PvdA kongres 17 feb 2007 steunt parlementair onderzoek onderwijs

Op het PvdA kongres zaterdag 17 feb 2007 te Zwolle werd een motie aangenomen om steun te betuigen aan de parlementaire enquete / onderzoek naar de onderwijsvernieuwingen van de afgelopen 20 jaar. Als we iets willen veranderen zullen we de poltiek moeten overtuigen en beinvloeden.Hierbij ook nog even de konstatering dat zowel basisvorming als tweede fase studiehuis zijn ingevoerd met instemming van alle partijen in de tweede kamer, unaniem dus. Heel opmerkelijk eigenlijk want ook tamelijk zeldzaam in de politiek.

Ook vermeldenswaardig was de bijdrage van een kongresafgevaardigde die nog even memoreerde aan het feit dat indertijd bij de start van “Paars” er sprake was van een elan om nu het “bijzonder onderwijs te kunnen aanpakken” . Dat zal met het huidige kabinet niet snel gebeuren ben ik bang. Ik denk wel dat ideologisch de PvdA een bijdrage heeft geleverd aan de onderwijsvernieuwingen , denk bijvoorbeeld aan het werk van prof J van Kemenade over de Middenschool. Maar in elk geval is ook één feit duidelijk, van de oorspronkelijke ideeën blijft in het poldermodel meestal ook niet veel over bij de invoering in de praktijk.

Ik denk ook dat de sociale wetenschappen te veel invloed hebben gekregen waardoor het zo mis is gegaan. In de Groene Amsterdammer staat dit weekend een artikel waarin weer eens wordt uitgerekend wat de schaalvergroting in het onderwijs ten gevolge heeft gehad voor de onderwijsbegroting. Maatregelen die gepresenteerd werden als bezuiniging en efficientie verhogend hebben in de praktijk geleid tot meer bureaucratie en hogere kosten – maar erger nog de menselijke maat in het onderwijs is daardoor verdwenen hetgeen funest is voor het onderwijs proces. Denk daarnaast eens aan alle mensen die werken bij de pedagogische centra en leerplan instituten, de onderwijsvernieuwing is een soort ekonomische bedrijvigheid op zich zelf . Ook voor de onderwijsvernieuwing zoals tweede fase studiehuis geldt dat het gepresenteerd werd als nodig om betere aansluiting bij de universiteit en hoger onderwijs te krijgen – terwijl het aleen maar slechter is geworden.

Over het algemeen hadden de leraren wel in de gaten dat het niet de goede kant uit ging met hun vak, hun salaris of met de schaalvergroting en dat de managers en de pedagogen in hoger aanzien stonden met bijbehorend salarissen. Maar met klagen in de lerarenkamer bij een kop koffie bereik je niets, want op het politieke nivo domineerden de sociale netwerken van de onderijskundigen, pedagogen en managers.

Bij de beoordeling van de politiek moeten we ons realiseren dat binnen de verschillende partijen voortdurend diskussies zijn en dat het er om gaat het onderwijs beeid zodanig te beinvloeden dat het weer de goede kant uit gaat. Het is daarnaast ook nodig na te gaan hoe het komt dat deze “vernieuwingen” maar steeds worden uitgevoerd, het gaat hier namelijk om rechtstreeks overheidsbeleid