Alle leraren in één grote vereniging onder de hoede van SBL. Doen of niet? (zie ook naschrift)

Een serieuze vraag:

De organisatiegraad van leraren en onderwijzers is in Nederland betrekkelijk laag. Dat is een van de redenen waarom belangen van onderwijsgevenden, alsmede hun eigen zeggenschap over hun beroepsuitoefening slecht vertegenwoordigd worden in het beleidsveld tussen OCW en de schoolbesturen.

Vraag: hoe wordt hier in het forum gedacht over de oprichting van één grote beroepsvereniging voor alle leraren, van PO, VO, MBO, HBO?

Wat zouden jullie er van denken als in die mega-vereniging de drie vakbonden AOB, CNV en CMHF vertegenwoordigd waren, met een vierde zetel voor BON?

En als dan een omgevormde Stichting Beroepskwaliteit Leraren (SBL, u weet wel, van de zeven competenties, de Dag van de Leraar, en het beroepsregister) de regie krijgt over die beroepsvereniging?

Als dat orgaan de bevoegdheid krijgt om namens alle leraren te spreken met OCW en VO-raad, waarbij het orgaan deze besluiten bij meerderheid neemt?

En als daarin dan tegelijk het beroepsregister is geïntegreerd, zodat aangesloten leraren zich binnen de mega-vereniging volgens de geldende criteria (competenties) kunnen registreren?

En als de inhoudelijke vakverenigingen (NVVW, NVON, Levende Talen etc.) daaraan *niet* zouden meedoen, om hun moverende redenen?

Moet BON dan zoiets doen of niet doen?

Dit is geen grap. Ik vraag jullie serieuze reactie, voorzien van duidelijke waarom wel/waarom niet.

NASCHRIFT:

De betrokkenheid van BON bij SBL is onderwerp van discussie. Op de vorige ledenvergadering werd gekozen voor de optie ‘BON blijft lid van SBL, maar maakt steeds luid en duidelijk wat haar standpunten zijn’.

Er zijn actuele ontwikkelingen rond de omvorming van SBL tot een orgaan dat leraren vertegenwoordigt. Hoe dat het beste kan, in welke vorm en met welke betrokkenheid van bestaande partijen, is ook onderwerp van discussie, maar die speelde zich tot op heden niet in de openbaarheid af.

Ad Verbrugge, die als BON-vertegenwoordiger deelnam aan SBL-bestuursvergaderingen, zal zijn kijk op deze kwestie en zijn standpunt hier op de website uit de doeken doen.

Op de komende ALV is dit punt geagendeerd.

MC

29 Reacties

  1. BVL
    Er moet een Beroepsvereniging Leraren komen.
    Daarin zijn wel alle vakverenigingen vertegenwoordigd, maar geen SBL.
    Plasterk heeft in zijn nota aanbevolen zo’n vereniging te starten waarin de SBL aangevuld zou worden met een meerderheid van leraren. Hij begreep toen waarschijnlijk al hoe slecht die SBL lag bij de leraren.
    Hij zag ook hoe de PO-, VO-, MBO- en HBO-Raden de leraren voortdurend voor de voeten liepen door namens het veld allerlei uitspraken te doen. Om leraren zelf aan het woord te laten komen is dus zo’n vereniging nodig.
    Er horen ook geen vakbewegingen in. Die mogen net als de SBL ambassadeurs/vertegenwoordigers afvaardigen.

    Ik heb vaker op het punt gestaan om met een initiatiefgroep bij het Ministerie aan te kloppen, te meer omdat de afgetreden minister ook aankondigde de nodige faciliteiten ter beschikking te stellen. De domeinnaam www.beroepsverenigingleraren.nl heb ik al geclaimd.

    • Verlos ons van de SBL
      Helemaal eens met Philippens en Couzijn: beroepsvereniging OK, maar houdt de SBL verre daarvan. De SBL is een orgaan dat beunhazerij in de hand werkt, door nepleraren als leraar te erkennen wanneer een “bevoegd” (!) gezag ze competent acht en een niet op vakkennis gestoelde bevoegdheid verleend, waardoor werkelijk bevoegde en (vak)bekwame leraren er uit gewerkt worden.

