Directe Instructie FAQ

 

Wat is Directe Instructie?
Directe Instructie (DI) is een manier van lesgeven waarbij de leerkracht uitlegt en voordoet, waarna de leerlingen de gelegenheid krijgen samen met de leerkracht en met elkaar verder te oefenen. De leerkracht controleert voortdurend of alle leerlingen de leerstof begrijpen en geeft gerichte feedback. Als blijkt dat de meeste leerlingen de leerstof beheersen, dan werken ze zelfstandig verder.

Is dat niet ouderwets?
Modern onderwijs baseert zich op aanpakken die bij herhaling effectief zijn gebleken. Recente wetenschappelijke meta-analyses laten zien dat directe instructie heel goed werkt, zoals de meta-analyse van Stockard e.a. uit 2018 waarin data van een halve eeuw onderzoek is verwerkt en de meta-analyse van Hattie uit 2009 waaraan meer dan 40.000 leerlingen hebben deelgenomen.

Onderwijs gaat toch over meer dan alleen leren?
In een DI-les is er veel interactie tussen de leerkracht en de leerlingen en de leerlingen onderling, waardoor er veel wordt samengewerkt en relaties worden versterkt. Doordat leerlingen in kleine stappen de leerstof eigen maken, doen ze veel succeservaringen op en dat vergroot hun zelfvertrouwen en motivatie.
Leerlingen die les hebben gekregen volgens de principes van DI léren niet alleen meer, maar hebben ook meer zelfvertrouwen (self-esteem) en zijn beter in het oplossen van complexe problemen (problem-solving skills) dan leerlingen die les krijgen volgens andere onderwijsconcepten.

DI is toch alleen voor zwakke leerlingen?
In de genoemde meta-analyses blijkt dat álle leerlingen profiteren, dus zowel sterke, gemiddelde als zwakke leerlingen. Voor alle leerlingen is DI een krachtige aanpak, maar zwakke leerlingen profiteren het meest. DI biedt leerlingen gelijke kansen op succes, ongeacht hun sociaaleconomische afkomst.
Soms wordt ten onrechte gesteld dat sterke leerlingen geen instructie nodig hebben en beter zelfstandig en ontdekkend leren. Hoogbegaafdheidspecialist Eleonoor van Gerven zegt hierover: “Het idee dat juist deze leerlingen met een minimale instructie de leerstof zouden moeten kunnen begrijpen, is een grote misvatting.”

Wat is het verschil tussen DI, DIM, ADI, IGDI, EDI?
Het zijn allemaal vormen van Directe Instructie, vandaar de DI in alle afkortingen. Het basismodel is hetzelfde, maar in de loop der jaren is het model verfijnd en verbeterd. Zo werden leerlingen meer geactiveerd (ADI), werd er meer rekening gehouden met verschillen tussen leerlingen (IGDI) en werd de instructie nog explicieter gemaakt (EDI).

Leuk hoor al die theorie, maar werkt het in de praktijk ook?
Leerkrachten in Nederland prijzen de praktische toepasbaarheid en de grote effecten op het leren van hun leerlingen. Van het boek ‘Expliciete Directe Instructie: tips en technieken voor een goede les’ zijn inmiddels meer dan negen drukken verschenen en het boek staat sinds het verschijnen in 2015 in de onderwijsboeken top 10. Veel scholen werken dan inmiddels ook volgens de principes van DI.
De landelijke media besteden aandacht aan EDI. In nrc wordt basisschool Al Ihsaan geportretteerd waar dankzij directe instructie de leerresultaten sterk verbeterden. Ondanks een leerlingpopulatie met meer dan 25% leerlingen van laagopgeleide ouders, behoort de school tot de 10% best presterende scholen. De Alan Turingschool is een erkende EDI-school. Ook bieden diverse leerkrachten een kijkje in hun EDI-les.

Waarom werken niet alle scholen met DI als het zo goed werkt?
Veel scholen omarmen DI. Beleidsmakers en ook het ministerie van onderwijs tonen echter weinig interesse in DI. In plaats daarvan pleiten ze telkens weer voor onderwijsvormen waarbij de rol van leerkracht verandert van onderwijzer in coach: van directe instructie naar ontdekkend leren.
Een parlementaire onderzoekscommissie heeft in 2008 vastgesteld dat voor ontdekkend leren de wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt. Toch was Staatssecretaris Sander Dekker voornemens om Onderwijs2032 in te voeren. In het plan komen de woorden ‘lesgeven’ en ‘instructie’ niet voor en wordt gepleit voor ontdekkend leren.
Wetenschapper Carnine beschrijft in zijn paper ‘Why education experts resist effective practices’ dit verschijnsel. Ondanks het overweldigende bewijs dat DI werkt, blijven politici en beleidsmakers geloven in de romantische onderwijsideologie dat leerlingen ontdekkend tot leren komen en hun eigen leerproces kunnen vormgeven.

En de pabo’s dan ?
Directe Instructie is zeer populair onder pabo-studenten, maar de meeste pabo’s hebben het eerder genoemde boek niet op de verplichte literatuurlijst staan. Wetenschapper John Hattie zegt hierover: “Iedere keer als ik een lezing verzorg voor pabo-studenten, merk ik dat de studenten zijn geïndoctrineerd met het mantra dat DI slecht is en ontdekkend leren goed. Als ik ze de meta-analyses laat zien waaruit blijkt dat DI zeer effectief is, dan zijn ze stomverbaasd en soms ook kwaad dat ze zo zijn opgezet tegen DI.”
Op de eerste volledig universitaire lerarenopleiding basisonderwijs van de Radboud Universiteit is DI een belangrijk onderdeel van het lesprogramma. De universiteit vindt het belangrijk dat toekomstige leraren hun handelen baseren op wetenschappelijke inzichten.

Werkt het ook voor kleuters?
Leren lezen, schrijven en rekenen zijn geen natuurlijke processen. Het zijn culturele vaardigheden die kinderen verwerven door middel van expliciete instructie en oefening. Daarom is het belangrijk om in de kleutergroep instructiekringen te organiseren.
In iedere kleuterklas zijn dagelijks kringen waar de leerkracht uitleg geeft. Kleuters zuigen kennis op als een spons en doen na wat ze de leerkracht zien doen. In de instructiekring legt de leerkracht uit en doet voor, zodat leerlingen dit tijdens het spel verder kunnen oefenen en integreren in hun eigen mentale schema’s. Een kring duurt ongeveer twintig minuten en wordt doorgaans twee of drie keer op een dag georganiseerd.
In dit grootschalige onderzoek kregen leerlingen van groep 1 tot en met 3 les volgens verschillende aanpakken. Door het toepassen van DI leren kleuters significant meer dan bij andere onderwijsaanpakken. Ook hun zelfvertrouwen en probleemoplossend vermogen ontwikkelden zich beter. Kleinschaliger onderzoek van Trynke Keuning laat hetzelfde zien.

Gepersonaliseerd leren is toch moderner?
Aanpakken waarbij het leerstofjaarklassensysteem wordt losgelaten, en leerlingen op hun eigen niveau en in eigen tempo leren, worden meestal gepresenteerd als vernieuwend. Hoofdelijk onderwijs in grote groepen met leerlingen van alle leeftijden is echter heel ouderwets. In het midden van de negentiende eeuw werd gepersonaliseerd onderwijs reeds afgeschaft, waardoor de kwaliteit en kansengelijkheid sterk verbeterden. Initiatieven om gepersonaliseerd leren opnieuw in te voeren lopen telkens uit op een mislukking.
Tegenwoordig weten we ook uit onderzoek dat gepersonaliseerd leren niet werkt. Dat blijkt bijvoorbeeld uit deze meta-analyse van Andersen & Andersen waar 56.000 leerlingen deelnamen van 825 scholen. De onderzoekers concluderen dat hoe meer het onderwijs gepersonaliseerd wordt, hoe minder leerlingen leren. Kinderen uit sociale achterstandsmilieus worden hierdoor het sterkst benadeeld.

Deze post zal ik bijwerken op basis van de vragen die ik ontvang of misconcepties die ik tegenkom. Ook hoor ik graag welke pabo’s DI-boeken op de literatuurlijst hebben staan.

 

 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie