Opgegroeid in de jaren ’80 en volwassen geworden in de jaren ’90. Het waren mooie tijden en zo nu en dan kijk ik weemoedig terug naar de tijd waarin liken, swipen, scrollen en het zijn van een reaguurder onbekende termen waren. Daarbij was de wereld veel minder gericht op het visuele en werd nieuws in drie duidelijk afgebakende categorieën verdeeld: radio, tv en gedrukte media. Het is toch ook wel ergens tegenstrijdig en paradoxaal dat we nu, meer dan ooit, met elkaar communiceren, van gedachten wisselen en van informatie worden voorzien, maar er iets af lijkt te brokkelen rondom taal als fundament. Eerst wat feiten, die er overigens niet om liegen.
Aan het einde van het vorige millennium liep Nederland als gidsland op het gebied van geletterdheid voorop (top/kopgroep). Een generatie later zien we schrikbarende cijfers en ontwikkelingen. Tegenwoordig is één op de drie vijftienjarigen laaggeletterd en dus functioneel analfabeet. De leesvaardigheid in Nederland is inmiddels zo hard gedaald dat we op de PISA-ranglijst zijn ingehaald door landen die we nog niet zo lang geleden achter ons lieten. Zorgelijk. We moeten dit probleem niet onderschatten; dit is geen randverschijnsel, maar een structureel probleem.
Taal is iets fundamenteels. Het overbrugt culturen, kan geschillen eenvoudiger oplossen, het verbroedert en het is een verbindingsmiddel. Maar een voor mij nog belangrijker element is dat taal onze werkelijkheid, de realiteit waarin we leven, weet te ordenen. Zonder taal is het lastig om met elkaar van gedachten te wisselen. We kunnen elkaar niet goed (effectief en efficiënt) begrijpen. Zonder taal geen nuance en zonder woorden slechts tekortkomingen. Door middel van taal weten we ons uit te drukken, onze gevoelens te uiten en emoties te reguleren. In ons dagelijks leven op school gebruiken we daarbovenop taal bijvoorbeeld als middel om te sturen op gedrag. Maar ook om richting te geven, kennis te delen, grapjes te maken, te converseren en, niet onbelangrijk, perspectief te bieden aan onze leerlingen. En het is belangrijk dat we zien dat taal onder druk staat.
De lees- en taalvaardigheid onder Nederlandse jongeren is in de laatste decennia verslechterd en de gemiddelde tijd die aan lezen wordt besteed is gedaald. De opkomst van online media in combinatie met de smartphone heeft dit alleen maar versneld. Jongeren weten steeds minder raad met complexe teksten en informatie en dit zal gevolgen hebben voor de algemene inzichten die je nodig hebt in de samenleving. Gek genoeg zie ik ook een andere ontwikkeling en daarmee een gepaarde tweedeling. Er is een groep jongeren die juist meer en intensiever boeken leest, en niet alleen in onze moedertaal, maar vooral ook in het Engels.
De competitie die boeken moeten aangaan met digitale content is lastig. Informatie voor jongeren (en ik zie dat ook bij mijn zoontje van 13 jaar) moet snel en gemakkelijk tot zich genomen worden. En ja, waarom zou je een heel boek lezen als een filmpje je dezelfde content geeft in pak ’m beet drie minuten? Maar goed, taal is dus veel meer dan het lezen van boeken, en hoewel we momenteel worstelen met hoe taal effectief onderwezen moet worden, zou ik willen pleiten voor het nadenken over de kern van het probleem. Hoe kijken we als samenleving naar wat taal eigenlijk doet?
Wat gebeurt er met de samenleving als taal nog verder afbrokkelt? Wat als ons gevoel voor taal nog meer verschraalt? De kans bestaat dat het steeds moeilijker wordt om (complexe) verbanden te zien, dat de verschillen steeds verder uit elkaar komen te liggen en dat gesprekken, in de klas en op school, geleidelijk (en wellicht in een versnellende, exponentiële curve) verslechteren. Als gevolg daarvan zullen misstanden verzanden in vereenvoudigde discussies en platitudes, juist omdat een goede kennis en beheersing van taal ruimte laten voor zowel diepgang als nuance.
Verliezen we de strijd om de (Nederlandse) taal? Want als dat gebeurt, zal het verlies van taal leiden tot veel meer dan alleen het verlies van onze woorden.
Laat ik toch proberen om wat minder somber naar de toekomst te kijken. Want als docenten zijn we verantwoordelijk voor het overdragen van kennis en voor het vertalen van die kennis naar wat de samenleving van ons vraagt en nodig heeft. Taal is dynamisch en organisch en er ontstaan voortdurend nieuwe vormen van taal en communicatie. De uitdaging is misschien wel om opnieuw betekenis te geven aan wat taal eigenlijk is. Een herijking van taal en het herdefiniëren van de betekenis ervan, zeg maar.
Paul Chung
Directeur Accent Hoogvliet
Beeldmateriaal: Toon Rekkers/Beter Onderwijs Nederland

Laat een reactie achter
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.