Onderzoek 21minuten.nl 2009

Geachte forumgenoten,

Jullie kunnen weer meedoen aan de jaarlijkse peiling van 21minuten.nl. Er wordt onder meer gevraagd in welke sector je werkt, en waarover je je het meeste zorgen maakt, en er is dus ook gelegenheid om hier bijv. “het onderwijs” aan te kruisen.

Ga naar www.21minuten.nl en klik rechts op:

>> Start vragenlijst 2009

Tekst van de website:
===
Op 21minuten.nl kunt u uw mening geven over de huidige problemen en kansen voor Nederland. In de editie 2009 vragen we u hoe de overheid en andere instanties op de huidige situatie in moeten spelen en wat u zelf merkt en doet. In aanloop naar de verkiezingen voor het Europees Parlement vragen we u ook naar uw mening en verwachtingen ten aanzien van Europa.
Het duurt ongeveer 21 minuten om deze vragenlijst in te vullen.
===

Iets heel anders: mijn school is bezig om “Rinnooy Kan” in te voeren. Gelukkig is gekozen om, zodra het geld van de overheid beschikbaar komt, mensen naar een hogere schaal te laten doorstromen in volgorde van huidige periodiek (dus eerst komen de LC17’ers aan de beurt – LC18 bestaat al niet meer – , en ook de LB17’ers, en daarna de docenten in de periodiek eronder, enzovoorts. Geen sollicitaties, en ook geen hopeloze pogingen om te bepalen wie de beste docent is dus; wel moet je onder meer sowieso een eerstegraads bevoegdheid hebben en bijv. genoeg uren in de bovenbouw werken.

Maar toch kwam ook mijn school er niet onderuit om in te bouwen dat er een goeie (of in ieder geval geen slechte) beoordeling moet zijn. En daar moeten dan weer wel criteria voor zijn, en dat moet natuurlijk weer objectief, en daar komt weer gedonder van. Echt hierin geloven doet mijn schoolleiding volgens mij niet, maar ze moeten dit wel invoeren, dit is het bekende “professionaliseren”. Binnenkort wordt hierover vergaderd en mogen we erop gaan schieten.

Wat ik zelf inmiddels een veel belangrijker probleem ben gaan vinden, is het onvermogen van mijn school om effectief op te treden tegen het wangedrag van leerlingen: wat mij betreft de hoofdoorzaak van het docententekort. Ik neem het de leerlingen allang niet meer kwalijk dat het de spuigaten uitloopt; ik zie het als een collectief falen van volwassenen: ouders, schoolleiding, docenten, maar niet op de laatste plaats de kiezers/belastingbetalers die ons niet genoeg middelen geven om 1) gewoon een conrector aan te stellen die stoute leerlingen aanpakt, en om 2) docenten wat meer rusttijd tussendoor te geven om op adem te komen en zo beter de controle te houden. Volgens mijn rector is het vooral in de grote steden mis, en daar buiten minder, maar ik kan hier zelf niet over oordelen (ik heb tot nu toe alleen in de grote steden lesgegeven).

Zelf ben ik voornemens om bepaalde jaarlagen (klas 3) met ingang van komend schooljaar gewoon maar te gaan boycotten. Wat ik daar nu doe lijkt meer op ophokken dan op lesgeven, en daar ben ik het onderwijs niet voor ingegaan. Op een gegeven moment kom je tot het besef dat je er zelf niets meer aan kunt doen om de zaak te verbeteren, maar dat je hierin gewoon afhankelijk bent van de omstandigheden. Ze zoeken maar een andere docent die die klassen wil draaien, en als ze die niet kunnen vinden, dan ben ik wel helemáál gek als ik de laatste in Nederland ben die dat alsnog wil doen. Als ze het opvatten als werkweigering vind ik het ook best; dan zie ik wel wat er gaat gebeuren; buiten het onderwijs red ik me ook wel.

16 Reacties

  1. Onderwerp 2 is een aparte draad waard!
    Hallo Em,
    Jammer dat je het probleem van de onwillige klassen als tweede probleem agendeert. Ik ben het geheel met je eens dat dit zéér waarschijnlijk de oorzaak is van het lerarentekort. Aangemoedigd door de media (en soms ook door de ouders) en onder het mom van ‘moet kunnen, je bent toch ook jong geweest’ wordt het lesgeven feitelijk onmogelijk gemaakt. Tweede en derde klassen zijn het ergste.

