Zoals in elke ideologie, zit er ook in HNL een bepaalde logica, en dat is denk ik ook waarom het zo’n grote aantrekkingskracht op veel mensen, ook intelligente mensen, uitoefent. Het zal al wel vaker geanalyseerd zijn op deze site en in de media, maar blijvende spanningen leveren blijvende discussies op. Als ik HNL tot me laat doordringen, zijn mijn eerste associaties altijd:
– Kennis opzoeken? Is dat zo moeilijk dan? Heb je er echt jaren voor nodig om de vaardigheid “opzoeken” onder de knie te krijgen? Een als locatieleider in het onderwijs werkzaam familielid vertelde mij pas dat een scholier in haar regio ontevreden was over haar school en na een avond zoeken en vergelijken op het internet was uitgekomen bij het kleinschalige VMBO-schooltje waar dit familielid leiding aan geeft. Aan moeder gevraagd om die school voor haar te bellen, met de vraag of ze voortaan dáárheen mocht. Leerlingen kunnen heel goed zoeken als ze er intrinsiek voor gemotiveerd zijn; daar hebben ze geen school voor nodig; voor de taalbeheersing die je voor zoeken nodig hebt, hebben ze natuurlijk wél school nodig.
– Kennis opzoeken? Heb je daar later nog ruim de tijd voor dan? Als je als piloot in een vliegtuig zit, nog even snel het internet op om in het online woordenboek te zoeken naar de Engelse woorden voor “verzoek” en “landingsbaan”. Ik overdrijf natuurlijk, maar als je de analogie van een computer neemt: je moet niet alleen iets kunnen vinden op een harde schijf: je moet ook een werkgeheugen hebben, omdat je anders veel te traag bent of gewoon niks kunt uitrichten.
– Activerende didactiek? Een mens heeft er ook behoefte aan om dingen gericht en efficiënt voorgeschoteld te krijgen, en docenten, goeie docenten, zijn specialisten in doseren; iets wat leerlingen zelf juist meestal nog niet goed kunnen. Die behoefte om ook regelmatig dingen voorgeschoteld te krijgen is denk ik gewoon menselijk en uit zich in de nog altijd grote aantrekkingskracht van televisie, kranten, films etc.. Je wilt niet op elk moment van de dag overal controle over hebben, ook niet over alle informatie die tot je komt; daar is een mens volgens mij mentaal niet op gebouwd.
– Kennis opzoeken, samenwerken, presenteren? Prima om dit ook te leren, maar bij projecten moet je als leerling én van alles tegelijkertijd doen, én krijg je, omdat je in een grote groep zit, veel te weinig bruikbare feedback over wat je wel en niet goed doet. Als je een echt persoonlijke coach hebt en je je op enkele losse vaardigheden richt, dan kun je je stuk voor stuk in al deze dingen verbeteren, maar anders blijft het aanrotzooien. Het gekke is dat ik me, naast het zijn van klassikaal docent, ondanks mijn weerzin tegen HNL, best zou kunnen vinden in de rol van een échte, dus een persoonlijke, coach, die tijd en aandacht aan de verbetering van iemands vaardigheden zou kunnen besteden. Alleen is dat in de praktijk van HNL om financiële redenen sowieso uitgesloten, en dus blijft het verweesd onderwijs.
– Kennis leren die achterhaald zal zijn? Maar je neemt toch veel sneller veranderingen op als je al wist hoe het zát? Bovendien gaat het bij nieuwe kennis volgens mij doorgaans om details, niet om de hoofdlijnen. En op school leer je toch vooral de hoofdlijnen; specialiseren doe je pas later. En juist omdat later “later” is, loop je minder achterstand op; je richt je dan op de in díe tijd weer recente details.

Verhoging van het abstractieniveau van je denken.
Als je kennis gestructureerd tot je neemt groeit je vermogen tot abstraheren. Je ziet in soms wel zeer verafstaande disciplines overeenkomsten met aan jou bekende disciplines die iemand die maar weinig geleerd heeft niet kan zien, zowel uit onwetendheid als gebrek aan denktraining. Bovendien helpt het niveau van abstractie waarop je denk je om efficiënt te werk te gaan in nieuwe situaties. Dus: veel gestructureerd leren–> hoog abstractie-niveau –> groot probleemoplossend vermogen.
Daarnaast is het leuk om veel te weten, verbanden te zien en daardoor op hoog niveau te converseren. Je vermogen tot humor neemt ook toe.
opzoeken
Er is weinig wat mij als wetenschappelijk informatiespecialist meer irriteert dan de stelling : als je het maar kan opzoeken.
Want dat is een vak apart. Niet alleen mijn MAVO-leerlingen konden er niets van. Maar ook WO-studenten stuntelden. En ik ken prachtige proefschriften van gerenommeerde wetenschappers die er niet gekomen zouden zijn zonder professionele hulp bij het zoeken van informatie.
Goed en efficient zoeken vraagt niet een goede algemene kennis (fundament om mee te beginnen), taalkundige kennis (homoniemen, synomiemen etc.), maar ook wiskundige kennis als Booleaanse logica om een goede zoekstring op te stellen en evt. bij te stellen.
Daarnaast moet de informatiespecialist ook nog een zeer goed interviewer zijn om op informatiebehoeften (proactief) te reageren.
Dat zoeken we effe (SMS-nederlands) op is er dus niet bij.