De verplichte rekentoets

Overige ‘uitspraken-rekenen’-blogs

____________________________________________________

Vanaf 2016 moeten leerlingen van het Voortgezet Onderwijs en het Middelbaar Beroepsonderwijs eerst de rekentoets halen voordat ze aan de eindexamens mogen beginnen. Halen ze de rekentoets niet dan krijgen ze geen diploma. De rekentoets heeft het niveau van groep 8 basisschool. In 2013 werd proefgedraaid op een aantal scholen. Hiervan waren de resultaten slecht: meer dan 70% van alle leerlingen in het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs scoorde een onvoldoende voor deze toets. Leerlingen kunnen 3 herkansingen krijgen voor de rekentoets, ze moeten minimaal 4,5 scoren. Leerlingen met dyscalculie krijgen een aangepaste toets; de school bepaalt of een leerling dyscalculie heeft, een dyscalculieverklaring is niet nodig.

En de poli­tiek pakt door. Niet gehin­derd door een over­maat aan onder­wijskun­dig vernuft heeft men onder­tussen met medewer­king van een aantal blunde­rende partij­en een rekenex­amen inge­voerd dat niet alleen aantoon­baar onnodig is maar ook alles behalve de reken­vaardig­heid toetst. Een psycho­me­trisch context­monster met een schimmi­ge norme­ring, met geheime resulta­ten en met discuta­bele vraag­stellin­gen. Een toets die als doel­stel­ling onder­tussen niet veel meer lijkt te hebben dan het treite­ren van onze jeugd tijdens het eindexa­menjaar.” Ton Groeneveld (Docent wiskunde. Lid Redactie WiskundE-brief)

Je ziet dat een vrij simpele opdracht (zorg ervoor dat het rekenonderwijs op peil blijft) verwordt tot een circus met wetswijzigingen, adviescommissies en begeleidende instanties die hun bestaansreden al snel aan zo’n hervorming ontlenen. Die clubs zijn zich op die toets gaan fixeren, terwijl het zou moeten gaan om wat eraan voorafgaat. En de scholen? Die denken eerst nog: er zal wel niets van terechtkomen. Als die hervorming tenslotte toch op hen afkomt, werken ze braaf mee aan foute oplossingen.”  Jan Jimkes (Oud conrector Bonifatius College te Utrecht)

De Rekentoets is een uitstekend voorbeeld hoe de schil van raden en instituten rond het onderwijs iets 1000 keer ingewikkelder kan maken.”  Ben Wilbrink, onderwijsonderzoeker

Voorkomen dient te worden dat dezelfde partijen die het realistisch rekenen altijd hebben gepropageerd en daarmee veel geld hebben verdiend, nu als heelmeesters worden ingeroepen en nog meer rekenellende veroorzaken. Als staatssecretaris Dekker doorgaat op de ingeslagen weg, gaat hij voorbij aan werkelijke oorzaken van de rekenproblematiek in Nederland en houdt hij bovendien een op overheidssubsidies draaiende industrie van adviesbureaus, rekencoaches en allerlei andere gelegenheidsprofiteurs in stand. Realistisch rekenen is geen rekenen, het is een verdienmodel. ”  Uit brief BON aan tweede kamer i.v.m. rekentoets

1e graads leraren mogen geen rekenen geven. Kennelijk heeft realistisch rekenen niets met wiskunde te maken.”  Gerard Verhoef (Docent wiskunde)

Ik heb zo’n hoog cijfer op de rekentoets omdat ik goed kan inschatten wat de opstellers van de vraag bedoelen.”   Leerling Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam

Als examensom is deze opgave gezien het bovenstaande volstrekt ongeschikt. Of moeten we alle leerlingen gewoon afleren om kritisch naar de vragen te kijken?”  Prof. Jan van de Craats

Het commer­ciële geweld dat rond de reken­toets is losge­barsten is volmaakte waanzin.”   Prof. Jan van de Craats

