In mijn middelbare schooltijd hadden we een grijze en bejaarde dame voor het vak Latijn.
Ze was hardhorend en gaf ons les op fluisterende toon.
We lagen collectief in aanbidding. Dat dwong haar leeftijd af.
Nooit hadden we het gevoel dat het om ons als leerling ging. We kwamen in de les voor haar en omdat het op het rooster stond.
We wisten eenvoudigweg dat we na zoveel jaar het eindexamen moesten halen en dat we daar behoorlijk voor moesten knokken, want onze toekomst stond immers op het spel.
Jongere leraren, daar dolde je nog wel eens mee, maar oudere docenten stonden op een voetstuk, want ze droegen hun vak in alle poriën met zich mee.
“Een leraar mocht kinderen dwingen om rijtjes op te zeggen, niet leuk, maar wel een uiterst nuttige bezigheid. Dat is tegenwoordig veel moeilijker. Op school worden de wensen van kinderen heel serieus genomen. Zelfs op crèches zie je tegenwoordig al gedragsproblemen. Ook de leraar moet zich steeds meer verantwoorden. Maar er zijn nog genoeg ouders en leraren die wél gezag hebben.” Aldus Frank Furedi, Hongaar van oorsprong en socioloog van beroep, over de gezagscrisis in de samenleving en in het onderwijs (Volkskrant).
Als het gezag ontbreekt, gaan kinderen hun eigen weg bepalen, en die leidt in vele gevallen tot niets en in andere gevallen tot ongelukken.
Dat gezag moet wel verdiend worden. Dat gebeurt door vakinhoud, want daar wordt de leraar voor ingehuurd.
Daarom is het raar dat een collega, die ook stukjes schrijft, het uit zijn pen krijgt en durft te beweren dat oudere docenten het contact met de jeugd dreigen te verliezen en dus maar beter het onderwijs vroegtijdig kunnen verlaten.
Hij schrijft:”Volwassenen die met jeugd werken hebben namelijk een moment van bederf. Jonge mensen zitten op een leercurve die recht omhoog gaat, die van de volwassene daalt na het veertigste levensjaar en als die twee curven elkaar passeren, komt er rot in de relatie. Dat moment van bederf wordt in heel Europa gerespecteerd. Alleen in Nederland staan straks mannen en vrouwen van 66 voor de klas.”
Ik ben het daar dus niet mee eens en had ook die grijze, bejaarde dame echt niet willen missen.
Reacties zijn gesloten.

tegenstrijdig?
Als het zo uitkomt dan wordt er beweerd dat na het 40ste levensjaar de leercurve naar beneden gaat, maar was het niet het nieuwe leren die het had over een leven lang leren? Hoe verhoudt zich dit met de uitdrukking:” nooit te oud om te leren”?
Als het zo uit komt dan kunnen docenten wel tot hun 67ste voor de klas staan, maar als het niet uitkomt dan moeten de “oude zakken”weg en is er geen klik meer met jongeren. Er zijn vele voorbeelden waarbij leerlingen maar wat graag bij de oudjes komen voor les, maar hoe dat komt, dat mag blijkbaar niet hardop gezegd worden.
Toch denk ik dat daar de les voor de toekomst wel eens geleerd kan worden. De kans dat daarnaar onderzoek wordt gedaan lijkt me uiterst klein: de uitkomsten zullen wel niet passen in het beleid. Vakinhoud kan wel eens “een ornament” zijn in het onderwijs. Alleen de oudere docenten weten immers nog wat het is om inspirerend met een behoorlijk vakinhoud voor de klas te staan. Rot komt er in de relatie als verwachtingen uit elkaar gaan lopen, als een leerling niet krijgt wat men hem heeft voorgespiegeld, als leerlingen zich bedrogen voelen.
Je hebt volledig gelijk…
Vele oudere docenten worden alleen maar beter tegen hun pensioen.
Velen halen het jammer genoeg ook niet. Vaak niet door eigen schuld.
Hun gezondheid laat hen in de steek of het schoolklimaat is naar de knoppen. Daarom moeten docenten gewoon met 65 met pensioen kunnen gaan, maar zou het ook mogelijk moeten zijn om door te gaan, maar dan wel met extra bonus.
Flauw.
Die geniale leerkracht bestaat inderdaad.
De realiteit bestaat echter uit leerkrachten tussen 20 en 55.