Bied leerlingen weer de kans hun best te doen

Het probleem
Grote groepen leerlingen op havo en vwo doen weinig tot niets en gaan toch telkens over. Sterker nog, ze halen vrijwel allemaal hun eindexamen. En vervolgens stranden ze in groten getale op universiteiten en hbo’s, waar blijkt dat ze eigenlijk alleen maar kunnen googelen.

Niveau omhoog
Niveau heeft te maken met de moeilijkheidsgraad en met de mate van beheersing.
Een hoog niveau wil zeggen dat het je niet komt aanwaaien. Dat je moet worstelen met de problemen. Niet bij de pakken neerzitten en wachten tot iemand anders met het antwoord komt.
Beheersing: simpele dingen gewoon weten, vertrouwd zijn met je onderwerp. Er zoveel mee bezig zijn geweest dat je de eenvoudige zaken op de automatische piloot doet. Je houdt dan tijd en denkkracht over voor echte problemen.
De vernieuwing van de tweede fase was bedoeld om het moeilijker te maken. Het niveau moest omhoog. Alle pretpakketten de wereld uit. Volgens mij zijn de huidige maatschappijprofielen niet zwaarder dan de oude pretpakketten. En de natuurprofielen zijn aanzienlijk lichter en simpeler dan de oude exacte pakketten. Leerlingen krijgen nauwelijks meer de kans te worstelen met iets onbegrijpelijks. De kans inzicht te verwerven, niveau te bereiken.

Meer lestijd binnen het profiel
Kinderen hebben buiten school een vol en druk leven. Daardoor moet een groot deel van het leren in de les plaatsvinden.
In de les krijgen leerlingen informatie en uitleg. Maar veel belangrijker is dat in de les vragen gesteld worden. Met zijn vragen ondersteunt de docent het denkproces van de leerling. Leerlingen moeten ook uitgedaagd worden zelf vragen te stellen. Een goede vraag bedenken, onder woorden brengen wat je niet snapt, is veel moeilijker dan een goed antwoord geven. Antwoorden zijn geen doel op zich. Ze zijn nuttig als middel om het denkproces te controleren en te stimuleren.
In de les heb je de kans het snappen om te zetten in het beheersen van de leerstof.
Het beheersen van de stof is het belangrijkst voor de profielvakken. Daarmee moeten de leerlingen in hun vervolgstudie verder.
Vwo-ers met een exact pakket hadden in de mammoetperiode in klas 4, 5 en 6 in totaal 43 wekelijkse lesuren exacte vakken. In de vernieuwde tweede fase hebben de meesten nog 33 uur. Op de havo is de achteruitgang nog groter: van 34 naar zo’n 22 uur in klas 4 en 5.
Laten we dit terugdraaien. Laat de profielvakken het profiel weer bepalen. Zodat universiteiten en hogescholen hun eerstejaars geen bijles meer hoeven geven in middelbareschoolvakken.

Uitdaging in de onderbouw
Voor een bovenbouw van hoog niveau is een goed fundament nodig. De onderbouw moet zorgen voor een hoeveelheid parate kennis en algemene ontwikkeling. Belangrijker nog is dat leerlingen ervaren wat studeren inhoudt: worstelen met weerbarstige onderwerpen.
Er zijn te veel leerlingen in de onderbouw die “met twee vingers in de neus” dikke voldoendes halen. Huiswerk maken ze nauwelijks; de negatieve gevolgen beperken zich tot gezeur van docenten – maar daar wen je snel aan. Inzet blijkt vooral uit de kleurrijke voorpagina van elk ingeleverd werkstuk.
We moeten naar abstractie en diepgang, en wel op een hoger niveau dan de leerlingen uit zichzelf bedenken. Met opdrachten waarbij laksheid niets oplevert. Waarbij “je best doen” weer betekenis krijgt, zodat je met recht trots kunt zijn op het resultaat.
Elke leerling mag in sommige vakken goed scoren zonder er veel voor te doen. Maar elke leerling heeft ook recht op vakken waar inzet noodzakelijk is en waar hij zijn talent kan ontwikkelen.

