ICT is een hulpmiddel, en niet meer dan dat. Geen mens die het daarmee oneens zal zijn. De auto is gewoon een vervoermiddel; TomTom is een navigatiehulpmiddel, de rekenmachine is een rekenhulpmiddel, e-mail is een manier om elkaar berichtjes en andere informatie te sturen. Zo begint het althans. Het vreemde is, dat na een korte gewenningsperiode bijna niemand zich meer bewust is van het hierboven genoemde.
Ik kan niet komen, want mijn auto is kapot. Ik kan je niet bereiken want mijn internetprovider ligt eruit. Ik kan er niet komen, want mijn TomTom is kapot. Ik kan 80 : 4 niet berekenen, want mijn rekenmachine ligt thuis. Ik kan geen samenvatting maken, want mijn printer is kapot.
Wie realiseert zich nog dat er naast de auto nog openbaar vervoer is, naast TomTom wegenkaarten, naast de rekenmachine pen en papier, dat je tegenover die mensen zit die je een e-mailtje wilde sturen, dat een handgeschreven samenvatting ook een samenvatting is en, last but not least, dat een formule handmatig opschrijven nog altijd veel sneller is dan hem op een tekstverwerker in te typen? Het lijkt erop dat het hulpmiddel zijn baasje de baas is geworden, zoals een slimme adjunct de baas wordt over zijn directeur.
Daarom vrees ik met groten vreze de dag dat de onderwijzers zich totaal afhankelijk hebben gemaakt van allerlei handige electronica. Niet vanwege die electronica, maar vanwege de vrijwillige slavernij waarin men zich begeeft. Lesuitval, niet vanwege een tekort aan docenten, maar omdat ‘de computer eruit ligt’. Dat wordt nog lachen.
Reacties zijn gesloten.

Er is een paradoxale
Er is een paradoxale wetmatigheid die zegt dat met de toenemende beschikbaarheid van hulpmiddelen de afhankelijkheid ervan ook toeneemt. Adios, jij kunt hier vast iets bij vinden?
Er geldt daarom ook omgekeerd dat mensen minder afhankelijk zijn (van hulpmiddelen) naarmate ze zich minder met hulpmiddelen hebben moeten behelpen. Als we onafhankelijke mensen willen voortbrengen met ons onderwijs, moeten we onze leerlingen dus zoveel mogelijk die hulpmiddelen onthouden. Zuinig met ICT en GR, zuinig met boeken, royaal met goede docenten!
Die wetmatigheid
is zeer bekend onder economen: Elk aanbod schept z’n eigen vraag.
Een mooie parallel zie je bij onderwijskunde: (te) veel aanbod en dus veel vraag.
Uitwassen bestrijd je met zuinigheid en vlijt; een numerus fixus voor onderwijskunde en een vakbevoegdheid als toelatingseis.
Ik bedacht me net dat de
Ik bedacht me net dat de docent in dit beeld uiteraard vooral het doel personifieert door een rolmodel te zijn. Onder ‘hulpmiddelen’ wens ik nadrukkelijk niet ook de docent te begrijpen, hoe behulpzaam je als docent ook bent. Ik ben geen voorstander van het kootjs (45;-)) model van lesgeven.
kootsj
“Ik ben geen voorstander van het kootjs (45;-)) model van lesgeven. ” (BramRoth)
Als er eisen aan de coach gesteld worden , zoals in de sport, valt het best mee;
maar dat doen “we” dus niet.
en het valt dus best tegen
Voetbalcoaches hebben diploma’s nodig
Ze moeten een duidelijke cursus volgen en examen doen. Een topvoetballer (afgezien van Cruijff), moet toch het lesprogramma doorlopen. Moet theorie en praktijk leren.
Een tenniscoach kan niet zomaar aan de slag als voetbalcoach, zelfs niet als zijn werkgever hem bekwaam verklaart. Gerard Kemkers, coacht schaatsers, geen hardlopers.
Hoe streng moet je zijn?
Mijn oude docent natuurkunde had zijn eigen boek geschreven. De man zelf kon mij maar matig boeien (kan gebeuren, hoeft niet aan hem gelegen te hebben) maar uit zijn boek viel prima te werken. Wat nu? Had hij mij dat boek moeten afpakken en moeten zeggen: opletten, jongetje! Dan had ik alles wat hij op het bord schreef moeten overnemen, want een andere manier om erachter te komen had ik niet. Ik neem aan dat u niet zo ver zou willen gaan.
Het gaat mij er om, die stompzinnige afhankelijkheid (ook bij volwassenen) van allerlei extra’s aan de kaak te stellen. Ik zie docenten en boeken niet als extra’s maar als basisbehoeften, hoewel ik weet dat veel mensen vinden dat het basispakket tegenwoordig veel uitgebreider is.
Toenemende beschikbaarheid toenemende afhankelijkheid
“Er is een paradoxale wetmatigheid die zegt dat met de toenemende beschikbaarheid van hulpmiddelen de afhankelijkheid ervan ook toeneemt”:
1; 2; 3; 4; 5; 6; 7; 8; het is p.s.v.r. *zondag*.
*grrrrr*