen dat de op de post ‘bestuur/management’ geboekte bezuiniging werkelijk ten laste komt van die post. En of zij wil verhinderen dat besturen deze afwentelen op het primaire proces.
Ik wil het de staatssecretaris keer op keer horen zeggen, dat zij ‘rekent op de eigen verantwoordelijkheid van de besturen’.
Dan is de kritische vervolgvraag, die Jasper van Dijk vast wel wil inkoppen, welke feitelijke basis de staatssecretaris heeft voor dat naïeve vertrouwen. En of de belastingbetaler er geen recht op heeft te weten hoe zijn bijdrage aan het onderwijs feitelijk wordt besteed.
Het is onmogelijk te constateren waar dat geld aan op gaat
Het is geen kwestie van al dan niet naief vertrouwen. Als dat zo was dan kon je achteraf constateren dat het vertrouwen al dan niet beschaamd werd. Ik denk dat het eenvoudigweg niet te constateren valt waar dat geld aan wordt besteed. Noem een juf bouwcoordinator, of assistent bouwcoordinator, en blijf haar in de boeken als leerkracht opvoeren en je hebt de boekhoudkundige doelstelling gehaald. Lumpsum is lumpsum, toch?
Geef mij maar de feiten
“Lumpsum is lumpsum, toch?”
Mee eens. Daarom kunnen scholen ook de boekhoudtruc uitvoeren die jij beschrijft. Zolang de lumpsum blijft zoals-ie is, is daar geen kruid tegen gewassen. Daarom heb jij gelijk als je schrijft dat Dijksma (op dit moment) geen kant op kan. En daarom schreef ik dat zij (of welke toekomstige bewindslieden dan ook) naar de goede kant geduwd moet worden. Of wil BON zich neerleggen bij een veronderstelde onvermijdelijkheid van de lumpsum zoals deze nu is?
Een BON-strategie zou kunnen c.q. moeten zijn dat feilen en achteruitgang in ons onderwijs aan de oppervlakte worden gebracht. En dan het liefste feilen en achteruitgang waar de brave burgers zich zorgen over maken. Want dat creëert politiek draagvlak voor, al is het ad-hoc, verbeteringen. Zo is ook de nieuwe rekentoets bij het examen er gekomen, of de eerstejaars taal- en rekenexamens op de pabo’s.
Vandaar ook mijn gehamer op het zichtbaar maken van on(der)bevoegdheid. En wat mij betreft ook de gemiddelde of mediane klassengrootte. Zonder dergelijke kengetallen zal het heel lastig worden bewindvoerders en hun ambtenaren duidelijk te maken dat ze moeten bewegen.
Dan blijven ze maar komen met gratuite reacties, zoals vandaag in Trouw uit de mond van Dijksma opgetekend: “We verwachten dat de managers wel de professionaliteit hebben om voor de kinderen te kiezen”. Een bewindspersoon moet desgevraagd kunnen staven op welke *feiten* een dergelijke verwachting is gebaseerd, en uit welke *feiten* straks moet blijken dat de staatssecretaris zich niet heeft vergist in haar vertrouwen.
Anders zie ik BON en andere critici wel tot op zekere hoogte ingekapseld worden door de Moloch van Leo. “We bezuinigen nu toch op bureaucratie en management”, kan OCW nu repliceren. “en dat wilde BON toch? We hebben goed naar jullie geluisterd”.
Inzake professie
Couzijn heeft natuurlijk volkomen gelijk met zijn behoefte aan feiten.
Uit persoonlijke motieven zou ik graag een algehele ban op het gebruik van de woorden professioneel, professional en professionaliteit willen invoeren. Woorden die helemaal, maar dan ook echt helemaal niets betekenen.
Ja, zo’n Dijksma, met We verwachten dat de managers wel de professionaliteit hebben om voor de kinderen te kiezen. Heerlijk, heerlijk. Ze hebben nooit anders gedaan dan voor zichzelf kiezen (net zoals trouwens bijna alle andere mensen); ze hebben sinds de invoering van de lumpsum buitengewoon professioneel luchtspiegelingen nagejaagd en geld in de bureaucratie gestopt, maar nu zouden ze opeens uit professionaliteit ‘voor de kinderen’ gaan kiezen? Welnee, Dijksma, die managers kiezen al tientallen jaren, heel professioneel, ‘voor de kinderen’. Het pakt alleen niet zo lekker uit.
Wil je echt wat veranderen dan zijn er twee mogelijkheden. Dwang of genetische manipulatie. Het laatste duurt te lang, dus dwang is het beste; dat wil zeggen het verplaatsen van de financiële voedertroggen en een onbarmhartig toezicht.
Ik weet dat dit niets meer toevoegt aan de woorden van Couzijn, maar na citaten van DIjksma moet ik altijd even tot mezelf komen.
geen bezuinigingen nodig
Als we alle besturen die geld over de balk smijten nu eens zover konden krijgen dat ze dat in één pot smijten dan zijn zij er toch vanaf 🙂 en kan de sector onderwijs verder zonder bezuinigingen.
de lumpsum afschaffen: kan niet of wil niet?
Controle op de besteding van de lumpsum, bewaken dat er genoeg geld naar het primaire proces gaat, enz., dat alles levert een enorme bureaucratie op. Veel efficienter is afschaffing van de lumpsum en een overheid die centraal zaken als de maximale klassengrootte vaststelt. Simpel en overzichtelijk.
In theorie kan een gedrocht als de lumpsum vervangen worden door een efficienter systeem, neem ik aan. Dat er allerlei redenen zijn waarom de politiek verantwoordelijken hun vingers er niet aan willen branden begrijp ik, maar zijn er ook redenen waarom het niet KAN?
Teruggaan ligt politiek gevoelig
De vraag of in theorie het gedrocht van de lump sum door een efficiënter financieringssysteem vervangen kan worden is irrelevant. Het is namelijk in het verleden in de praktijk vastgesteld dat het efficiënter kan en dus is het technisch uitvoerbaar. Politiek gesproken is het waarschijnlijk niet mogelijk maar dat wilde je buiten je vraag houden. En je moet natuurlijk de pro’s en con’s wegen: Het maakt wel wat uit of je coûte que coûte alles wilt contrôleren en sturen of vertrouwt op hoog in hun leervak opgeleide leraren en centrale schriftelijke eindexamens. Maar dat is weer politiek. Al die controles en aansturingen blijken niet tot een beter resultaat te leiden. Maar dan moet je wel uitleggen wat een goed resultaat is. En dan ben je al weer politiek bezig.
Seger Weehuizen
Budget bestuur en management in het PO wordt afgeschaft…
… in de begroting van 2010. De raad vindt dat niet leuk!
Hier de tekst die voor zoveel ophef zorgt.