Kortom
Het niveau moet omhoog door meer abstracte en moeilijke leerstof.
Het aantal lesuren voor de profielvakken moet veel groter.
De onderbouw moet uitdagen tot een worsteling met moeilijke leerstof zodat leerlingen leren studeren.
Resultaat:
– De school is weer een instituut waar je wijzer wordt, niet alleen een plek voor live chatten.
– De profielkeuze van leerlingen in de bovenbouw wordt serieus genomen. Dus de leerlingen voelen zich weer serieus genomen.
– Het werkplezier van docenten stijgt. Zij mogen leerlingen weer uitdagen en zij voelen zichzelf weer uitgedaagd. Talent kan weer bloeien.
– Leerlingen kunnen na hun eindexamen met een gerust hart aan een moeilijke studie beginnen. Ze zijn namelijk goed voorbereid.
Leerlingen hebben weer een reden en de kans om hun best te doen.

19 Reacties

  1. hear hear!
    Ik heb dezelfde ervaring nu. Geef een voor de doelgroep lastige wiakunde/statistiek module. 7×3 uur college in een periode van drie weken. Werkt als een tierelier, want het is voor de studenten belangrijk (noodzakelijk) om te halen en ik doe geen consessies aan het niveau. Iedere keer ben ik opnieuw trots op wat deze studenten kunnen. En dat terwijl ze weinig affiniteit met wiskunde hebben. Gewoon: “step on the gas” geen gelul, maar gewoon hard werken in een goede sfeer. Dan blijken ze vooral tot hun eigen verrassing, de op het eerste gezicht moeilijkste dingen te begrijpen en te kunnen.
    Ik ben bevoorrecht dat ik die module mag geven, denk ik soms. Dát maakt het vak van docent geweldig.

  2. Dit
    kan rechtstreeks in het honder-dagen plan van het kabinet. Doorsturen aan Plasterk en hopen dat er eindelijk ook eens een -ambtenaar een bijdrage plaatst op het BON-forum.

  3. Grote groepen
    Graag zou ik willen weten waar je op baseert dat grote groepen in het vwo niets doen. Ik ken dit alleen van havo-klassen. Ik moet me even beroepen op een waarheid als een koe, maar het kan niet anders: het grootste deel van de leerlingen is gemiddeld van aanleg en behaalt navenante resultaten. Maar naar mijn ervaring meestal wel dankzij de nodige inspanning. De paradox van het huidige onderwijs is dat ondanks het lage eindniveau, de leerlingen wel heel veel werk op hun dak krijgen. Er zijn teveel vakken en er moeten teveel werkstukken gemaakt en presentaties gehouden. De nadruk ligt veel te weinig op het echte leerkwerk. Daarbij wil ik ook aantekenen dat het niveau waarmee leerlingen binnenkomen, schrikbarend laag is. In een brugklas vmbo-t/havo zitten leerlingen waarbij je met kromme tenen zit als ze eens een stukje tekst hardop moeten voorlezen. Dan merk je dat bij sommigen het lezen nog niet eens op het niveau ligt van groep 6. In een brugklas havo/vwo is dat iets beter, maar ook daar zitten leerlingen tussen waarbij het leestempo eigenlijk nog te laag ligt en waarvan vooral de woordenschat zeer beperkt is. Het is heel lastig om dat niveau op te trekken, gezien het feit dat kinderen thuis niet lezen. Ook zien ze nooit een nieuwsbulletin of documentaire op een publieke zender.
    Daarnaast zijn er minimumlijders onder de begaafde en zeer begaafde leerlingen, die door weinig inspanning toch overgaan. Dat is altijd zo geweest. Er zijn nu eenmaal leerlingen die lui zijn en andere interesses hebben of andere preoccupaties. Dat irriteert ons leraren, maar het is al zo oud als het onderwijs zelf.
    Ik deel je conclusie dat het niveau omhoog moet, maar ik deel niet je analyse die hieraan ten grondslag ligt. De reden dat het niveau omhoog moet, ligt in de gebrekkige aansluiting bij het hoger onderwijs en het gedaalde niveau van de eindexamens.

    • Hard werken?
      Ik ben het voor een groot deel met je eens. Nogal wat leerlingen zijn inderdaad wel bezig met allerlei werkstukken en zo, maar dat heeft erg weinig met leren te maken.
      Dat grote groepen niets doen hoor ik van leerlingen waarvan ik mentor was in klas 4. Zij zeggen bijna allemaal dat ze op de basisschool nauwelijks werden uitgedaagd en dat ze in klas 1 t/m 3 nauwelijks hebben hoeven nadenken. In de eerste klas maken ze nog braaf huiswerk, maar daarna stopt dat. Mijn mentorleerlingen vormen wel een selecte club, namelijk NG en NT leerlingen. En nogal wat van hen blijven tot ver in de vijfde (en zesde) klas weinig uitvoeren.
      Het verschil havo-vwo is misschien, dat op het vwo de leerlingen niet zo veel uitvoeren en toch bijna allemaal redelijke resultaten halen, terwijl op de havo veel leerlingen beroerde resultaten hebben en toch weinig doen.
      Ik wil ook niet beweren dat voor alle leerlingen de hoeveelheid geïnvesteerde tijd omhoog moet. Maar wel dat ze in die tijd meer moeten “worstelen” en minder moeten “klunzen”.
      Het zou ook best kunnen dat nogal wat vwo-ers op de havo terecht zouden komen als de eisen worden opgeschroefd. En daar is ook niets op tegen.

      • Veel potentiële vwo’ers
        die geen zin hebben om huiswerk te maken, zie ik naar het havo verdwijnen. Ik zie zelf weinig vwo’ers die niets hoeven te doen. Zou het niet gewoon snoeverij zijn?

        • Snoeverij
          Mooi woord.
          Maar ik denk echt dat veel vwo-ers veel meer in hun mars hebben dan wij er uit kunnen halen.
          Ik merk wel dat sommige leerlingen in klas 4 en 5 veel moeite hebben met efficient werken, doorzetten, gewoon veel oefenen (ik denk dan aan reactievergelijkingen en zo), en bij blijven. Nogal wat zwakke broeders en zusters lopen structureel een paar paragrafen achter en halen dat ook niet meer in.
          Hier wreekt zich volgens mij het gebrek aan oefening in studeren in de onderbouw. Ze hebben nooit geleerd dat je je best moet doen voor een goed resultaat.
          De vwo-bevolking is natuurlijk zeer gemêleerd qua capaciteiten. Dus geen enkele bewering over hen (en over elke andere deelverzameling van de bevolking) is voor 100% waar. Maar te veel relativering is niet goed voor de leesbaarheid.

          • Niet je best doen
            Ik snap deze waarnemingen echt niet. In mijn mentorklas gaan nu alle leerlingen die niet hun best hebben gedaan, een niveau naar beneden of blijven zelfs zitten. Alleen de leerlingen die echt gewerkt hebben, hun tijd goed hebben ingedeeld en serieus hun huiswerk hebben gemaakt, gaan door naar een vwo-3. Ook hier thuis zie ik niets van dat achterover leunen. De proefwerkweek staat voor de deur: er moet van ’s ochtends 10 tot ’s avonds laat geblokt worden, anders kom je echt in tijdnood. Ik heb collega’s met schoolgaande kinderen in vwo-klassen gevraagd of ze dit herkennen. Een enkeling, maar dan ook echt een enkeling. Ik denk terug aan mijn eigen schooltijd. Wat hadden wij weinig huiswerk in vergelijking tot de volgeplande agenda’s nu! Maar ook toen kon je het je in de bovenbouw en op het gymnasium echt niet permitteren om te luieren. Ja, mijn broer kon dat, waar mijn ouders door een beroeps- en intelligentietest pas aan het eind van de middelbare school van ontdekten dat hij op een iq-test 140 scoorde. Die deed inderdaad vrijwel niets en ging steeds met zijn hakken over de sloot voor de meeste vakken, terwijl hij voor andere vakken de hoogste cijfers haalde van de klas. Maar het beeld dat je schets, echt ik vind het eerlijk gezegd niet fair tegenover de leerlingen. Dit gaat niet op voor het meerendeel, dit geldt slechts een kleine minderheid. Om daarop je beleid te gaan afstellen?? Foute analyse. Nu voor de buitenwacht: ik zeg het zo scherp als ik het voel.

          • Van jongs af aan
            hoorde ik “Als je beter je best doet kun je veel hoger scoren” en “Als je niet je best doet ga je naar de fabriek”.
            Ik deed een beetje m’n best; scoorde gemiddeld tot goed; en kwam uiteindelijk toch terecht in de (onderwijs-) fabriek.
            En daar liep ik te oreren “Wie gewoon z’n huiswerk maakt hoeft voor het proefwerk niets te leren”.
            Moraal: de zesjes-cultuur is van alle tijden; hun uiterste best doen weinigen; huiswerk maken doe je alleen als er sancties dreigen. Bij mijn kinderen zag ik hetzelfde ondanks een vader en moeder uit het onderwijs.
            Mijn hypothese is dat de prestaties in een klas bepaald worden door ‘het gemiddelde niveau/gedrag’. Als je dat omhoog wilt brengen moet je aan de onderkant gaan snijden. Leo zal het ongetwijfeld met me eens zijn.

          • En niet alleen Leo
            Je kan stellen dat een klas bestaat uit gemiddeld 25%minder goed leerlingen, 50% gemiddeld en 25% goede leerlingen ( de klok curve) Als de aandacht voor het merendeel gevestigd wordt op de goede leerlingen ( natuurlijk zonder de anderen uit het oog te verliezen) doet zich het eigenaardig verschijnsel voor dat de 75% gemiddeld en minder goed verschuift naar de 25% aandachtskrijgers. Het gemiddelde gaat dus omhoog. Geef je de aandacht aan de 25% minder goede verschuift het gemiddelde die kant op, naar omlaag. Dat is nu juist wat er gebeurt in alle vormen van onderwijs. De voortijdige schoolverlater wordt in de watten gelegd, systemen en onderwijsmethodes worden hierop aangepast ( mede doordat het ook nog eens veel goedkoper is) resultaat, de talenten of goede leerlingen staan in de kou en vinden het al snel allemaal wel goed. Waarom hoog willen scoren, diegene die er in een groepje een beetje aanhangen en weinig tot niets doen krijgen dezelfde beloning als diegene die hard gewerkt heeft. Voor diegene die nu uit hun vel dreigen te springen. Dit is geen pleidooi om alleen nog oog te hebben voor de beste van de klas.

          • Het niveau optrekken
            Sommige jaren heb ik een klas met een paar geïnteresseerde leerlingen die zo goed meedoen dat ze moeilijke vragen kunnen stellen. En dat ook doen. Vragen waar ik als docent ook niet meteen een antwoord op weet.
            Dan kan je samen met de klas gaan nadenken. In zo’n klas gaat het denk-niveau merkbaar omhoog. De klas wordt nog meer gemotiveerd. Ook de 75% (minder dan) gemiddelde leerlingen worden meegenomen.
            Dit jaar had ik een klas met gruwelijk veel talent. Maar niemand deed z’n mond open. Nooit eens een goede vraag (behalve van mezelf… hè hè…). Gevolg: niveau maar matig. Verspilling van talent.
            Je moet jezeker (ook) richten op de beste 25%, maar je bent wel afhankelijk van het enthousiasme van de klas. En het lukt mij niet altijd dat enthousiasme echt aan te wakkeren.

          • Wel je best doen
            Misschien zit jij op een betere school dan ik. (En dat bedoel ik niet cynisch!)
            Worden bij jullie de leerlingen al zo uitgedaagd dat ze bij onvoldoende inzet een niveau zakken.
            Bij ons zie ik dat echt niet. En natuurlijk zijn er leerlingen (20, 30, 40%?) die wel hard werken en dankzij dat harde werken resultaat boeken. Maar ik zie ook veel leerlingen die (in de bovenbouw) hard werken, maar dat zeer inëfficient doen. Dat is geen verwijt aan hun adres, maar eerder aan de school. Die leerlingen hebben (in de onderbouw) niet goed geleerd leerstof te bestuderen. En dat mogen we ons zelf aanrekenen.
            Dus: de situatie is wellicht meer school-afhankelijk dan ik dacht. Het prettige van dit forum is dat je dat dan ook te horen krijgt. Dank daarvoor.

  4. Met flankerend beleid….
    Als op mijn school de eisen zouden worden opgeschroefd, dan heb ik als effect alleen maar dat hooguit 10% de eindstreep haalt.
    Een school kan alleen de eisen verhogen als er ook flankerend beleid wordt uitgevoerd: steun van de schoolleiding bij het achter de vodden zitten van onwillige leerlingen en spijbelaars en het inhoudelijke primaat bij de vakdocent leggen. Bovendien zal het moeten worden geaccepteerd dat er één of enkele jaren slechte cijfers gehaald worden in de aanpassingsperiode van de leerlingen.

    • Vodden, en wie daarachter zit
      Steun van de schoolleiding lijkt mij ook onontbeerlijk.
      Enige druk op de schoolleiding van “bovenaf” is wel nodig. Exameneisen, voorgeschreven leerstof, meer slu’s voor profielvakken e.d.
      Misschien ook wel wat voorbeelden van pittige leerstof voor de onderbouw, niet de ietwat opgekalefaterde basisvormingseindtermen.
      Bij mij op school lukt het me niet of nauwelijks de handen op elkaar te krijgen voor meer verdiepend, meer abstract, meer niveau. De exacte hoek wil wel maar weet ook geen vuist te maken.
      Maar als de inspectie nou eens inzet op zulke aspecten, i.p.v. op het halen van de 1040 uur, of het wel voldoende modern (dus vooral niet klassikaal effectief diepgaand) lesgeven …..
      Ik houd wel van utopieën.

    • intrinsieke motivatie
      Elders op ons forum is de vraag gesteld waarom onze leerlingen toch hun motivatie verliezen. Leeftijd wordt genoemd als argument maar met het probleem dat H2SO4 hier aansnijdt komen we tot de kern van het probleem: grote groepen leerlingen hoeven hun best niet te doen voor school en hoe saai kan dat voor hen zijn? Ik durf het verwaarlozing te noemen. Veel toetsen controleren slechts of de leerling kunnen reproduceren, niet of er transfer heeft plaatsgevonden. Daarnaast wordt de les -wellicht door het geringe aantal contacturen – steeds minder een moment van ‘leren formuleren’: nakijkbladen ‘nemen de macht over’ en er wordt weinig gesproken tussen leraar en leerlingen. En vervolgens constateren we dat onze leerlingen hun gedachten niet onder woorden kunnen brengen. H2SO4, met jouw stuk kunnen de collega’s aan de slag in hun school en leerlingen opnieuw geven wat ze verdienen: écht iets leren en er trots op zijn. Dank.

      • Zou het helpen …
        … om met blokuren te gaan werken? Ik heb m’n vmbo- havo en vwo-leerlingen 1,5 uur achter elkaar en dat 2x per week (de laatste 2 jaar iets reductie gehad en nu is het voor havo/vwo eenmalig/week 3×45 minuten achter elkaar). En wie zegt dat vmbo-ers dat niet volhouden ….
        In die tijd kan ik veel doen: ik vertel veel (vooral middels vraag-en-antwoord/onderwijsleergesprek), ik kan veel video laten zien (als lardering van mijn verhaal), ik kan zelfs een complete film laten zien met een opdracht erbij, er is tijd om uitgebreid te oefenen en stil te staan bij de vragen, leerlingen kunnen in de lestijd hun huiswerk nakijken middels antwoordenboeken en ik loop rond om vragen te beantwoorden. Leerlingen weten dat als ze 1 dag missen, ze ontzettend véél missen: ze missen een complete module. Het tempo is hoog, de vragen lastig en de stof veel. Dus misschien moeten we af van die 5/50 minuten lessen; wordt het de leerlingen duidelijk(er) wanneer ze een afgerond geheel aangeboden krijgen en halen ze daar (meer) motivatie vandaan.

        Ik zeg er eerlijk bij: niet iedereen op mijn VAVO-school is gemotiveerd. Maar een fikse club wil het gewoon halen en zitten juist bij de vakken waar ze het moeilijk hebben. Dat zijn zelden de 10en uit een andere post op dit forum. Maar wel de leerlingen die bereid zijn te knokken voor een voldoende, voor hun diploma.
        Meest opvallende opmerking dit jaar viel in mijn VWO-klas: die hebben liever 3×45 minuten “les” dan dat daarin tijd voor huiswerk wordt gereserveerd. Ze komen voor mij en mijn verhaal (quote van een leerling).

  5. niveau omhoog
    Het niveau op havo en vwo kan denk ik best omhoog. Dan moet er wel iets veranderen.
    Nu besteden leerlingen erg veel tijd aan werkstukken en verslagen. Een werkstuk maken is best leuk, je kunt hulp van anderen vragen, je kunt je eigen creativiteit er in kwijt, je krijgt een zichtbaar en/of tastbaar eindresultaat. Daarom besteedt een leerling er ook zoveel tijd aan. Er is maar een probleem. Je leert er zo goed als niets van. Maar af en toe een werkstuk hoort er ook wel bij, denk ik. Ik ben nu 60 jaar maar ik kan me nog herinneren dat ik trots was op mijn werkstuk voor biologie op de middelbare school. Ik vond het motiverend.
    Als het aantal werkstukken nu maar beperkt bleef tot 2 of 3 per jaar voor alle vakken samen, was er geen probleem. De werkelijkheid is dat leerlingen vele malen vaker een werkstuk moeten maken. Nutteloos en het kost erg veel tijd. Als een leerling tijd heeft voor 1 ding en hij moet er nog 2 doen, dan kiezen de meeste leerlingen voor het werkstuk.
    Daarom, breng het aantal werkstukken terug naar maximaal 3 per schooljaar voor alle vakken samen.
    Voor de rest is het natuurlijk belangrijk dat er een evenwichtige verdeling is van het aantal repetities voor de leerlingen. Daar hoort ook bij dat de schoolleiding optreedt tegen docenten die een repetitie een so gaan noemen. Daar heb je een schoolleiding voor. Als leraren slecht plannen en vlak voor het cijfers inleveren nog gauw een aantal so’s geven om aan voldoende cijfers te komen, heeft de schoolleiding de taak om in te grijpen.
    Daarnaast nog wel een aantal behartenswaardige zaken in deze discussie gelezen.

    • Hoe wordt er met werkstukken omgesprongen?
      Met enige aarzeling schrijf ik deze reactie, want ik werk in het HBO, niet in het VO. Maar ik denk dat werkstukken (met mate toegepast, dat wel) heel zinnig kunnen zijn. Voorwaarde is wel dat leerlingen leren hoe een werkstuk te maken: wat precies de bedoeling is van het werkstuk, aan welke eisen het moet voldoen, hoe je je informatie vergaart, hoe je tot conclusies komt (indien vereist), hoe je een fatsoenlijk verslag schrijft. Als vervolgens het werkstuk ook nog uitgebreid met de leerling wordt doorgesproken, denk ik dat het een bijzonder nuttige excercitie kan zijn. Wel arbeidsintensief voor zowel leerling als leraar.

      Zo’n 20 jaar geleden, toen ik nog taalbeheersing gaf aan een HEAO, stelde ik in eerstejaars groepen tijdens de eerste les de volgende vragen:
      – ‘Wie heeft op de middelbare school wel eens een werkstuk moeten maken?’ Alle vingers omhoog. ‘Wie heeft ook geleerd hoe dat moet?’ Alle vingers weer omlaag.
      – ‘Wie heeft op de middelbare school wel eens een spreekbeurt moeten houden?’ Alle vingers omhoog. Enz.
      Mag ik hopen dat er inmiddels op dit vlak veel is veranderd?

      • Stukwerk
        Een goed werkstuk vraagt goede basiskennis en de vaardigheid om daar mee te werken.
        Het gepruts dat tegenwoordig in de 3e, de 4e, de 5e klas, de 6e klas moet worden geproduceerd geldt vaak voor alle(!) vakken en voor sommige vakken meerdere keren per jaar. Democratisch worden alle vakken ne, du, fr, en, bio, natk, wisk, … gelijk behandeld; sociaal samenwerkend in groepjes maken de leerlingen er het beste van; en internet levert grote mogelijkheden tot handel en fraude met werkstukken.
        Het is heel leerzaam om te zien hoe slim onze leerlingen daar mee omgaan maar of ze er vakmatig veel van leren is zeer de vraag.

Reacties zijn gesloten.