Rinnooy Kan gaat in nieuw advies voorbij aan belangrijkste oorzaken lerarentekort

Al decennialang wordt er gewaarschuwd voor een dreigend lerarentekort, zowel kwalitatief als kwantitatief. In 2007 presenteerde een commissie onder leiding van Alexander Rinnooy Kan zijn advies ‘Leerkracht’. Er was een imagoprobleem en de beroepsgroep moest op drie punten versterkt worden: een betere beloning, een sterker beroep en een professionelere school.

Na elf jaar is het tekort aan bevoegde leraren in alle sectoren toegenomen. Leraren trekken aan de bel over de arbeidsomstandigheden of verlaten het onderwijs. Er is nog steeds een imagoprobleem: het salaris is te laag, de werkdruk is te hoog. Ontwikkelingen rond Passend Onderwijs, de rekentoets en Curriculum.nu waar bij leraren geen draagvlak voor is, maken het er ook niet beter op.

Op verzoek van minister Slob heeft Rinnooy Kan nog eens onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om de problemen aan te pakken. Dit mondde uit in het advies ‘Verkenning Leraren’. Rinnooy Kan ziet een mogelijke oplossing in het versterken van de beroepsgroep. Niet door het aantal lessen per week van leraren te verminderen en door een marktconform salaris te betalen. Nee, er moet een frisse start gemaakt worden met het oude idee om in te zetten op het organiseren van de leraren. Dit is in de basis geen slecht idee, maar het is te beperkt. Rinnooy Kan constateert terecht dat de beroepsgroep te weinig betrokken geweest is bij de aanpak van het probleem. Rinnooy Kan gaat echter voorbij aan de belangrijkste oorzaken.

Waarom niet alles combineren? Rinnooy Kan kan meteen aan de slag met het oude rapport Leerkracht. Men neme de salarisparagraaf, voeg daar de paragraaf over een betere lerarenopleiding met meer aandacht voor vakkennis aan toe en rond af met meer ruimte voor professionele ontwikkeling.

Met een verwijzing naar de Onderwijscoöperatie en het Lerarenregister wordt de blik ook gericht op de professionele ontwikkeling van de leraar. Leraren houden heel graag hun vak bij maar dat lukt in onvoldoende mate door het gebrek aan tijd. Voorheen beschikte elke leraar met een fulltime aanstelling, conform de CAO, over 166 klokuren op jaarbasis. In de nieuwe CAO is het aantal uren voor professionele ontwikkeling gehalveerd. Het is dus ook van belang om te garanderen dat leraren voldoende faciliteiten krijgen om hun vak bij te houden.

Als op deze punten verbeteringen tot stand gebracht worden, zal het beroep van leraar vanzelf een beter imago krijgen en dan zal het ook geen probleem zijn om goede leraren te vinden en te behouden.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie