BON wint Lofprijs 2019 van Stichting Nederlands

De Stichting Nederlands heeft bekendgemaakt dat zij de jaarlijkse Lofprijs zal uitreiken aan de vereniging Beter Onderwijs Nederland. We zijn de stichting zeer dankbaar voor dit blijk van erkenning. Dit moedigt ons aan op de ingeslagen weg voort te gaan en ons te blijven inspannen.

Hierbij het persbericht van de Stichting Nederlands:

Met veel genoegen delen wij u mee dat de LOF-prijs voor de Nederlandse Taal voor het jaar 2018 is toegekend aan de vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON).
De LOF-prijs wordt elk jaar onder auspiciën van de Stichting Nederlands uitgereikt aan een persoon of organisatie, die in het voorbije jaar op een bijzonder wijze heeft bijgedragen aan het behoud en de bevordering van de Nederlandse taal. Het besluit wordt genomen door een onafhankelijke jury van taalliefhebbers afkomstig uit diverse geledingen van maatschappij en samenleving.
Bij schrijven van haar bestuur heeft de vereniging BON de LOF-prijs aanvaard en zij zal de materiële prijs in ontvangst nemen tijdens de uitreikingsceremonie die wordt gehouden ten tijde van de Week van het Nederlands, in oktober 2019 in Den Haag.
De motieven van de jury om de LOF-prijs aan de vereniging BON toe te kennen, in het bijzonder aan haar dynamische voorzitter Ad Verbrugge en adviseur Annette de Groot, zijn de volgende. Gedurende de afgelopen decennia heeft in de Nederlandse en daarna ook in Vlaamse universiteiten een taalbeleid de overhand gekregen, dat het Nederlands als wettige voertaal wenst te vervangen door het Engels. Dankzij de vergaande gedoogsteun van de nationale overheden — en ondanks de weerstand van sociale en culturele organisaties — zijn de Nederlandse universiteiten erin geslaagd meer dan 75% van de tweede onderwijscyclus en tot 50% van de eerste cyclus te verengelsen. In Vlaanderen zijn de percentages lager dan in Nederland, om historische redenen. Pas in 1930 werden na hevige woordenstrijd universitaire lessen in het Nederlands toegestaan. Zo kort nadien naar het Engels schakelen was een frustratie te veel!
Het jarenlange verzet tegen de universitaire verengelsing in Nederland en Vlaanderen wierp geen vruchten af. Universiteiten en politieke partijen weigerden of ontweken elke serieuze discussie over de verdringing van het Nederlands en de gevolgen daarvan. Ook de pers roerde zich nauwelijks. Totdat BON zich in de strijd wierp en de zaak aan de Nederlandse rechter voorlegde.
De wet is duidelijk: Nederlands is de taal van het onderwijs; alleen als zich een aantoonbare noodzaak daartoe aandient, is een andere taal toegestaan. De universiteiten maakten daarvan: Engels is de onderwijstaal, Nederlands de uitzondering.
Het universitaire en politieke stilzwijgen werd door het initiatief en de inzet van BON verbroken, waardoor de kwestie bespreekbaar werd voor beleidsorganisaties die zich jarenlang niet hadden geroerd. Zij veerden op. Het kort geding dat inmiddels werd aangespannen door BON, werd weliswaar verloren, maar toonde ook dat er nog begaanbare juridische paden zijn. Een onderzoek door de Inspectie van het Onderwijs dat naar aanleiding van het kort geding werd uitgevoerd, bevestigt dat onderwijsinstellingen die lessen in het Engels aanbieden, de noodzaak daartoe veelal niet of onvoldoende hebben aangetoond. Zij overtreden de wet dus wel degelijk en dat sinds vele jaren.

1 Reactie

  1. Schrijven dat vergaande gedoogsteun van de nationale overheden ertoe geleid heeft dat 50% van de bacheloropleidingen engelstalig zijn is een beleefde manier te bedoelen dat de overheid te kwader trouw zich niet aan de wet hield. Het valt ook tegen dat de parlementariërs niet in opstand kwamen tegenover schending van een door hen aangenomen wet. Dat het de rechterlijke macht uit de trias politica is die de toepassing van wetten controleert zou voor parlementatiërs geen reden mogen zijn om niet tegen het niet handhaven van een wet te protesteren.

Geef een reactie