Het HO heeft zelf om de vernieuwingen gevraagd?

Het hoger onderwijs heeft zelf om de vernieuwingen gevraagd?

Iemand kwam enige tijd geleden met de recent weer in de media opduikende maar al oude dooddoener aanzetten als zou het hoger onderwijs zelf om de vernieuwingen hebben gevraagd.
Dooddoeners zijn de argumenten die naar voren worden gebracht als de argumenten van de tegenstander niet langer kunnen worden bestreden. Inhoudelijk past een dooddoener niet echt in de argumentatie. Neem de meest actuele: “Maar we doen het internationaal toch goed”. Los van de evt. juistheid, zeg dit niet veel over de kwaliteit van ons onderwijs. Het is alsof m’n huisarts me weg stuurt met de opmerking: er zijn veel ergere dingen, meneer Smit.

Dat het ho (wo) om onderwijsvernieuwingen zou hebben gevraagd was een frequent ingezette dooddoener tijdens de Eerste Troebelen (1998) net als dat het bedrijfsleven erom gevraagd zou hebben. Toen heb ik het eens uitgezocht en al weet ik niet meer waar, ik weet wel wat ik vond.
1. Het ho heeft in die jaren nooit om de vernieuwingen gevraagd (toen dus vooral 2e Fase en studiehuis). Wie zou dat hebben moeten doen? Eén universiteit? Dat telt niet, al was er toen vast wel een rector die voor de vernieuwing was, Sminia bijv. van de VU, een luchtfietser. De VSNU dan namens alle universiteiten? Dan moet er een brief of een document zijn en die zijn mij niet bekend. Die documenten zullen er niet zijn want de universiteiten, en met name de vakgroepen, zaten helemaal niet op dit soort vernieuwingen te wachten. De vakgroepen, die toen al anders heetten, en de hoogleraren hielden in het algemeen de boot met succes af. De Colleges van Bestuur hadden toen en nu gewoon te weinig invloed om, mochten ze de vernieuwingen al willen, deze tegen de wens in van de vakgroepen te realiseren. Dus gebeurde er niets en zo is het nu ook, een enkele uitzondering daargelaten.
Het HBO is een heel ander verhaal, daar is het wel gelukt vernieuwingen in te voeren. Hoe dat is gegaan weet ik niet, of ze erom hebben gevraagd en zo ja, wanneer en hoe, is me niet bekend. Ik vermoed dat er niet om gevraagd is en dat er minder fraaie wegen zijn bewandeld. De mensen die er nu de lakens uitdelen zijn geen democraten en schrijven geen beleefde brieven.
Het bedrijfsleven heeft er ook niet om gevraagd, dat weet ik zeker, in ieder geval niet rond 1998 en nog lang daarna. VNO NCW heeft altijd gepleit voor minstens 60% procent degelijke basisvakken in de beroepsopleidingen.

Waarom de vakgroepen er niet op zaten te wachten had te maken met het gegeven dat men redelijk tevreden was (een dikke zes) met de instroom van de studenten en met het rendement van het 1e jaar. Het kon beter, dat wel, maar het was geen echt probleem. Daarvoor ga je niet het hele onderwijs omspitten. Daarover een andere keer meer.

Willem Smit

24 Reacties

  1. Kanttekening
    Pikant die opmerking tussendoor over van Sminia, eertijds rector-magnificus van de VU. Hij was degene die met alle geweld één overkoepelend lerarenopleidingsinstituut wilde aan zijn universiteit. Daarin kregen onderwijskundigen het natuurlijk voor het zeggen. Dat heeft veel ellende opgeleverd. De vakdidactici werden in hun formatie gekort. Ik ben dan ook ex. De studenten kregen allerlei onderwijskunde opgelegd, ze vonden het vreselijk. De chaos op het instituut was onbeschrijfelijk, de ene na de andere directeur verdween.
    Langzaam maar zeker, maar dat heeft vele jaren ellende gekost, hebben de daar werkende vakdidactici wat zaken op poten weten te zetten. Maar hun formatie is nog steeds te klein.
    Mijn vakdidactiekcollega Olgers heeft onze sociale wetenschappen-opleiding tegen van Sminia in (en dat heeft wat energie gekost) zoveel mogelijk bij de faculteit weten te houden. Hij is dan ook beloond met een gestage toestroom van studenten.
    Tussen haakjes: de lerarenopleidingen moeten weer naar de universiteiten, geen eerstegraders op hbo-opleidingen meer, maar binnen de universiteiten moeten ze ook weer naar hun natuurlijke habitat, de faculteiten.

    H. Philippens ex-vakdidacticus aan UVA, Erasmus en VU.

  2. Gouden medaille
    Beste Willem,
    Bij de Olympische Spelen komen er meer deelnemers na de winnaar binnen dan voor de winnaar. Word je 4e uit een groep van 8 dan zit je gemiddeld goed maar je wint niets.
    Ben je nu ook nog iemand die over geen andere kwaliteiten beschikt dan ben je verloren, je wordt afhankelijk van de goedheid van anderen. Nederland heeft haar geografische ligging en wat gas en verder zijn we vooral heel erg duur. Heel Azië komt met een enorme prestatiegerichtheid meedoen. Logisch is het dan dat je inzet op een productie- en innovatieproces wat maar weinig anderen kunnen door een enorme complexiteit a.g.v. een enorme kapitaalintensiteit. Een voorbeeld hiervan is ASML.
    Het onderwijs had dus feitelijk naar een veel hoger prestatieniveau getild moeten worden, goud had het doel moeten zijn. De kennisniveaus van het oude leren hadden omhoog gemoeten en tevens aangevuld met vaardigheden, discipline en studiemethoden.
    Ik heb toch sterk de indruk dat onze onderwijskundige en bestuurders nog niet doordrongen zijn van de ernst van onze internationale situatie. Zij vormen hierdoor een bedreiging voor onze welvaart en welzijn.
    Corgi

    • re Gouden medaille
      Ben het met je eens Corgi, alleen, praten wij niet iets teveel over Azie als procesbegeleiders over onderwijs? Iedere keer wanneer er een regio op komt zetten gaat het mis met het oude vermoeide Europa of Nederland.
      Ondertussen neemt de kloof tussen arm en rijk alleen maar toe.
      Willem Smit

      • Continue opwaartse spiraal voor goud
        Nieuwe opkomende concurrenten zorgen, door hun uitdaging, voor een opwaartse economische beweging. Er komen nieuwe markten en producten bij en de productie van het nieuwe en oude productenbestand herverdeelt zich over de wereld. Elke keer opnieuw moet je ervoor waken dat er niet teveel van het oude weglekt voordat je dit vervangen hebt door nieuwe hoogwaardigere processen en producten. Het is een continue strijd en op dat front bestaat geen medelijden.
        Ik heb nu vaak de indruk dat te velen onze welvaart als een vanzelfsprekendheid zien en onze moderne wereld erg vanuit zichzelf bekijken.
        Onderwijs heeft de plicht om mensen naar dat hogere niveau te tillen en niet zoals nu maar wat aan te experimenteren. Docenten dienen studenten naar dat niveau te tillen en daar gelegenheid voor te krijgen en dat betekent dat zij zelf op een hoog niveau moeten staan of komen. Docenten dienen te bepalen wat geleerd dient te worden en hoe. Natuurlijk doe je iets makkelijk en op een leuke manier maar als er die niet is gaan we gewoon bikkelen.
        Daarom erger ik mijzelf rot als ik weer hoor dat frontaal les niet meer kan omdat ze zich niet kunnen, of beter, willen, concentreren. Het feit dat je die houding gaat honoreren met een nieuw systeem, althans probeert, is verwerpelijk en geeft het volkomen verkeerde signaal aan onze jeugd. Iets leren kost moeite, inzet, concentratie, opoffering en doorzettingsvermogen en soms moet je gewoon doen wat oudere en wijzere mensen je opdragen. Het idee dat je goud kunt winnen met alleen leuke dingen is absurd en decadent. Natuurlijk vindt Pieter van de Hoogenband zwemmen leuk maar dan is er nog de pijn en opoffering etc.

  3. Stukje geschiedenis
    Er is natuurlijk veel meer over te vertellen, maar dit vind ik wel grappig:
    Archief Aktiegroep Vakidioot. De Aktiegroep Vakidioot werd in 1970 opgericht door een aantal studenten aan de gemeentelijke Hogere Technische School (HTS) Oudenoord te Utrecht; de studenten hadden voornamelijk kritiek op de ‘eenzijdige technische gerichtheid’ van hun opleiding en wilden dat er meer aandacht zou worden besteed aan ‘maatschappelijke bezinning’

  4. Scoren voor BON
    Dat zou weer leuk scoren kunnen zijn voor BON. Ik zie de koppen al voor me:
    HOGER ONDERWIJS EN BEDRIJFSLEVEN HEBBEN NOOIT GEVRAAGD OM HET NIEUWE LEREN.
    Misschien zou er een beetje gebluft moeten worden, maar dan zijn zij aan zet om te bewijzen wie er ooit wel letterlijk om gevraagd heeft.

      • Ik begrijp het weer eens niet
        Ik heb de door gpb aanbevolen links bekeken. Ze komen me akelig bekend voor. Maar ik begrijp niet wat hij hiermee bedoelt. De vraag of dit voldoende is kan ik dus ook niet beantwoorden.

        • HNL = ????
          Dat komt Hinke, omdat we niet weten wat we met HNL bedoelen. Waar ik een antwoord op trachtte te geven was de vraag of het HO en het bedrijfsleven wel om het nieuwe leren gevraagd hebben. En ik geef met de links aan, dat er een behoorlijke uitwisseling van gedachten is, om niet te zeggen een verstrengeling. Daarom ook nog maar deze:
          De éénzijdige kennisoverdracht van docent richting
          student is hierbij als onderwijsconcept minder belangrijk. Daarom
          dienen faciliteiten te worden gecreëerd om kennis te verwerven buiten het
          door de instelling gecontroleerde leerproces. Elders verworven competenties,
          werkend leren, duale trajecten en het gebruik van Internet in
          leerprocessen zijn daarvan voorbeelden. Het monitoren en begeleiden van
          deze leerprocessen, en het toetsen van (elders) verworven competenties,
          nemen daardoor een prominenter plaats in binnen het onderwijsproces.
          Dit vraagt een andere werkwijze van docenten.
          “. Uit Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan 2000

          Mijn studenten zeiden ook altijd dat ze me niet begrepen. Maar ik constateer hier dat je 5 minuten na de plaatsing van mijn stukje reageert. Komt me bekend voor, deden mijn studenten ook, alleen een week later en 5 minuten aan hun huiswerk besteed. Ik was een slechte docent, het zij zo. Maar ik vind nog steeds dat studenten veel bij mij kunnen leren, in ieder geval ligt het niet aan mijn inzet, want ik ben hier nu al weer een half uur mee bezig. En mijn studenten konden gebruik maken van een leerarrangement, waar ik weken mee bezig was geweest en wat zij vaak afserveerden met: hebben we niet om gevraagd.

          • Voordeel ELO
            Dat is overigens een voordeel van deze omgeving, en ook van een ELO, de datum en de tijd staan er bij. Heerlijk!! Daarom hebben veel studenten vaak een hekel aan zo’n omgeving. “Big Brother Is Watching You”.

          • Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan
            Het HOOP is een plan van het ministerie over het hoger onderwijs. Het is niet afkomstig van het Hoger Onderwijs.

          • Uit jouw links leid ik dat niet af
            Ik herhaal: Het hoger onderwijs en het bedrijfsleven hebben nooit gevraagd om het nieuwe leren (en alle varianten daarop). Ik kan onmogelijk begrijpen dat jij een paar links met artikelen van diverse herkomst interpreteert als van ‘het hoger onderwijs’ of ‘het bedrijfsleven’. Er zijn georganiseerde clubs die namens ‘het bedrijfsleven’ (bijv. VNO-NCW) of ‘het hoger onderwijs’ (bond van Universiteiten of HBO-raad) kunnen spreken. Vanuit deze organisaties is nooit duidelijk en met zoveel woorden gevraagd om sociaal constructivistisch onderwijs.
            Er is vanuit deze clubs best wel gemopperd op het onderwijs (Ze kunnen tegenwoordig geen hamer meer vasthouden) Natuurlijk was er wel eens ontevredenheid, maar dat wil niet zeggen dat er ooit naar deze specifieke onderwijsopvatting is gevraagd. Zo hebben de belanghebbenden (APS, Cinop en vele anderen) het wel geïnterpreteerd, maar zo was het niet.

            PS: in vijf minuten (volgens mij duurde het langer) kun je wel degelijk doorlinken naar diverse websites. Als je die al kent hoef je ze verder niet geheel te lezen.

          • 5 minuten
            Beste Hinke,
            Ik heb mijn stukje met links ingediend om 19:15 uur, jouw reactie is geplaatst op 19:20 uur. Wat ik probeer is stukken te vinden die de vraag beantwoorden, daarvoor kijk ik de stukken door en denk: dit is iets. Het is dan aan de ander of hij er iets mee wil. Ik zal in het vervolg nog zorgvuldiger kijken en wellicht stukjes er uit halen die een antwoord kunnen geven op een bepaalde vraag. Maar dan nog blijft de eigen interpretatie van de vragensteller, en alle reagerenden.
            Overigens bevatten sommige behoorlijke lappen tekst, maar goed, als je ze al kent, dan ….zal er wel niets in staan wat antwoord geeft op de vraag.

          • Gevraagd, maar wat is gevraagd?
            Beste Hinke en GPB,
            Dat iemand iets vraagt in de vorm van een verbeteractie op de “competenties” van schoolverlaters heeft niets te maken met hoe die instellingen dat vervolgens invullen. Als je het huis laat schilderen en het schilderbedrijf verzuimt vervolgens veiligheidsmaatregelen te treffen, met een ongeluk als gevolg, kun je toch niet beweren dat dat de schuld is van de huiseigenaar.
            Het bedrijfsleven vroeg om een ophoging van kennis en vooral vaardigheden geen in de plaats stelling.
            Corgi

          • In de plaats stelling
            Beste GPB en Hinke,
            Met deze uitspraak wil ik aangeven dat het bedrijfsleven tekorten constateerde bij de schoolverlaters. Deze tekorten zouden zitten op het gebied van vaardigheden en het kunnen toepassen van het geleerde. Bij mijn weten hebben zij nooit gesteld dat de schoolverlaters over teveel kennis beschikte en dat het op dat gebied wel wat minder mocht.
            Corgi

          • Sociale en communicatieve vaardigheden
            Toen in de negentiger jaren de roep om meer sociale en communicatieve vaardigheden vertaald werd in veranderingen van de onderwijsprogramma’s is toen al gewaarschuwd voor afname van de kennisinhoud, maar het antwoord was: als er meer “van dit” in moet moet er “van dat” wat uit, we zullen het zo invoeren dat het niet ten koste hoeft te gaan van de kennisinhoud. In projecten werd zo de kennisinhoud impliciet gestopt in de opdrachten en expliciet in allerlei aanvullende lessen, die door studenten vaak als mosterd voor, of mosterd na, maar bijna nooit als mosterd bij de maaltijd werden beschouwd. Het is ook lastig om een zodanig geintegreerd pakket aan te beiden dat iedereen er tevreden over is. Wat hebben we wat “afgeexperimenteerd”, maar altijd buiten de studenten om en die waren vervolgens “not-amused”. Bij de laatste onderwijsverandering in het HBO (de major-minor) is vaak de fout gemaakt dat men voor de invulling van de major uitging van het bestaande curriculum, terwijl dat al “vervuild” was met die “sociale-communicatieve vaardigheden stuff”, zodat in de major nog minder vakinhoud overbleef. Men had alleen de pure vakinhoud van de opleiding moeten bekijken en dat in de major moeten stoppen, de andere niet pure vakinhoudelijke onderdelen had men dan kunnen “inkopen” bij een andere opleiding. Voor de duidelijkheid geef ik aan dat ik wiskunde bij een opleiding Elektrotechniek tot de “andere niet vakinhoudelijke onderdelen” reken.

          • competenties en bedrijfsleven
            In de discussies die ik op school voer met beleidmedewerkers, wordt altijd weer geroepen, dat de door mij verfoeide competenties in het MBO wel degelijk ontwikkeld zijn in samenwerking met vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven. En dan altijd weer de mantra….”dus waar heb je eigenlijk over”, student (het MBO kent geen leerlingen meer) en bedrijfsleven willen dit en dat zijn onze doelgroepen”.

          • WIE
            Vraag blijft: WIE heeft namens het bedrijfsleven deze specifieke tekorten geconstateerd?

          • Blijf zoeken
            Ik blijf zoeken. Waarom reageert “het” bedrijfsleven niet ? Ik herinner me dat de opleidingen waar ik gewerkt heb adviesraden hadden, met vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven. Daar werd wel eens wat geroepen, denk ik.
            Maar goed, ik vind “Het door onderwijskundigen ontwikkelde ‘competentiegericht’ onderwijs is omarmd door de HBO-Raad en in sneltreinvaart ingevoerd in alle instellingen voor hoger beroepsonderwijs. Cognitieve kennisverwerving wordt hierin vervangen door ervaringskennis. Dit is niet wettelijk verplicht. In het ‘normale’ bedrijfsleven kan men beter overleven door anders te zijn dan een concurrent, maar via de visitatiecommissies worden alle hbo-opleidingen gedwongen zich aan het competentiegerichte leren te conformeren. Hbo’s die afwijken van het competentiedogma worden met een onvoldoende bestraft. Dat kan leiden tot intrekking van de bekostiging. Dus volgen de hbo’s.”. Dit komt uit: Student wil ook op het HBO iets leren door Jan Bouwens, hoogleraar Accounting aan de Universiteit van Tilburg.

            Hieruit zou je kunnen concluderen dat “het bedrijfsleven” de specifieke tekorten niet heeft geconstateerd. Ik blijf verder zoeken.

          • re Blijf zoeken
            Feit blijft dat er geen documenten zijn waaruit duidelijk wordt wie om wat vroeg. Niemand heeft er dus om gevraagd. Je kunt nog lang zoeken, beste gpb. Als je wilt weten hoe het is gegaan kun je het best hoofdstuk 1 uit De overheid als bovenmeester lezen (Intro, 1999), ongetwijfeld uit de scherpe pen van Piet vd Ploeg afkomstig. Dat hoofdstuk gaat erover hoe beleid in Onderwijsland “tot stand komt”. Heel leerzaam. In diezelfde periode heb ik de handel en wandel van het PMVO uitgeplozen; in één nacht grijs haar gekregen, meneer. Al die lui zitten nu op andere lokaties hun proceswijsheden uit te venten en pro-actief geleidelijk bij te draaien.
            Willem Smit

          • Hoe beleid in onderwijsland tot stand komt.
            Hier sla de spijker op zijn kop Willem. Daarom moeten wij ook verder gaan dan alleen HNL pareren. De wijze waarop beleid nu gemaakt wordt garandeerd experimenteren over de ruggen van anderen en daar moeten we vanaf. Tevens zit er geen enkele objectieve en betrouwbare kwaliteitsborging in.
            Corgi

      • Niet voldoende…
        Leg even uit wat je bedoelt met die links gpb, ik snap het net als Hinke namelijk niet.

Reacties zijn gesloten.