Van der Laan: Levenslange leerplicht, ongeacht herkomst

PvdA-minister Eberhard van der Laan (Wonen, Wijken, Integratie) wil een ‘levenslange leerplicht’ invoeren. Iedere Nederlander, ongeacht zijn of haar herkomst, moet dan een minimumopleidingsniveau hebben.
De maatregel is bedoeld om allochtonen die de inburgeringscursus ontlopen, te verplichten Nederlands te leren. De minister wil voorkomen dat jonge kinderen al met een taalachterstand aan school beginnen, omdat ze thuis nooit Nederlands horen.

Elsevier

33 Reacties

  1. hardleerse overheid
    Ik hoop dat ik niet opgeroepen wordt om Nederlands te leren want ik ben allochtoon (in Indonesië geboren) en ik heb nog hele jonge kleinkinderen. Je weet maar nooit met die leeftijdsonafhankelijke leerplicht. Maar het ergste is dat deskundigen er helemaal niet van overtuigd zijn (“het staat wetenschappelijk niet vast”) dat het vervullen van de leerplicht door allochtone ouders met jonge kinderen veel zal bijdragen aan het verkleinen van de taalachterstand in het Nederlands van hun jonge kroost. Hebben we hier te maken met net zo’n bizar idee als gold voor lessen in eigen taal en cultuur die indirect zouden bijdragen aan het leren van goed Nederlands? Het allerdwaaste aan deze lessen waren de lessen in de Arabische taal voor Marokkanen die Berbers als moedertaal hadden. Wat nu gebeurt is bijna het spiegelbeeld van wat eerst geprobeerd werd.
    In elk geval lijkt de overheid nog steeds niet begrepen te hebben dat je niet grootschalig vernieuwingen moet invoeren als nog niet aangetoond is dat die werkelijk verbetering brengen.
    Seger Weehuizen

  2. Leerdwang
    Ik vind de leerplicht tot 16 jaar (of is het inmiddels al 18 jaar?) al zo’n onding. Je moet toch niet denken aan levenslange leerplicht. Klinkt als een voorstel van een maakbaarheidsgelovige.
    De beste maatregel is natuurlijk om mensen pas toe te laten tot Nederland wanneer ze het Nederlands goed beheersen. Maar dit is, denk ik, bedoeld voor degenen die hier al zijn.
    Stel nu dat men een allochtoon feitelijk zou kunnen dwingen om Nederlands te leren. Zou dat dan een goede invloed op de schoolprestaties van zijn kinderen hebben? Als dat de enige maatregel is, dan denk ik van niet. Het zal pas beter gaan als de allochtone familie er voor 100% van overtuigd is dat de enige manier om het in dit land te redden het spreken van de landstaal is en dat succes op school onmisbaar is. Maar de immigrant uit Somalië, Marokko of Soedan die ook zonder een woord Nederlands te kennen zijn huis, zijn uitkering en zijn medische zorg krijgt (dingen die hij in het thuisland misschien niet allemaal had), hoe wil je die overtuigen van het belang van taal en school? Andersom, als je helemaal niks meer hebt zolang je de taal niet spreekt, dan zie je het belang van taal en scholing voor je kinderen heus wel in.
    Inderdaad, de implicaties hiervan zijn nogal hardvochtig. Dus daarom maar weer iets als ‘levenslange leerplicht’. Andere mensen dan vd Laan moeten het uitvoeren en die maken er wel wat moois van. Hij ziet wel waar het schip strandt.

  3. leerplicht tot je dood
    Wat een absurd idee, om elke volwassene een leerplicht tot zijn dood op te leggen. Dit is ongeoorloofde straatsdwang.
    Alsof iedere volwassene niet voor zichzelf kan bepalen (of zijn werlgever) of hij bijscholing nodig heeft.
    Het dringt slecht door in Den Haag, maar de staat is er voor de burger, de burger is geen pionnetje voor de staat.
    Het doet denken aan de verplichte (opvoedings)cursussen onder het communisme.
    Het ergst van al is nog dat er geen aanwijsbare noodzaak voor bestaat. Er zijn allochtonen die maar geen Nederlands willen leren, maar het ‘gelijkheidsbeginsel’ schijnt het onmogelijk te maken om alleen die groep tot leren te dwingen. En daarom moet elke Nederlander er maar aan geloven.

