Een nogal eufemistische omschrijving voor een Algemeen Overleg waarin de commissie OCW werd bijgepraat over ontwikkelingen rond de vermeende fraude bij InHolland. [AO – 18 november 2010]
Op tafel een tussenrapportage van de inspectie [bij 31288 – 120] en de beleidsreactie [31288 – 128] op het rapport. Aan tafel fractieleden van SP, GPV, PvdA, VVD en CDA. Prominent afwezig D66.
De PVV ventileerde haar ongenoegen tijdens het wetgevingsoverleg begroting hoger onderwijs en wetenschap. [AO – 29 november 2010]
Bij de beantwoording van de kamervragen herhaalt staatssecretaris Zijlstra zijn voornemen een deel van de ontslagvergoeding voor Geert Dales via de kantonrechterformule terug te vorderen. Artikel 23, nadrukkelijk opgenomen in het regeerakkoord, maakt verdere stappen onmogelijk. De hete aardappel wordt tijdens het overleg omzichtig heen en weergeschoven.
Voor de heer van Dijk (SP) onbegrijpelijk dat bijzondere hogescholen via dit artikel zich kunnen vrijwaren van ingrijpen door de overheid.
Aan het eind van de vergadering staan op de rol van onderzoeken:
een kortetermijn onderzoek van de onderwijs inspectie over InHolland waaronder de verbeteracties nav klachten (eind februari)
een inspectieonderzoek naar problemen in het HBO in bredere zin, rond het bestuurdersmodel en bekostigingsmodel (april => wordt misschien april)
een diepgaande inspectieonderzoek naar InHolland naar mogelijk onrechtmatigheden rond het aanbesteden van te leveren diensten, private activiteiten, arbeidsvoorwaarden van huidige en voormalige bestuurders mogelijk te kortschieten in intern toezicht. (juni)
In het door de heer van Dijk (SP) aangevraagde VAO een nieuwe onthulling over een vorm van prestatiebeloning:
[TK25 – 23 november 2010] [Debat gemist – 23 november 2010]
- Mijn laatste motie gaat over een resultaatsafspraak die het management van Hogeschool Inholland heeft gemaakt met docenten. Volgens deze afspraak moet een docent in minimaal vier jaar 80% van zijn studenten laten afstuderen. Ik vind dit pervers. Daarom dien ik de volgende motie in. [31288 – 134]
(aangenomen!)
en een vraag van de heer van der Ham (D66) over de buitensproportionele vergoedingen via de Artikel 23-route:
- Ik begrijp dat het voor de overheid lastiger is om in te grijpen bij Inholland dan bij andersoortige instellingen, omdat Inholland een bijzondere onderwijsinstelling is. Wij stellen de vrijheid van onderwijs natuurlijk niet ter discussie. Iedereen hier is het echter erover eens dat het om publiek geld gaat en dat je dus wel degelijk streng mag zijn. Het gaat namelijk om publieke middelen. Wat staat er precies in de wet over de besteding van geld in dit kader en kunnen wij de buitenproportionele vergoedingen voor deze bestuurders verhinderen? Ik kijk in dit verband naar het CDA en de andere coalitiepartners, want ik denk dat dit geen onderdeel kan zijn van het regeltje in het regeerakkoord dat wij niet aan artikel 23 van de Grondwet komen. Hier gaat het namelijk om het goed besteden van overheidsgeld, van publiek geld. Graag krijg ik op dit punt verheldering van de staatssecretaris.
Staatssecretaris Zijlstra moet bekennen dat zijn handen gebonden zijn.
De basis voor deze bijzondere bescherming via Artikel 23 werd gelegd in 1917 – toen Artikel 192 – over subsidiering van het bijzonder onderwijs.
Hier de openingszetten in het overleg van 24 November 1916 over dossier 45:
[TK31 – 24 Novermber 1916] [45 – 14]
- De heer Scheurer (ARP):
Mijnheer de Voorzitter! Bij de behandeling van dit artikel denk ik onwillekeurig aan twee scheepkens, waarvan er een de kustbranding is doorgekomen en nu veilig met zijn lading voor de algemeen-kiesrechthaven ligt om straks gelost te worden. In de haven zelf worden de pakhuizen reeds in gereedheid gebracht en is men bezig werkvolk te recruteeren, die straks de lading onder de bevolking zullen verdeelen.
Dit scheepken met art. 80 aan boord is ongeschonden door de kustbranding heen gekomen, had zelfs nog het voorrecht een extra-lading gedurende zijn tocht op te nemen in den vorm van stemplicht.Het tweede scheepken is geladen met artikel 192, dit moet nog door de branding heen en het is de vraag, of de lading ongeschonden zal blijven, wanneer straks dat scheepken zijn anker zal uitwerpen voor de onderwijshaven. Wanneer ik elken dag op den barometer zie, begin ik wel wat te vreezen, omdat de barometer menigmaal niet wijst in de goede richting, maar achteruitgaat. De opnositie in het land, de vele amendementen die worden ingediend en ook de besprekingen in de Tweede Kamer maken mij wel eenigszins ongerust, of dè lading in het scheepken de haven ongeschonden zal bereiken. Overgaande tot de bespreking van het artikel zelf, moeten wij in de eerste plaats bedenken, dat wij hier te doen hebben met een compromis. Wanneer wij dit in het oog houden en wij zien, dat art. 80 ongeschonden binnenkwam, dan ligt het voor de hand, dat hetzelfde mag worden verwacht van art. 192. Ook dit moet in wezen en strekking ongeschonden binnenkomen, daar het anders geen zin meer heeft van een compromis te spreken.
