Valse klaagzang niveau basisschool

Meer dan vijftig jaar geleden zat ik op een kleine dorpsschool.
De meisjes gingen twee keer per week nuttig handwerken en wij, de jongens, gingen nog een klein uurtje rekenen. Ingewikkelde cijfersommen, van het type ‘toetsnaald’ uit het voorbeeld waar Paul van Dam, oud Cito-medewerker, zo hoog van opgeeft. (NRC Handelsblad, 13 april).
Hij heeft gelijk als hij zegt dat de leerlingen van tegenwoordig dat niet meer kunnen. Met andere voorbeelden probeert Van Dam aan te tonen dat het niveau van het basisonderwijs al meer dan twintig jaar te laag is.
Dat is onzin. Wij gingen niet zwemmen, we hadden geen handenarbeid, geen Engels of Gezond Gedrag en geen computerles om maar een paar voorbeelden te noemen.
Overigens heb ik uitstekende herinneringen aan mijn school, de kastanjebomen en het plein.
De zwakkere reken- en taalvaardigheid is daarnaast veroorzaakt doordat men scholen heeft overladen, niet alleen met meer vakken, maar ook met de plicht aandacht te geven aan allerlei zaken en problemen: vandalisme, drugs, roken, een fatsoenlijke omgang tussen jongens en meisjes, het pesten, het milieu, discriminatie en dan heb ik het alleen over nuttige onderwerpen.
Een schoolweek telt maar zesentwintig uur, speelkwartier inbegrepen.
De constatering van achteruitgang door Van Dam wordt veroorzaakt doordat hij de lat veel te hoog legt. Het eindniveau wordt bovendien nog altijd voor het grootste deel bepaald door de capaciteiten van de individuele leerlingen.
Het is verbazend dat scholen in staat zijn om de huidige kwaliteit te leveren. Hulde.

Pier Bergsma, oud-directeur basisschool
NRC/Handelsblad (brieven)

7 Reacties

  1. Hulde?
    “De constatering van achteruitgang door Van Dam wordt veroorzaakt doordat hij de lat veel te hoog legt”. Bedoelt Pier Bergsma dat je vanwege de geringere hoeveelheid tijd die in het primair onderwijs aan rekenen besteedt wordt je tevreden moet zijn met geringere resultaten? Wat is in dit verband de betekenis van de zin “het eindniveau wordt bovendien nog altijd voor het grootste deel bepaald door de capaciteiten van de individuele leerlingen”? Hij heeft een onduidelijk verhaal geschreven. Met de zin “het is verbazend dat scholen in staat zijn om de huidige kwaliteit te leveren” ben ik het wel eens. Maar hulde? Of bedoelt hij met deze zin iets anders dan ik?
    Seger Weehuizen

    • Het gebruikelijke excuus
      Ik constateer een groot gevoel van gezamenlijkheid (wij zijn Calimero) bij een deel van de PO leerkrachten. Bergsma is een typisch voorbeeld. Slecht beargumenteerd, volledig vrijpleiten van de eigen beroepsgroep, de schuld bij externe factoren leggen: wij kunnen er niets aan doen.

      Ik heb wel wat begrip daarvoor. Men heeft het niet makkelijk soms en de kritiek op het PO duurt al lang natuurlijk. Ik zou alleen graag hebben dat men in ieder geval accepteerde dat er veel mis is. Het gaat er iet om de schuld bij de individuele leerkracht te leggen, want daar ligt die niet. Het gaat er wel om in te zien wat er mis is en te proberen daar (met BON bv) verandering in te brengen.

      Helaas is Bergsma daartoe niet bereid: hij verheerlijkt liever de wanprestatie, gemeten naar wat zou moeten, niet gemeten naar waar het huidige PO toe in staat is; men kan wellicht niet beter, verstrikt in ontkenningen en de invloed van betweters als van het APS (en het FI) die de zaak werkelijk de vernieling hebben geholpen.

  2. Inzake onzin / schooldirecteur
    Dhr Bergsma vindt dat het niveau niet te laag is, want:
    Dat is onzin. Wij gingen niet zwemmen, we hadden geen handenarbeid, geen Engels of Gezond Gedrag en geen computerles om maar een paar voorbeelden te noemen.
    DAT is pas onzin, mijnheer Bergsma. Op de lagere school had ik FRANS, handenarbeid, muziek en sport. Zwemmen leerde ik in mijn eigen tijd, maar wie het nog niet kon, die mocht het onder schooltijd en onder schoolverantwoordelijkheid leren.
    Gezond Gedrag lijkt mij, gezien de naam, iets wat op geen enkele school thuishoort en die computerles doet op school wat die kinderen thuis al twintig keer hebben gedaan. Allebei compleet zinloos dus.
    Daarnaast leerden wij destijds ook nog gewoon al die dingen waarnaar in die “Toetsnaald” gevraagd werd.
    Eigenlijk zegt hij: ‘Het niveau is niet gezakt, want we besteden tegenwoordig onze tijd liever aan dingen die kinderen net zo goed buiten school kunnen doen dan aan echte schoolvakken zoals cijferen en zinsontleden.” Wat het tweede stuk van die zin met de meting van het niveau te maken heeft zie ik niet. En dat eeuwige Engels kan ik op de basisschool missen als kiespijn zolang mijn kind niet eerst behoorlijk Nederlands leert.

