Onderwijsraad: grote scholen zijn niet bureaucratischer dan kleine

In de Groene Amsterdammer van 30 maart:
==============================================
[…] De Onderwijsraad stelt dat er geen verband is tussen schaalgrootte en hoeveelheid bureaucratie. Grote scholen zijn niet bureaucratischer dan kleine. En in hoeverre bureacratie in zichzelf slecht is, kan alleen worden afgemeten aan de mate waarin scholen voldoen aan hun maatschappelijk taak.
Gelukkig voor onderwijsbestuurders vervullen ze die taak nog vrij aardig: de resultaten van het Nederlandse onderwijs zijn internationaal van hoog niveau, zeker gezien het relatief lage onderwijsbudget ten opzichte van het BBP in Nederland.
Dat er in 25 jaar zoveel meer aan bureacratie is uitgegeven, heeft, zoals de Onderwijsraad ook al opmerkt, te maken met de taakverzwaring op instellingsniveau ten gevolge van de terugtredende overheid. Tegelijkertijd eist dezelfde overheid hogere prestaties en meer dienstverlening van de scholen.
==============================================

9 Reacties

  1. Al voorbijgekomen?
    Was een vergelijkbaar bericht niet al hier voorbijgekomen?

    Heeft De Groene in opeenvolgende weken een stukje over hetzelfde rapport?

    • = een reactie
      Dit artikel is een reactie om het artikel van Bas Jacobs. Ik vond in dit geval de volgende twee beweringen van de Onderwijsraad interessant:
      1) dat er geen verband is tussen schaalgrootte en hoeveelheid bureaucratie. Grote scholen zijn niet bureaucratischer dan kleine.
      2) de resultaten van het Nederlandse onderwijs zijn internationaal van hoog niveau
      Zijn deze beweringen wel correct???

      • Nummer 2 ..
        …is correct.
        In het rapport staat dat het Nederlandse onderwijsgemiddelde lager is dan dat van de omringende landen, maar dat het kleine percentage hoogopgeleiden internationaal hoog scoort.

        • re Nummer 2
          Beste Hals
          Kunt u aangeven waar precies deze opmerking te vinden is in dit OR-rapport?
          Vast bedankt.
          Willem Smit

          • Beste Willem,
            CPB document juni 2005: Nederlands onderwijs en onderzoek in Internationaal Perspectief.
            Zie hier

  2. Parlementair uitzoeken
    Grote en kleine scholen zijn dus veel bureaucratischer dan vroeger. En dat is veroorzaakt door een overheid die het onderwijs uit handen gaf maar wel de eisen opschroefde zonder het budget aan te passen. Dit hoort een kernvraag van het komende parlementaire onderzoek te worden.

  3. Aantoonbaarheid
    Twee partijen sluiten een mondelinge overeenkomst waarna de ene niet nakomt. De benadeelde partij heeft dan gelijk maar kan dit niet bewijzen dus verliest zij. Een ander voorbeeld is roken. Er sterven meer rokers niet aan (long)kanker dan wel, dus de kwalijke gevolgen van roken lijken overdreven. Toen de duitsers zich herbewapende na de eerste wereldoorlog waren het de pessimisten die hier een nieuwe oorlog inzagen. Deze voorbeelden schetsen het huidige dilemma waarin het Nederlands onderwijs zich bevindt. De studenten weten het, de docenten weten het, de ouders weten het maar hoe toon je het aan dat het niet goed gaat? Zolang dit een probleem blijft zitten de besturen nog comfortabel.
    De vraag is dus hoe de telootgang aan te tonen is voordat het zich maatschappelijk manifesteerd met alle rampzalige gevolgen van dien.
    Niet meer is ook niet minder bureaucratie, dus waar is nu het voordeel?
    Corgi

    • Maar misschien moet de redenering net iets anders luiden
      Docenten zouden niet moeten wachten totdat het duidelijk is dat het slecht gaat met het onderwijs, maar zij zouden zelf moeten aangeven dat het slecht gaat met het onderwijs. Docent en leerling zijn de twee bepalende factoren voor goed onderwijs. Als het onderwijs nu zodanig is dat docenten zich er niet langer in kunnen vinden, en als ze dit dan ook laten blijken, dan is het ‘aantoonbaar slecht gesteld’ met het onderwijs! Een van de twee belangrijkste factoren laat dan een ‘negatieve’ score zien.

      Let wel, ik bedoel deze redenering formeel: als wij besluiten dat het onderwijs slecht is, dan is dit geen luim, geen kwestie van dwarsliggen, maar een formeel oordeel. En als docenten laten blijken dat dit oordeel van betekenis is, bijvoorbeeld door stiptheidsacties (niet meer extra surveilleren, om de twee lesuur een kwartier pauze nemen, geen ouders opbellen in de avond met je eigen telefoon, keurig tellen hoe lang je op de been bent en dus halverwege de werkweek naar huis gaan, e.d.), dan IS het onderwijs ook echt slecht en is het dus formeel vast komen te staan.

      Als je de docenten tegen je in het harnas jaagt, breng je slecht onderwijs voort.

      Schijnbaar valt het dus nog wel mee, met dat slechte onderwijs, want de docenten laten nog niets blijken. Ze werken lustig en vlijtig verder in hun veel te grote en drukke klassen. Ze klagen wel, haha, maar dat deden ze vroeger ook, dat is de folklore van het beroep.

      • Ook dit is al gebeurd
        Ook dit is al gebeurd en gebeurt nog steeds, maar het is niet genoeg. juridische onaantastbaarheid is wat gebroken moet worden. Laat zien dat er zaken plaatsvinden die immoreel zijn of illegaal. Laat zien dat qua tijd, geld, kwalificatie van de docent en de gebouwen etc. nooit kan wat zij pretenderen. Aan wie?
        Aan de parlementaire onderzoekers daar kan het verschil gemaakt worden.
        Corgi

Reacties zijn gesloten.