Er is een groot verschil tussen video-bellen en online onderwijs.

Heftige discussies over online onderwijs en de kwaliteit van het onderwijs zijn niet nieuw en kunnen de geest scherpen. Maar de vraag blijft welke zeggenschap heeft de de docent hier nog in.

De discussie lijkt zich de afgelopen tijd toe te spitsen of het wel of niet goed is voor de studenten en het onderwijs. Uit de mond van veel bestuurders van mbo-scholen die onverdroten kiezen voor online onderwijs, zou het aansluiten bij de vernieuwde arbeidsinhoud en arbeidsverhoudingen in de maatschappij. En dus goed voor de student. Op zich is deze stelling niet geheel onwaar. En uit mijn eigen onderwijsverleden heb ik hele goede ervaringen opgedaan met online en digitaal onderwijs. Echter wel onder de ‘niet-verplichtende’ regels van de de onderwijsinstelling, ik had zeggenschap over inhoud en vorm.

Professioneel Statuut

Dat laatste mis ik dus in het hele verhaal. Ook zie, hoor en lees ik een nogal ongenuanceerde trend in het mbo om het ‘Professioneel Statuut’, het principe van ‘teachers in the lead’ aan de kant te schuiven en zelfs de wil van de Kamer naast zich neer te leggen. Ik ben een een pleitbezorger van autonomie in het onderwijs en heb begrip voor het oplossingsgerichte denken om te dealen met de moeilijkheden vanwege het coronabeleid waarmee de mbo-scholen worden opgezadeld. Toch vind ik het vreemd dat overleg met de direct betrokkenen niet of nauwelijks plaatsvindt. Docenten die zich hierover beklagen worden er zelfs voor op het matje geroepen en als het in de pers komt weet men veelal niet hoe snel men de voordelen van het online onderwijs uit moet venten. Een dergelijke opstelling, net als het feit dat men met online onderwijs het gortdroge video-bellen bedoelt, lijkt mij niet bijdragen aan een goed en professioneel arbeidsklimaat en zet het ‘online onderwijs’ onterecht in het verdomhoekje. Verder is het zo, en dat mogen scholen zich wel aantrekken, dat er tijd en geld genoeg was om de organisatie hier goed op voor te bereiden. En ook om de docenten tijdig en professioneel voor te bereiden op de veranderde omstandigheden.

Kwaliteit

Maar willen we dat online onderwijs een bijdrage gaat leveren aan de kwaliteit van het onderwijs dan moeten we het niet beperken tot het klassikale video-bellen en niet de opdrachten als een word- of pdfbestandje rond-appen of mailen. Even zo goed is online onderwijs niet iets dat als vervangend onderwijs bij ziekte, lerarentekort of anderszins gebruikt moet worden. Online onderwijs moet met een goede geschikte vak-inhoud in een pedagogisch-didactisch kader interactief worden aangeboden en het moet een meerwaarde bieden. Bovendien laat niet ieder vak of iedere les zich lenen voor online onderwijs.

Productief onderwijs.

Jaren geleden kreeg ik de vraag van mijn collega of ik een student wegwijs kon maken in WordPress (een websitepakket). Toen was ik een van de weinigen die die pakket kende, vandaar. “Tja”, zei mijn collega, “op het stagebedrijf willen ze met een websites aan de gang in WordPress en daar weten ze het ook nog niet zo goed”. Ik zag dat als een leuke uitdaging en binnen een paar weken wist de student een website te produceren die voldeed. In mijn ogen is ‘online onderwijs’ (en digitaal) dus een onderwijsmethodiek, die zich uitstekend leent voor ‘productief’ onderwijs. Tot nu toe is het veelal reproductief zoals het klassikale video-bellen, opdrachten maken, m.c.-vragen invullen en/of instructiefilmpjes bekijken en woordjes leren (zie het programma TIO bij Nederlands). Dit is een vorm van onderwijs die je a.u.b. niet in moet zetten voor online onderwijs. Online en digitaal onderwijs bieden docenten en studenten de gelegenheid om hier iets mee te produceren. Dat kan variëren van het maken van een videoclipje, een podcast tot bijvoorbeeld een heuse webshop, een virtuele werkplek of een heus politiek debat met andere scholen (ook internationaal) over bijvoorbeeld de verkiezingen voor het Europees Parlement. Dit huzarenstukje kon ik in 2009 al laten uitvoeren door mijn studenten en studenten uit Belfast, Varna (BG), Crotone (I) en Moers (D). Het idee achter het productief onderwijs is dat de studenten zelf iets kunnen produceren al dan niet met medestudenten (dit laatste geniet de voorkeur) en dat uiteindelijk presenteren aan de docenten of de klas (of een heuse jury) of actief op de sociale media inzetten. In het kunstonderwijs is het productieve onderwijs al veel langer gangbaar, getuige de vele mooi examenstukken die ik in mijn onderwijs-carrière heb kunnen bewonderen. “Waarom digitaal?”, zult u zich afvragen, “want in de gewone les kan dit ook, toch”? Het antwoord is simpel, de digitale middelen zijn veelvuldig en heel gemakkelijk in te zetten. Bovendien sluit deze onderwijsmethodiek, veel beter aan bij de belevingswereld van onze studenten en loopt het parallel met allerlei maatschappelijke ontwikkelingen.

Naast de behoeften van de student, moet er ook ernstig rekening worden gehouden met de professionele kwaliteit van de docent in dezen. Het schijnt nog steeds zo te zijn, “dat ze dit op de lerarenopleiding nog nooit hebben gehad”, wist een pasafgestudeerde collega mij een paar jaar geleden te vertellen. En tot slot moet het ook aan de  betreffende docenten en onderwijsteams worden overgelaten hoe zij dit geheel van analoog en digitaal onderwijs aanbieden, invullen en vorm geven. Pas dan bereik je dat het een bijdrage levert aan de kwaliteit van je onderwijs.

Geef als eerste een reactie

Laat een reactie achter