    Ik ben ervan overtuigd dat dit alleen maar opgelost kan worden als scholen een heel streng en consequent beleid tegen rotzooitrappers, kwebbelaars, huiswerkweigeraars, brutalebekken (en hun ouders) opzetten. Ik ben er ook van overtuigd dat scholen die een dergelijk beleid durven voeren veel aanmeldingen zullen krijgen. Groot gelijk dat jij het gaat weigeren, zou iedereen moeten doen.

    Een apart probleem is wel de terreur van de leerplicht. Op die éne VO-school waar ik ooit een half jaar werkte was het onmogelijk om leerplichtige leerlingen te verwijderen, ook al misdroegen zij zich nog zozeer en joegen ze een hele klas naar de ratsmodee. Jongeren die niet willen leren moeten gewoon werken. Klaar uit af. Als ze geen diploma hebben doen ze ongeschoold werk: kaas inpakken, vakken vullen enz. Tót ze al of niet zin krijgen om toch nog een diploma te halen.

    • Angst voor ruzie
      Toevallig hier van de week met een collega over gesproken. Ouders durven (even generaliserend) de confrontatie met hun kinderen niet meer aan. “Maar ik heb geen zin in ruzie thuis” klonk het op de ouderavond.
      Zolang het thuis maar ‘gezellig’ is – de problemen moet de school (lees: ‘anderen’) maar oplossen.

      • Niet effectief kunnen optreden tegen wangedrag
        binnen VO en hoger is logisch. Dit wangedrag begint immers al veel eerder. Voor en in het kleuter en basisonderwijs. Daar worden kinderen met ernstige gedragsproblemen gedwongen opgevangen. WSNS heet dat. Binnenkort volgt ’t volgende bezuinigingshoofdstuk. Inclusief/passend onderwijs. Alle probleemkinderen moeten binnen het reguliere basisonderwijs opgevangen worden. En die stromen door…
        Maak de borst maar nat.

    • Ordeproblemen
      Helemaal mee eens dat alleen een heel streng beleid zou werken, en ik ken in mijn familiekring iemand die een school vanuit haar positie ook daadwerkelijk op die manier vormgeeft, en inderdaad: jaarlijks forse groeicijfers van aanmeldingen. Ik kan me ook voorstellen dat dat soort scholen veel minder moeilijk aan docenten komt bij het toenemende tekort.

      En ja, er is leerplicht, maar is er niet ook zoiets als leerrécht? Hebben slachtoffers (de klasgenoten van de zich misdragenden) niet ook récht op onderwijs? Ik weet eigenlijk niet goed precies hoe het zit: of welwillende (strenge) scholen nou echt door de wet gedwarsboomd worden of niet. Je kunt toch leerlingen schorsen, en bij te vaak schorsen van school verwijderen? Of zit hier een verschil tussen openbare en bijzondere scholen? Dit schooljaar heb ik op een gegeven moment geweigerd om een bepaalde leerling nog in mijn les toe te laten. Officieel mag dat geloof ik niet, maar ik heb het hoog gespeeld: “zoek anders maar een andere docent”. Dat heeft gewerkt; de betreffende leerling is inmiddels voorlopig van school af, maar dit terzijde.

      Die hele ordeproblematiek op scholen is ook weer zo’n kluwe van problemen: ontspoorde schoolcultuur, geldgebrek/tijdgebrek, en wellicht ook hopeloze regels van overheidswege. De eerste school waar ik ooit werkte was een middelbare Montessorischool, en ik zal nooit vergeten dat aan het eind van het schooljaar een bovenbouwleerling een aanklacht tegen de schoolleiding over het wangedrag in de klassen in de schoolkrant publiceerde. Van dát soort eigen verantwoordelijkheid nemen had de schoolleiding het even niet terug. Ik zal ook nooit vergeten dat voor Kerstmis de rector de leerlingen in de aula toesprak, terwijl de leerlingen gewoon doorgingen met praten. Het was helemaal niet stil; er werd niet geluisterd. Letterlijk ontluisterend.

      Wat ook steeds meer tot me door begint te dringen, is dat docenten er zelf ook medeschuldig aan zijn, bijv. doordat ze zich uit overtuiging, deels gevoed door onmacht/onkunde of juist uit eigenbelang, niet als autoriteit willen opstellen.

    • Ongeschoold werk
      Dus ook hier mag het bedrijfsleven het verder oplossen. Net als met de overige leerlingen die naar jouw idee (15-04-2009) op basis van niet eens een A voor aanwezigheid hun diploma bekomen om daarna tegen een riante vergoeding in dat zelfde bedrijfsleven gestald te worden middels een BBL-structuur. Als er al iemand iets op moet lossen dan is het in mijn ogen allereerst de betrokkene zelf. Welk specifieke maatschappelijke verschijningsvorm hieraan sturing moet geven weet ik eigenlijk ook niet. Maar zou het niet zo kunnen zijn dat ook het onderwijs op deze problematiek mede antwoorden moeten genereren?