Hoe dit artikel ooit begon als one-liner en verder groeide, wordt fraai uitgelegd bij De Nederlandse Grondwet
[PDC – universiteit Leiden]

ongenoegen
Heb even gecheckt hoe dit “ongenoegen” tijdens het AO van 29 november werd vorm gegeven door de heer Beertema. Na eindeloos veel business as usual, nitty gritty en incidenteel partijpolitiek gekibbel dat een dergelijk overleg kennelijk karakteriseert, constateerde Beertema een “gigantisch” gebrek aan urgentie bij het aanpakken van o.a. de INHOLLAND-gate problemen.
Ook legde hij de vinger op mogelijke belangenverstrengeling in onderwijsland.
Verder kreeg hij Jasper van Dijk (SP) aan zijn zijde bij zijn motie om de HBO-raad op te heffen, dan wel de subsidie aan de HBO-raad te stoppen. Deze motie kon overigens niet worden ingediend omdat de instrumenten daartoe ontbreken: wetstechnische argumenten en de HBO-raad wordt niet gesubsidieerd.
Is er iemand op dit forum die kan vertellen of lid zijn van de HBO-raad inderdaad een onbezoldigde aangelegenheid is?
Eerder in het AO, had Jasper van Dijk gerefereerd aan de mening van de HBO-raad alsof die een voor hem relevante zaak was. Des te aangenamer was de verrassing dat hij naar wegen zoekt om deze raad, die op geen enkele manier de belangen van het onderwijs behartigt en die z’n achterban minacht, naar huis te sturen.
De onderzoeksresultaten van de onderwijsinspectie zouden de argumenten moeten leveren voor te treffen maatregelen n.a.v. malversaties bij met name INHOLLAND.
Zijlstra hecht daarmee wel heel veel geloof aan het onkreukbaarheidsgehalte van de onderwijsinspectie.
hbo-raad en bezoldiging
Volgens mij is de HBO raad opgericht door de HBO’s en betalen die HBO’s contributie. De raad zelf bestaat dan uit leden (voorzitters?) van de CvB’s van de verschillende hogescholen. Die voorzitters zijn niet in dienst van de hbo-raad en het overleggen binnen de raad zal wel bij hun functie horen en als zodanig riant, naar niet extra, betaald worden. De voorzitter van de HBO raad is een betaalde functie die wordt ingevuld door een buitenstaander (geen hbo CvB voorzitter), nu is dat Guusje ter Horst, daarvoor Doekle Terpstra en daarvoor was dat Frans Leijnse (PvdA).
Daarnaast is er nog een bureau met een directeur en verschillende andere medewerkers als juristen, beleidsmedewerkers, mensen met kennis van PZ aangelegenheden en natuurlijk secretariële ondersteuning etc. De hbo-raad zetelt in een een fraai pand in het centrum van den Haag.
Het zou best kunnen kloppen dat de hbo-raad geen subsidie krijgt, maar omdat ze betaald wordt door de hbo’s gebruiken ze gemeenschapsgeld dat bedoeld is voor onderwijs. Ook kan de overheid de hbo-raad waarschijnlijk niet opheffen zonder de hogescholen onder curatele te stellen. Wel zou de minister (dat neem ik tenminste kaan) kunnen besluiten in het vervolg niet meer met de hbo-raad te overleggen en wellicht de hbo-raad niet meer te erkennen als werkgeversvertegenwoordiging bij de arbeidsvoorwaardenonderhandelingen. Al lijkt me dat laatste ook problematisch want elders gebeurt dat natuurlijk wel.
Kortom: de politiek heeft weinig mogelijkheden, nehalve als men zou besluiten de autonomie van de schoolbesturen aan te tasten, maar dat zie ik niet zo snel gebeuren: het is een enorme ingreep en det cda, maar ook pvda en andere partijen zullen niet terug willen naar de situatie waarbij OC&W beleidsbepalend is op schoolniveau.
Medewerkers HBO-Raad
2010 schrijft: “Daarnaast is er nog een bureau met een directeur en verschillende andere medewerkers als juristen, beleidsmedewerkers, mensen met kennis van PZ aangelegenheden en natuurlijk secretariële ondersteuning etc. De hbo-raad zetelt in een een fraai pand in het centrum van den Haag.”
Verschillende medewerkers? Het zijn er niet weinig: de HBO-Raad heeft 57 medewerkers in dienst (BRON).
Dan dus….
Als het CDA, maar ook PvdA en andere partijen niet terug willen naar de situatie waarbij OC&W beleidsbepalend is op schoolniveau moet BON m.i. proberen te bereiken dat:
1. Nieuwkomers gemakkelijker toegelaten worden op/tot het onderwijsveld/onderwijsmarkt. Dat impliceert dat er gemakkelijk kleine en categorale scholen (Gymnasium, Ahheneum, HAVO, MAVO etc) voor gesubsidieerd onderwijs moeten kunnen komen en moeten kunnen voortbestaan.
2. De autonomie uitgeoefend wordt op het niveau van de schoolbesturen dus dat de type-raden (HBO, MBO, MO, BO) geen officiële gesprekspartner of inofficiële adviseur meer van de overheid zijn en besluiten van die raad niet meer als basis voor wetgeving gezien worden en niet kunnen worden opgelegd aan andere scholen van het betreffende type.
Een tweede alternatief is een demokratisering op schoolniveau met het recht tot afsplitsing en fusie van categorale componenten. Maar daarmee wordt op een andere manier de autonomie van de schoolbesturen aangetast.
Seger Weehuizen