    Bovendien gaat zoiets weer eens extra belastinggeld kosten, en daar zit ook niemand op te wachten.
    Ik moet er niet aan denken een boete opgelegd te krijgen, omdat ik dit jaar de verplichte cursus niet heb gevolgd!
    Of dat ik de spijbelambtenaar achter me aan krijg!
    Want elke wet maakt nieuwe overtreders. Een absurde wet maakt absurde overtredingen.

  4. Ook geen verstand
    Ook Eberhard van der Laan geeft er blijk van geen verstand te hebben van onderwijs. Het lijkt meer een schot in de lucht om te voorkomen dat je uit het nieuws raakt. Leren en dwang gaat sowieso niet zo goed samen. Voor effectief leren moet er een minimale motivatie zijn. Dat bereik je met leerplicht niet.

    Ook de leerplicht tot 18 is om diezelfde reden slechts een matig succes. Omdat jongeren op dit moment weten dat de stufi voor niveau 2 altijd een gift is, zolang je nog geen startkwalificatie hebt kennen we in het MBO de ‘shoppers’: jongeren die al twee of drie (of soms zelfs vier) keer van opleiding gewisseld hebben. Als je rond het 21e jaar meldt dat ze het diploma beter via de BBL kunnen halen vinden ze zich nog te jong om te werken (echt gezegd!) of ‘kunnen zich een BBL-baan niet permitteren’. Studiefinanciering (gift!) en een bijbaan tot wel 24 uur per week levert immers een royaal inkomen op…………………….

    • leerplicht kan korter
      Ik vind de leerplicht tot 18 jaar ook veel te lang, temeer als je weet hoeveel tijd er wordt verspild aan modieuze onzin.
      Sommige jongeren staan te popelen om aan het werk te gaan, en leren verder bij tijdens hun werk.
      Ik ben erg voor het idee van een stoomcursus. In zo kort mogelijke tijd wordt een hoog kennisniveau aangeboden, en worden hoge eisen gesteld. Daarbij worden allerlei tijd verlummelende bijzaken afgeschaft.
      Een schooltijd zou rond half 3 afgelopen kunnen zijn. De tijd op school wordt met vele oefeningen en ouderwets stampen gevuld, aangevuld met belangrijke verhalen. Daarna volgt huiswerk.
      Allerlei culturele bezigheden kunnen vervolgens op woensdagmiddag of ’s avonds worden aangeboden door gespecialiseerde krachten. Ouders hebben hier dan een keuzevrijheid.
      Momenteel gaat verschrikkelijk veel tijd verloren! Dat is zonder meer een groot schandaal te noemen.

      • Leerplicht tot 12 jaar…
        Er is alles voor te zeggen de leerplicht af te schaffen.
        (Den Uyl sprak nog over leerrecht.)
        Nu zitten er te veel leerlingen op school die daar niets te zoeken hebben en hun leraren tot last zijn.
        Daarna lekker ergens gaan werken vanaf je twaalfde jaar, in plaats van in die gevangenis van die school.
        Hebben de leerlingen die wel willen leren er ook geen last van.
        Ook zonder school kun je een heel eind komen.

  5. Voor het basisonderwijs
    zou het heel fijn zijn, als alle kinderen met voldoende taalbagage binnenstromen. Sterker nog, als Eberhart dat voor elkaar krijgt, is er toch een PvdA minister geweest, die iets zinvols voor het onderwijst betekend heeft.

