79 Hervorming à la française of met de Franse slag?

Het Franse onderwijs begint met de ‘école maternelle’ van 3 tot 6 jaar, gevolgd door de ‘école primaire’ (5 jaar) van 6 tot 11, daarna komt het ‘collège’ (4 jaar) van 11 tot 15 met variatie mogelijkheden al is het in principe voor iedereen gelijk, en tenslotte het ‘lycée’ (3 jaar) van 15 tot 18 met algemene (‘L’, ‘ES’ en ‘S’) en ambachtelijke richtingen.

————————————————————————————————————–

De Heer Peillon (1960) de minister van Nationale Opvoeding (waar de Universiteit niet onder valt), had eigenlijk DE troefkaart van het socialistische regime moeten zijn, in zijn eentje een dijk van overtuiging en overredingskracht, die cynici en sceptici onverbiddelijk naar hun eigen modderbad van vooroordelen verwijst. Hij behoort tot de socialistische Gotha en intellectuele linkse bourgeoisie, aangenaam verrijkt met Joodse en Communistische elementen, niks geen proletarische afkomst. Een geletterd man, filosofische agrégé, specialist van Merleau-Ponti (1), eindelijk eens een minister voor wie het ministerie geen tussenstop was maar een bekroning van een loopbaan. En ook nog een hele mooie man die a priori vertrouwen inboezemt. Met 837.000 onderwijsambtenaren is hij de grootste werkgever van het land. Er moeten 60.000 man bijkomen. Hij is de man die alle overlappende en deels tegengestelde belangen in het gareel moet meppen en inhoud moet geven aan de sociaal democratische visie van de President: Het zijn de formele gelijke kansen niet die leiden tot een grote materiële ongelijkheid, maar de toegangshindernissen (pas d’égalité d’accès) vanaf het laagste niveau waarvan het cumulatieve effect remmend werkt op de sociale lift en die zelfs blokkeert. Vandaar het idee om het accent te leggen op het allereerste begin vanaf de kleuterschool  waar kennis- en taalachterstanden in het vroegste stadium moeten worden gecorrigeerd. Hoe zoiets in de praktijk precies wordt uitgevoerd en vooral of de moeite bij de juiste doelgroep terecht komt, is een heel ander verhaal.

Het uiteindelijke doel blijft uiteraard 1) de schrikbarende uitval van 150.000 leerlingen/jaar, meest jongens, te beperken. In jaargangen van 800 à 850.000 man, zijn zij die het systeem zonder diploma verlaten, de verliezers van de massificatie en 2) door een vroege diagnose van achterstanden en de remediering daarvan, de doorstroom uit de arbeiderswereld en ‘milieux populaires’ (het eufemisme voor gekleurde minderheden) te bevorderen. Dit is democratisering

Dus geen talent te verspillen. Als door een betere organisatie iedereen qua capaciteit tot zijn recht komt, komt dat het land in zijn geheel ten goede, minder leegloop, meer prestige, betere sier vergeleken met Duitsland…Ach, wat klinkt dat allemaal mooi! Hier wordt gewerkt aan een stralende toekomst!

Bij de onderwijsproblemen heeft men altijd al met veel retoriek te maken. De Heer Peillon deed daar nog een schep bovenop door van een ‘refondation’ te spreken. Dus geen ‘hervorming’ maar het systeem van de grond af weer opbouwen: une réforme exigeante pour plus d'équité… Tenir la promesse républicaine de la réussite éducative pour tous, tel est l'enjeu de la réforme de la refondation de l'école primaire. Une École juste pour tous et exigeante pour chacun. Na zeer uitvoerig overleg met de vakbonden en onderwijsexperts kwam het op 23 januari van dit jaar in parlementaire behandeling, 80 bladzijden tekst en idem aan bijlagen.

Het heeft geen zin op in details te gaan, U kunt die hier multimedia.education.gouv.fr/2013_loi_refondation_dossier_presentation/raadplegen (ook via de bijlage) waar ze in zulke eenvoudige bewoordingen zijn opgesomd, dat het met HBS-kennis van het Frans te begrijpen is. Helaas zal het dus voor de meeste Vaderlanders een gesloten boek zijn (2).

De Heer Peillon moge bekwaam zijn in het theoretiseren van wat mis is, maar de verwevenheid dusdanig, dat men zeer op moet passen met een edelmoedige, goedbedoelde maatregels het hele bouwsel niet te destabiliseren of datgene dat nog zo goed is de diepte in te sleuren.

Ik zal er een paar elementen uitlichten die voor Nederland relevant cq interessant zijn.

Schoolritme en schooltijd. Sinds de generalisering van de vrije zaterdag door ‘Rechts’ in 2008 gaan de kinderen nog maar 144 dagen naar school verdeeld over 4 dagen per week en 35 weken per jaar waar 874 leeruren in geperst moesten worden. De wederinvoering van die halve dag om de gemiddelde dagtaak in te korten leek het gemakkelijkst in de praktijk te brengen. Het lag voor de hand de woensdagen (eigenlijk bestemd voor de catechisatie…) daarvoor te bestemmen, daar bestaat een consensus over. Uiteraard waren de ‘chronobiologen’ van mening dat men voor de zaterdag zou moeten opteren. Eén en ander was buiten de waard om gerekend. Die ‘waard’ waren hier vooral de vakbonden, die niet terugdeinsden voor een harde stakingsactie voor meer poen, zelfs de socialisten spraken daar schande van, en tegenstribbelende gemeentes (onder wie het lager en middelbaar onderwijs deels ressorteert) die zich moeizaam laten derangeren. Het gevolg is dat de vakbonden een zoethoudertje kregen en dat deze algemeen gewenste maatregel pas volgend jaar zal worden uitgevoerd. Voor de doorsnee Fransman is het schoolritme, zeer ten onrechte, het enige wat uit ‘refondation’ opstijgt… Het schoolritme is geen prioritair element om de schooluitval te bestrijden.

