Ik geloof in je, jongen.

Drie weken geleden (voor de zomervakantie, red.) sprak ik met Patrick, een 15-jarige leerling uit leerjaar 3. Patrick kwam als zij-instromer bij ons op school. Hij zat er nog maar een half jaar toen ik bij Accent begon als directeur. Pat is een guitige jongen met een zelfverzekerde lach en een zachtmoedig karakter. Hij oogt rustig, soms wat introvert, zeker wanneer je hem in het middelpunt van de belangstelling zet. Hij praat een beetje binnensmonds, bijna mompelend, en je hoort vaak een zekere vertwijfeling in zijn stem.

Het liefst was hij op het vmbo gebleven. Maar zijn gedrag hielp hem niet echt om zijn focus erbij te houden. Als zij-instromer voelde hij dat hij had gefaald. Hij liet regelmatig merken dat het praktijkonderwijs volgens hem te ver onder zijn niveau lag. Dat uitte zich in veel afwezigheid en nog minder inzet dan hij op het vmbo had laten zien.

Ruim een jaar geleden kwam hij mijn kamer binnen. “Meneer, ik wil terug naar het vmbo.” Ik keek hem aan. Ik wist niet goed of hij werkelijk meende wat hij zei. Maar ergens dacht ik ook: met hard werken, de juiste inzet en vooral een goede houding zou het moeten kunnen. Maar helaas is de weg terug voor maar weinig leerlingen weggelegd; dat weet ik, en de data laten het zien. Toch… zijn wij er niet om ook kansen te bieden?

Ik sprak met hem twee simpele afspraken af. De eerste was eenvoudig. “Je komt iedere dag naar school.” En de tweede was helder. “Doe iedere dag je best.” Dat was het. Een paar weken later had ik Patrick alweer een tijd niet gezien. Hij was gestopt voordat hij het woord falen kon verzilveren.

De zomer begon. En de zomer eindigde.

In leerjaar 3 bleef hij wederom vaak afwezig. En als hij er wel was, sliep hij regelmatig in de les en was hij nauwelijks vooruit te branden. Maar ook bij hem tikte de klok des tijds onverstoorbaar verder. Halverwege het schooljaar kwam hij opnieuw mijn kamer binnen. Onze gesprekken hadden altijd iets komischs. We konden het goed met elkaar vinden en er viel vaak genoeg veel te lachen. Dit keer was het anders. Zijn gedachten waren onbuigzaam en de blik verharde. Boos vertelde hij mij dat hij een vmbo-leerling was en dat hij niet zou opgeven om terug te keren. Ik keek hem rustig aan en plots realiseerde ik me dat deze jongen wanhopig probeerde terug te gaan naar een vervlogen tijd die nooit meer de zijne zou zijn

When the last train leaves, you are on the platform forever, dacht ik weemoedig, zo naar hem kijkend.

De weg naar het vmbo was definitief, voor de zomer, dichtgetimmerd en diep in zijn ziel had hij moeite om dit ook maar voor een seconde te erkennen. Ik had me niet aan mijn afspraak gehouden, beet hij me toe. “U zou mij helpen.” Boos liep hij mijn kamer uit.

De winter maakte plaats voor de lente, die met zalvende klanken haar intrede deed. Het voorjaar is vriendelijk en draagt de belofte van een nieuw begin in zich. Ik had Patrick alweer een tijdje niet gesproken. Wel viel het mij op dat hij wat vaker op school was. Drie weken geleden liep ik een lokaal binnen waar hij les had. Hij had net gehoord dat hij mogelijk zou blijven zitten. Dat is binnen het praktijkonderwijs vrij uitzonderlijk, maar hij was veel afwezig geweest en zijn stage was volledig mislukt. Daarmee kwam ook het 4e leerjaar in gevaar.

Ik keek hem aan. “Ik geloof in je, jongen,” en vertelde hem dat wanneer hij vóór de zomervakantie een goede stageplek zou regelen, ik hem alsnog zou laten overgaan. Terwijl ik de woorden uitsprak, zag ik op hetzelfde moment iets bij hem veranderen. Alsof ergens diep van binnen een klein vlammetje begon te branden. “Dank u wel, meneer.” Deze manier van spreken, met een onbekend timbre, maakte me onverklaarbaar blij.

Afgelopen week hoorde ik dat Patrick naar school was gekomen. Hij was op zoek naar mij. Toen ik hem in de docentenkamer zag staan, zag ik een andere Patrick. Hij lachte breeduit. “Ik heb een stageplek, meneer. Ik wilde het u zelf vertellen.” Hij straalde. Ik liep naar hem toe en gaf hem een stevige hand. Zijn lach werd alleen maar groter. “Dank u wel, meneer.” Met een mix van trots en blijdschap gaf ik hem een aai over zijn bol. “Nou… ik ga weer.” Via het schoolplein verdween hij langzaam uit mijn blikveld.

Tja… Wat is zingeving?

Iedere dag staan we in de lokalen, op de gangen en op de schoolpleinen ons werk te doen. We begeleiden, ondersteunen, corrigeren, motiveren, troosten en leven mee met onze leerlingen. Wat betekent dit eigenlijk? Gek genoeg heb ik het gevoel dat ík Patrick moet bedanken. Niet andersom. Want hij, en zoveel andere leerlingen, geven ons iedere dag opnieuw de kans om iets voor hen te mogen betekenen.

Dus ja, wat is zingeving? Ik ga er nog even goed voor zitten om daar diep over na te denken.

Paul Chung
Directeur Accent Hoogvliet

*Ter bescherming van de privacy zijn de naam van de leerling en enkele niet-essentiële details gewijzigd. Het verhaal is gebaseerd op een waargebeurde situatie.

 

Geef als eerste een reactie

Laat een reactie achter