Zo even de directeur van woningbouwvereniging Oost uit Amsterdam op Buitenhof beluisterd, vlak voor de afscheidscolumn van onze nieuwe minister van Onderwijs.
“Toen ik jong was studeerde ik architectuur op de Technische Universiteit in Delft.
Grote architecten hielden daar een lezing en je keek als student hoog tegen hen op.
Ik zat achter in de zaal en vond het prachtig, maar dacht tegelijk: het klopt niet wat ze zeggen.
Jaren later, directeur geworden bij Oost, bezocht ik, tegen het advies van mijn kinderen in, een kraakpand in de stad en was danig onder de indruk van wat daar gebeurde.
Die jongens hadden een buurtarchitect ingehuurd voor advies en bouwden van de goedkoopste middelen hun eigen leefomgeving.
Toen pas drong in één oogwenk tot mij door: dát is het, in woningen wonen ook nog mensen.
Nu wist ik wat er mankeerde aan die prachtige verhalen van die grote mannen op die lezing.
Zij hadden de Bijlmer gebouwd en vele andere projecten vanuit de idee dat alle mensen gelijk zijn en alle mensen dezelfde woonwensen hebben.
Nu heb ik een boekje gemaakt met foto’s over de rellen in de buitenwijken van Parijs en een aantal achterstandswijken in ons land, waarvan dit nieuwe kabinet binnen acht jaar de mooiste buurten van Nederland wil maken.
Kijk naar de bouw, zoveel vierkante meter voor een slaapkamer, net genoeg voor een bed, een tafel en een stoel, zoveel vierkante meter voor de woonkamer, alles zo goedkoop mogelijk en alles overal hetzelfde.
Is het gek dat de mensen zich weggezet voelen en in opstand komen?
Die grootschalige missers hebben generaties mensen ongelukkig gemaakt.
We moeten terug naar kleinschalige humaniteit”.
“Dat is toch niet nieuw”, zei Clairtje, “Dat dachten we allang”:)
