Prestatiebeloning en resultaatfinanciering

Onze tegenstanders hebben er een fijne neus voor om de mooiste woorden voor onze neus weg te pikken en als label te gebruiken voor een waardeloze lading. Neem de naam “Passend Onderwijs”. Dat gaat helemaal niet over onderwijs maar over zelfwerkzaamheid en de resultaten passen helemaal niet bij de eisen die men aan goed onderwijs stelt. Zo ook met de naam prestatiebeloning.. Op een school toegepast kan men stellen: Als de ene VWO-school alleen leerlingen opneemt met VWO-advies en de ander ook veel leerlingen met HAVO/VWO-advies en bij een gelijk afvalpercentage hebben beide scholen even goede resultaten voor het Centraal Schriftelijk Eindexamen heeft laatstgenoemde de beste prestatie geleverd. Resultaten aan prestatie gelijk stellen zou hier onterecht zijn. Maar we weten ook dat prestatiebeloning vooral betrekking heeft opleraren en vakgroepen en de criteria op grond waarvan beslist wordt onduidelijk en aanvechtbaar zijn.
Daarom: als ik over resultaatfinanciering voor scholen door de overheid spreek bedoel ik in feite prestatiefinanciering op grond van eindexamenresultaten van het centraal schriftelijk én samenstelling van de instroom. Ik spreek hier opzettelijk van het centraal schriftelijk deel van het eindexamen omdat het niet aan de school mag zijn om te beoordelen of ze voldoende gepresteerd heeft om recht te hebben op (volledige) overheidssubsidie.Cijfers die de school zelf aan leerlingen toegekend hebben mogen daarbij geen enkele rol spelen. Voor een VWO-school zou het wel wenselijk zijn dat er als tussentijds examen een staatsexamen VWO-onderbouw afgenomen wordt.
Op dit moment probeert de overheid het onderwijs te verbeteren door een afvinkbeleid: Op papier moet alles kloppen. De nu bediscussieerde 1045-uurnorm is daar een typisch voorbeeld van. Ik zie dat als een heilloze weg. Regulering en controle leidt tot een verstikkende verambtelijking en minder arbeidstevredenheid op de wekvloer. Het aantal nier-lesgevenden neemt (in elk geval in verhouding) toe en de kwaliteit van de lesgevenden zal nog verder verminderen. De overheid draagt door haar interventies en regelgeving juist bij aan slechter onderwijs.
BON moet daarom de overheid dringend verzoeken haar te mogen bewijzen dat een black box school voor minder geld betere resultaten kan opleveren dan de huidige erkende scholen. “black box” betekent dat de school gewoon haar gang kan gaan en aan geen enkel overheidsvoorschrift gebonden is. Voor een VWO-school of een HAVO moet dan het kriterion voor “betere resultaten” de prestaties van de scholieren op het bijbehorende STAATSEXAMEN zijn.
Ik verzoek BON-leden die het met mij eens zijn contact met mij op te nemen zodat wij gezamelijk stappen kunnen ondernemen om het BON-bestuur voor onze zienswijze te winnen.

2 Reacties

  1. Onderwijsgeschiedenis in een notendop
    Lang geleden hebben de voorstanders van de verheffing des Volks er voor gestreden dat de scholen die het kinderen van welgestelden mogelijk maakten als student naar de universiteit te gaan open te stellen voor intelligente kinderen waarvan de ouders het schoolgeld voor een gymnasium, de als zodanig bedoelde toegangsschool voor het universitaire onderwijs, niet konden betalen. Hun pogingen wekten weinig weerstand op want iedereen was het er mee eens dat een groot aantal hoogopgeleiden noodzakelijk was om onze welvaart in stand te houden. Ook werd het een recht voor iemand die het geluk had om de Nederlandse nationaliteit te bezitten om met geleend geld te kunnen studeren ruim geaccepteerd..Het ging ook nog om de culturele verheffing des Volks. Geleidelijk aan veranderde het emancipatiestreven in demancipatiestreven: Het Gymnasium werd uitgekleed en gelijkgeschakeld met de 6-jarige gemakkelijker opvolger van de HBS, het Atheneum en werd onderdeel van het VWO. Het tijdperk van onderwijsintolerantie en banalisering van het onderwijs was begonnen.
    Seger Weehuizen

  2. Trieste oogst
    Natuurlijk is een school die zich eenzijdig op het slagen voor een staatsexamen toelegt niet ideaal zo lang als dat staatsexamens banaal is.en daardoor niet goed de culturele bagage van de leerling meet. Maar het is wel voor ouders die het grosso modo met premammoetaal onderwijs eens waren onder de huidige omstandigheden het enige verbeterde onderwijs dat misschien snel verwezenlijkt kan worden. Daarom ben ik zeer teleurgesteld over het ontbreken van reponse.op mijn verzoek en loop ik ook nog met de vraag rond waarom die er niet is. Denken BON-leden dat zo’n verzoek aan Marja kansloos is? En waarom dan wel? Tegenwerking van de onderwijsmaffia? Of intern omdat de BONleden dat niet willen? Komt het omdat er relatief weinig ouders lid van BON zijn? Zien leraren op staatsexamens gericht onderwijs als te beperkt? Vrezen zij een vacuum in hun rechtspositie? Denken leraren anders dan hoogopgeleide ouders? Vrezen zij dat BON zich isoleert en daardoor aan invloed zou verminderen als het bestuur mijn voorstel bij Marjo zou indienen? Ik denk dat BON juist positief de aandacht op zich richt als de kranten schrijven “BON denkt dat ouderwets op het eindexamen gericht onderwijs veel goedkoper is”.
    Ziet niemand de kansen op het gebied van autonomie die mijn voorstel de leraren biedt? Een stelletje leraren moet samen met een rector er voor zorgen dat zo veel mogelijk leerlingen in een nominale tijd voor het eindexamen slagen. Geen leraar zal een andere leraar willen dwingen om zijn stokpaardjes over te nemen, I.h.a. zal elke leraar naar zijn eigen inzicht kunnen werken. Noodzaak disciplineert waar dat nodig is en bevrijdt waar dat beter werkt.. Iedere leraar is gefixeerd op een goed eindresultaat.
    Seger Weehuizen

Reacties zijn gesloten.