Inspectie: Voortgezet onderwijs in gevarenzone

De onderwijsinspectie slaat alarm over het niveau van het voortgezet onderwijs. De eindexamens van Nederlands, Engels en wiskunde vertonen een dalende lijn.
Oudere leraren krijgen harde kritiek en een leerliingvolgsysteem wordt een must.

‘Uit lesobservaties van de inspectie blijkt dat een op de tien leraren in het voortgezet onderwijs geen goede instructie geeft en dat een op de vijf leraren de tijd in de les niet efficiënt gebruikt.’

‘Het blijkt dat vooral oudere leraren moeite hebben hun manier van lesgeven aan te passen.’

Lees verder in NRC/Handelsblad

5 Reacties

  1. leraar in spagaat
    Tja, die sukkels krijgen het maar niet voor elkaar om voor snelle leerlingen andere doelen te stellen dan voor de andere leerlingen. Daar gaat de inspectie, jawel, ons bij helpen, doordat zij aan de leiding gaat laten zien dat je de voortgang van leerlingen kunt volgen via een leerlingvolgsysteem.

    Letterlijk moet de leraar zeggen: ‘met de snelle leerlingen wil ik over een maand daar zijn…… met de andere leerlingen wil ik over een maand daar zijn.’ Mooi hoor, dat maatwerk, maar niet zo consequent om dan verderop te stellen:
    ‘Je moet leerlingen onderwijzen tot het niveau zoals dat is vastgesteld voor het centraal examen, niet tot een niveau waarvan je als school vindt dat het hoog genoeg is.’ Hoe doen we het dan met de leerlingen die volgens het door de inspectie aangeprezen systeem ieder jaar met een maandje of wat zijn achtergebleven?

    Er is nog iets eigenaardigs af te lezen uit dit verhaal van de inspectie: de eindexamencijfers voor Nederlands, Engels en wiskunde zijn weliswaar achteruit gegaan, maar het gemiddelde van alle examencijfers is gelijkgebleven. Dat betekent (makkelijke som!) dat de resultaten van de andere vakken dan deze drie zijn gestegen. Zouden al die leraren Frans, geschiedenis en natuurkunde dan wel lesgeven volgens de nieuwe richtlijnen van de inspectie?

    De inspectie mag en moet de eindkwaliteit in de gaten houden en behoort dit niet te betitelen als ‘extra werk’ zoals er in de laatste alinea van het artikel staat. Maar ik dacht dat de commissie Dijsselbloem ons had geleerd dat de leraar zelf, in overleg met zijn collega’s, kiest voor de manier waarop die resultaten bereikt kunnen worden.

  2. Matglas kijken
    Het interview met hoofdinspectrice Annette Roeters, (inspecteur-generaal van het onderwijs) is zo helder als matglas. Lager en middelbaar onderwijs worden niet duidelijk uit elkaar gehouden en ook niet de verschillende vormen van middelbaar onderwijs. Daarom ontstaat het gevoel dat van de hak op de tak gesprongen wordt. Duidelijk hoorbaar is echter wel het oude deuntje: De reden dat het slecht met het onderwijs gaat zijn niet de vernieuwingen maar het onvermogen en de onwil van de docenten om de vernieuwingen te praktiseren. De oudere leraren zijn de slechtste leraren al trekt de inspectrice niet de conclusie dat zij daaruit hoop voor de toekomst put. Deze dame speelt hoog spel. De autonome goed in zijn leervak opgeleide leraar moet vervangen worden door gehoorzame, lager opgeleide en onderbetaalde jongere leraren die precies doen wat zij wil. Mocht zij ongelijk hebben dan zit Nederland straks met een gigantisch probleem. Bij de vakken die er het meest toe doen, wiskunde en Nederlands, is dat probleem al vensterglashelder zichtbaar.
    Seger Weehuizen

  3. Geen verstand
    Ik vrees dat de inspectie geen verstand van onderwijs heeft, hoogstens van administratieve processen en papieren doeleinden die niet vakinhoudelijk maar hoogstens pedagogisch/didactisch zijn.

    Iedereen kletst maar wat over onderwijs: de ene schrijft dat de oudere docenten goud waard zijn, nu dit weer.

    Waar moeten die oudere docenten zich aan aanpassen?

    • Bureaucraten
      Ik denk dat meer dan de helft van het onderwijsgeld besteed wordt aan bureaucratie. Bureaucratie gaat altijd over een papieren werkelijkheid.
      Als nu die moderne jonge docenten braaf formulieren blijven invullen over waarmee Pietje Hoogbegaafd aan het werk is en waar Margrietje Achterstandsgezin zich mee bezig houdt, dan is aan de bureaucratie voldaan en kan worden geconstateerd dat de betreffende docent goed in staat is aan te sluiten bij de mogelijkheden, wensen en uitdagingen die elke individuele prins of prinses haar biedt.
      Oudere docenten weigeren dat, zeggen dat het onmogelijk of tenminste inefficient is om zo te werken en de bureaucratie registreert dan dat oudere docenten iets niet kunnen wat de jongere docenten wel kunnen. Alls sturing geschiedt op basis van bureaucratie helaas.

      Op de opiniepagina van de Volkskrant vertelt een huisarts een treurig verhaal over bureaucratie in de zorg.

      Ik denk dat het helemaal niets te maken heeft met dat een inspectie geen verstand van onderwijs heeft, dat idee is voor henzelf irrelevant. Ze hebben verstand van afvinklijstjes en procedures. Onderwijs is iets van die andere werkelijkheid, waar ze liever met een grote boog omheen lopen. ALs je je daar namelijk teveel in verdiept, dan kun je wel eens leren dat jouw papieren en de klaseen met leerlingen geen enkele relatie hebben. Wat niet weet, dat niet deert.

      • Wanbeleid ook buiten zorg en onderwijs
        Bizarre regels ontstaan in deze tijd niet alleen op het gebied van onderwijs. Ik heb enige tijd geleden op natuurlijk gegroeid gras naast de weg in de buurt van het ziekenhuis Venlo. Daar parkeren wel meer mensen die geen zin hebben om voor parkeren op het ziekenhuisterrein te betalen. De gemeente Venlo weet dat en de grasparkeerders weten niet dat er een gemeentelijke bepaling is dat het overal verboden is op gras te parkeren ook als dat gras niet aangelegd is en niet tot een plantsoen hoort. Misbruik maken van de onwetendheid van de burgers is een goudmijn voor de gemeente en de gemeente vindt het niet nodig een waarschuwingsbord te plaatsen waarop staat dat het parkeerverbod ook voor de bermen geldt. Er zijn ter plekke geen trottoirs. Vandaag zag ik bij de school van mijn kleindochter dat de parkeerpolitie niet alleen iemand die op grasrestanten bij een bouwplaats parkeerde beboet werd maar ook mensen die op de weg parkeerden hoewel daarvoor helemaal geen verkeerverbod gold. Het blijkt nu dat je diende te bedenken dat je daarmee het verkeer hindert en daar kun je ook al beboet worden. Dat is in principe misschien wel juist maar wie kent die bepaling nou en hoe moet je bepalen of je dat wel of niet doet. En moet je, als je ’s avonds je auto parkeert onderzoeken of je dat vlak bij een school doet zodat je auto later verkeershinder kan veroorzaken? Vóór je bij de rechter gaat protesteren moet je eerst je parkeerboete betalen. Anders wordt je klacht niet in behandeling genomen. Of je nu afhankelijk bent van de zorg, leraar of leerling bent of automobilist, overal is een unfaire behandeling normaal geworden. Nederland verloedert over de gehele lijn. Het gevoel dat wetten er zijn om je te beschermen vervluchtigt.
        Seger Weehuizen

Reacties zijn gesloten.