Mediawijsheid

Vanuit mijn praktijk hoor ik steeds vaker geluiden van ouders en mede professionals over het aanschaffen en verplicht stellen van trainingen over mediawijsheid in de klas. Zowel voor leerlingen als voor ouders en leerkrachten.

Weten ouders wat er speelt bij jongeren en is er bekend bij leerkrachten hoe om te gaan met de toename aan mobieltjes, laptops en Ipads in klas met het nieuwe onderwijssysteem. 
 
Aan de andere kant hebben wij de jongeren. Voor hen is het met hun ` puberbrein`  lastig gevolgen te overzien. Wat voor gevolgen hebben hun acties op socal media op de langere termijn?
Hoe kunnen we jongeren beschermen en wijs maken op het gebied van media. En wat moeten wij hen bij brengen, want zijn ze op sommige vlakken al niet vele malen wijzer?
 

Wat is jullie idee? Zou een training op het gebied van social media nuttig kunnen zijn en in hoeverre zou dit verplicht moeten worden gesteld op scholen.

5 Reacties

  1. We moeten uiters terughoudend
    We moeten uiters terughoudend zijn in het verplicht stellen van allerlei trainingen en modules voor zaken die op dit moment maatschappelijk relevant zijn. Kijk uit met verplichte anti pest cursussen, modules tegen radicalisering en trainingen tegen drankmisbruik of slechte voeding. Vaak gaat het niet zozeer om kennisoverdracht, maar om gedragsverandering. Het is zeer de vraag of school een dergelijke gedragsverandering zou kunnen bewerkstelligen. In normale situaties heet dat namelijk opvoeden en is primair de taak van de ouders. Om vele redenenzijn zij daarvoor het meest geschikt, het best geequipeerd en ook verantwoordelijk. In excessieve situaties, daar waar het ouders niet lukt, is professionele aandacht gewenst, maar niet door docenten, want op dergelijke gebieden zijn zij niet professioneel.

    Bij mediawijsheid ligt dat minder duidelijk. Je zou kunnen betogen dat de informatie over de media wel door school gegeven zou kunnen worden. Kinderen leren dan hoe die wereld in elkaar zit, net als ze bij aardrijkskunde en economie leren hoe die werelden werken. Omdat alleen de kennis over mediawijsheid een tamelijk beperkt onderwerp is, hoeft dat niet veel tijd te kosten. verplichten.zou ik het zeker niet en ik zou ook ver weg willen blijven van doelen die met gedragsverandering te maken hebben. Tenslotte zou ik erg uit willen kijken met commerciele exploitatie van dergelijke onderwerpen door externe bureaus

  2. Pak het vooral inhoudelijk

    Pak het vooral inhoudelijk aan. Gerard vergeet het vak maatschappijleer, dat nog meer dan economie of geschiedenis leerlingen inzicht kan bieden over hoe leerlingen informatie kan duiden. In mijn leerboeken ruimde ik uitvoerig plaats in over de werking van de media, over de manier waarop informatie doorwerkt en welke blokkades er kunnen optreden door een vernauwde blik, door ook cognitieve dissonantie. Dat geldt niet alleen voor de mediagebruiker, maar ook voor degenen die informatie verzorgen, of dat nu digitaal of schriftelijk is.

  3. Ik mis nog 2 dingen in het

    Ik mis nog 2 dingen in het antwoord van Gerard Verhoef. Het gaat daarbij om generalisaties van principieel belang:

    Iets extra’s zal in de praktijk vaak iets anders zijn. Of iets minder van iets anders. Of minder uren les in iets anders. In de tijd van de basisvormingterreur kon het Gymnasium overleven door het aantal lessen in andere vakken te reduceren. Daarom moest een leerling om op het Gymnasium toegelaten te worden een sterk VWO-advies hebben. Voor basisscholen gaat het er nu in de eerste plaats om dat ALLE leerlingen aan een hoge prestatienorm op het gebied van taal en rekenen gaan voldoen. Dat wordt moeilijk als je steeds meer aan het curriculum toevoegt.

    Je moet er voor waken een gedeelte van de leerlingen verplicht te laten deelnemen aan onderwijs in zaken die ze al beheersen. Leren samenwerken was en is nog steeds een stokpaardje dat graag bereden wordt. Maar sommige leerlingen die best kunnen samenwerken in gevallen waarin dat wenselijk is leren het efficiëntst wanneer ze alleen werken. Het is unfair hen te dwingen in groepjes te werken. Ik ken gezinnen waarin nauwelijks televisie gekeken wordt en iedereen zich voornamelijk alleen maar serieus met laptops bezig houdt. De kinderen worden daar niet meegesleurd door mediahypes en mogen daarom niet lastig gevallen worden met een onderwijshype over mediahypes.

  4. In Brussel is men er druk mee

    In Brussel is men er druk mee.

     

    "ENABLE aims to develop social and emotional learning skills as a means of building resilience in young people so that they can better understand and become more responsible and effective for their on- and offline social interactions."

     

    "The ENABLE public launch will take place in Athens on 11-12 March 2015 and will bring together 50-60 policy makers, experts, academics and health professionals from around the globe, the aim being to introduce the project, provide a forum of discussion for the Think Tank members and create solidarity as the project continues."

     

    "Vodafone, Facebook, Twitter, Ask.fm and Liberty Global are associate partners."

     

    Wat zou een leraar zonder een trosje onderwijsonderzoekers zijn? Daarom een ruim voorziene internationale denktank.

    "The Think Tank is composed of the following members: David Finklehor, Crimes against Children Research Center, USA; Marc Brackett, Yale Center for Emotional Intelligence, USA; Sonia Livingstone, EU KidsOnline, [verwijzingen naar Nederlandse centra en deskundigen], UK; Jasmina Byrne, UNICEF, Syria; Donna Cross, Telethon Kids Institute, Australia; Martin Schmalzried, COFACE, Czech Republic; Susan Flocken, ETUCE, Belgium; Sonia Seixas, Educação do Instituto Politécnico de Santarém, Portugal; Alessandro Bencivenni, ProfDigitale, Italy; Robertas Povilatiis, Child Line, Lithuania; Helle Rabøl Hansen, Aarhus University, Denmark; Jette Kofoed, Aarhus University, Denmark​."

  5. De term mediawijsheid vind ik

    De term mediawijsheid vind ik misleidend. Het suggereert dat we hier te maken hebben met een instantie (een overheidsinstantie wellicht)  die over grotere wijsheden beschikt dan de ouders of de leerkrachten.

    Ouders die on-line zitten, weten zeer waarschijnlijk heel goed wat het internet hun kinderen aanbiedt. Bewuste opvoeders zullen hier hun eigen middelen bedenken terwijl internet voor niemand meer afgesloten kan worden.

    Daarom denk ik dat een leerkracht de cirkel moet verkleinen: hij/zij moet geen grootse ambities willen bereiken met een internet-protocol. Hij/zij moet toestaan of afzweren wat hij/zij belangrijk vindt. Vindt hij/zij internet een gevaar voor de jonkies, en wil hij/zij internet daarom verbieden? Hij/zij doe zo.

    Wil een ander begeleid internet onderwijzen? Ze zullen bemerken hoe zij zullen falen. Maar ze doen maar: leerlingen zullen opmerken hozeer mensen kunnen verschillen en zullen hun eigen conclusies trekken.

    Omdat ik na al mijn leeservaringen grote twijfels begon te krijgen aan welk menselijk ideaal dan ook,  nam ik mij voor leerlingen  niet meer met algemene 'waarheden' (behalve de christelijke) om de oren te slaan en verbood ik diverse zaken in de klas omdat IK dat zo wilde. Daarbij hield ik dus open dat iemand anders in de school andere wensen zou kunnen hebben.

    En zo heb ik dus nul vertrouwen in overheidsinstanties die ons gaan vertellen wat mediawijshied is. Ik heb sowieso weinig vertrouwen in overheden vanwege mijn overtuiging dat ook overheden neigen tot alle kwaad.

Reacties zijn gesloten.