Uit: www.kohnstamminstituut.uva.nl/rapporten/beschrijving/ki14-1.htm#.UxiUNWt5mK1
Zittenblijvers in het basisonderwijs presteren beter dan leerlingen verwezen naar speciaal (basis)onderwijs
Voorafgaand aan zittenblijven of verwijzing verschillen beide groepen leerlingen weinig in cognitieve prestaties. Maar drie jaar later halen de verwezen leerlingen duidelijk lagere scores dan de zittenblijvers.
Voorafgaand aan zittenblijven of verwijzen worden de verwezen leerlingen wel negatiever beoordeeld door hun leerkrachten dan de aanstaande zittenblijvers.
Aanvulling op COOL5-18 cohortonderzoek
Dit onderzoek is een aanvulling op het COOL5-18 cohortonderzoek dat uitgevoerd wordt in opdracht van NWO-PROO. Het basisonderwijsgedeelte van COOL wordt om de drie jaar uitgevoerd in de groepen 2, 5 en 8. Tussentijd vallen er echter leerlingen uit, onder meer doordat ze zijn blijven zitten of verwezen zijn naar speciaal (basis)onderwijs. Door koppeling aan het onderwijsnummerbestand kon achterhaald worden waar deze leerlingen naar toe zijn gegaan en kon aanvullende informatie bij die scholen verkregen worden. Hierdoor kon een vergelijking worden gemaakt tussen de ontwikkeling van vertraagde en verwezen leerlingen.
Situatie voorafgaand aan zittenblijven/verwijzing
De prestatieverschillen tussen onvertraagde leerlingen enerzijds en vertraagde en verwezen leerlingen anderzijds waren vrij groot, maar het verschil tussen vertraagde en verwezen leerlingen was gering. Leerlingen die naar het speciaal (basis)onderwijs zijn verwezen, scoorden vóór die verwijzing gemiddeld genomen dus niet veel lager dan de vertraagde leerlingen.
Er was wel een duidelijk verschil tussen beide groepen te zien bij de niet-cognitieve aspecten. Zowel de vertraagde als verwezen leerlingen uit groep 2 en groep 5 worden door de leerkracht (vóór doubleren en verwijzing) negatiever beoordeeld dan de onvertraagde leerlingen, maar de beoordeling van verwezen leerlingen is beduidend negatiever dan van vertraagde leerlingen. Zo worden verwezen leerlingen negatiever beoordeeld op gedrag, werkhouding en populariteit in de klas, worden ze als afhankelijker van de leerkracht bestempeld en wordt door de leerkracht aangegeven dat ze vaker conflicten met hen hebben.
Situatie drie jaar later
De gemiddelde scores van de onvertraagde leerlingen zijn nog steeds beduidend hoger dan die van de vertraagde en de verwezen leerlingen, maar de verwezen leerlingen presteren nu op alle toetsen veel zwakker dan de vertraagde leerlingen. Dat is opvallend omdat het prestatieniveau van de vertraagde en verwezen leerlingen vóór het zittenblijven/verwijzen nog op vrijwel hetzelfde niveau lag. In drie jaar tijd zijn de verwezen leerlingen relatief gezien dus sterk achterop geraakt.
Wat niet-cognitieve vaardigheden betreft zijn de verschillen tussen de onvertraagde, vertraagde en verwezen leerlingen drie jaar later juist kleiner geworden. De verwezen leerlingen uit groep 2 worden door de leerkracht nog wel negatiever beoordeeld op de aspecten ‘afhankelijkheid van de leerkracht’ en ‘conflicten met de leerkracht’ dan de vertraagde leerlingen. Datzelfde geldt voor de verwezen leerlingen uit groep 5 zaten; zij worden daarnaast ook negatiever beoordeeld op hun gedrag.

Dit soort onderzoek is
Dit soort onderzoek is standaard. Je kunt het bijvoorbeeld ook doen met leerlingen die net wel een CITO score halen die hoog genoeg is om naar een HAVO/VWO brugklas te gaan en leerlingen die net niet die score halen (en dus naar het VMBO gaan). De literatuur lijkt vrij eenduidig (er is natuurlijk het "rond archief" probleem, maar dat laten we hier maar buiten beschouwing): het kleine initiele verschil wordt in de loop van de tijd groter. Dat is hier met "verwezen" en "vertraagde" leerlingen dus blijkbaar ook zo.
De conclusie die de "onderzoekers" dan meestal trekken is: invoering middenschool.
Wat in dit soort onderzoeken altijd buiten beschouwing wordt gelaten: de invloed op andere leerlingen. In de context van het Kohnstamm Instituut verhaal: wat is het effect van "speciale leerlingen" op een "gewone school" op de "gewone leerlingen".
Als ouder van twee kinderen
Als ouder van twee kinderen uit het speciale onderwijs (waarvan een inmiddels uitgestroomd), vind ik wel eens dat het specifieke belang van die speciale leerlingen op dit forum onvoldoende gezien wordt. Er zijn veel kinderen in het speciaal onderwijs: 70.000 plekken zijn en blijven er in het speciale onderwijs (ref. Informatiegids Passend Onderwijs). Ik vind zelf echter ook zeker niet dat speciale leerlingen coute que coute in het reguliere onderwijs moeten blijven.
Na het rapport van het
Na het rapport van het Kohnstamm Instituut nog eens nader bekeken te hebben (maar niet van voor naar achter gelezen) zou ik toch nog wel een vraagteken willen stellen bij de vergelijking van de verschillen in ontwikkeling van de niet-cognitieve vaardigheden tussen onvertraagden, zittenblijvers en verwezen leerlingen. Het beoordelen van de niet-cognitieve vaardigheden van leerlingen door leerkrachten lijkt me sowieso een heikele zaak maar de vergelijking van dergelijke oordelen van leerkrachten in het reguliere onderwijs enerzijds met die van leerkrachten in het speciale onderwijs (met hun volstrekt andere referentiekader) had wel met wat meer voorbehoud gepresenteerd mogen worden, lijkt mij. Zijn de conclusies van het rapport niet een beetje te absoluut? Daarnaast: een leerling die in het reguliere onderwijs een pispaaltje is kan in de setting van het speciale onderwijs best pispaaltje af zijn. Of dit een kwestie is van een ontwikkeling van het kind zelf of veroorzaakt wordt door de andere setting waarin het zich bevindt met bijvoorbeeld een andere pikorde is de vraag. Overigens: dat een kind zich veilig voelt op school is op zich een groot goed, ongeacht of dit komt door het (toegenomen) zelfvertrouwen van het kind of door de (misschien) veiliger/kleinschaliger omgeving van het speciaal onderwijs.