Gelijke kansen staan niet op zichzelfen gaan hand in hand met de Franse versie van de (republikeinse) merite, men zou het als een twee-eenheid moeten beschouwen. Zie ook blog 62 Méritocracie à la française. Merite is een erfenis van de Revolutie: ‘Merite’ in plaats van ‘geboorte’; ‘talent’ in plaats ‘origine’; ‘intelligentie’ in plaats van ‘geld’. Gelijke kansen zijn een erfenis van de Verlichting en van Rousseau: ‘l’hommest né libre…aucun homme n’a d’autorité naturelle sur son semblable’. De meritocratie is de moraal van de winnaar, die er van uitgaat dat de verliezers hun lot verdienen als de wedstrijd eerlijk en rechtvaardig is verlopen. Dat beeld was altijd al wat scheef, maar in Frankrijk is er traditioneel veel respect voor pure intelligentie en het systeem zoals dat in de XIXe eeuw was ontwikkeld, maakte het mogelijk je zelf uit de klei trekken met doorzettingsvermogen, hard werken en intelligentie. Voorbeelden te over… Er was zelfs een eindexamenrichting voor jongelui met een wiskundeknobbel. Ja, die wiskunde…daarmee kon je een reële of fictieve culturele achterstand compenseren. In 1995 hebben goedwillende verbeteraars die richting omgezet in het bredere ‘S’ (‘Sciences’), waar wiskunde niet alleen zaligmakend meer was. De democratisering (= doorstroom) kreeg daardoor een gevoelige tik van de molenwieken en…het effect op de ingenieursstudies en zware wetenschappelijke studies was meteen te zien. ‘… Meer dan in de jaren 70 en 80 bepaalt je afkomst je kansen…’ (NRC 1 juni 2013/J.W. Meeus) gaat ook hier op. Na van alles geprobeerd te hebben willen de Fransen nu het accent leggen op het wegwerken van culturele achterstanden vanaf de kleuterschool: voor gelijke kansen moeten vooral de uitgangsposities zoveel mogelijk gelijk zijn. De klemtoon van dit nobele voornemen (alsof het een ontdekking is)  komt bij de ‘ZEPs’ (Zone d’Education Prioritaire) te liggen waar 20% van alle leerlingen zijn, meest achterstandswijken. 7.000 nieuwe leerkrachten worden daarvoor ingeschakeld. Sinds 1981 is er eindeloos veel aan die ZEPs besteed en gemorreld. Tot nu toe was het effect niet overtuigend.

Histoire geo Tout ce qui peut cultiver un peu nos jeunes illettrés est bon. ‘Rechts’ had in 2009 de 2 uren  Geschiedenis en Aardrijkskunde in de hoogste klas van de edelfilière ‘S’ (van ‘Sciences’) afgeschaft. Niet zozeer dat het een echte Sarkozy-maatregel was, het was zo’n ondoordachte maatregel in harmonie met de tijdgeest, ballast die competentie in de weg staat. Het spoorde ook met het sociaal-democratische en slap-liberale idee dat het juist de culturele bagage is die een optimale democratisering in de weg staat… Die bagage mag dus niet meewegen. Dat de maatschappij dat later corrigeert, wil men niet weten. On a voulu faire de l'histoire-géographie un enseignement de spécialité, alors qu'il est une pièce maîtresse du raisonnement des élèves. Priver les lycéens de cet enseignement l'année de leur majorité, quand ils accèdent à la citoyenneté, n'a aucun sens. Uiterst ‘Links’ is echter van mening dat men de ‘milieux populaires’juist niet mag uitsluiten van verrijkende culturele waarden en vindt daarmee aansluiting bij de middenklasse. Dat tegelijkertijd in de letterkundige filière ‘L’ alle wiskunde werd afgeschaft, vond men kennelijk niet erg, maar dat was al even ondoordacht… Aardrijkskunde en geschiedenis komen dus weer terug, maar de litterati blijven vanaf hun 15everstoken van wiskunde. 2/3  van alle leraren komen uit die filière…

 

Selectie en oriëntatie. Wat zich in Nederland overgesimplicifeerd toespitst op CITO-resultaten, een guillotine (?), met waarschijnlijk veel declasseringsverdriet en omzeilings- of winstrategieën, vindt in Frankrijk in de 4 collège jaren plaats (11 tot 15 jaar), waar de overheid juist de botte bijl wil vermijden, want ook hier wordt het hogerop gaan aangevoeld als een impliciete afbraak van ambacht en vakmanschap: de technische kwalificerende opleidingen lijden er onder als ze een vergaarbak worden voor de zwakste leerlingen. Het collège, waar zich ook de schooluitval concentreert, krijgt daarom terecht veel extra aandacht.

 

Gelijke behandeling van jongens en meisjes. Wat gaat verborgen achter de notie die vanaf de kleuterschool dient te worden ingevoerd? ‘De kleuterschool krijgt de taak de basis kennis bij te brengen van de principes van het samenleven en de gelijkheid tussen meisjes en jongens.’ (Elle assure une première acquisition des principes de la vie en société et de l’égalité entre les filles et les garçons). Leest U goed: ‘meisjes en jongens’ en niet ‘jongens en meisjes’, wat beter spoort met onze traditie. Alsof het onderwijs niet in de eerste plaats behoudend moet zijn. Het doel is vanaf het 6e jaar de complementariteit tussen man en vrouw te ontmantelen en het geslacht naar eigen keuze af te dwingen. Mogen uiteindelijk jongens dan meisjesnamen aannemen en omgekeerd? Een onderwijsvakbond schrijft: de heteroseksualiteit is niet de natuurlijke vorm van seksualiteit, maar de dominante vorm daarvan, zoals het sociale systeem dat voortbrengt en wettigt. Degenen die zich van dat model verwijderen worden gestigmatisserd en vernederd. (l’hétérosexualité, n’est pas la forme «naturelle » de la sexualité, mais sa forme dominante, au sens où le système social la produit, la légitime, et stigmatise et infériorise socialement celles et ceux qui s’en écartent.) Nog afgezien van de vraag of men een 5 of 6-jarige met dit soort dingen kan/mag/moet sexualiseren, ziet het er naar uit dat de Théorie du Genre na de Franse versie van Het Nieuwe Leren het nieuwste stokpaardje van de post-1968 linkse pedagogen wordt. De meerderheid moet zich dus (alweer) aanpassen. Le genre, « ennemi principal » de l’égalité, je moet maar de durven de geslachtstheorie causaal in verbinding te brengen met gelijkheid en het daarmee te verheffen tot een kernpunt van het onderwijsbeleid… Is een gewetenspolitie  de volgende stap omdat een verbetering 'meetbaar' moet zijn? Het kan de verwarring alleen nog maar vergroten. Eigenlijk moeten de jongetjes zich schamen een jongen te zijn… Ouders die aanvoelen hoe belangrijk structureerde kennisverwerving is met duidelijke bakens en geworteld-zijn zonder anticipatie op vertroebelende problemen die niet bij de leeftijd passen, worden de gordijnen ingejaagd… Niettemin is de discussie interessant en zal ik er een blog aan wijden. Voor hen die nu alvast uitgebreid willen huiveren verwijs ik naar de bijlage (193 bldz!) en naar het essay ‘L’éducation à l’Age du Gender’/Salvator 2013, 124 bldz. Je vraagt je af wat voor soort gezinservaring al die geleerde schrijvers hebben…

Moraal en burgerschap. Vanaf de lagere school tot het einde van de leerplicht (16 jaar) moeten de leerlingen bewust worden gemaakt van hun rol in een tolerante samenleving waar ze met respect moeten omgaan met de verschillen van origine, godsdienst, kleur enz. en ook de gelijkheid tussen mannen en vrouwen moeten interioriseren. Uiteraard worden deze dingen al onderwezen en verplichte filosofielessen geven daar nog extra diepte aan, maar de Heer Peillon heeft dat netjes opgepoetst. ‘Met vrijheid van geest en verantwoordelijk gedrag moeten de jonge mensen een eigen houding kunnen smeden’ (van forger). Als hulpmiddel is er een ‘parcours d’éducation artistique et culturelle’. Frankrijk zou Frankrijk niet zijn als zij de ‘laïcité’ (= in principe strikt neutrale lekenmoraal)  er niet bij zouden betrekken. In het kader daarvan zijn hoofddoeken en ander uiterlijk godsdienstig vertoon (keppels en ook crucifixen in de leslokalen) niet toegestaan. Het is opvallend dat de hervatting van het onderwijs van de moraal en burgerschap (sinds 1939) als aparte discipline niet werd weggehoond en goed werd ontvangen. De vraag is wat er in de praktijk van deze niet-patriottische ‘common descency (Orwell) terecht komt of anders gezegd hoe het evenwicht tot stand komt tussen een zinnelijke permissiviteit jouir sans entrave van sommige bobo’s en homo’s en een viriele, Christelijke angehauchte terughoudendheid un homme, ça s’empêche… (Albert Camus).

Evaluatie. Zie ook de boekbespreking van L’Imposture Scolaire, blog 77. Vanaf 2010 worden op nationaal niveauleerlingen van 7 en 10 jaar  getest op  de beheersing van de gemeenschappelijke ‘socle commun de connaissances et de compétences’. Bovendien heeft iedere leerling een ‘Livret Personnel de Compétences’  (LPC) waarbij de onderwijzers voor 7-jarigen 46 hokjes moeten afvinken en voor 10-jarigen 110 hokjes… Het systeem heeft de tendens te degenereren tot een afvinkfabriek. Gaat U maar na: een klas met 30 leerlingen… Daarnaast blijft de ‘klassieke’ beoordelingsmethode in gebruik. De tests waren eigenlijk bedoeld als hulpmiddel om het onderwijs op nationaal niveau in zijn geheel bij te sturen. Een steekproef bij, zegge, 3% van de leerlingen was wat dat betreft voldoende geweest. De Franse samenleving is in de ban, zoals ook Nederland, van prestatie tegen elke prijs en van mededinging. Er wordt geen rekening gehouden met niet kwantificeerbare talenten en ook niet met de transversaliteit die maakt een competentie (wat is dat eigenlijk? Nog nooit goed gedefinieerd) niet  op zichzelf staat. Het gaat ten koste van het idee van dat de Wereld er voor iedereen is (3). Of anders gezegd ten koste van een vooruitgang van allen, de samenhorigheid en de solidariteit. "Réussir" est devenu l'obsession générale de notre société, et cette réussite est mesurée par notre capacité à l'emporter dans des compétitions permanentes (Prof. Albert Jacquard).

Hier zijn dezelfde soort discussies als over de CITO, hoe een goed idee kan afdrijven. De tests waren anoniem voor de overheid bestemd. Methodologisch en qua timing was er veel op aan te merken. Met de generalisatie kwamen de perverse effecten meteen naar boven. Om bij de vakbonden in het gevlei te komen kregen de onderwijzers een premie van € 400 voor het goede verloop van de tests.‘Teaching to tests’ was daarvan het resultaat met actieve medewerking van de hiërarchie. De uitdrukking ‘teaching to tests’ ben ik in Nederland nog niet tegengekomen ofschoon dat op grote schaal wel zal gebeuren. Dat komt neer op een verarming van het onderwijs, want de onderwijzer zou er op kunnen worden nagewezen dat zijn ‘resultaat’ achter bleef, terwijl toch beter les gaf dan zijn collegae… Zo kwam er een manipulatie tot stand die in de nationale statistieken een zeer geflatteerd beeld gaf van wat er in het veld aan de hand was… Verbetering over de hele linie! Bravo, bravo, eindelijk meetbaar goed onderwijsbeleid, dat moest het domme volk door de strot geduwd worden… L'évaluation a pris le pas sur la transmission des savoirs. En ook hier vreest men dat de openbaarheid van dit soort tests het bestaan van sommige scholen onhoudbaar wordt.

Evaluaties op nationaal niveau mogen onontbeerlijk zijn om een onderwijspolitiek uit te stippelen en ook om de beroepsmatige aanpassing binnen het collège te verbeteren, maar de Heer Peillon is met de evaluaties in de huidige vorm gestopt. Ze vinden alleen nog maar op vrijwillige basis plaats als een hulpmiddel voor pedagogische keuzen voor het succes van de leerlingen. De premie van € 400 is ook komen te vervallen. Er wordt nagedacht over een nieuw neutraal systeem zonder perverse uitwerkingen die in 2014 of 2015 moet worden  ingesteld.

Informatica:  de nieuwe generatie moet zo vroeg mogelijk vertrouwd raken met de digitale wereld. Het is een waarheid als een koe. Het pleit voor een land dat ooit een voorloper was van het Internet op gebied van data verwerking en elektronische communicatie met de Minitel (vanaf 1982) zich afvraagt hoe men kan vermijden dat deze nieuwe generatie zich ontwikkelt als onwetende en passieve consumenten die gemanipuleerd kunnen worden. Zullen ze in staat zijn de digitale revolutie te domineren als geïnformeerde burgers die de machine kunnen beheersen en vernieuwingen concipiëren of worden ze boodschappers van een graal waarvan de betekenis hun begrip ver te boven gaat? En die hen afhankelijk maakt van een heel kleine club van deskundigen?

Uiteraard kwamen de rekrutering, 60.000 man extra + de vervanging van hen die met pensioen gaan, en de vorming van de leraren aan de orde. Hier kwam de politieke aard van de regering en de macht van de vakbonden tot uiting: Meer is beter, al is het ‘meer van het oude’. Met de huidige moeilijke begrotingsjaren is er geen enkele ruimte voor salarisverhogingen buiten de anciënniteitverhogingen om. If you pay peanuts, do you get monkeys? (Studie van Peter Dolton en Oscar Gutteriez, 2013) is een terechte vraag die betrokken ouders zich moeten stellen. De anticipatie op minder goede leraren leidt in de praktijk tot een verhoogd beroep op allerlei studieprothesen van bijles tot stoomcursussen in de Zomervakantie… De ouders van de doorsnee leerling die daar niet aan mee doen zijn of dom, of op een schuldige manier onverantwoordelijk.

Bij de vorming krijgen de leraren in spe tijdens hun 2emasterjaar de gelegenheid voor de klas te staan. ‘Rechts’ had die praktische ervaring onder luid protest afgeschaft.

————————————————————————————————————

‘Gelijkheid’ en ‘gelijke kansen’ zijn wachtwoorden van het beleid, ook bij ‘Rechts’. Hoe vaak worden die principes niet door subtiele maatregelen ondermijnd. Ondanks zijn constructieve retoriek heeft de Heer Peillon verstandige maatregelen van ‘Rechts’ op dat gebied  te niet gedaan. Zo was er de mogelijkheid voor 14-jarigen (meest onhandelbare jongens) een toekomstige professionele activiteit en school te alterneren. Dat spoorde niet met de theoretische gelijke behandeling op het ‘collège’ en werd daarom afgeschaft.  Idem de internaten waar ‘exellente’ leerlingen uit de ZEPs naar toe konden gaan met het argument dat ‘les internats d’excellence constituent une réponse partielle et coûteuse à un besoin plus large. Tous les internats, dans leur diversité, doivent proposer l’excellence scolaire et éducative aux élèves accueillis’. Het is bij uitstek een holle frase (langue de bois), waarmee iets waardevols om zeep werd geholpen. Degenen die wilden/konden uitblinken zijn weer in hun hok terug gemept.

OK men moet zich niet laten ontmoedigen, maar de onderwijskrachten die in moeilijke wijken worden ingezet zullen soms het gevoel hebben dat ze met een lepel in de hand een zee van domheid en onbegrip moeten leegscheppen en dat die moeite waarschijnlijk elders beter zou zijn besteed. Dat leeglepelen is ook daarom zo moeilijk omdat scholing en opleiding een ‘affaire de famille’ is (uitgewerkt door Pierre Bourdieu). Maar wie gaat aan de ouders zeggen dat de TV niet de hele dag aan moet staan? En dat het nuttig is eens een krant of boek te lezen? Enz.

Er is ook een fundamentele contradictie in die zin dat onderwijskrachten ‘meer gelijkheid’ en ‘meer kansen voor hen die het niet hebben’ moeten waar maken, terwijl het juist de onderwijskrachten zijn die het best het huidige systeem weten uit te buiten. Hun kinderen representeren ongeveer 30% van het bestand van de beste instellingen… Le Monde heeft daar een fraaie studie aan gewijd: Enfants d’enseignants, ces ‘chouchous’ de l’Ecole (8 mei 2013). Googlelt U dat. Het geeft  inzicht in wat er in de coulissen plaats vindt en hoe taai de corporatieve tegenstand kan zijn.. Het zijn de onderwijskrachten die de intellectuele nieuwsgierigheid binnen de eigen kring het best op peil houden (2/3 komt uit de literair/filosofische hoek!), dus boeken lezen en ook Le Monde, wat een echte leraarskrant is; hun kinderen opvoeden met het idee dat succes op school het resultaat is van inspanning, herhaling en doorzettingsvermogen. De commentaren zijn ook de moeite waard. Hier is een mooie: Al diegenen die belast zijn met de wedergeboorte (= refondation) van de volksschool hebben kinderen die over het algemeen goed slagen … volkskinderen worden er uitgedrukt, waardoor de ongelijkheden bij de start nog groter worden. Denkt U werkelijk dat ze zouden willen democratiseren [ten koste van zichzelf]? (Tous ceux qui seraient chargés de " refonder " l'école du peuple ont des enfants qui réussissent plutôt bien à l'école qui fait couler les fils du peuple, accroissant encore les inégalités de départ. Vous croyez vraiment qu'ils voudront la démocratiser?…)

————————————————————————————————————

De echte scud (22 mei 2012) die op de Heer Peillon, de vakbonden en de overheid werd afgevuurd, kwam niet uit de politieke hoek maar van de rekenkamer (Cour des Comptes), die stelde dat de rekrutering van 60.000 man extra personeel helemaal niet nodig was, zeker niet in vergelijking met andere OESO-landen. Zelfs Nederland werd daarbij geciteerd…  ‘Het probleem is niet het aantal onderwijskrachten of het gebrek aan middelen, maar het juiste beheer van die middelen’. De rekenkamer kritiseert verder  ‘de gelijkheidsdruk die veronderstelt dat iedere leerling dezelfde onderwijsbehoefte heeft en iedere leraar dezelfde competentie’. Deze formele rechtvaardigheid heeft tot gevolg dat leerlingen bestaan voor de leraren via hun vakbonden en niet omgekeerd. Dat heeft te maken met het centrale computergestuurde benoemingsbeleid dat werkt met een puntensysteem. Leraren kunnen voorkeuren geven, maar degene die de meeste punten vergaart, krijgt de post. De punten krijg je door anciënniteit, je eigen residentie, of dankzij je vrouw als die ver af woont, je ‘brownie points’ vergaard in een ZEP etc. Voor een vrijgezel kan het zuur zijn… Voor oudere leraren zijn er nog wat andere douceurtjes die het leven veraangenamen. Of je een goede leraar bent of niet, telt niet mee. Het gevolg is dat in de moeilijke scholen de jaarlijkse vervanging boven de 50% is… Een groot deel van de additionele inspanning loopt daarop stuk. Daar komen tegen alle deontologische overwegingen in jonge, onervaren leraren terecht… Uiteraard zijn salarisverschillen naar merite/moeilijkheid bij de vakbonden quasi uit den boze. Niettemin heeft de complexiteit hoeken en gaten waar het smout voor het oprapen ligt. Zo kan een leraarsalaris oplopen tot € 8.500/maand. Maar niet in de moeilijkste, maatschappelijk nuttigste posities. De rekenkamer raadt o.a. aan dat een leraar in 2 disciplines les geeft. De zeer grote efficiency winst kan dan besteed worden om het gemiddelde salaris te verhogen. Dus minder, maar beter opgeleide en beter betaalde en goed gemotiveerde leraren. Dat is ook wat in het belang van de ouders is. En dat was wat de Heer Sarkozy ook wilde. De vakbonden waren razend. De Heer Peillon hield zich koest.

Men kan de rekenkamer niet van partijdigheid betichten: de president was vroeger een eminente socialist.

1) Maurice Merleau-Ponti (1908-1961) tijdsgenoot van Jean-Paul Sartre (met wie hij in 1952 zou breken) en Simone de Beauvoir, schrijver – schrik niet – van Phénoménologie de la Perception (1944),

(2) Nederland was vroeger beroemd om zijn talenkennis. De moderne talen werden zeer degelijk onderwezen. Het zou een prachtig hulpmiddel zijn om een originele Nederlandse stem in het kader van de Europese integratie tot uitdrukking te laten komen. Het is weg. Waar is onze vooruitgang? Waar kweek je nog onderling begrip? Waar is de kruisbestuiving als je door allerlei filters heen moet gaan?

(3) Dit sluit aan bij ‘il faut de tout pour créer un monde’ de Christen Democratische mantra van mijn eigen familie. 

7 Reacties

  1. “Gelijke kansen” betekent dat

    “Gelijke kansen” betekent dat je om hoog op de maatschappelijke markt te stijgen volop gebruik moet kunnen maken van eventueel meer dan gemiddeld talent en een eventuele hoge intelligentie. En dat je omdat je weinig getalenteerd bent en slechts een gemiddelde intelligent de  pech kunt hebben dat afkomst en geld er niets  meer mee van doen mogen hebben. Als je dan ook nog in een situatie verkeert waarin je je niet verdienstelijk kunt maken zul je altijd onbeduidend blijven. Voor de maatschappij als geheel is het zeker wenselijk dat talent, intelligentie en verdienstelijkheid de plaats ingenomen hebben van  resp. origine, geld en geboorte. Maar op individueel niveau is het even rechtvaardig of onrechtvaardig dat iemand een mislukkeling wordt als gevolg van het ene of van het andere. Het begrip verdiend lot raakt hier kant nog wal. Iets anders is het om leerlingen met talent voor wiskunde hun wiskundige richting in het VWO af te pakken en te vervangen door “sciences”. Dat is net zo onrechtvaardig als zwakke leerlingen als maar iets proberen te laten doen wat te moeilijk voor hen is. Echt zwakke leerlingen schijnen weinig van Maatschappijleer op te pikken omdat het te moeilijk is en de leerlingen niet aanspreekt. Dan kan het onderwijs aan hen zich er beter op toe leggen om hen een betere vakopleiding te geven. Veel zuivere wiskunde voor de wiskundig begaafden en veel praktische kennis voor leerlingen met een laag IQ is voor iedereen het beste. Zowel de leerlingen als maatschappij als geheel  worden daar beter van.

    De Franse socialisten hebben net als de Nederlandse PvdA niet begrepen dat naarmate een leraar verder verwijderd is van ‘alles uit een leerling haalt wat er in zit’ de afkomst van een leerling een grotere rol speelt bij wat hij op school en later in de maatschappij presteert. Hoe “lager”de afkomst van een leerling is, des te minder kunnen immers ouders en anderen in zijn leefomgeving het tekort dat scholen leerlingen aandoen compenseren. De moeilijke HBS van vroeger was ideaal voor leerlingen die van huis uit weinig wetenschappelijke en culturele bagage meekregen.

    Principieel gezien is het lofwaardig om te proberen het startniveau van leerlingen uit de onderklassen op dat van de kinderen van hoogopgeleide ouders te brengen. Maar men moet niet voor de verleiding bezwijken om bij teleurstellende resultaten daar steeds meer geld aan uit te geven. Intelligentie is in hoge mate erfelijk dus ook met het allerbeste onderwijs voor alle kleuters kan men niet bereiken dat de kleuters van elke sociale laag het even goed doen. Ongelijke kansen gebaseerd op ongelijke aangeboren intelligentie begint al op zesjarige leeftijd en niemand kan daar iets aan doen tenzij met maatregelen neemt die de gehele samenleving flink schaden.

    We moeten wel elke leerling de kans geven om een programma te volgen dat het maximale van hem vergt.

  2. In dit kader een mooie tekst

    In dit kader een mooie tekst uit een lezenswaardig artikel:

     

    "Het probleem van elke gelijke kansenideologie (ook de "meritocratische") is dat zij gelijkheid wil creëren in een ongelijke maatschappij. Volgens de Franse opvoedingsfilosoof Rancière (1987) heeft dit de "pedagogisering" (en "infantilisering") van de samenleving onwillekeurig mee in de hand gewerkt."

     

    Uit: 'Wat de geschiedenis leert over het onderwijsdebat', opinie De Morgen, 6 juni 2013

    www.demorgen.be/dm/nl/2461/Opinie/article/detail/1646715/2013/06/06/Wat-de-geschiedenis-leert-over-het-onderwijsdebat.dhtml, zie eventueel, www.rijnlandmodel.nl/politiek/ned/linkse_denkfouten.htm , en, www.rijnlandmodel.nl/onderwerpen/onderwijs/beleid_vorm-inhoud_bronnen.htm 

  3. Waarom kunnen Nederlandse

    Waarom kunnen Nederlandse dagbladen geen stukken schrijven zoals we die op de opiniepagina van De Morgen ('progressieve kwaliteitskrant') tegenkomen? De Nederlandse media zijn vanwege imaginaire doelgroepen – marketing – oppervlakkig en emotie-gedreven geworden. De onderzoeksjournalistiek kost te veel. 'Fact-free media' door aan politieke partijen gelieerde moralisten en journalisten kan de democratische besluitvorming ondermijnen. Er wordt vaak 'pais en vree' voorgewend waar deze bij veel mensen niet bestaat. De bekende ivoren toren.

     

    Wie is er overigens in Nederland aanspreekbaar op de internationale ideeëngeschiedenis binnen het onderwijs? (in de vorm van een zakelijke uiteenzetting zonder opiniering) Bestaat deze figuur eigenlijk wel? Hij zou een uitstekende onafhankelijke beleidsvoorlichter kunnen zijn, en politieke verkaveling op de onderwijsagenda ter discussie kunnen stellen. Beleidsinstituten als de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en Onderwijsraad acht ik hiertoe niet in staat. Academische – dwz objectieve – diepgang en continuïteit zou het verhitte onderwijsdebat kunnen verkoelen. Alles lijkt gepolitiseerd en getechnocratiseerd. De synergie van de macht. 😉

  4. @ Malmaison.

    @ Malmaison.

    Ja toch wel heel merkwaardig die parallel tussen ‘S’ en de oude HBS-B. Uit statistieken is te zien dat in NL moeilijke universitaire studiedisciplines (met name wiskunde) volledig in elkaar zijn geklapt. Zover is het in Frankrijk nog niet, maar ze zijn er wel beducht voor. Nu wil A’dam een ‘science’ kennisfabriek opzetten. Dat zou dan helemaal offshore moeten zijn, met offshore salarisschalen en met een speciaal team om de rangschikkingresultaten te ‘masseren’. De arbeidersjongen uit de Peel interesseert hun niet, die zou het ook niet kunnen betalen, Afrikanen in de praktijk ook niet, ze willen vooral Chinezen voor wie Nl op z’n best de 4eof 5elandenkeuze is… Het verhaal over de VU in de Groene was ook zoiets huiveringwekkends. Daar wordt de universitaire versie van ‘Rhineland Exit! (Teulings/Bovenberg, 2008) in de praktijk gebracht.

    U bent wel wat streng over ‘verdiend lot’. Het is een filosofisch onderwerp waar men een boek mee kan vol schrijven. Gelukkig is het leven lang en narrig en vaak inconsequent. En ja, het strekt zich eigenlijk over meerdere generaties uit… Niet onder te brengen in een sluitende theorie. Ik spreek me een beetje tegen als ik stel ‘de selectie moet voor het individu niet al te deterministisch zijn’. Er moet altijd een herkansing zijn. Plaats voor laatbloeiers, plaats voor dichters, denkers, dromers enz. Dat een laag IQ via CITO causaal deterministisch verbonden wordt met handwerk (en niet met ambacht en vakmanschap, ambachtscholen zijn opgedoekt) is helemaal verkeerd en stigmatiserend. Om een goede handwerker te zijn, moet je zeker niet dom zijn. In ons familiebedrijfje wordt ik daar dagelijks mee geconfronteerd. Ook op dat gebied is iets helemaal mis gegaan met de marktwerking.

  5. In Nederland hebben de

    In Nederland hebben de politici en de schoolbesturen de leraren eendrachtig klein gekregen. De schoolbesturen zorgden er samen met de politici voor dat de leraren uitgeput raakten door de sterk toegenomen arbeidsbelasting (waaronder de psychische belasting van oneigenlijke bijkomende  en vaak zinloze taken), de scholen door een forse salarisvermindering voor de leraren en de overheid door het juk van te grote hypotheekrisico’s waartoe leraren vanuit hun tot voor kort zekere baan verleid waren. Anders dat de leraren in Frankrijk waren daarom in Nederland de leraren door de vakbonden met geen stok tot staken voor beter onderwijs en betere arbeidsvoorwaarden te krijgen. Doordat het leraarschap een onaantrekkelijk beroep geworden is zullen de schoolbesturen met een steeds docielere lerarenpopulatie te maken krijgen. Maar of de overheid zich verder onderwijs verzorgd door laag in hun leervak opgeleide leraren meent te kunnen permitteren is nog afwachten. In Frankrijk konden blijkbaar de leraren het behoud van hun vrije woensdag naast een vrije zaterdag doordrukken. In Nederland is er net een weekje van de grote vakantie af gegaan. In Nederland halen overheid en schoolbesturen de ene na de andere Pyrrhusoverwinning. Dat “Pyrrhus” geldt natuurlijk voor de overheid die de puinhopen en de collateral damage moeten opruimen en niet voor schoolbestuurderen die alleen maar moeten zorgen om lang genoeg in functie te blijven om in noodgeval van hun spaarpotje te leven. In conflicten over schooltijd en schoolrithme vormen in Nederland de leraren geen machtsfactor. Hun positie is mede verzwakt omdat die steeds minder is gaan lijken op die van een ambtenaar.

    Scholen doen wel hun best om de beste leerlingen aan te trekken. De wetgeving maakt het hen mogelijk om een vijfdaagse werkweek in een vierdaagse om te zetten en de zo uitgespaarde lesuren in te zetten voor extracurriculaire activiteiten.. Als men de opsomming daarvan bekijkt moet men concluderen dat het met die extra activiteiten niet de diepte ingaat.. De activiteiten hebben vaak een sensatiekarakter en de leerlingen krijgen er soms een i-pad bij cadeau. Zo’n opleiding kan dus niet in de schaduw staan van de voormalige Franse eindexamenrichting voor jongelui met een wiskundeknobbel. De Nederlandse scholen hoeven niet bang te zijn dat de tot de VWO-klas toegelaten leerlingen het gewone eindexamen niet zullen halen. In Frankrijk moesten ze wel eindexamen doen in de extra verworven wiskunde. Alles in het middelbaar onderwijs in Nederland draait tegenwoordig om de schijn en vals enthousiasme.

  6. @ Wilmont

    @ Wilmont

    Ik ben me er goed van bewust dat er laatbloeiers zijn maar ik weet niet waarom en ook niet of de goede verklaring ervoor voor bijna alle laatbloeiers dezelfde is. Maar ik ben furieus tegen plannen om intelligente en goed motiveerbare leerlingen een moeilijk en uitdagend programma te onthouden met het doel te voorkomen dat laatbloeiers als gevolg van afstromen pas via een omweg weer bij de intelligente leerlingen terug komen. Geen middenschool of basisvorming voor leerlingen die op een bepaald moment op het gebied van intellect met kop en schouders boven hun leeftijdgenoten uitsteken! Dat leidt tot verspilling van talent en soms zelfs tot vernietiging van talent want niet elke excellente leerling is gelukkig met gedwongen onderpresteren. Maar ik wil wel dat er vele opstroommogelijkheden komen voor laatbloeiers. Die politici die denken dat omwegen die door laatbloeiers bewandeld worden  onnodig de kosten van het onderwijs verhogen en daarom bazelen over een verlengde brugperiode en dromen over “onderwijs op maat” in grote klassen met zeer in intelligentie uiteenlopende leerlingen hebben het helemaal mis. Dat ze dat niet goed zien komt mede omdat ze niks willen weten van verschil in aangeboren begaafdheid en vinden dat speciale programma’s voor hoogbegaafden die niet op een of andere manier verdiende gift van moeder natuur accentueren en dat bovendien leerlingen die met hun talenten boffen door een speciaal op hen gericht programma nog eens extra bevoordeeld worden. Maar zoals de teloorgang van van het speciale eindexamen voor wiskundig begaafde leerlingen in Frankrijk heeft  geïllustreerd gaat onderdrukking van talent ten detrimente van de gehele maatschappij.

  7. @ Sympathisant. Ik weet niet

    @ Sympathisant. Ik weet niet waar het precies aanligt, maar het Nl openbare debat (pers, radio. Van TV weet ik dat niet) staat op een beduidend lager niveau dan in Frankrijk, behalve als het om de centen gaat. Blijkbaar is het in België ook beter. Ligt het aan de Amerikaanse invloed, oversimplification en consent manufacturing à la Chomsky? Verergerd met een dominante problem solving-mentaliteit?  Als je dingen van een ander land overneemt pluk je eerst het laag hangende fruit. Om het mooie wat een land te bieden heeft in de wacht te slepen moet je op je tenen staan. Daar is men in Nl intellectueel veel te lui voor. Ook voor de Amerikanen zelf wordt het moeilijk…. ‘Het laagje dat de continuïteit van de gemeenschap bewaart wordt [ook daar] steeds dunner… (uit VU/De Groene). Ik zie op fora waar ik naar kijk als  het over Frankrijk gaat, dat veel commentaren uitingen zijn van een meningen cultuur die niet meer op kennis, diepgang en echte belangstelling gebaseerd is. Men kan daar over weeklagen en het ‘Links’ in de schoenen schuiven, maar men kan ook van mening zijn dat hier de marktwerking de gedaante heeft aangenomen van een kapitalistische samenzwering die intelligent, competent en vooral subaltern (‘dociel’ in de terminologie van Malmaison) personeel nodig heeft dat niet zeurt en ook eigenlijk niet meer kan na denken, omdat hun kennisinstrumenten zijn afgepakt. Kennis is hier niet alleen een algemene cultuur die disciplines met elkaar in verbinding brengt, maar ook talenkennis en bekendheid met de buurlanden; de Klassieken, de geschiedenis; met je land gebonden zijn, waardering van het verleden e.d. Mijn eigen kinderen hebben weliswaar die ‘goodies’ van het Franse systeem meegekregen, maar zijn gerekruteerd om een ‘case’ (Frans woord = hok van een excelveld) in te vullen die niet noodzakelijkerwijs uitmondt in een carrière. Gaan we terug naar de plaatsingsbureaus van de 19eeeuw? Toen moest je ook tevreden zijn met een ‘plaats’. En tenslotte, omdat selectie uiteindelijk de vorm aanneemt van coöptatie gaat in de hoogste gelederen de intellectuele en culturele bagage weer sterk meetellen. De gecultiveerde manager staat hier nog in aanzien. In Nl schijnt men daar lak aan te hebben.

     

    Wat ‘Links’ betreft moet men een onderscheid maken tussen enerzijds sociaal-democraten, die allang verburgerlijkt zijn (en de vurig gewenste 'doorstroom' niet op zichzelf toepassen) en softe liberalen (ook van huis uit links) en anderzijds het uiterste linkse volksdeel die nog ouderwetse verheffingsidealen aanhangt, in Frankrijk gepersonifieerd door de uitstekende (afgezien van haar ‘sneer’ tegen de Wendels) Mme Aurelie Filipetti, minister van cultuur, die voortkomt uit de arbeidersstand en de immigratie. Dat soort ‘Links’ gelooft in een stralende toekomst via de cultuur, in deze blog vermeld met de aanwezigheid van een ‘parcours d’éducation artistique et culturelle’ op de middelbare school. Zij zijn van mening dat men de arbeidende bevolking juist niet mag uitsluiten van verrijkende culturele waarden, al valt dat in meest dovemansoren in de moeilijke banlieues. Daar vallen prestatie, merite, hard werken onder…. Zij willen ook geen quota systeem om kunstmatig het aantal leerlingen ‘uit lagere standen’ bij het hoger onderwijs op te vijzelen. Ik denk dat ze meer geporteerd zijn voor de ‘internats d’excellence’ die de Heer Peillon om een drogreden heeft afgeschaft.

     

    @ Malmaison. De school week van 4,5 dagen komt er wel, zij het pas in 2014. De 60.000 man extra onderwijzend personeel komt er ook. De afweging was dat er geen enkele ruimte meer is voor salarisverhogingen. Trouwens afgezien van een paar (niet zo dure) maatregels en obligate opmerkingen over ‘onze leraren die zo goed moeten zijn’, voelt men aan dat leraren eigenlijk sluitposten zijn. Men kan hier het begin van een ‘PISA-cultuur’ in zien, hetgeen een breuk is met het verleden toen men het idee had dat goed onderwijs staat of valt met goede onderwijzers en leraren. De werklijkheid is weerbarstig. Vandaar de verbeten run op goede staats- en privéscholen… 

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.