Als dat rekenen is, dan is Neder­land aan het einde van de 21e eeuw een intel­lectue­le bananen­repu­bliek gewor­den.”  Jan Karel Lenstra over de rekentoets (Lenstra was voorzitter van de commissie “Rekenonderwijs op de basisschool” van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen)

Veel opgaven uit de rekentoets bestaan uit meerdere stappen, terwijl de beoordeling voor de gehele opgave alleen maar 0 of 1 kan zijn. Een fout in een deelresultaat, hoe gering ook, heeft altijd een 0 tot gevolg.”   Prof. Jan van de Craats

Leerlingen ervaren de opgaven (zoals het klok kijken in spiegelbeeld) als demotiverend en vinden het vervelend dat ze tijdens de digitaal afgenomen toets niet kunnen ‘terugbladeren’. “   VO -raad (over de verplichte rekentoets)

Daarnaast blijken leerlingen op scholen waar veel aandacht aan rekenen besteed wordt, niet beter te scoren dan leerlingen op scholen waar dat minder het geval is. Het is dus de vraag of met de rekentoets gemeten wordt wat men wil meten.”    VO-raad (over de verplichte rekentoets)

Anders dan bij de papieren centrale examens, zijn de examendocumenten van de rekentoets VO na de afname NIET openbaar. Dientengevolge is het docenten niet toegestaan om via forums op het internet te discussiëren over de opgaven.”   Brochure Kaders rekentoets VO 2014

Een geneutraliseerde opgave is een opgave waarvan tijdens de normeringsvergadering is besloten deze niet te laten meetellen in de beoordeling. Alle leerlingen krijgen op zo’n opgaven de maximale score.”    Toelichting rekentoets VO (Maart 2015)

 

Een kritische analyse door Ben Wilbrink van voorbeeldtoetsvragen bij de verplichte rekentoets voor het Voortgezet onderwijs vindt men hier:  [Voorbeeldrekentoets 3F]. Een kristische analyse door Jan van de Craats van dezelfde vragen vindt men hier:  [Becommentarieerde voorbeelduitwerkingen bij de Cito-voorbeeldrekentoets VO 3F, 2013].

 

Jan van de Craats (Hoogleraar wiskunde)

Analyse van de 60 opgaven uit de voorbeeldrekentoets VO 3F 2013:

  • Er zijn 12 opgaven die zonder rekenmachine moeten worden gemaakt. Al deze opgaven zijn van zeer laag niveau: ten hoogste eind groep 6 van de basisschool. Bovendien zijn de getallen zo gekozen dat ook leerlingen die niet de standaardrekenrecepten voor optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen beheersen, ze kunnen oplossen.
  • Er zijn 20 opgaven waarbij het lastig of tijdrovend is om je in te leven in de contextbeschrijving, of om relevante gegevens uit de illustratie af te lezen.
  • Er zijn 11 contextopgaven waarvan de vraagstelling dubbelzinnig of aanvechtbaar is.
  • Er zijn 27 contextopgaven waarbij de vraagstelling gekunsteld, misleidend of absurd is. Vaak gaat het om een berekening die in de praktijk niet nodig is, of om een vraag die niemand zich in zo’n situatie zou stellen. Veel van die opgaven doen de vraag rijzen waarom iemand dat zou willen weten. Zulke sommen zijn voor leerlingen en docenten zeer demotiverend. Dit kan alleen maar leiden tot een nog verder groeiende weerzin tegen rekenen.
  • Bij de 48 contextopgaven in de rekentoets worden vooral leesvaardigheid en algemene intelligentie getoetst; het rekenen wordt aan de rekenmachine uitbesteed.

 

Karin den Heijer (Docente wiskunde aan het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam)

[Rekenonderwijs is door vernieuwers verwoest] [De rammelende rekentoets]

  • De staatssecretaris en de minister van Onderwijs melden aan de Tweede Kamer dat de rekentoetsen van goede kwaliteit zijn en dat de betrouwbaarheid hoog is. Dat is wonderlijk. Want niet alleen ik, maar ook mijn leerlingen en mijn hele omgeving vinden dat de rekenexamens in het voortgezet onderwijs helemaal geen rekenexamens zijn. En in het gezaghebbende tijdschrift Examens was vorig jaar al te lezen dat ze niet valide zijn: ze toetsen niet wat ze zouden moeten toetsen. De rekentoets is een intelligentietest, een ogentest en een concentratietest. Er moet bijvoorbeeld worden klok gelezen in spiegelbeeld. Of een weerkaartje moet worden geïnterpreteerd: vriest het of niet? Bij 80 procent van de vragen mag een rekenmachine worden gebruikt.
  • ‘Dit was geen reken­toets’, zeiden mijn leerlin­gen van VWO klas 5 tegen mij. ‘Veel vragen hadden niets met rekenen te maken. Het was een concen­tratie­test, een uitput­tings­slag, een test rekenma­chinege­bruik van zeer laag niveau, samenge­steld door mensen die niet kunnen rekenen. Wij zijn te slim voor deze toets’.
  • Het zijn geen sommen, maar quizvragen. En bovendien zijn deze van belabberde kwaliteit. Je moet klokkijken in spiegelbeeld van een slechte foto op een beeldscherm. Ik verzin het niet.
  • Het rekenexamen is het eindpunt op een weg van didactische mythen en blunders die de afgelopen twintig jaar hebben geleid tot de verloedering van het rekenonderwijs op de basisschool. De bedenkers van die nieuwe rekendidactiek betitelden de traditionele rekenrecepten die iedereen vroeger op school leerde als het ‘rekenen van opa’. Rijtjes sommen en staartdelingen vonden ze uit den boze. Onbegrepen regels mochten niet meer uit het hoofd worden geleerd. Het was goed als leerlingen allerlei oplossingsstrategieën zelf bedachten en zelf kozen welke methode ze bij een concrete opgave wilden gebruiken. Om ervoor te zorgen dat kinderen zouden begrijpen wat ze deden, werd het rekenonderwijs opgehangen aan verhaaltjessommen. Rekenen werd begrijpend lezen.
  • Het was allemaal zo mooi bedoeld, maar helaas, het werkte niet: de doorsneeleerling van groep 8 kan veel slechter rekenen dan ooit. En nadat het rekenonderwijs op de basisschool was verwoest, hebben de rekenonderwijsvernieuwers nu hun weg naar het voortgezet onderwijs gevonden. Met als kroon op hun werk de rekenexamens. Met hun zegen heeft het Cito rekenexamens ontwikkeld met een overdaad aan tekst, context en plaatjes. Bijna alle sommen mogen bovendien met een rekenmachine worden opgelost, dus echt rekenen komt er niet meer aan te pas. In de rekentoets is rekenen vervangen door begrijpend lezen. Het gevolg is nog meer gepuzzel en gepruts – nu dus ook in het voortgezet onderwijs.
  • De rekentoets is geen oplossing voor het probleem dat leerlingen niet meer kunnen rekenen. Ik zou u graag de opgaven laten zien, zodat u ze zelf kunt beoordelen. Maar dat gaat niet, want de vragen van de rekenexamens blijven geheim. Dat het voor de ontwerpers van die toetsen een probleem is telkens nieuwe contexten te bedenken, toont eerder de gekunsteldheid van de nieuwe rekendidactiek aan dan dat het een reden is het fundamentele recht op openbaarheid van examenopgaven met voeten te treden.
  • De rekentoets is een belangrijk onderdeel van het eindexamen. Leerlingen kunnen binnenkort op het rekenexamen zakken. Bij zoiets hoort een schriftelijke afname met een eerste en tweede corrector. En een openbare discussie over de opgaven. Net als bij andere onderdelen van het eindexamen.
  • Het ministerie biedt op dit moment scholen externe adviseurs aan, die graag een helpende hand willen bieden. Kennelijk heeft het ministerie geen vertrouwen in de kwaliteit van de leraren op het middelbaar onderwijs. Die ‘consultants’ zijn dezelfde mensen die eerst het rekenonderwijs op de basisschool hebben verwoest. Zij komen nu in het voortgezet onderwijs hetzelfde medicijn aanbieden. Zij vertellen dat ik vooral met mijn leerlingen moet gaan ‘praten’ over het rekenen, dat ik het samenwerkend leren moet bevorderen en dat álle docenten rekenen moeten gaan uitleggen.
  • Tijdens de feestelijke prijsuitreiking van de Wiskunde Olympiade vertelde ik Sander Dekker dat de rekentoets niet deugt. De rekentoets toetst geen rekenen. Beunhazen hebben rekenen geherdefinieerd tot begrijpend lezen en turen naar zoekplaatjes.   “Jouw toon staat mij niet aan”, zei Dekker.
  • Op een dergelijke niet-valide toets kún je leerlingen eenvoudigweg niet voorbereiden. Al oefen je een miljoen sommen, het is een heilloze weg.

 

Henk Pfaltzgraff (Docent wiskunde VO. Hij was nauw betrok­ken bij de ontwik­keling van de wiskun­de B-examens)

  • Op tal van middel­bare scholen heeft men reken­coördi­natoren ge­schoold en aange­steld, extra reken­lessen inge­roos­terd en reken­boeken aange­schaft. Voorals­nog kenne­lijk zonder veel succes. De scholen, de (wiskun­de)leraren, de leerlin­gen en de belas­tingbe­taler draaien onder­tussen op voor didacti­sche misvat­tingen uit de vorige eeuw.
  • Ook de reken­toetsen komen uit de koker van de realis­tische reke­naars. Ze zijn onbe­trouw­baar en niet valide. Deze rekenex­amens toetsen een soort van verbale/visuele intelli­gentie en niet datgene waar­voor ze bedoeld zijn: de zuivere reken­vaardig­heid.
  • Wiskun­de ligt in het verleng­de van rekenen. Ik ben er van over­tuigd dat mijn wiskundecollega’s, jong en oud, uitste­kend in staat zijn om reken­lessen te geven. Uitleg­gen is ons vak. Een wiskundevereniging [NVvW] die haar leden neerzet als slacht­offers van hun rekenvooropleiding op de basis­school, haar eigen wiskun­dedocen­ten onge­schikt ver­klaart en hulp zoekt bij reken­specia­listen en leraren van andere vakken, ver­dient het om al haar leden per omgaan­de kwijt te raken. We weten langza­merhand wel wat er van terecht­komt als je de onprofessionelen, ik zou het woord “kwakzal­vers” niet in de mond durven nemen, het rekenen laat uitleg­gen en laat toetsen met een rekenma­chine in de hand. We weten wat er van terecht komt als je ze laat uitleg­gen hoe je een staart­deling uit­voert met happend delen en hoe je grote en/of decima­le getal­len aftrekt via het aanvul­len tot een rond getal. Hoe zouden Jan Ligthart en Theo Thijssen dat in hun klassen met 50 leerlin­gen ooit voor elkaar gekre­gen hebben, vraag ik mij wel eens af.

 

Hans van Luit (Hoogleraar Dyscalculie aan de Universiteit Utrecht)

  • Je zou voor al je vakken een tien kunnen halen maar als je de rekentoets niet haalt, krijg je geen diploma. Dat is toch erg raar.
  • De rekentoets is zo moeilijk. De opgaven zijn verpakt in een grote hoeveelheid taal, waardoor ze alleen oplosbaar zijn met de nodige vaardigheid in begrijpend lezen.

 

Herman ten Napel (Docent wiskunde / statistiek aan de Universiteit van Amsterdam Faculteit Economie en Bedrijfskunde)

[Brief aan Victor Schmidt (6 mei 2011)]

Uit de brief gericht aan de voorzitter van de Rekentoetswijzercommissie (voortgezet onderwijs), Dhr. Victor Schmidt:

  • Ik heb de “voorbeeldtoets 3F” bekeken en het komt me voor dat eigenlijk alle vragen thuishoren in het basisonderwijs. Is het niet een tikkeltje genant om VWO-eindexamenkandidaten een dergelijke toets nog voor te leggen?
  • Als bij de centrale schriftelijke VWO-eindexamens, óók bij wiskunde- A, de basistechnieken van rekenen, en hieruit volgend de basistechnieken van de algebra, voldoende aan bod komen, is eigenlijk het invoeren van een aparte rekentoets overbodig.
  • Maar als we dan toch -ons neerleggend bij de realiteit- een rekentoets moeten afnemen, mis ik een paar zeer essentiële zaken, zoals een aantal abstracte algoritmische rekentechnieken die de leerlingen zonder rekenmachine snel en foutloos moeten kunnen uitvoeren, bijvoorbeeld: Het optellen en aftrekken van breuken (gelijknamig maken), en, verwant hieraan, de begrippen kleinste gemene veelvoud en grootste gemene deler. Deze technieken moeten routinematig, snel en moeiteloos worden beheerst, anders wordt het voor de wiskundedocenten in onze propedeuse een akelige zaak om uit te leggen hoe ze vormen zoals 1/(x+h) – 1/x als één breuk moeten schrijven. Met het rekenen met breuken is het trouwens in het algemeen droevig gesteld: alles wordt maar “tegen elkaar weggestreept”. En meer dan eens zien we fouten als 1/(x+h) – 1/x = 1/h.

_________________________________________________________________

De Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren (NVvW) over de rekentoets

Bepaald niet alle wiskundedocenten kunnen zich vinden in de beweringen van de NVvW!!!

Uit een brief van de NVvW aan Staatssecretaris Sander Dekker over de rekentoets (oktober 2013):

  • Onze duurzame oplossing bestaat er uit, het rekenen in het vo te verankeren binnen de vakken met een kwantitatieve component – zoals aardrijkskunde, geschiedenis, economie, natuurkunde, scheikunde, biologie en wiskunde.
  • Dat vraagt enige afstemming, opdat bijvoorbeeld de procenten bij economie in het hoofd van de leerling niet andere zijn dan die bij wiskunde.
  • Het is een lange termijn oplossing, maar als de huidige praktijk ons iets leert is het wel dat je iets wat in enige decennia is ontstaan niet even snel met de korte klap kunt oplossen.
  • Wij zijn als wiskundedocenten niet vanzelfsprekend deskundig in het toetsen van rekenvaardigheid en de rekendidactiek.
  • Er is nog onvoldoende systematisch nagedacht over hoe je pubers, en zeker die met een rekenachterstand, min of meer vrolijk en effectief aan het rekenen krijgt.
  • Een andere “echte” oplossing zou zijn het examenvak rekenen in te voeren in het vo, met alles wat daarbij hoort, studielast, bevoegdheid etcetera. Los van al het gedoe dat dit met zich meebrengt wordt rekenen dan een apart, geïsoleerd vak, en dat is juist niet de bedoeling. Je moet niet leren rekenen om het rekenen, maar om er in je verdere leven in de maatschappij mee uit de voeten te kunnen.

De NVvW  tijdens de hoorzitting in de tweede kamer  op 4-12-2013 over de rekentoets in het Voortgezet Onderwijs:

  • Ik vraag me af of we de rekenvaardigheid in bredere zin wel verbeteren met wat we nu doen: veel oefenen en toetsen en oefenen en toetsen, volstrekt gericht op de toets. En ook nog als geïsoleerde vaardigheid binnen rekenlessen.
  • Ook de wiskundesectie heeft behoefte aan verdieping van de rekendidactiek en kennis van het rekenen. Scholing is daarbij onontbeerlijk.

____________________________________________________________________

Voorstanders van de rekentoets

Lonneke Boels (Docente wiskunde en rekenen. Ze heeft een eigen bedrijf ‘Alaka’)

Boels heeft in de Tweede Kamer gepleit voor invoering van een verplichte contextrijke rekentoets. Ze heeft een eigen bedrijf ‘Alaka’ en verzorgt o.a. examentraining voor de rekentoets. Ze was ontwikkelaar van rekenlessen voor de bovenbouw Havo binnen een project van de NVvW.

  • Ik kan niet wachten tot de reken­toets einde­lijk echt meetelt.
  • De VO-raad vindt het een bezwaar dat leerlin­gen een onvol­doende bij een vak als econo­mie wel kunnen compen­seren en bij rekenen niet. Maar die voor­stel­ling van zaken is niet juist. Het is eerder anders­om; binnen de kernvak­ken moeten leerlin­gen een vijf compen­seren met een zeven voor een ander kernvak maar bij de reken­toets hoeft dat juist niet! De reken­toets telt op die manier dus juist minder zwaar mee. Dat komt omdat de reken­toets nu in het zoge­noemde voor­waarde­lijk deel van het diploma zit. Met een 4,5 voor rekenen ben je volgend jaar zonder compen­satie ge­slaagd. En geduren­de de eerste jaren kan die grens van 4,5 zelfs nòg lager komen te liggen.
  • Een veel gehoor­de kritiek is dat de reken­toets te talig zou zijn. Maar de examens van vakken als econo­mie, wiskun­de, natuur­kunde of schei­kunde zijn onder­tussen stuk voor stuk veel taliger dan de reken­toets.
  • De leerlin­gen krijgen nu een toets die prima bij hen past. Leerlin­gen met ernsti­ge reken­proble­men of dyscal­culie krijgen een toets op maat, zelfs zonder dat hier­voor een dyscal­culie­verkla­ring noodza­kelijk is.

 

Kees Hoogland (Medewerker APS)

[Dilemma’s rond de rekentoets]

  • Sommige methoden draaien teveel om kaal rekenen, terwijl de rekentoets juist bol staat van het realistisch rekenen.
  • Laten we eerlijk zijn: aan het kale rekenen kan wat minder aandacht besteed worden. In elke mobiele telefoon zit al een calculator.
  • Als je kunt optellen, delen en vermenigvuldigen wil dat nog niet zeggen dat je je als burger met vertrouwen in kwantitatieve situaties kunt begeven. Zo’n praktijkprobleem doet zich voor bij het ingraven van een trampoline. Hoeveel aarde moet je daarvoor uitgraven en hoeveel keer moet je met de kruiwagen lopen voordat je al die aarde hebt afgevoerd?
  • In vrijwel elk stukje in de krant zie je dat als bijzin terug: de opgaven zijn “te talig”. Als het mentale beeld is dat het bij rekenen louter gaat om de bewerkingen met getallen, dan is elk rekenprobleem dat gaat over gebruik in de praktijk al gauw te benoemen als “te talig”.
  • Ik constateer dat fatsoen en respect soms ver te zoeken is in de discussie rond rekenen en de rekentoets. Als ik kijk naar de discussie in de (sociale) media, dan geneer ik me regelmatig als vakexpert op het gebied van rekenen en wiskunde.

 

Victor Schmidt (SLO (Nationaal Expertisecentrum Leerplanontwikkeling). Lid van de rekentoetswijzercommissie)

[Brief aan Ben Wilbrink (22 juni 2011)]

  • De rekentoets toetst NIET de rekenvaardigheden die het Hoger Onderwijs juist vraagt? Ik was altijd in de veronderstelling dat het hoger onderwijs vooral behoefte heeft aan beheersing van algebraïsche vaardigheden. Dat wordt in de examenprogramma’s wiskunde van 2007 in voldoende mate geborgd. Het verwerven van algebraïsche vaardigheden verloopt in veel gevallen vanuit onderliggende rekenkundige vaardigheden. Als het hoger onderwijs tevreden is over beheersing van algebraïsche vaardigheden – en daarvoor zijn aanwijzingen – waarom zou ze zich dan nog moeite getroosten aan wat daaraan vooraf gaat?

