Bestuur NVvW: geen Wiskunde C op de HAVO

1 april. Jenneke Krüger in de Wiskunde E-brief:

Als onderdeel van de verkenning naar mogelijkheden voor het examenprogramma wiskunde C voor havo, laat SLO een beperkt onderzoek uitvoeren onder docenten die in de periode 1998-2007 wiskunde A1 hebben gegeven aan havo leerlingen. Op verzoek van, en in samenwerking met, SLO voer ik dit onderzoek uit.

Ik wil daarom graag van docenten die vroeger wiskunde A1 aan het havo hebben gegeven, weten wat hun mening is over de geschiktheid van een aantal onderwerpen voor havo wiskunde C leerlingen. Dat kan door vóór 17 april 2012 deze enquête in te vullen.

De resultaten van de enquête worden gebruikt in het advies naar de programmacommissie wiskunde C voor havo. Grijp deze kans om uw eigen ervaringen in het advies mee te laten wegen!

Jenneke Krüger, jenneke.kruger@gmail.com.

Kikker in je bil? Lees misschien eerst:

www.beteronderwijsnederland.nl/node/8111

Het bestuur van de Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren heeft zich uitgesproken tegen de invoering van wiskunde C op de HAVO. Via

www.fisme.science.uu.nl/ctwo/WiskundeC/ProgrammaCdag2012.html

doorklikkend zagen we al een opmerking over de vaagheid van de omschrijvingen door de Commissie Toekomst Wiskunde Onderwijs (cTWO). Dat is niet alleen bij Wiskunde C een probleem. Zien we in het programma iets waar Vincent de Haan mee overtuigd had kunnen worden?

Deze student wiskunde, rechten, psychologie (ken hem nog niet) stelt in NRC’s Opinie en Debat terecht de vraag waarom alle HAVO-leerlingen wiskunde zouden moeten krijgen. In december hebben ook wij OC&W in Den Haag proberen uit te leggen dat dat nergens goed voor is. Waarom niet? Omdat het hier gaat om Wiskunde A en C, vakken die een invulling hebben gekregen waarin de hand van de voorzitter van de expertgroep rekenen, de Groningse emeritus reken-en wiskundedidactiek Van Streun en sturend lid van de Commissie Toekomst Wiskunde Onderwijs, goed zichtbaar is. We zien immers dat de met het TAL-project ingezette debilisering van het rekenonderwijs door wordt getrokken het VO in, via de tussendoelen rekenen-wiskunde voor de onderbouw, en verder naar de bovenbouw via Wiskunde A en via Wiskunde C.

beteronderwijsnederland.net/node/8111

Vincent’s pleidooi voor het belang van een vak als geschiedenis ondersteun ik van harte. Algemene ontwikkeling, prima! En Vincent, daar kan best wat wiskunde bij, zelfs met de abc-formule en de stelling van Pythagoras. In mijn plenaire voordracht (zie www.beteronderwijsnederland.nl/node/7237) op de jaarlijkse studiedag van de Nederlands Vereniging van Wiskundeleraren komen beide onderwerpen langs in relatie tot het beta-brede vervolgonderwijs. Niet hapklaar dus voor de doelgroep van de huidige Wiskunde A en Wiskunde C varianten, maar met een beetje creativiteit is dat zeer wel mogelijk. Over de grenzen van je vakgebied heen kijkend is het echt niet zo moeilijk om een invulling te geven aan wiskunde voor de leerling die er later niks meer mee doet die WEL relevant is, net zoals dat bij geschiedenis kan.

Helaas, juist dat lukt FI/cTWO/NVvW-bestuur niet. Gezien de huidige doodlopende leerlijnen van Meijerink en Van Streun ben ik het dus wel met Vincent eens:

www.beteronderwijsnederland.nl/node/7883

Ik zie inmiddels dat Vincent hieronder al reageert en aanvult. Aangenaam kennis te maken Vincent. Inderdaad, mijn betoog bij de wiskundeleraren, die door hun bestuur het jaar daarvoor nog waren getrakteerd op “Toekomst Telt”-achtige flauwekul, was een groot pleidooi voor een zinvolle invulling van met name ook Wiskunde A, met simpele maar wel goede en relevante wiskunde. Vanuit een beta-breed perspectief.

Ik denk dat ik ook wel een paar suggesties zou kunnen doen voor een zinvolle invulling van Wiskunde C die ook mensen die het niet zo op wiskunde hebben zou kunnen aanspreken. Dan zou ik trouwens niet beginnen met de abc-formule maar misschien wel met simpele algebra en dynamica, want dan ben je zo bij elementaire catastrofetheorie, niet onbelangrijk: de one-way switch in het bovengenoemde systeem biologie verhaal komt echt niet alleen in de beta-vakken voor vermoed ik zo. Voorbij beta-breed lijkt “van (op)tellen naar exponentiele verbanden” me een aardig thema in de economische sector. En vergeet ook de statistiek niet. Gezien enige recente missers in juridische context, of het gebruik van statistiek in de vakliteratuur van de OC&W adviserende onderwijskunde, is hier zelfs sprake van enige urgentie.

Helaas, ook Wiskunde A en Wiskunde C zijn tamelijk exclusief in handen van de Commissie Toekomst Wiskunde Onderwijs, FI en SLO (net als de tussendoelen voor de onderbouw, die zeker niet bieden wat Vincent gezien zijn toelichting voor ogen staat). De experts die denken dat deze vakken de belangrijke taak hebben de jeugd voor te bereiden op een verantwoord gebruik van de grafische rekenmachine in het latere volwassen leven, elke keer kom je op OC&W weer gymnasium alpha’s tegen die (aanvankelijk) nietsvermoedend naar ze luisteren.

Misschien dat dit helpt:

beteronderwijsnederland.net/node/8125

4 Reacties

  1. Beste Joost,
    De vraag waar

    Beste Joost,

    De vraag waar het inderdaad om gaat, is of wiskunde nu vakspecifiek is, of tot de algemene ontwikkeling behoort. Om tot de algemene ontwikkeling te behoren, is vereist dat de leerlingen toch ten minste iets ervan onthouden. Ik heb hier geen serieus onderzoek naar gedaan, maar een korte rondvraag onder mijn alfa-vriendjes, leert dat kennis van Pythagoras en de abc-formule al een paar jaar na het eindexamen tot nul gereduceerd is, laat staan inzicht in de betekenis ervan. Daarentegen staan de hoofdlijnen van de Eerste Wereldoorlog mij nog helder voor de geest.

    De presentatie die je gegeven hebt, vind ik vermakelijk, en laat zien dat die mooie abc-formule die ik alweer een jaar of acht kan gebruiken, toch nog geheimen in zich heeft die ik nog niet kende. Het enige wat je presentatie echter aantoont, is dat wiskunde betabreed relevantie heeft. Die relevantie strekt zich echter niet uit naar andere vakgebieden. Daarom kan wat mij betreft wiskunde in alle maatschappijprofielen (zowel op de havo als op het vwo) komen te vervallen.

    Waar mijn artikel overigens niet op inging, maar wat toch het noemen waard is, is de rol van wiskunde in de onderbouw. Die kan volgens mij verdedigd worden op twee gronden:
    1. leerlingen zullen eerst kennis moeten maken met wiskunde om te ontdekken of ze er talent voor en plezier in hebben, voordat ze een gegronde keuze kunnen maken in de bovenbouw, en
    2. differentiatie van leerlingen brengt organisatorische lasten met zich mee.

    Het doet me overigens deugd ook uit de wiskundige hoek steun te krijgen voor mijn opvatting. De positieve reacties die ik eerder vandaag ontving, waren hoofdzakelijk afkomstig van degenen die het toch al niet zo op wiskunde hadden, en voor wie mijn stuk misschien wel een gelegenheidsargument was.

    Groeten,

    Vincent de Haan

  2. Knappe koppen
    Uit ervaring weet ik dat er behoorlijk wat leerlingen zijn met blinde vlekken. Het meest extreem de autistische leerling, volgens het cliché briljant in exacte vakken, die de grootste moeite met zijn talen had. Met kunst en vliegwerk is het ons gelukt die leerling een mooi vwo-examen te laten doen.
    Aan de andere kant de intelligente leerlingen voor wie Wiskunde een onneembare hobbel was. Ik herinner me hoe in de kamercommissie waar het programma voor de tweede fase ter sprake kwam, Netelenbos met de uitspraak kwam: “En we maken ook speciale wiskundes, ook voor meisjes. In Leiden zijn daar knappe koppen mee bezig. En dat kan dus voor iedereen.”
    Wie hebben hier voor wiskunde voor alle havo-leerlingen gelobbyd en bij wie hebben ze gehoor gekregen?
    Overigens, Geschiedenis is natuurlijk een onmisbaar vak. Dat vak is er ook voor meisjes. Maar vergeet Maatschappijleer niet. Mijn ex-leerlingen laten me meer dan eens weten hoeveel ze nog steeds hebben aan wat ze bij mij geleerd hadden. En dat kan ik me levendig voorstellen. Ik zag nog onlangs een paar meisjes van een paar jaar geleden op de voorste rij bij DWDD zitten. Een andere leerlinge kwam ik tegen bij een partij-standje bij de Arena-demonstratie.

  3. Alfa en toch
    Hoewel ik altijd véél beter in talen was dan in exacte vakken, zou ik toch een pleidooi willen houden voor een brede basis in wiskunde, scheikunde en natuurkunde (en natuurlijk biologie).

    Exacte vakken leren je dat je voor een bepaalde opgave de juiste strategie moet toepassen. Je kunt dan ver komen zélfs als je niet begrijpt wat je precies aan het doen bent (vergelijk staartdelingen of onder-elkaar-vermeningvuldigingen).

    Exacte vakken leren je dóórzetten, juist als je weinig aanleg hebt.

    Exacte vakken leren je grote nauwkeurigheid en het belang van de juiste volgorde van een probleemoplossing.

    Bij succeservaringen (die soms ook alfa’s toevallen) leer je dat het de moeite loont om je in te spannen, juist als je het van ‘werken’ en niet van aanleg moet hebben. Datzelfde geldt overigens omgekeerd voor de exacto’s die weinig van talen moeten hebben.

    Het is volledige onzin om het nut van de exacte vakken te meten als je dat doet in termen van wat mensen er na vele jaren nog van weten. Als je ooit Frans in je pakket hebt en je gebruikt het nooit kom je (zonder oefening) ook niet verder dan dat vader een pijp rookt. Je moet die kennis eerst ophalen.

    Tenslotte: mijn Mulo-a-met-wiskunde liet me vele formules uit het hoofd leren. Daarvan ken ik er nog een hele hoop, zelfs die van Pythagoras en Archimedes. Altijd leuk om een beetje mee te pochen.

    • Jong
      Jong geleerd, oud gedaan!
      Leuk om je pleidooi te lezen Hinke. Veel exactelingen zijn er evenzo van overtuigd dat talenkennis essentieel is om oorspronkelijke werken, zonder vertaling, te kunnen bestuderen.

Reacties zijn gesloten.