    • Onzin
      Zelfs als alle buitenlandse ouders goed Nederlands zouden leren, dan nog zouden ze thuis hun moedertaal blijven spreken. Het is een prima streven om ervoor te zorgen dat iedereen de kans krijgt om Nederlands te leren, maar niet vanwege de thuistaal. Die blijft terecht de zelfde thuistaal.
      Het probleem is (de problemen zijn) op dit moment in het NT2-onderwijs:
      – er is concurrentie ingevoerd, dit leidt tot geklungel met goedkoop onderwijs door mensen zonder faciliteiten en soms zelfs zonder adequate ervaring
      – de standaard inburgeringscursus biedt een armzalig aantal lesuren; véél te weinig om voldoende te leren
      – de methodes zijn te amateuristisch opgesteld: Nederlands hoeft alleen maar gekend te worden in praktische situaties. Er wordt dus een beetje gehobbied met de markt, de ouderavond en de sociale dienst. Woorden en grammatica aanleren worden ouderwets gevonden. Daarnaast wordt er idioot veel tijd verspild achter de computer. Daar heb je geen deskundige docent bij nodig, dat kan ook thuis. Een goede les door een gekwalificeerde en gemotiveerde docent brengt veel meer teweeg dan een computerprogramma. Bekijk ze maar eens die computerserietjes Nieuwe Buren, Zebra en IJsbreker.
      Ik ben ervan overtuigd dat er grote verbeteringen aan te brengen zijn in het NT2-onderwijs:
      – cursussen alleen door goede docenten met goede onderwijsfaciliteiten
      – meer uren, meer huiswerk
      – betere methodes, waarbij gewoon GELEERD kan worden.

      • Het feit dat deze minister
        erkent dat taalachterstand bij de instap moet worden voorkomen, maakt veel collega’s in het PO al blij. Zij worden dagelijks geconfronteerd met de problemen die dat oplevert. Alle kleine beetjes helpen. Ja toch?

        • Taalachterstand
          taalachterstand is rampzalig, bij zowel leerlingen van allochtone herkomst als bij leerlingen van Nederlandse herkomst. Ook onze Nederlandse leerlingen hebben veel achterstand.

          Nascholing, verplicht of niet, voor ouders helpt daarbij helemaal NIET!

          • Je leert je kind toch ook zindelijk wezen en brood eten
            Hinke schreef: “Nascholing, verplicht of niet, voor ouders helpt daarbij helemaal NIET!”

            Voor deze zo stellig geuite bewering lees ik graag het bewijs.

            Elk jaar opnieuw worden in Amsterdam weer zo’n 5.000 kleuters toevertrouwd aan de basisscholen. Verreweg het grootste deel daarvan is allochtoon. Verreweg de meeste allochtone kleuters hebben een of twee ouders die hier in Nederland geboren en getogen zijn. Toch verkiest een groot deel van deze ouders hun allochtone taal als exclusieve thuistaal. Thuis liever Turks of Berbers dan Nederlands, vier jaar lang. Nederlands bijbrengen, dat moet de school later maar doen. Ook al beheersen een of twee ouders zelf wél een soort van Nederlands, ze zullen dat hun kind niet structureel aanleren, ook al komt het kind daarmee op achterstand te staan.

            Klopt, ‘nascholing’ a la Zebra heeft deze ouders weinig te bieden. Ze kennen, pardon kunnen al Nederlands. “Nederlands leren niet nodig. Ik ben ook zo gekomen“, hoor ik soms als reactie op de vraag of ze thuis niet ook wat meer aan Nederlands moeten doen.

            Geen wonder dat de gemeente hamert op voorscholen: als de ouders daarin toestemmen, heb je verder niks met ze te maken, ben je niet afhankelijk van hun eigen inbreng, en kun je door een paar uur wekelijks taalcontact het kind iets beter voorbereiden op de Nederlandstalige schoolgang.

            Geef mij maar een rudimentaire entreetoets taal, die taalachterstand evident maakt, en als gevolg waarvan bepaalde kinderen een tot twee jaar verplicht bijles krijgen – na schooltijd – betaald door gemeente zowel als door de betreffende ouders.

            Op voortdurend broekplassen worden ouders ook aangesproken. En terecht.

      • Thuistaal niet met rust laten s.v.p.
        Dit blijft zowel voor jou als voor mij luchtfietserij, maar ik ben zo vrij met je van mening te verschillen.

        Feit 1: Veel allochtone kinderen betreden ons primair onderwijs met een fikse taalachterstand (vergeleken met hun autochtone leeftijdgenootjes). Die bedraagt gemiddeld twee jaar bij de aanvang, en die is nauwelijks kleiner bij het verlaten van het PO. School helpt dus niet of nauwelijks bij het verkleinen van de taalachterstand.

        Feit 2: De taalachterstand heeft z’n weerslag op het schoolse leren, dat immers hoofdzakelijk de taal als medium heeft (uitleg in de klas, leesteksten in het boek, schriftelijk werk door de leerlingen, communicatie in de klas) Door deze hindernis komen leerlingen met een taalachterstand moeilijker tot presteren bij zowel taal als bij rekenen, geschiedenis, biologie, verkeer etc.

        Feit 3: De taalachterstand is niet aangeboren, maar wordt veroorzaakt door sociale factoren: de thuistaal die ouders verkiezen, een gebrek aan opvoeding in het Nederlands, een gebrek aan contact met (een volwaardige) Nederlandse taal thuis en onder vrienden, een klein aanbod aan Nederlandstalige media thuis.

        In Friesland en Kerkrade wordt thuis ook weinig Algemeen Nederlands (AN) gesproken. Toch hebben kinderen daar geen taalachterstand van gemiddeld twee jaar. Dat komt doordat er bij de ouders geen afwijzende houding t.o.v. het AN bestaat, veel ouders toch óók het AN beheersen, er thuis een aanbod in het AN bestaat.

        Daarom heb ik wel degelijk een probleem met ouders die er voor kiezen hun kinderen van 0-4 geen enkel woord Nederlands bij te brengen, en in de vele jaren daarna het ‘Nederlands leren’ aan de school overlaten. Ik vind dat zelfs een vorm van kindermishandeling.

        Ik denk daarom dat V.d. Laan de oorzaak van onderwijsproblemen juist benoemt. Of zijn maatregelen effectief zijn, is vers twee.

        Je aanbevelingen neem ik graag over.

  6. Het vernieuwde onderwijs is
    Het vernieuwde onderwijs is kennelijk niet in staat een taalachterstand voldoende weg te werken, hoewel alle kinderen van nature een groot vermogen hebben de heersende taal van hun omgeving aan te leren.
    Ik denk dat het traditionele onderwijs met de vele oefeningen hier meer had kunnen bereiken.
    Maar zo’n tamelijk voor de hand liggende oplossing is blijkbaar ongewenst. Want het basisonderwijs wil nog meer het leerstof vinden aan de kinderen zelf over laten. Rn men wil geen kinderen meer verwijzen naar het speciaal onderwijs. Dat betekent dat het nog moeilijker gaat worden hoge eisen aan een klas te stellen.

    En dan zou levenslange leerplicht voor iedereen, een oplossing zijn? Ik zie het niet.

    Het meest vreemde is, dat ooit die buitenlandse kinderen uit de taalles werden gehaald, om les te krijgen in hun eigen taal en cultuur. Toen heb ik nooit gehoord over de bezwaren die we nu horen.
    Mogelijk was het gewone onderwijs toen degelijker, want ik spreek over ongeveer 30 jaar geleden.
    Dat lijkt me een aanwijzing voor de juistheid van het feit dat het WSNS-onderwijs, vernieuwd en wel, een grote bijdrage levert aan de achterstanden op taalgebied.

    • En zo ontstaat het idee
      dat levenslang leren ook noodzakelijk is om de achterstanden uit het (basis-)onderwijs in te halen.

    • Toch wel prachtig, hoe woorden
      ’n zin kunnen vormen en wat ze dan betekenen.
      Moby: “Dat lijkt me een aanwijzing voor de juistheid van het feit dat het wsns-onderwijs, vernieuwd en wel, een grote bijdrage levert aan de achterstanden op taalgebied”.
      ’n Directeur (anoniem) van ’n basisschool in ’n grote stad in het zuiden, omschrijft het zo: “Wsns sloopt het basisonderwijs.”
      Hup Eberhart, alle kleine beetjes helpen.

      • WSNS: Faalt klaarblijkelijk
        Gezien al die achterstandsproblemen die voortdurend gesignaleerd worden, en gezien het feit dat WSNS ook al zo’n 15 jaar bestaat, zou de conclusie moeten zijn : WSNS faalt!

        Al die Zorgplatforms, Interne Begeleiders, Preventieve Ambulante Begeleiders, Opvangen Jonge Risico Kinderen, Hulpklassen, Permanente Commissies Leerlingenzorg, Regionale Verwijzingscommissies, Regionale Expertise Centra, Orthotheken, Handelingsplannen, Zorgplannen, Stappenplannen Zorgstructuur, Toolkits, Plannen Van Aanpak, Preventieve Consultatieve Leerlingen Begeleidingen, Leerlingvolgsystemen, Implementatieanalyses, Signaalfuncties, Enz. Enz. Enz., hebben kennelijk geen beste resultaten bereikt.

        Al die tijd, al die moeite, al dat geld.
        Waar de degelijke juffrouws en meesters van ooit zonder al die poespas grote resultaten tot stand wisten te brengen.

        • zelfs failliet
          Ik lees op Joop.nl dat in 5 jaar tijd het aantal rugzakjes is verdriedubbeld, en dat desondanks of tevens, het aantal aanmeldingen voor het speciaal onderwijs met 25% is toegenomen.

          Daaruit blijkt wat mij betreft dat het WSNS-project met die lawine aan bureaucratische eisen, zelfs helemaal failliet is.

          Nul en generlei waarde, maar intussen de leerkrachten buitengewoon belast met bergen papierwerk.
          Is hier ook maar iets bezuinigd?
          Geloof ik niet.
          Al dat geld had gewoon, net als vroeger, direct aan het speciaal onderwijs kunnen worden overgemaakt.

          • WSNS: zonder nut
            Dan is er nog een onderzoek van het CBS:
            Leerlingen speciaal onderwijs in 1995: 14 per duizend.
            Leerlingen speciaal onderwijs in 2008: 25 per duizend.
            Conclusie: WSNS is al de rompslomp niet waard geweest.

            Het project kan worden bijgeschreven in de annalen als ‘mislukt’.
            Niet mee doorgaan dus.

          • 1 of 2 leerlingen gered?
            In een Gronings onderzoek van Batenburg, Hoogland en Veneman (GION), zien we de volgende deelnamepercentages (= het percentage leerlingen van alle leerlingen van een Samenwerkingsverband dat het speciaal basisonderwijs volgt):
            In 1994: 3,7%, en in 2002: 3,2%. Tot zover dat onderzoek.

            Dus in die WSNS-periode zijn 0,5% minder leerlingen doorverwezen naar het speciaal basisonderwijs.
            Als we uitgaan van een Samenwerkingsverband met 20.000 leerlingen in 70 scholen, zouden we kunnen concluderen dat per basisschool slechts 1 tot 2 leerlingen per jaar niet werden doorverwezen naar het SBO.

            Dan lijkt me dat WSNS een fraai voorbeeld van het schieten met een kanon op een mug.
            En zelfs contra-productief, want de leerkrachten werden opgezadeld met buiten-proportioneel verzwaarde taken, waarbij de Samenwerkingsverbanden de verplichting tot adaptief onderwijs hebben opgelegd.
            We zien dus een dwingende structuur die niet heeft gebracht wat gewenst werd, maar die wel een horde managers veel werk heeft gegeven.
            Het nut is verdwenen, de dwang en de werkverschaffing blijven.

          • Hoe kan dat?
            Moby geeft de volgende cijfers.

            CBS:
            Leerlingen speciaal onderwijs in 1995: 14 per duizend. (1,4%)
            Leerlingen speciaal onderwijs in 2008: 25 per duizend. (2,5%)

            GION:
            Leerlingen speciaal onderwijs in 1994: 3,7%
            Leerlingen speciaal onderwijs in 2002: 3,2%.

            Nogal inconsistent….

          • De cijfers van het CBS
            De cijfers van het CBS betreffen speciaal basis en voortgezet onderwijs. Die van GION sloegen alleen op het basisonderwijs.
            Mogelijk ligt daar een verklaring.

          • WSNS rendement: NUL
            Dan durf ik de stelling aan dat die 1 of 2 leerlingen die ‘gered’ werden door WSNS, bij gewoon klassikaal traditioneel onderwijs ook gewoon op die basisschool hadden kunnen blijven.
            Geen rendement dus, dat WSNS.

            (aangezien de teksten niet verschijnen om te bewerken, begin ik steeds een nieuwe reactie)

          • Niet alleen papierwerk.
            De kinderen, die door wsns, niet naar ’t speciaal onderwijs zijn doorverwezen, zitten nu dagelijks op het reguliere basisonderwijs. De negatieve invloed op klas en leerkracht daarvan is enorm. Alleen hangen juffen dat niet aan de grote klok.
            Merkwaardig genoeg lees ik nergens iets over de resultaten van wsns. Hoeveel procent van de rugzakjes gaat verder op het reguliere vervolg onderwijs en hoeveel procent gaat naar ’t speciaal vervolg onderwijs?

          • Volgens dat GION onderzoek
            Volgens dat GION onderzoek is het aantal leerlingen voor het speciale onderwijs van 1994 tot 2002 met 45 % toegenomen.
            Ook het ministerie erkent die toename. Men heeft er geen duidelijke verklaring voor. Wel wordt vermoed dat de speciale scholen voor het basisonderwijs onder druk zijn komen te staan wegens de WSNS eisen, en dat die scholen eerder dan vroeger hun zwaardere probleemkinderen laten uitstromen naar het speciale onderwijs.
            Verder heeft het CBS een opmerkelijk toename na de basisschool gezien van het aantal leerlingen voor het speciaal voortgezet onderwijs. Kennelijk lang binnenboord gehouden, maar toch niet op hoger niveau terecht gekomen.

            Maar het zou beter zijn als we dit allemaal gewoon aan de leerkrachten overlaten. Die managers piekeren zich suf over hun getallen, en vragen zich steeds maar af hoe het komt dat hun doelen niet gehaald worden. Waarna weer nieuwe structuren worden bedacht.

          • Dus passend onderwijs
            gaat de volgende kansloze (bezuinigings) actie worden, waarvan bepaalde resultaten al voorspelbaar zijn. De laatste meesters verdwijnen, twee tot drie juffen per basisschool groep worden standaard. De segregatie vreet verder en er ontstaan 2 nieuwe zuilen. Wit en zwart.
            Die ene muur is net omgevallen en de nieuwe virtuele muren dienen zich al aan.

  7. dat zinloze wsns
    Als we verder bedenken dat de grote uitstroom richting speciaal onderwijs vooral goed op gang kwam nadat vernieuwingen waren ingevoerd als ‘minder discipline’, ‘niet de leerstof centraal’, ‘vrije expressie’, enz., en we zien nu dat daarvoor een project werd gestart dat grote lasten heeft opgelegd aan de leerkrachten terwijl er nauwelijks opvallende resultaten mee werden geboekt, kan men de weerzin tegen WSNS begrijpen.

    Die weerzin ontstaat mede doordat WSNS ook het volgende wil:
    ‘Een verdere verlaging van de deelnamepercentages is alleen mogelijk wanneer er op de basisschool op een andere manier lesgegeven gaat worden, waardoor leerlingen meer gestimuleerd worden om actief, zelfstandig en zelfregulerend te leren.
    De leerkrachten moeten gestimuleerd worden om hieraan te werken en af te stappen van klassikaal onderwijs.’ (uit het GION-onderzoek)

    De leerkrachten moeten gestimuleerd worden iets wat niet werkte, verder te ontwikkelen tot… nog meer onwerkzaamheid.

    De macht van WSNS in de Samenwerkingsverbanden is veel te groot, en blijkt tot niets anders te leiden dan tot veel extra werkverschaffing.

    Volgens mij kan BON gerust de stelling verdedigen dat WSNS geen rendement heeft.

    • Inz. werkverschaffing
      En dat laatste is naar mijn oordeel ook de werkelijke reden voor verschijnselen als WSNS en Passend Onderwijs. Die twee kreten suggereren dat er werkelijk onderwijs-redenen zouden bestaan voor deze waanzin, wat natuurlijk kletskoek is.
      Bureaucraten voor Bureaucraten of Twee voor de prijs van één zouden betere werktitels zijn voor deze operatie.

    • van 3,4 naar 3,2?
      Het is geen gedegen onderzoek natuurlijk, wat ik bij elkaar pluk.
      Maar het Samenwerkingsverband dat werd opgericht toen ik er als MZR-lid bij betrokken was, had toen een deelnamepercentage van 3,4%.
      Dat lijkt me redelijk representatief.
      Als ik in het GION-rapport lees dat het landelijk deelnamepercentage in 2002 3,2% (3,7% in 1994) was, dan zie ik geen opvallende verbeteringen. Zeker als je probeert die percentages om te rekenen naar absolute aantallen leerlingen per basisschool.
      De praktijk laat daarbij ook al geen opvallende verbeteringen zien.
      De humbug echter, gaat helaas gewoon door.

      • 0,7 leerling per school
        In een brede evaluatie van het ministerie valt te lezen dat een basisschool gemiddeld jaarlijks 0,7 leerling doorverwijst naar het speciaal onderwijs. Vandaar natuurlijk de noodzaak een moloch in het leven te roepen.

    • Het Nieuwe Leren
      Dus via Passend Onderwijs moet Het Nieuwe Leren aan het basisonderwijs opgelegd worden….

      • Henk Keesenberg,
        een van de initiatiefnemers van WSNS, is nu landelijk co-ordinator Passend Onderwijs.
        Hij schrijft: ‘De vorige eeuw noemden we de eeuw van het kind. Laten we deze eeuw tot de eeuw van de leerkracht maken!
        Als leerkrachten niet betrokken zijn, niet meedenken, zich niet competent voelen, is ambities willen realiseren, gebouwd op drijfzand. Het primaire proces moet centraal staan.
        Ondersteuning, ambulante begeleiding, consultatie en professionalisering moeten de focus op het primaire proces hebben. Zo dicht mogelijk bij die juf of bij die meester. Gewoon ook omdat we allang weten dat als het goed gaat met de leerkracht, het goed gaat met de kinderen. Of, zoals Luc Stevens eens zei: “Kinderen hebben maar 1 kans, en dat ben jij.”‘

        Nee, dat komt helemaal goed. Fijn, iemand die zo voor je denkt. Intussen heeft hij de kritische leerkrachten t.a.v. Passend Onderwijs al verklaard tot de categorie ‘azijnpissers.’

        • Inz. ontmaskering
          Let op, onschuldige medeburger. Zodra iemand het over De Eeuw Van De …., De Dag Van De …. of De Week Van De …. heeft. dan behoort hij nimmer tot de bedoelde beroepsgroep. Ze kijken wel uit om zelf toe te treden. Het zijn altijd buitenstaanders die dergelijke neerbuigende kreten lanceren. Hieraan kunt u dus mensen met verborgen agenda’s herkennen.
          Zo hebben de NPS en de VPRO jaren geleden Het Uur Van De Wolf bedacht. En hoeveel wolven zijn er nu in Nederland nog over?

Reacties zijn gesloten.