Nu doorpakken

JCTraasv2.jpg

Nu doorpakken

In BNdeStem van 28 oktober is er een kop boven een artikel:’ Oproer leraren tegen almacht vakbonden’

Het gaat om het feit dat de onderwijsbonden de benoeming van de populaire meester Jan van de Ven tot voorzitter van de Onderwijscoöperatie hebben geblokkeerd. Ook BON heeft zich verontwaardigd getoond over het gedrag van de oude bonden. En terecht. Al meer dan dertig jaar dienen de bonden namelijk niet de belangen van hun leden.

Voor de jongere lezers: in de jaren zeventig van de vorige eeuw  gingen bestuurders van onderwijsorganisaties er nog vanuit dat zij moesten opkomen voor de belangen van hun leden, zowel op rechtspositioneel vlak als onderwijskundig, en dat zij daarvoor verantwoording moesten afleggen aan hun collega’s, de leden van de vereniging of de bond.

Helaas, korte tijd daarna bleek dat een bestuursfunctie ook aantrekkelijk was voor leraren die niet zo graag voor de klas stonden: ‘lesvlieders’ noemde wijlen Jan Erdtsieck die. De kwaliteit van de bestuurders ging achteruit en de deur ging open voor opportunisten en zakkenvullers. Die hoopten via de bond een beter betaalde baan te vinden – wat mogelijk was als men zich coöperatief opstelde jegens minister of staatssecretaris. Tegen de eigen achterban  werd gezegd dat men heel wat bereikte  door slimme en ‘stille’ diplomatie.

Eminente voorbeelden van geslaagde bestuurders van dit type zijn uiteraard mevr Vogelaar en dhr  Tichelaar van de AOB. Die hebben het heel ver gebracht!

Het is te gek voor woorden  dat deze praktijken tot de dag vandaag hebben kunnen voortduren. Het is hoog tijd dat het vermolmde bouwwerk van de bonden omver geworpen wordt.

Maar, de mensen die daar nu functies hebben zullen niet uit zichzelf opstappen. Het zijn nieuwe ‘vrijgestelden’ die met angst en vrezen denken aan een terugkeer naar de klas, of daarvoor, als onderwijskundige, niet eens een bevoegdheid hebben. Volgens het artikel heeft een zekere Joost van Heel gezegd: ‘Leraren pikken het niet meer dat mensen, die zelf helemaal niet voor de klas staan, alles voor ons bepalen.’

Groot gelijk natuurlijk: hetzelfde geldt trouwens ook voor inspecteurs en begeleiders zonder  onderwijservaring.

Er is nu, zo lijkt het, een kans om een coup te plegen die tot doel heeft de zeggenschap te geven aan de mensen die het werk doen in het onderwijs. Mijn advies: niet aarzelen, nu doorpakken!

 

J.C. Traas

2 Reacties

  1. Marleen Barth als voorzitter van ‘Onderwijs CNV’:

    – Ik kom niet uit het onderwijs zelf. Dat laatste beschouw ik eerder als een voordeel.
    – Niemand gaat in het onderwijs werken voor het geld. Mensen kiezen voor de klas uit betrokkenheid bij kinderen én de kwaliteit van het onderwijs.
    – Leraren mogen ook best grote mensen zijn. Als je als leraar je niet thuis voelt, kan je ergens anders gaan werken.
    – Iemand kan een uitstekend wiskundige zijn, en toch een slechte leraar. Op een natuurkundige die helemaal niet met kinderen of jongeren kan omgaan, zit niemand te wachten.
    – Wie zegt dat de leraar aan status verloren heeft, bedoelt meestal dat hij zijn monopolie op kennisoverdracht verloren heeft.
    – Ga niet vitten op ‘het management’, dat opeens als personificatie van het kwaad wordt gezien. Elke school heeft schoolleiders nodig. Ik durf op mijn intuïtie de stelling aan dat we in het onderwijs in het gelukkige bezit zijn van meer betrokken, bezielde leiders dan elders.
    – Dat het onderwijs ‘te veel managers’ zou hebben, zit akelig dicht bij goedkope kretologie.
    – Als je mij ergens mee op de kast kunt krijgen, is het roepen dat ik een ‘bobo’ ben. – Het is in sommige kringen bon ton om af te geven op vakbonden. Die zouden ‘geen achterban’ hebben, of ‘het ware verhaal niet vertellen’.
    – Vertrouwen in de VO-raad hebben we zeker, en dat zullen wij op onze beurt zichtbaar moeten maken voor onze leden.
    – We maken ons liever sterk voor modern, professioneel personeelsbeleid, dan dat we ons keren tegen het functiewaarderingssysteem.
    – Lumpsumfinanciering voor scholen is geen slechte ontwikkeling. Het is goed dat scholen meer beslissingruimte krijgen.
    – Nergens is de kwaliteit de laatste jaren zo gestegen als in het basisonderwijs. Zo was het vijftien jaar geleden nog heel normaal dat kinderen met dyslexie naar het speciaal onderwijs gingen. Tegenwoordig is het even gewoon dat ze op de basisschool blijven. Differentiëren in de klas tussen hoogbegaafd, ppd-nos of adhd, tienduizenden leraren in het basisonderwijs doen het dagelijks. Dat is een fantastische kwaliteitsslag, die het verdient om gewaardeerd te worden.
    – Ik vind het terecht dat het bevoegd gezag van een school beslist of een leraar die bevoegd is in het ene vak ook bekwaam genoeg is om in een ander vak les te geven.
    – Scholen zijn als de dood voor hun reputatie. Schoolbesturen hebben dan ook de neiging om heel scherp op die kwaliteit te letten.
    – Ik juich het toe dat de tevredenheid van de leerling in kaart wordt gebracht. Wel moet de beoordeling van een docent nooit helemaal afhankelijk zijn van de mening van een leerling.
    – Leraren doen het niet voor het geld’ vertelde Barth toen ze vakbondsvoorzitter was! Voor haarzelf geldt dat niet. Barth is voorzitter van GGZ Nederland. Zij laat zich daar inhuren voor € 840,– per dag (ex BTW) via haar eigen bedrijf. Barth woont met haar echtgenoot, burgemeester van Wassenaar, voor € 860,– in een kapitale villa; de reële huur is € 6700, de rest is voor rekening van de gemeente Wassenaar, evenals een 2-tal dure renovaties (€ 630.000 resp. € 26.904,00, goedgekeurd door de burgemeester van Wassenaar, in casu haar man). In 2010 kandideerde ze met succes voor het voorzitterschap van de pvda-fractie in de eerste kamer. Op dat moment had ze 17 nevenfuncties.

  2. De onderwijsbonden en vakbondsbestuurders maken deel uit van de verstikkende bureaucratie die het Nederlandse onderwijs heeft vernieuwld.
    Tijd voor een fundamentele verandering.

Geef een reactie