Lesgeven op een praktijkschool geeft veel voldoening, maar dat is niet eenvoudig uit te leggen aan mensen die het praktijkonderwijs niet (goed) kennen. De leerling is vaak net iets anders dan bij andere vormen van het VO. Wellicht is het omdat hun oprechtheid minder gefilterd is of reacties minder gefilterd lijken. De relatie met de leerlingen voelt eerlijk, direct en vaak ongepolijst. Hoe dan ook, je krijgt er veel voor terug.
Er is ook een andere realiteit. Werken op een PrO (of vmbo-school) is ook vaak best lastig en soms erg ingewikkeld. Het is een veeleisende werkomgeving. De doorstroomtoets en taalachterstanden spelen een grote rol, maar er zijn talloze andere factoren die het onderwijs dagelijks (positief of negatief) beïnvloeden. Externaliserend gedrag, straatcultuur, een samenleving die rauwer en harder wordt, een onzeker toekomstbeeld voor veel jongeren, ook dat is iets wat je tegenkomt in je klaslokaal. Daar moeten we realistisch naar kijken; bagatelliserend noch romantiserend.
Tegelijkertijd zien we hoe beleidskeuzes en goedbedoelde processen bijdragen aan de additionele druk. De doorstroomtoets en het streven naar kansrijk adviseren kennen een nobel uitgangspunt, zeker, maar in de praktijk betekent het dat een deel van de leerlingen begint in een onderwijssoort die niet past bij hun cognitieve of academische mogelijkheden. Het gevolg is dat we leerlingen moeten herplaatsen. Demotivatie en een hoop chagrijn doen leerlingen geen goed, zeker niet in een omgeving waar ze helemaal niet willen zijn. Die leerlingen zien dit als (hun eigen) falen. In mijn dagelijkse werkzaamheden zie ik de pijn en frustratie in de ogen van mijn leerlingen, die, zoals ze zelf zeggen, zijn afgestroomd naar het laagst haalbare. Het duurt soms wel een heel schooljaar voordat de acceptatie is volbracht en ze zich thuis voelen.
Passend onderwijs betekent niet dat leerlingen zo hoog mogelijk moeten beginnen (wat is dat overigens, hoog?). Het betekent dat de leerlingen beginnen op de juiste plek. Een plek waar leerlingen succeservaringen opdoen, talenten worden gezien en ontwikkeling haalbaar en realistisch is. En zeker aan het begin van de reis op het VO is passende plaatsing cruciaal. Dit geldt voor leerprestaties, maar nog belangrijker: het is essentieel voor hun zelfbeeld en motivatie. De leerling start met meer (zelf)vertrouwen en rust en dat werkt daarbij ook nog eens door in de klas!
De 93,6 procent van de docenten die niet ziek zijn (het ziekteverzuim ligt zo rond de 6,4 procent) staan elke dag opnieuw in de frontlinie. Dat doen we met liefde, plezier en veel toewijding. Maar hoe lang houden we dit nog vol? Daarom een oproep aan de politiek. En nee, we vragen niet om nog een analyse of het zoveelste rapport of verslag. Wat we nodig hebben, zijn concrete voorstellen en realistische, goed uitvoerbare ideeën en plannen.
Zo zou de doorstroomtoets niet langer bepalend moeten zijn voor de plaatsing in het VO. Ik pleit ervoor dat het schooladvies weer leidend wordt. Onderwijskrachten in het basisonderwijs kennen hun leerlingen door en door. Zij hebben in de loop van vele jaren een zorgvuldig en compleet beeld opgebouwd van hun ontwikkeling, capaciteiten en, niet onbelangrijk, hun werkhouding. Dat beeld is genuanceerder dan de uitkomst van een toets die op één enkel moment wordt afgenomen. De toets kan uiteraard gebruikt worden voor bijvoorbeeld kwaliteitscontrole, maar niet als een doorslaggevend instrument. Laten we het vertrouwen en de professionaliteit van de leraar weer terugleggen waar het thuishoort: bij de professionals.
Paul Chung

Laat een reactie achter
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.