    • Essentiële problemen
      Okee, duidelijk. Je ziet in zo’n BVL een sturende rol voor de vakverenigingen, niet voor SBL, en de vakbonden slechts als adviseurs/waarnemers.

      Daar blijven enkele problemen liggen.

      1. Voor het PO bestaan geen vakverenigingen. Hoe hun vertegenwoordiging te regelen *binnen* zo’n megavereniging?

      2. Ook zo’n mega-vereniging moet met één mond spreken. Dat betekent dat alle leden (uit PO, VO, HBO) het beleid bepalen t.a.v. het beleid aangaande de belangen van een minderheid. Voorbeeld: de overgrote meerderheid aan PO-leraren en tweedegraders adviseert OCW over de functiemix. Een meerderheid aan VO-leraren bepaalt het beleid t.a.v. het PO. Een HBO-kwalificatie vindt geen doorgang omdat de meerderheid aan VO-leraren die niet nodig vinden. Hoe binnen een mega-vereniging om te gaan met verschillen in (reële) belangen?

      3. Hoe de scheiding te realiseren tussen ‘inhoudelijk advies t.a.v. het beroep’ (de nieuwe mega-vereniging) en ‘overleg over arbeidsvoorwaarden’ (vakbonden)? Die twee zijn nogal eens sterk verwant, met name in de dossiers lerarentekort en lerarenkwalificaties.

      4. De hamvraag: wat nu als de vakverenigingen NIET meedoen met zo’n megavereniging en SBL de regie krijgt. Moet BON dan meedoen of niet?

  2. Beroepsvereniging Leraren
    Wat zijn tegenwoordig leraren? Ook de coaches in het MBO en HBO, die geen lerarenopleiding hebben genoten, maar veelal uit het bedrijfsleven komen? Voldoen weliswaar en wat ruim gezien aan 6 van de gevraagde competenties, die ene competentie waarbij het om vakinhoud gaat is daar meestal niet of nauwelijks bij.

    • Iedereen leraar!
      Antwoord: ja. Ook de coaches zijn leraren. Ongeacht het aantal competenties dat ze op hun zang hebben.

      Wie op een school is aangesteld om voor de klas te staan, ongeacht de behaalde kwalificaties, geldt als leraar. Hij/zij kan zich probleemloos bij een vakbond aanmelden, daar wordt niet gevraagd naar kwalificaties of aanstellingen.

      Een omvangrijk vertegenwoordigend orgaan waarin de vakbonden participeren, zal de stemmen van de ‘coaches’ dus net zo hard meewegen als die van bevoegde leraren.

  3. BVL-leraren
    Een BVL zal de chaos rond de status van leraren moeten regelen. Volgens de beroepskwalificatie moeten de leraren worden onderscheiden van hulpkrachten. Dat is een van de eerste taken die een BVL geregeld moet hebben, eigenlijk nog voor ze functioneert.

    • klinkt
      Dag Philippens, dit klinkt als een doordacht iets. Als er zo’n BVL is kunnen leraren niet zomaar uit elkaar gespeeld worden. Ik zie geen nadelen!

    • Even doorvragen
      Dus als zo’n algemene beroepsvereniging van alle onderwijsgevenden regelt dat alleen bevoegde leraren kunnen toetreden, dan zie jij verder geen bezwaar? Ook niet als de vakbonden de dienst uitmaken en SBL de regie voert?

  4. obstakel voor samenwerking
    Een obstakel voor samenwerking tussen leraren is wel, dat de beroepsgroep nogal heterogeen is wat betreft opleidingsniveau. Daarmee zijn de belangen ook behoorlijk verschillend. Lager opgeleide docenten hebben belang bij nivellering van arbeidsvoorwaarden, terwijl hoger opgeleiden juist gediend zijn met meer differentiatie. (Het onderwijs als geheel heeft trouwens baat bij meer differentiatie, maar dat is een persoonlijke mening)

    • Sterker nog,
      binnen het basisonderwijs is de situatie ontstaan (aan het ontstaan) dat teams alleen nog bestaat uit versnipperde duobanen. Drie, twee of een dag. De volle 5 dagen dezelfde klas/groep is aan ’t uitsterven.
      Dus versnipperde belangen. Handig voor besturen, doodsteek voor solidariteit en interesse in vakbonden etc.

      • Dag Leo,
        Mag ik je

        Dag Leo,

        Mag ik je uitnodigen tot het beantwoorden van de laatste vraag in mijn stuk bovenaan? Dank!

        (N.B. het kan ook een antwoord zijn in de trant van ‘alleen doen onder de voorwaarden XYZ’ of ‘niet doen, tenzij XYZ’).

        • Mijn serieuze antwoord
          is de vraag wat de voorzitter er van vindt.
          Beetje informatie/hulp van bovenaf is misschien wel fijn.

          Daarnaast vind ik dat het basisonderwijs (leerkrachten) geen binding met de vakbonden heeft.

          En toen?

    • Hom of kuit?
      Dag Bram,

      Mag ik je uitnodigen tot het beantwoorden van de laatste vraag in mijn stuk bovenaan? Dank!

      (N.B. het kan ook een antwoord zijn in de trant van ‘alleen doen onder de voorwaarden XYZ’ of ‘niet doen, tenzij XYZ’).

  5. Wat bindt “alle” leraren?
    “We” werken allemaal in het onderwijs en zijn onderworpen aan de luimen en goedertierendheid van het ministerie, de raden en de besturen. En daar houdt het wel zo ongeveer mee op.
    Een BVL zal daarom al snel de vorm aannemen van een rechtspositionele vakbond en daar heb ik geen vertrouwen meer in. Ook een BVL zal snel besmet raken met het pek uit het onderwijsveld. Een niet gebonden vereniging als BON die functioneert naast de onderwijszuil lijkt vele malen effectiever.

  6. Couzijns vragen
    Couzijn stelt relevante vragen.
    Wie geeft de antwoorden?
    Ik denk dat die er nog niet zijn. Althans wie is zo arrogant dat hij denkt dat hij overal een antwoord op heeft.
    Duidelijk lijkt me voor BONners dat een vakbondsorganisatie geleid door het SBL een schrikbeeld zal zijn. Bovendien zal de beroepsvereniging moeten leren van de vakbonden: die hebben hun gezag verloren toen ze in in allerlei belangenclubs gingen zitten en zich committeerden aan beleid dat het onderwijs de vernieling in dreef.
    Zou een BVL niet een federatie moeten worden van secties die ieder een deel van het veld vertegenwoordigen? Dus een PO-sectie, een VO-sectie enz. die ieder paritair vertegenwoordigd zijn in een overkoepelende Raad?
    En wat zal de rol van een register zijn: vastleggen welke leraren vakbevoegd zijn, aantekenen welke andere kwalificaties ze gehaald hebben. Natuurlijk zitten ook daar veel haken en ogen aan.
    Scherpzinnige geesten zullen moeten doordenken wat het terrein van de vakbonden is en wat het terrein van de Vereniging. De vakbonden zouden er dan verstandig aan doen de inzichten van de leraren ter harte te nemen.
    Het zou goed zijn als een voorbereidingsgroep BVL zou starten die op een bepaald moment het initiatief neemt en zich aan het Ministerie en de Raden presenteert.

  7. Eén grote vereniging: geen goed idee
    Ik denk dat het geen goed idee is. Je moet namelijk eerst nagaan waaróm de organisatiegraad zo laag is. En dat komt niet omdat er geen goeie organisatie is, maar omdat er verhoudingsgewijs weinig behoefte is aan zo’n organisatie. En dát komt weer omdat de overheid decennialang een beleid heeft gevoerd dat scholen heeft doen selecteren op onderbetaalde, ondergeschoolde, onderambitieuze en onderdanige docenten. En die mensen hebben dus helemaal geen behoefte aan zo’n organisatie; die accepteren in overgrote mate de status quo.

    Als Nederland (de kiezer / democratische burger) goed onderwijs wil, dan moet het hier via actief democratisch burgerschap werk van maken. Via het stemhokje (eventueel ook via een voorkeurstem – kan BON bij wijze van stemadvies mensen op de kieslijsten van elke partij aanwijzen die vierkant achter BON staan?), door in gesprek te blijven treden met politici, via de media, eventueel door lid te worden van BON en noem maar op. Eerst moet de grootschaligheid de nek omgedraaid worden; tegelijkertijd moeten de (voor)opleidingseisen en salarissen omhoog. Pas dan komen er weer assertieve docenten binnen en groeit de tegenmacht vanzelf, zowel binnen als boven de scholen.

    Ik denk dat het al met al een langdurig proces blijft, waarbij een wisselwerking tussen BON, politici, eventueel LiA en de media een tegenkracht zal vormen tegen de status quo (de grote schoolbesturen, hun raden, parasitaire schil) en waarbij door diverse onderwijscrises (mbo, lerarentekort, conjunctuur, bezuinigingen, opkomst particuliere scholen) dingen soms in een stroomversnelling kunnen komen.

    • SBL
      Wie kan mij vertellen “wie” er in SBL zitten en door wie wordt SBL gedragen? Wat ik weet dat er minstens één schoolbegeleidingsdienst aan de wieg heeft gestaan van SBL. En dat zegt al veel. Maar om mijn beeld scherp te krijgen…………

      • Over SBL
        Om je beeld scherp te krijgen, is het minstens zo verstandig om te kijken naar wat de SBL feitelijk *deed*:

        – een competentiemodel opstellen voor het leraarschap waarin vakkennis en vakdidactische bekwaamheid slechts één van de zeven competenties is; de rest bestaat uit ‘omgaan met je omgeving’, ‘omgaan met jezelf’ etc.;

        – de wet-bio voorbereiden, waarin de vakspecifieke bevoegdheid wordt ondergraven en onbevoegd lesgeven ruim baan krijgt;

        – het plan voor een ‘bekwaamheidsdossier’ aanleveren, waarin leraren verplicht worden het onderhoud van hun bekwaamheid aan te tonen in de beheersing van de zeven competenties;

        – het plan voor een beroepsregister aanleveren, waarbij je om geregistreerd te worden moet aantonen dat je je op de zeven competenties gericht aan het scholen bent.

        SBL is een door OCW gesubsidieerde organisatie. OCW beschouwt SBL de facto als het enige orgaan dat eisen mag opstellen aan de beroepsbekwaamheid van leraren.

        Een van de slogans van SBL is ‘voor leraren, door leraren’. Maar als het om de poppetjes gaat, zien we dat SBL sedert lang wordt bestuurd en bevolkt door mensen die niet meer voor de klas staan of daar nooit gestaan hebben, en die zelf dus niet aan de praktische gevolgen van hun plannen worden onderworpen. SBL hoeft over haar keuzes geen verantwoording af te leggen aan een achterban van leraren.

        Op de door 2010 aangegeven website kun je meer lezen over de geschiedenis van SBL Trefwoorden: commissie Toekomst Leraarschap (Andrée van Es); Vitaal Leraarschap; Beroepsprofielen & Bekwaamheidseisen; Maatwerk voor morgen; Competentiegericht opleiden; Opleiden in de school; Wet-BIO; Bekwaamheidsdossier; Landelijk Platform Beroepen in het Onderwijs.

        Ook aan jou de serieuze vraag of BON moet willen toetreden tot een grote beroepsvereniging voor alle leraren in PO, VO, MBO, HBO onder regie van deze SBL, waarin naast BON de drie vakbonden zitting hebben en niet de vakverenigingen.

        • SBL
          Ik denk dat BON zich moet terugtrekken uit SBL. We zijn daar in de minderheid en kunnen in het machtsspel niets bereiken. Daarbij komt zijn allerlei zaken al “besloten” voordat BON in het bestuur kwam en daarmee ononderhandelbaar, zelfs onbespreekbaar geworden. Dat betekent dat we in theorie alleen nog enige invloed kunnen uitoefenen op toekomstige activiteiten van SBL en dat lijkt me nutteloos.

          Tegenover nul opbrengsten staan in mijn ogen wel degelijk kosten. Door lid van SBL te zijn kunnen we eenvoudig worden misbruikt als schaamlap voor de proceduremensen. Alles wat SBL doet met BON in het bestuur zal worden geïnterpreteerd als afgestemd en akkoord met/door BON. Minderheidsstandpunten in het SBL bestuur zullen in ieder geval niet prominent op het netvlies staan van bestuurders en politici, ook al omdat ze daar geen belang bij hebben. Zand in de raderen strooien van SBL is in mijn ogen ook contraproducties: we worden dan gezien als slopers.

          Komt bij dat SBL BON mankracht kost, en die is uiterst kostbaar: zoveel mankracht hebben we niet.

          Een onder SBL ressorterende vakvereniging lijkt me dan ook zinloos. Eigenlijk denk ik dat gezien de huidige kwaliteit van de leraren, elke vakvereniging zinloos is, tenzij je uitdrukkelijk eisen stelt aan lidmaatschap, dus een echte bevoegdheid is dan wel het minste. In een mogelijk later stadium zou dat eventueel anders kunnen liggen, maar voorwaarde moet blijven dat je alleen lid kunt zijn als je de papieren hebt. Geen ehbo-ers als leden van het genootschap van huisarten.

        • over het laatste
          Ik kan nog niet echt antwoorden zolang ik niet weet waarover ik praat. Maar ik kan wel “hardop nadenken” zodat we kunnen komen tot een goede afweging. BON is geen vakbond en BON is ook geen vakvereniging. BON vertegenwoordigt echter wel heel veel onderwijsmensen met hart voor hun vak.
          Ik denk dat BON niet over eén kam geschoren wil worden met de bonden. Wij staan voor onze achterban, vangen meer op dan menig vakbond, maar kunnen rechtspositioneel niets uitrichten. BON timmert stevig aan de weg. De vraag kan ook zijn wat gebeurt er met SBL als we er niet in gaan zitten en wat is het geval als we dat wel doen? Welke invloed kunnen we hebben? En is dat wat we willen?

          • Wees het NGL indachtig
            Als ik het goed heb is het deftige Nederlands Genootschap van Leraren vroeger onder druk van de minister van onderwijs gefuseerd met de Onderwijsbond. De minister wilde slechts met één vakbond te maken hebben. Achteraf denk ik dat het meer voor zijn leden had kunnen doen het niet opgelost zou zijn in een grote vakbond van tweede en derde graders. BON moet niet dezelfde fout maken als toen het NGL heeft gemaakt. Bovendien is BON geen vakbond en spreekt zij ook namens bezorgde ouders. Het NGL was meer dan slechts een vakbond en lijkt daardoor meer op BON.
            Seger Weehuizen

          • effect
            Ja Malmaison, effect zoals je beschrijft met NGL vind ik heel wezenlijk. Maar BON hoeft niet op te gaan in…….Hoe en waar kan BON het meeste invloed uitoefenen? En is daar menskracht voor?

          • Goed argument
            Ik deel je mening, Seger. Pikent in dezen is dat de voormalige voorzitter van het NGL de huidige voorzitter van de AOB is. Terwijl we de AOB toch niet kunnen beschouwen als belangenbehartiger van voormalige NGL-leden.

          • sterker
            Sterker nog AOB weet niet hoe ze het zeer grote organisaties genoeg naar de zin kunnen maken……….Ik doel op bekende feiten.

          • Aparte blog met citaat uit Beleidsplan Krachtvoer
            Op dit forum heb ik een blog aangemaakt met een lang citaat uit Krachtvoer over de Beroepsvereniging.

          • Nog sterker
            Als het waar is wat hier staat, is deze voorzitter óók nog bestuurslid van een beruchte onderwijsmoloch in het zuiden des lands.
            Dat lijkt mij een ontoelaatbare belangentegenstelling. Stel je hebt als AOB-lid een conflict met dit bestuur, dan moet je vakbond, waarvan deze man voorzitter is, het opnemen tegen dit bestuur, waarvan deze man lid is. Ik werk gelukkig niet bij OMO, maar zo langzamerhand begin ik er over te denken mijn vakbondslidmaatschap op te zeggen.

          • Twee petten, maar dan structureel
            Volganes mij is Dresscher lid van de Raad van Toezicht van OMO. Je kunt dat ongetwijfeld interpreteren als dat de werknemers nu ook een stem hebben iop dat niveau. De vraag is of een dergelijke bestuursmodel wel wenselijk is.

          • Twee petten
            Dresscher zal inderdaad zeggen dat hij namens de werknemers in die Raad van Toezicht van OMO zit. Maar op dit forum hebben we geluiden mogen horen over de intimidatie van leraren door het OMO bestuur. Dan faalt Dresscher dus.

            Hoe je het ook bekijkt, Dresscher zit fout.

Reacties zijn gesloten.