Rondetafel-debat over Curriculum.nu in Tweede Kamer

Afgelopen woensdag nam BON-voorzitter Ad Verbrugge deel aan een rondetafel-debat in de Tweede Kamer, bij de Vaste Commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Kijk de discussie hieronder terug.

3 Reacties

  1. Ik heb de discusie in de Tweede Kamer bekeken. Wat valt me op?
    Vanaf de rechterkant van de tafel wordt fundamentele kritiek gegeven:
    1. U formuleert (bouwstenen) vor nieuwe onderwijskerndoelen zonder een voorafgaande analyse waarin de vragen worden beantwoord? Wat gaat er niet goed in het huidige onderwijs (in internationale vergelijkingen doen we het al tijden jaar op jaar monder. Hoe komt dit?) In hoeverre ligt er een oorzaak hiervoor bij de huidige kerndoelen?
    2. In het huidige curriculum en ook de insteek van de commissie voor nieuwe kerndoelen wordt veel gesproken over interdisciplinariteit. Kritiek hierop: als leerlingen de basis van de vakken niet beheersen dan is interdisciplinariteit niet mogelijk, dan zwem je tussen niets en niets.
    3. Analoog aan 3: er staat in het rapport dan kennis en vaardigheden gelijkwaardig zijn. Kritiek: dit is onwaar, vaardigheden ontstaan in het (effectief) toepassen van kennis. Kennis is derhalve een voorwaarde om vaardigheden te kunnen ontwikkelen.
    4. Doordat niet de methode wordt gevolgd waarbij vanuit hetmeest mature/rijpste/rijkste kennisniveau wordt teruggeredeerd wat dan de input voor hogere onderwijssoorten is die daarvoor nodig is en dus wat de output (vertaald in kerndoelen en eindtermen) dient te zijn van het voorafgaande onderwijs, leidt dat gevoegd bij het mistige interdisciplinaite gereutefleut tot een geweldige nietserigheid waarin straks ieder kan doen waar ie zin in heeft, omtstaat er geen opbouw in kennisvermerdering en verdieping cq wordt er domweg geen kennis op een behoorlijke niveau ontwikkeld.
    5. Bij wat er nu ligt ontbreekt de wetenschappelijke onderbouwing voor wat men voorstaat.

    De reacties op de kritiek weerleggen het bovenstaande niet. de reacties bestaan louter uit bezweringsformules:
    – we zijn het eigenlijk wel met elkaar eens (terwijl dat evident en ook nog fundamenteel niet zo is).
    – We hebben met veel mensen gesproken en die zijn het met ons eens.
    – Wacht u het vervolg nu maar af. We zijn goed bezig dus het komt ook goed.
    – Voorafgaande probleemanalyse viel buitennde rijkweidte van de commissie (Tja, dan past het de commissie toch wel,de vraag te beantwoorden of wat de commissie gedaan heeft wel mogelijk is zonder een voorafgaande probleemanalyse.)

    Ook geen fraai gezicht was de onwelwillendheid tot lusteren naar de kritiek. Ad illustreert het belang van een goede vakmatige kennisoverdracht in het VOmaan de hand van zijn eigen ervaringen met het vak Duits, dat hij met 4 jaar Duits in het VO een toereikende basis had om in zijn studie met Duitse teksten uit de voeten te kunnen. In reactie eerst onbegrip, want Duits is geen verplcht vak en dan een tegenervaring waarin het wel goed gaat. Je ziet hier het gevaar van een boorbeeld, nl. dat in reactie in gegaan wordt op het voorbeeld i.p.v. dat waarvan het een voorbeeld is, in casus dat een goede vakmatige kennisontwikkeling randvoorwardelijk is voor kennisvermeerdering in een volgende fase.

    Ik ben benieuwd hoe de Kamerleden hiermee verder gaan. Het beste lijkt mij inderdaad wat er ligt innde prullenbak gooien en beginnen bijnhet begin met in volgorde de volgende vragen:
    Wat is het probleem dat we willen oplossen?
    Welke rol speelt de richting die nu aan de onderwijsinhoud wordt gegeven met kerndoelen, eindtermen e.d. daarin? En specifiek: is het gewicht van goede vakinhoudelijke kennisontwikkeling niet te zeer aangetast door de verbredingen met interdisciplinariteit e.a.?
    Voorafgaand aan dit laatste lijkt het nodig om ook de vraag te beantwoorden: is het waar dat vakinhoudelijke kennisopbouw randvoorwaardelijk is voor de ontwikkeling van vaardigheden en interdisciplinair effectief aan de slag te kunnen zijn? Boor mij is dit evident, voor anderen kennelijk niet, gezien de discussie.

    • Volkomen eens met je analyse. Het lijkt me duidelijk dat de invoering van het nieuwe curriculum wederom niet voor verbetering gaat zorgen, integendeel, we zullen nog verder dalen. Het is slechts een schrale troost dat internet niet vergeet, en dat over 10 jaar dus terug te lezen zal zijn, dat BON het bij het rechte eind had. Het zal best zijn dat een probleem analyse buiten de scope van DEZE commissie viel, maar waarom hebben ze niet eerst gewacht op de commissie in wiens portefeuille het WEL viel?

      Het onderwijs lijdt onder bureaucratie en middelmatigheid. Daadkracht en besluitvaardigheid ontbreekt waar commissies hoogtij vieren. De onkunde blijkt al uit de reactie op het voorbeeld over het Duits. Ieder intelligent mens had onmiddellijk begrepen dat het slechts een voorbeeld was. Deze persoon hoorde niet aan die tafel te zitten. Je verwacht daar het puikje van Nederland op onderwijs gebied. Echte experts.

  2. Beste mensen,
    Met interesse discussie gevolgd.
    Als MAVO/MTS docent heb ik langzaam pas leren kennen, wie en wat de onderwijsinhouden in die periode bepalen: contact met bedrijfsveld(leverde gecommiteerden) en examenvraag constructeurs(docenten met ervaring), docenten met praktijkervaring(met veel duidelijke, maar niet 100% verplichte einddoelen), uitgevers(docenten met grote schrijfvaardigheid).
    Door bijeenkomsten van docenten met elkaar, jaarlijks met agenda over leerstof ontwikkeling, werden langzamerhand bijstellingen gepleegd.
    Daar nam je waar wat de speelruimte kon zijn, stokpaardjes, interpretaties en mogelijkheden werden verkend.
    En dat was weg met fusies, reorganisaties naar lesbedrijven(ROC’s) enz.

    Geef na de eerste kaders het werk aan zittende docenten, 1 x per maand om te ontwikkelen en minder vaak als de eerste oefeningen gedaan zijn.
    Je ziet nu al verschil tussen cie leden en docenten. Cie leden prijzen docenten maar gaan er straks makkelijk overheen.
    Ben bang dat de politiek dat niet zal bekostigen, wel succes met kamer cie toegewenst.

Geef een reactie