Zevende macht

Een flink aantal jaren geleden alweer heb ik me op verzoek van deze vereniging bezig gehouden met het verschijnsel “toezicht”. Het nieuwe toezicht in een wezenlijk onderdeel van het New Public Management. In het boek “De onderwijsbubbel” staat daarover een doorwrochte beschouwing van Chris Lorenz*. In mijn eigen oppervlakkige stukken kwam ik telkens op hetzelfde uit: “Het toezicht faalt”.  Wetenschapper Rienk Goodijjk**  kwam met een vraagteken eigenlijk tot een zelfde conclusie. Hij was van mening dat het verschijnsel nog in een ontwikkelingsfase zit en beschreef de fouten als een onderdeel van een leerproces. Er viel nog veel te verbeteren, dat stond vast. In mijn eigen stukje in “De onderwijsbubbel” haalde ik Evelien Tonkens aan, die zei dat de reflex op falend toezicht telkens weer de roep om meer toezicht is. Daarmee negeer je structurele zaken. “Als het toezicht faalt, moet er toezicht op het toezicht komen. Zo stapelen we toezicht op toezicht, wantrouwen op wantrouwen”. Zo wordt genegeerd wat eigenlijk echt nodig is. Niet meer toezicht maar betere basiskwaliteiten.

Hoe het verder gegaan is ontdekte ik op de site van Stichting Beroepseer bij cultuurpsycholoog Jos van der Lans. Uit zijn verhaal begrijp ik, dat er slecht naar de critici van toen is geluisterd.  Zo’n 20 jaar geleden schreef Van der Lans een brochure over de opkomst van consultants, beleidsonderzoekers en organisatieadviseurs en andere externen  in de publieke sector en het openbaar bestuur getiteld:   “De staatsgreep van de zesde macht”.  Nu, 20 jaar later,  neemt hij de ontwikkeling van een nieuwe macht in de maatschappij waar, de zevende macht, die wordt gevormd door een nieuw soort quasi beroepsgroep: de toezichthouders. Dit destijds als falend betitelde gilde is de afgelopen jaren intensief geprofessionaliseerd met als doel de overenthousiaste bestuurders van de verzelfstandigde semi-overheidsorganisaties en door de overheid gefinancierde instellingen te behoeden voor ontsporingen als destijds in het onderwijs en in de zorg. Met het oog daarop is het cursusaanbod van de vereniging van toezichthouders flink toegenomen en worden er aan aspirant toezichthouders bepaalde omschreven eisen gesteld qua kennis en ervaring en visie. De selectie wordt tegen stevige bedragen in handen gegeven van gespecialiseerde selectiebureaus. “Geruisloos heeft zich aldus een toezichthouderskwalificatieprofiel ontpopt voor mensen, die zich bekwaamd hebben in de taal, die de selectiebureaus graag horen”, schrijft Van der Lans,*** met als gevolg, dat er vooral mensen geselecteerd worden, die vertrouwd zijn met de taal en de technocratie van het besturen. Mensen dus die passen in het systeem van het New Public Management. Zij bewaken a.h.w. de technocratische modernisering en laten weinig ruimte voor ervaringsdeskundigen, kritische professionals, laat staan wereldverbeteraars en hervormers. Zo dragen deze toezichthouders vooral eraan bij dat alles volgens de gebaande paden verloopt en kunnen ze worden gezien als een extra beschermende laag om het systeem, een verdikking van de kleilaag. Van der Lans introduceert hiervoor het begrip zevende macht.

  • De onderwijsbubbel, redactie Fenna Vergeer, Garant 2012

**  Riens Goodijk: Falend toezicht in semipublieke organisaties?, Van Gorcum, 2012

*** Tijdschrift voor sociale vraagstukken, 20 mei 2019

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie