Staatssecretaris springt al te lichtvaardig om met de peutertoets

Onderstaand het hoofdredactioneel commentaar van Trouw van 16 maart 2007 (zie hier voor het commentaar van De Volkskrant over hetzelfde onderwerp).
===========================================
Staatssecretaris springt al te lichtvaardig om met de peutertoets

Vanzelfsprekend kan PvdA-staatssecretaris Sharon Dijksma van onderwijs op royale steun rekenen met haar voornemen de taalachterstand van zo’n 75.000 peuters in de achterstandswijken van de vier grote steden, Oost-Groningen en Zuid-Limburg met een stevige impuls zoveel mogelijk weg te werken. Taalachterstand, weten we, is er de oorzaak van dat heel wat kinderen bij de start van het onderwijs vaak al op achterstand staan, waar ze in de loop der jaren vaak ook niet meer vanaf komen. Het is daarom goed dat er een staatssecretaris is die een open oog heeft voor dit probleem, en die bereid is er de mouwen stevig voor op te rollen.

De vanzelfsprekendheid van de steun komt echter in een ander licht te staan, nu blijkt dat ze wel erg lichtvaardig omspringt met dit nobele doel. Zo kondigde ze dinsdag opgewekt aan dat er een verplichte taaltoets voor peuters komt, gevolgd door verplichte cursussen, die ten doel hebben de taalvaardigheid van peuters op te krikken. Kennelijk had ze er geen moment over nagedacht dat er op die verplichtingen het nodige af te dingen valt. Wat is een taaltoets waard van een kind van niet of nauwelijks drie jaar oud? Zijn prestaties kunnen van dag tot dag verschillen, afhankelijk van de mate van verlegenheid. Afgezien daarvan, wat wordt er in in zo’n toets eigenlijk gemeten? En biedt het gemetene ook objectief enig houvast? De geleerden zijn het daar in de verste verte niet over eens, waarmee de aankondiging van zo’n toets op zijn minst voorbarig is. In het verlengde daarvan is het al evenzeer voorbarig ouders te verplichten hun peuters een taalcursus te laten volgen. De facto komt dat neer op een verlaging van de leerplichtige leeftijd voor achterstandskinderen tot drie jaar. Dat is wel erg ingrijpend.

Daar komt nog iets bij. Zo’n verplichting brengt met zich mee dat de staatssecretaris haar zaakjes op orde moet hebben. Concreet: er zal sprake moeten zijn van een voorschoolse opvang die klinkt als een klok. Op dat punt ontbreekt er van alles, niet in de laatste plaats een behoorlijk budget. Gelukkig blijkt het departement de staatssecretaris op andere gedachten te hebben gebracht. Tenminste, dat hopen we dan maar, want een excuus voor haar stellige uitspraken hebben we haar niet horen maken. Hoe dan ook, volgens het departement is vrijwilligheid nu het uitgangspunt. Dat is wel zo vruchtbaar als te wapperen met verplichtingen die de argeloze burger als vanzelf op de rare gedachte brengen dat een kind kennelijk nog het beste af is wanneer het zo vroeg mogelijk wordt toevertrouwd aan de staat.
=================================================