      In mijn eigen organisatie constateer ik al jaren dat er vooral energie gestoken wordt in het pleasen van wat dan ook als het maar geld en en baasjes-banen oplevert. En leerlingen zijn teleenheden. Dus gewoon niet lastig vallen en binnenhouden. De zaak afronden met een inderdaad soms / vaak inhoudsloos diploma en uitkijken naar de waarderingscijfers van je glorieuze instituut. Natuurlijk een en ander overgoten met een ideologisch sausje van betrokkenheid echter ten ene male de broodnodige distantie ontberend.

      • De betrokkene zelf
        Dr John schreef:

        “Als er al iemand iets op moet lossen dan is het in mijn ogen allereerst de betrokkene zelf.”

        Ik weet niet of ik je goed begrijp, maar bedoel je met de betrokkene zelf de zich misdragende leerling?
        Dan kun je ook zeggen: we hebben last van criminaliteit, maar in de eerste plaats moeten de inbrekers en overvallers dat zelf oplossen. Nou, daar zullen ze van onder de indruk zijn; dat schiet lekker op.

        Wij volwassenen zullen toch echt de structuur moeten bieden waarin kinderen aan het werk gaan, lerend en/of werkend. Zelf kunnen ze het niet aan, daar zijn het kinderen voor; anders zouden we ze ook geen kinderen noemen. De meeste kinderen functioneren volgens mij best goed als je ze maar in de goeie omgeving zet (met de juiste beperkingen/mogelijkheden en beloningen/straffen). En de rest moet de kans krijgen om later via een omweg (avondschool) alsnog een diploma te halen; niet ieders leven zit even rechtlijnig in elkaar.

        • @ de betrokkene zelf
          Nou niet meteen ontsporende jongeren met criminelen vergelijken. Dat is een stap verder welke wij liefst zouden moeten pareren. En natuurlijk vind ik niet dat niemand zich er mee mag bemoeien. Maar als je je er al tegen aan bemoeit dan toch vanuit het idee dat de verantwoordelijkheid altijd ligt bij de “dader”. En niet eenzijdig alle schuld en verantwoordelijkheid voor oplossingen bij het bedrijfsleven in de schoenen schuiven zoals Hinke graag ziet.

          • De betrokkene zelf
            Ik vergeleek zich misdragende jongeren niet met criminelen. Ik maakte duidelijk dat het primair de verantwoordelijkheid leggen bij mensen die dat kennelijk niet aankunnen, of het nou kinderen of criminelen zijn, zinloos is. Ik zie leerlingen ook helemaal niet als “daders”. Puberopstandigheid is een natuurlijk verschijnsel waar scholen gewoon heel duidelijk en hard tegen moeten optreden om het onderwijs werkbaar te houden.

            Wie ik wel als daders zie?

            – ouders die niet genoeg tijd, energie en geld willen investeren in de opvoeding en scholing van hun kind;

            – schoolleiders en docenten die wel klagen, maar niet in opstand willen komen tegen de mede door onderfinanciering veroorzaakte onwerkbare situatie voor docenten en scholieren;

            – bedrijven die wel op korte termijn grote winsten willen maken, maar daarvoor niet willen investeren in wat belangrijk is voor redelijke winstgevendheid op de lange termijn.

      • Het bedrijfsleven doet NIETS
        Het bedrijfsleven doet niets waar het zelf geen direct voordeel van heeft. De goede leerlingen zeven ze eruit voor de BBL, de overigen kunnen BOL gaan doen en als we veel geluk hebben mogen ze (gratis!!!) werk doen op de stage. Als ze niet goedkoper mensen uit het Oostblok kunnen halen mogen de BOL-leerlingen met een diploma bij hen solliciteren. Ze generen zich in het geheel niet om via de kenniscentra Competentieleren te eisen en vervolgens te klagen dat de opleiding helemaal niet aan hun verwachtingen voldoet. Het bedrijfsleven neemt helemaal geen verantwoordelijkheid, zélfs niet voor wat ze zelf zeggen te willen. ‘Ze zijn veel te theoretisch opgeleid’ of ‘Ze kunnen nog geen hamer vasthouden’ wordt door ‘het bedrijfsleven’ soms zelfs tegelijk naar voren gebracht.

        De problemen met slecht opgevoede en opgeleide jongeren komen vooral naar het onderwijs.

  2. Engeland
    Ik ben pas in Engeland op een middelbare school geweest. Wat anders dan in Nederland! Schooluniformen, leraren in pak en die elkaar aanspreken als ‘meneer X’, geen chaos in de gangen, vanzelfsprekende autoriteit van de leraar,…

    • Schooluniformen
      Schooluniformen hebben zo hun voordelen in klassensamenlevingen als de Britse, maar lijkt mij persoonlijk geen goed idee voor Nederland, en hier ook geen noodzakelijk element in het voorkomen van de wangedragsproblematiek.

      En als ik zelf zo’n pak moet gaan dragen, dan vlucht ik sowieso meteen weg naar de ICT of begin ik voor mezelf. Ieder moet maar dragen wat-ie wil, maar ik zou me er doodongelukkig in voelen en het zou mijn lessen dus ook zeker niet ten goede komen. Hans Dorrestijn heeft het ook een keer geprobeerd, dat pak dragen, in z’n tweede jaar als leraar Nederlands, na een hel van ordeproblemen: hij sloeg er totaal de plank mee mis.

      • Meer uniformen
        Het ontgaat Em70 wellicht dat in zéér veel landen, vaak ook in de derde wereld, o.a. de Palestijnse gebieden (ja, ook Gaza) de kinderen een uniform naar school dragen. Dat heeft in zoverre iets te maken met een klassenmaatschappij, dat het gewoon de rol bevestigt die je speelt. In dit geval de rol van leerling. En dat is nu precies waar u zich over beklaagt: de leerling gedraagt zich te weinig als leerling. Het begint er mee dat iedereen zijn rol in het proces kent. Orde in de klas is een logische consequentie daarvan. Ik zie niet in wat er tegen schooluniformen is.
        Net zo min heb ik er iets tegen dat winkelpersoneel aan de kleding herkenbaar is, of de serveersters in een restaurant. Iedereen zal het gevoel van irritatie herkennen dat je krijgt wanneer winkelpersoneel of bedienend personeel niet als zodanig te herkennen is.

        • Uit verveling meedoen met de les.
          Uniforme kleding biedt voor de lagere secundaire opleidingen nog een voordeel: het boykotteert een ongewenst afleidend en voor VMBO-meisjes meeslepend gespreksonderwerp namelijk de uiterlijke verzorging van de medeleerlingen in de klas. Alles wat in een klas de leerlingen van het volgen van de les afhoudt moet zo veel mogelijk verdwijnen.
          Seger Weehuizen

        • Uniformen
          Ik heb een jaar in Zuid-Afrika gewerkt, en daar liepen leeringen ook in schooluniform, dus mij is geloof ik niet zoveel ontgaan. Overigens staan veel scholen in Zuid-Afrika bol van de ordeproblemen, omdat het onderwijs daar ook hopeloos georganiseerd is: gigantische werkdruk, leerlingen die geen boeken hebben, etc.). Dan helpt een uniform kennelijk dus ook niet.

          Overigens zijn veel arme landen kolonie of toezichtgebied van de Britten geweest (onder meer dus Zuid-Afrika en Palestina), dus is het niet zo gek dat ze van hen die uniformen hebben overgenomen. Het voordeel is dat het problemen voorkomt van mensen die domweg geen geld hebben voor behoorlijke kleding voor hun kinderen, laat staan voor dure merken. Het zorgt dus voor een sausje van uiterlijke gelijkheid, om de onderliggende ongelijkheid (klassen) af te dekken. Landen die dit zo willen, moeten dat vooral zo doen.

          Ik beklaag me overigens niet over leerlingen; ik beklaag me juist over de volwassenen die zich niet willen opstellen als volwassenen. Ook dat heeft met kleding niet zoveel te maken: het heeft daarentegen alles te maken met wat geschiedenisleraar perfect beschrijft: het niet willen aangaan van de confrontatie met kinderen. Niet als ouder, niet als schoolleiding, en niet als docent. We kopen kinderen af met een overmaat aan spulletjes en vrijheid, maar doen ze te kort door de confrontatie niet met ze aan te gaan. We zeggen als collectief eigenlijk: “Jullie zijn het niet waard om de confrontatie mee aan te gaan, om aandacht te geven, om goed onderwijs te geven. Wij vinden onze eigen carrière (ontplooiing, status) belangrijker.”

