Persbericht BON: Netwerkcorruptie maakt einde aan politieke poging om verengelsing te reguleren

D66 schoffeert eigen oud-minister Robbert Dijkgraaf, ontmantelt Wet internationalisering in balans in coalitieakkoord, tot stand gekomen onder leiding van informateur én universiteitsbestuurder Rianne Letschert

In het coalitieakkoord is besloten de Wet internationalisering in balans (WIB) tandeloos te maken. Dit wetsvoorstel is in 2024 ingediend door toenmalig minister van Onderwijs Robbert Dijkgraaf (D66) om de verengelsing en internationalisering van bacheloropleidingen in goede banen te leiden. Er komt een einde aan de norm van Dijkgraaf dat iedere bacheloropleiding in principe voor twee derde in het Nederlands gedoceerd dient te worden.

Dit is gebeurd onder leiding van informateur Rianne Letschert (D66), die als bestuursvoorzitter van de Universiteit Maastricht permanent campagne heeft gevoerd tegen de WIB. Dit is een onzuivere vermenging van rollen en daarmee een vorm van netwerkcorruptie – een term van onderzoeker Willeke Slingerland, waarmee het dienen van netwerkbelangen door uitruil van gunsten wordt aangeduid, ten koste van het algemeen belang.

Deze taalnorm heeft Dijkgraaf niet voor niets willen instellen. In de eerste plaats ging het om het veiligstellen van het academisch Nederlands, dat volledig verdwijnt uit steeds meer opleidingen. Dat Nederlands is van belang voor studenten, die voor een groot deel moeten gaan functioneren in een Nederlandstalig werkveld en een Nederlandstalige samenleving, maar ook voor docenten. Hierover zei Dijkgraaf op 7 juli 2022 in de Tweede Kamer: “We hebben fantastische experts aan universiteiten, maar kunnen die ook in het Nederlands optreden? Dat zullen ze toch in het Nederlands moeten doen.”

Een universiteit die het Nederlands steeds verder uitfaseert, raakt steeds verder verwijderd van de rest van de samenleving. De kloof tussen hoger- en lageropgeleiden wordt zo groter. Uit onderzoek van het SCP bleek de Nederlandse taal de belangrijkste verbindende factor te zijn voor Nederland; Rob Jetten zette Nederlandse vlaggen in tijdens de D66-campagne. Maar op het hoogste onderwijsniveau wordt het Nederlands intussen steeds onbelangrijker gevonden.

Over dit probleem in het nieuwe coalitieakkoord geen woord.

Ook gebeurt er niets aan de sterke financiële prikkel – die nu blijft bestaan – om het Nederlands uit te faseren. Bij een krimpende bevolking zullen steeds meer opleidingen verengelsen om uit de lucratieve internationale vijver van studenten te kunnen vissen en zo hun opleiding overeind te houden en uit te breiden (grootschalig te maken), daarmee concurrerende opleidingen in andere steden dwingend om hierin mee te gaan om financiering op peil te houden – een vorm van ‘tragedy of the commons’ waarbij de belangen van individuele opleidingen botsen met het collectieve belang van het Nederlandse hoger onderwijs als geheel.

De afstand tussen universiteit en de rest van de samenleving blijft zo groeien; de inhoudelijke verschraling van opleidingen gaat door, omdat allerlei voor de Nederlandse samenleving relevante thema’s in volledig Engelstalige opleidingen niet behandeld kunnen worden omdat het bronmateriaal alleen in het Nederlands beschikbaar is. De afstand van universiteiten tot de rest van het onderwijsgebouw – waar nog wel in het Nederlands gedoceerd wordt – neemt toe, waardoor de maatschappelijke relevantie van de universiteit nog verder afneemt.

Steeds meer studenten volgen hun volledige opleiding in het Engels en bereiken daarmee niet het academische niveau in het Nederlands (schrijven en spreken) dat van een hogeropgeleide verwacht mag worden; met alle gevolgen van dien voor de arbeidsmarkt en voor de samenleving.

En wat hebben de decennia van verengelsing opgeleverd? De onderwijskwaliteit is niet aantoonbaar gestegen door al dat Engels; wel is het onderwijs grootschaliger geworden door de veel grotere studentenaantallen. Op veel ranglijsten zijn Nederlandse universiteiten in de afgelopen jaren zelfs aanzienlijk gedaald.

In geen enkel ander Europees land gebeurt zoiets; in alle andere Europese landen wordt ruim 95 procent van de door de overheid bekostigde bacheloropleidingen in een landstaal gedoceerd, omdat ze inzien dat dat van groot belang is voor de maatschappelijke cohesie. Dat bewijst dat verengelsing geen voorwaarde is voor internationalisering, die ook in die landen volop plaatsvindt. Nederland is een extreme uitzondering.

Uit niets in het coalitieakkoord blijkt dat de coalitiepartijen over deze dilemma’s hebben nagedacht; het belang van het Nederlands wordt niet eens genoemd, in tegenstelling tot de regeerakkoorden van 2017, 2021 en 2023. De politiek capituleert volledig aan de wensen van de universitaire besturen met hun financiële belangen. De bestuurderslobby van Universiteiten van Nederland heeft volledig zijn zin gekregen; de overheid maakt enorme extra bedragen over aan universiteiten (en hogescholen) zonder daar enige voorwaarde aan te verbinden – om onze landstaal weer een serieuze rol te geven aan de academie, of anderszins. Hoewel de Kamer in mei 2025 nog een motie (van de leden Soepboer en Krul) aannam ‘om zo bindend mogelijke en controleerbare afspraken met hogescholen en universiteiten te komen over het verder terugdringen van de verengelsing en internationalisering teneinde het Nederlands weer de norm te maken’.

De lobby is nu aan de macht. Een recept voor verdere daling van het onderwijsniveau. Zoals gezegd: netwerkcorruptie.

Lees ook:

 

 

Geef als eerste een reactie

Laat een reactie achter