    • Nederlands als Europeesch dialect
      Het trieste is dat je over één decennium wel Engels moet kennen om aan een Nederlandse universiteit te kunnen studeren maar dat kennis van Nederlands dan niet meer nodig is. In dat licht is het heel merkwaardig dat Magraben en Turken die, huwelijk en emigratie combinerend, naar Nederland komen een toets Nederlands moeten afleggen. Nederland is in feite al tweetalig en je zou hen net zo goed aan een toets Engels kunnen onderwerpen.
      Dat laat de vaststelling dat het onderwijs in Engels op de lagere school van erbarmelijke kwaliteit en daarom zinloos is onverlet.
      Seger Weehuizen

    • Ik dacht eigenlijk
      “Dhr Bergsma vindt dat het niveau niet te laag is, want:
      ‘Dat is onzin. Wij gingen niet zwemmen, we hadden geen handenarbeid, geen Engels of Gezond Gedrag en geen computerles om maar een paar voorbeelden te noemen’.”

      Ik dacht eigenlijk dat dat een grapje was van Bergsma.

    • Spreken is zilver, zwijgen is goud?
      Na twee studiedagen voor het personeel heeft de schoolleiding van een VO-school noodgedwongen de ambitie voor de pedagogisch didactische opdracht voor een nieuw schoolplan zelf maar geformuleerd. De resultaten van de studiedagen hadden te weinig opgeleverd, waren namelijk ‘wat mager’. Dit verklaart dat de schoolleiding onderaan het epistel schrijft: “Veel van onze ambities vergen niet minder dan een cultuuromslag die gepaard gaat met gedragsverandering van mensen. Om deze cultuuromslag zich te laten voltrekken zijn schoolleiders nodig met persoonlijk en onderwijskundig leiderschap.”

      De ambitie is: Het onderwijs moet motiverend en uitdagend zijn.
      Onderwijs is motiverend als het voor de leerlingen maatschappelijke relevantie heeft en aansluit bij hun manier van het leren buiten de school.
      Onderwijs is uitdagend als het de leerlingen in de gelegenheid stelt hun grenzen te verleggen met behulp van vragen en opdrachten, die door hun openheid en complexiteit een beroep doen op hun creatieve en inventieve vermogens.

      Vanuit de ouders in de MR wordt deze ambitie ter discussie gesteld. Essentiële elementen als kennisoverdrach t en vakbekwaamheid van docenten worden gemist. De schoolleiding verzekert dat de ambitie niets met het nieuwe leren te maken heeft. De school heeft dat allang achter zich gelaten. Dijsselbloem is achterhaald. De docentengeleding blijft muisstil. En overigens is het niet gewenst dat ouders zich met de didactische aanpak van de school bemoeien.

      Wie laten dit nu gebeuren?

      • Dorius,
        Ik zou wel reageren

        Dorius,
        Ik zou wel reageren voor mijn eigen geweten maar niet in de verwachting wat te bereiken. En al zeker niet voor je eigen kind, wellicht een beetje voor de volgende lichting.
        Ik meen te weten dat het hier om een school gaat met veel jonge tweedegraders die al op hun opleiding zijn geindoctineerd en absuluut geen verweer hebben tegen deze woordenbrij.
        Het is een teken van de moeilijke marktpositie van de school (t.o. bijzonder onderwijs in eigen omliggende gemeentes?). Daarom komen scholen steeds met allerlei leukigheid om leerlingen te trekken i.p.v. onderwijsinhoudelijke niveauverbetering die een lange adem vraagt. Ik zou zeker protesteren tegen allerlei vage cursussen voor allerlei managementlagen, naar pleiten voor vakinhoudelijke bijscholing voor en in overleg met de werkvloer.
        Onderwijs moet zeker niet hier en nu hapklaar leuk en lekker zijn. Het is een investering die zich pas op termijn aan maatschappij en leerling openbaart.
        En die dooddoener aansluiten bij de belevingswereld van de leerling? School is er juist om de leerling verder te laten kijken dan het eigen ikje en om dingen te leren die je thuis niet kan leren.
        Tja, en dan dat leren buiten school; daar bedoelen ze vast niet de musea mee waar ik mijn kinderen mee heen sleep.
        Als weldenkende ouder zou ik mij wel laten horen in de school en bij de BON en medestanders zoeken.
        De oplossing voor deze school ligt niet in het weer omarmen van de volgende vernieuwingsgedachte of op termijn weer verhuizen naar de volgende Vinexlokatie. Eeen goede school moet je opbouwen en moet geen speelgoed zijn voor managers die snel, dikdoenerig willen scoren.
        Ik ben langzamerhand zo oud en ervaren dat ik denk als ik dit soort geneuzel niet begrijp; ligt aan de schrijver/spreker, want zo dom ben ik nou ook weer niet. Vroeger dacht ik, ik zal wel de sufkees zij, wellicht denken velen in dit team dit nog…

Reacties zijn gesloten.