Ik ben nu bijna aan mijn tienjarig jubileum in het onderwijs.
Daarvoor was ik vele jaren actief als kantoorman bij een particuliere onderneming.
Je zou dus kunnen zeggen dat ik zijwaarts ben ingestroomd. Inmiddels beschouw ik veel dingen in het onderwijs als gegeven of vanzelfsprekend. Toen ik echter begon was dat echter heel anders en veel zaken die ik toen ontdekte vond ik schokkend.
Wat waren die dingen, en is het wel zo goed om die dingen als alledaags te ervaren?
De ronduit anti-intellectuele instelling van de mensen die aan de touwtjes trekken. Ik ging het onderwijs in met het idee dat we allemaal hetzelfde doel zouden hebben. Dat was een grote misvatting. De schoolleiding geeft geen klap om het ontwikkelingspeil van hun leerlingen, ook niet om dat van hun leraren en een behoorlijk aantal leraren heeft in geen jaren een boek gelezen. Een lid van onze schoolleiding heeft zelfs niet eens een krant.
Brutaal en asociaal gedrag van leerlingen wordt als een gegeven beschouwd, niet als een afwijking.
De ouders die vinden dat het de verantwoordelijkheid van de docent is om hun kinderen een ruime voldoende te bezorgen. Of daar een zekere prestatie tegenover staat is niet interessant.
De gruwelijke schijnheiligheid waarachter men zich, van hoog tot laag, verschuilt. In het bedrijfsleven kwam je net zo veel eigenbelang en hebberigheid tegen, maar daar was het machtsspel volledig naakt: ‘ik ben sterker dan jij, pech voor jou’ en dat was dat. In het onderwijs doet de schijnheiligheid me denken aan de communisten onder Stalin.
De bespottelijke fixatie op deugnieten en zwakke leerlingen, samen met de bijbehorende veronachtzaming van bona fide en capabele leerlingen.
De volkomen afwezigheid van enige belangstelling voor efficiëntie. Symptoom daarvan is het steeds maar weer aanslingeren van projecten en veranderingen zonder ook maar een poging te doen een doel te formuleren of doel en middelen met elkaar in balans te brengen.
(pas later ervaren:) Het opvallend diep gezakte niveau. Dit begon mij pas na een jaar op te vallen, maar toen realiseerde ik mij wel meteen hoe erg het was.
Al deze dingen ben ik, gedwongen door de weerbarstige praktijk, inmiddels als gewoon gaan beschouwen. Ze zijn echter even alledaags als de bedlegerigheid van een tuberculoselijder of het ontbrekende kaartje bij een zwartrijder. ‘Gewoon’ is toch iets anders.
Veel ellende wordt verzacht door gezellige lessen en/of goede resultaten, maar de bovenstaande punten, met voorop het anti-intellectualisme, wekken steeds opnieuw mijn verontwaardiging op.
Dat zijn zaken…
….waar je ook na dertig jaar onderwijs nog steeds niet aan kan wennen.
Ik ben formeel geen
Ik ben formeel geen zij-instromer, want heb reeds tijdens mijn universitaire studie de bevoegdheid gehaald. Maar heb voor mijn entree in het onderwijs jarenlang in leidinggevende ambtelijke functies gewerkt. Ik deel je onaangename verbazing. Maar zou daar nog iets aan willen toevoegen :
– Gebrek aan respect voor menselijk kapitaal, gebrek aan personeelsbeleid.
-Gebrek aan waardering voor ervaring en kennis van buiten het onderwijs. Voortkomend uit een totaal ontbreken van kennis van de arbeidswereld buiten het onderwijs en dat terwijl men leerlingen daar wel op moet voorbereiden.
-De misvatting dat alles in het onderwijs anders is en moet zijn, terwijl men zich toch verbeeldt algemene regels m.b.t. leidinggeven toe te passen. Een denkspagaat aan de top.
-De touwtjes naar leerlingen steeds lossen laten vieren, terwijl medewerkers/docenten steeds strakker moeten worden gehouden. Kennelijk moeten leerlingen vertrouwen worden geschonken en docenten gewantrouwd worden.
-Het negeren dat tijd geld is. Tijd van docenten moet eindeloos beschikbaar zijn en is derhalve waardeloos. Je kunt ze eindeloos klusjes beneden hun niveau geven.
– Korte termijn belang van de school en manager, gaat voor de leerling op langere termijn. dit is de bron van niveaudaling, matsen en sjoemelen, pappen en nat houden.
-Gebrek aan fatsoen (naar woord geworden maar ik weet even geen alternatief) en eerlijkheid zijn gewoon geworden voor alle partijen die bij het onderwijs zijn betrokken (bestuurders, leerlingen, docenten ouders etc.)
Moeten we nog even doorgaan?
Dat is een hele mooie
De touwtjes naar leerlingen steeds lossen laten vieren, terwijl medewerkers/docenten steeds strakker moeten worden gehouden. Kennelijk moeten leerlingen vertrouwen worden geschonken en docenten gewantrouwd worden.
Hoe waar is deze constatering!
Buitenkant
Ik vind vooral de fixatie op de buitenkant zo schokkend. PR is alles, daar gaat dus ook het geld naartoe. Het gaat er niet om of leerlingen iets leren bij ons, als we de indruk wekken van wel. Als we maar kunnen schermen met projecten en bijzonderheden die het goed doen bij ouders. Als het maar leerlingen trekt. Als we maar de indruk wekken dat we een goede school zijn. Werkelijk een goede school willen zijn, dat is iets voor naievelingen.
Inzake kwaliteit van de PR
Wat u schrijft is natuurlijk ook hemeltergend. Ik vind wel dat een school zich enigzins met PR moet bezighouden, omdat dat invloed heeft op de continuïteit. Geen leerlingen, geen werkgelegenheid.
Maar ik weet zeker dat over die PR meestal niet wordt nagedacht. De mensen die zo fanatiek met de PR in de weer gaan hebben geen enkel reëel PR-doel voor ogen: welk type ouder spreekt dit aan? wat voor leerling trek ik aan? welke stoot ik er juist mee af? zou kwaliteit niet gewoon de beste reclame zijn? etc. Dat de keuze voor of tegen een school bij het vriesvak in de supermarkt wordt gemaakt door ouders die elkaar daar tegenkomen is een realiteit waar mijn eigen schoolleiding geen weet van heeft.
Uitzoeken welk effect hun PR-beleid heeft? Geen sprake van. Ze doen maar wat, en hun keuzen worden voornamelijk ingegeven door kudde-instinct (andere scholen Chinees? Wij ook!).
Dat komt natuurlijk voor aan
Dat komt natuurlijk voor aan gebrek aan zelfkennis/kritiek en realiteitszin. Onderwijs laten ze immers wel even voordelig geven door iemand die er niet voor geleerd heeft. Dus PR doen onze managers er ook wel even bij al hebben ze er geen kaas van gegeten. Als het echt mis loopt is er nog wel een duur bureautje. En met veel centjes over de balk smijten laat je zien hoe belangrijk je bent. Het onderwijs kenmerkt zich door een heel hoog” nieuwe kleren van de keizer gehalte”.
Dat is minachting van vakmanschap en dan moet je je niet bezig houden met de volgende generatie voorbereiden op de arbeidsmarkt.