      • Het pak: schrikbeeld of voorbeeld?
        Parallel aan Bernard’s commentaar nog even mijn onbescheiden mening. Een paar jaar geleden was ik met een van onze voorlichters bij een VMBO in Hilversum. Afgezien van de bewakers en de detectiepoortjes (hebben we niet!) viel mij daar op dat de aanwezige docenten behalve door hun leeftijd niet van de leerlingen te onderscheiden waren. Of het moest zo zijn dat de kleding van de leerlingen modieuzer en netter was dan die van veel docenten!

        Ik vind dat gewoon niet kunnen. Je hoeft als leraar wat mij betreft niet in een pak – al scheelt het een hoop als je een goed passend exemplaar met dito overhemd aanschaft. Ik vind wel dat je als docent niet op je leerlingen moet (willen) lijken. Je hebt een andere positie dan je leerlingen en daar past andere kleding bij. Kleding die zeker comfortabel en desgewenst ‘casual’ kan zijn, maar evenzeer kleding die je andere positie benadrukt.

        Zoals enkelen wellicht bekend is gaan de kledingvoorschriften bij ons (IVA Driebergen) relatief ver. De mannelijke studenten lopen bij ons minimaal in overhemd/stropdas/pantalon en de dames in nette – maar zeker nog vrouwelijke – kleding rond. Voor de docenten geldt uiteraard hetzelfde. Deze kleding past bij onze doelgroep: wij leiden op voor commerciële beroepen en daar ben je niet gauw overdressed. Wij zorgen er dus voor dat de kleding van docenten én studenten past bij de sfeer en de doelstellingen van de school en bij de toekomstige werkkringen.

        Een bewuste kledingkeuze die leidt tot enig onderscheid met de leerling zou mijns inziens een kleine bijdrage leveren aan het herstel van de waardigheid van de docent. Ik zal zeker niet bepleiten dat alle docenten in heel Nederland morgen jasje-dasje op school verschijnen. Al zou het wel een heilzame uitwerking kunnen hebben op de manier waarop de leerlingen naar de docenten kijken ……

        • Re: Schrikbeeld of voorbeeld
          In de tijd dat ik op de middelbare school zat, midden jaren tachtig, waren de docenten ook gewoon in de kleding gekleed waarvan zij zelf vonden dat die het beste bij hen paste. Voor sommigen was dat een pak, voor de meeste gewoon een overhemd of trui, en soms was dat een spijkerbroek. Geen leerling die daarvan in de war raakte over zijn of haar “rol”.

          Ik ga er vanuit dat het op dat VMBO dat jij bezocht een paar graadjes “erger” was. Ik heb ook op mijn school een stagiair en een student-spreker zien rondlopen in kleding die ik zélf niet zou aantrekken, en waar ik als schoolleider denk ik even een punt van gemaakt zou hebben. Sommige dingen kunnen gewoon niet, en omdat jullie nu natuurlijk nieuwsgierig zijn naar wat het concreet betrof: beide heren droegen hun broek te laag; een modeverschijnsel dat geloof ik afgeleid is van Amerikaanse gevangeniskleding.

          “Je hoeft als leraar wat mij betreft niet in een pak – al scheelt het een hoop als je een goed passend exemplaar met dito overhemd aanschaft.”

          Mijn punt is: er moet congruentie zijn. Er moet, binnen redelijke grenzen natuurlijk, overeenstemming zijn in wie je bent, hoe je praat, wat je zegt, wat je doet, wat je lichaamstaal is etc. Voor sommige mensen past nette kleding daar totaal niet in; voor andere mensen past informele kleding daar juist totaal niet in. Ik draag mijn informele kleding ook helemaal niet omdat ik op mijn leerlingen wil lijken; ik wil alleen maar mezelf kunnen zijn, omdat dat het enige is waarin ik mij sterk voel, en als ik mij niet sterk voel, maar mezelf nu eenmaal voor lul vind staan in nette kleertjes, kan ik geen leiding geven aan een groep van dertig pubers. In mijn specifieke geval weet ik zeker dat ik in klassen waar ik nu geen ordeproblemen heb, ze wél zou krijgen als ik nette kleertjes zou moeten gaan dragen.

          Hoe het op het IVA geregeld is maakt het IVA natuurlijk lekker zelf uit, sowieso al omdat het een particuliere school is. Als het voor jullie werkt, dan dit vooral doen; kritiek daarop zou onzinnig zijn. Zelf heb ik niets met het verkopen van auto’s, dus ik heb er sowieso geen last van. En als ik ooit een auto ga aanschaffen, zal ik iemand in netheidsklederdracht eerder wantrouwen dan vertrouwen, maar ik zal ongetwijfeld een uitzondering zijn, anders zouden verkopers allang anders gekleed zijn.

Reacties zijn gesloten.