___________________________________________________________________________

2018

Problemen met de rekentoets zorgden telkens voor uitstel.

Op 9 november 2018 werd door Minister Slob (O&W) bekend gemaakt dat de centrale rekentoets verdwijnt. Scholen krijgen een grote vrijheid om het schoolexamen rekenen naar eigen inzicht in te richten. De reken­toets is voldoen­de als er tenmin­ste een vier wordt gehaald.

Ton Groeneveld ( (Docent wiskunde in Harderwijk. Lid Redactie WiskundE-brief)

Uit [wiskundebrief no.827]:

  • KORTE METTEN. Dat rekenge­drocht heeft ons al genoeg geld gekost.
  • WEG MET DE CONTEXT. Ik denk dat ik een computerprogramma ga maken waarmee ik supersnel een volledig contextloos ‘random’ rekenexamen kan maken, inclusief antwoordblad. Dat is niet moeilijk; compu­ters hebben met contexten de grootste moeite maar draaien hun hand niet om voor een contextloos sommetje. Alle ellende met dure en geheime examens zijn in het verleden juist door dat geneuzel met contexten ontstaan.
  • Ik heb daar binnenkort geen dure rekencoördinator, rekenmethode of externe toetsenproducent meer voor nodig.
  • Uiteraard ben ik op die manier bezig met het ten onrech­te verguis­de concept dat ‘tea­ching to the test’ heet. Maar wat is daar in dit geval verkeerd aan? Waarom werd de reken­toets ooit ingevoerd? Omdat leerlingen die van de basis­school kwamen, de vereiste rekenvaardigheden niet voldoende bleken te hebben geautomatiseerd. En ‘teaching to the test’ is bij uitstek een manier om vaardigheden te automatiseren. Denk maar eens aan hoe u ooit aan uw rijbewijs bent gekomen. Of geeft u nog steeds contextrijk gas?

 

Reactie op Ton Groeneveld:

Ze is er nog,

Mieke van Groenestijn (Em. lector ‘Gecijferdheid’ aan de Hogeschool Utrecht. Schrijfster van het ERWD-protocol)

Uit [wiskundebrief no.828]:

  • De ‘oplossingen’ die Ton Groeneveld beschrijft voor zijn bovenbouwleerlingen havo/vwo laten zien dat hij niet be­grijpt waar het bij het vak rekenen om gaat.
  • De manier waarop Ton Groeneveld in zijn bijdrage het rekenen, de rekentoetsen en met name de contexten naar de prullenbak verwijst, vind ik onbegrijpelijk voor een wiskundedocent. Ook voor de bovenbouw van het havo/vwo moet je toch snappen dat een goede rekenvaardigheid niet alleen voor het vak wiskunde maar juist ook maat­schappelijk van belang is. Dat maatschappelijke belang vereist het gebruik van contexten.
  • Dat ‘context’ betekent dat het om veel ‘tekst’ gaat, is de grootste misvatting binnen het onderwijs. Context is tekst geworden omdat methodes en toetsenmakers, ook die van digitale toetsen, het klaarblijkelijk nodig vinden om opdrachten in woorden ‘uit te leggen’. Maar een context kan ook via een goede afbeelding en met weinig tekst worden gepresenteerd.
  • Het gaat bij een context om de relatie met situaties in het buitenschoolse leven.
  • Het ver­schil tussen contex­ten, vaak met veel overbo­dige tekst, in reken- en wiskun­deboe­ken en contex­ten in het dage­lijks leven is groot, misschien zelfs niet vergelijkbaar. Maar dat betekent niet dat wij daarom dan maar terug moeten grijpen op die kale sommen waar een groot deel van onze leerlingen op afhaakt en die volkomen nutteloos zijn voor participatie in de maatschappij.
  • In het dagelijks leven en in werksituaties maak je geen kale sommen. De functionele gecijferdheid is heel wat anders dan de schoolse gecijferdheid van de kale sommen.

 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie