Schending van privacy van leerlingen

 
‘Kind krijgt veel te snel een etiket’

Peter Giesen interviewt vandaag, 22 maart, hoogleraar pedagogiek Micha de winter. De Volkskrant, Binnenland p. 10. Onder de zorgelijke onderwerpen die De Winter aan de orde stelt, spring voor mij deze eruit:

    • De overheid haalt steeds meer uit de kast om individuele risicogevallen op te sporen. ‘Bij sommige programma’s worden alle schoolkinderen gescreend op psychische problemen. Als je hoog scoort op zo’n testje, kun je op assertiviteits- of faalangsttraining worden gestuurd. Of de ouders moeten op opvoedingscursus. En dat alles zonder dat een diagnose is gesteld, alleen op basis van een simpele screening’, zegt De Winter. Wie zich hiertegen verzet, is meteen verdacht. ‘Ik hoorde laatst het verhaal van een moeder wier zoontje ADHD zou hebben. Toen ze tegen de leerkracht zei dat jongetjes van 7 soms een beetje druk zijn, stond ze meteen in het dossier als een zorgmijdende moeder.’

Het is echt heel griezelig wat Micha de Winter hier beschrijft.

Mijn vraag is: welke zijn die programma’s waarin hele klassen kinderen testjes krijgen te maken of ze niet misschien ergens een draadje los hebben hangen? Wie heeft daar wel eens mee te maken gehad? Hobbelen de scholen achter de plaatselijke GGD aan?

Om een kind een psychologische test, of wat voor buitenschoolse screeningtest dan ook, te laten maken, is de schriftelijke toestemming van het ouderlijk gezag nodig. Dus ook wanneer een hele klas een screening-test krijgt voorgelegd: van alle ouders toestemming voor deze test. Dus niet een blanco toestemming voor alles wat de school aan testjes de kinderen denkt te gaan voorleggen.

Advies aan ouders: geef die toestemming niet wanneer het idee om te testen niet van jou zelf afkomstig is.

College Bescherming Persoonsgegevens website

Beroepscode voor psychologen 2007 van het Nederlands Instituut van Psychologen pdf

De Beroepscode van de NVO Nederlandse Vereniing van Pedagogen en Onderwijskundigen webpagina

Het is goed om toegang te hebben tot de beroepscode waaraan psychologen of orthopedagogen in hun beroepsuitoefening zijn gehouden. Ook als de betreffende persoon geen lid van de vereniging is, mag worden verwacht dat de beroepscode in acht wordt genomen.
Het is vanzelfsprekend dat wat voor een geregistreerd beroepsbeoefenaar geldt, zeker ook geldt voor personen die amateuren op het terrein van psychologie of orthopedagogiek, als er voor dat amateuren al een aanvaardbare reden mocht bestaan.

Binnen de betreffende vereniging heeft de beroepscode juridische werking. Buiten de betreffende vereniging zal een rechter zeker belang hechten aan hetgeen in een toepasselijke beoepscode is geregeld, en wat daarover aan jurisprudentie binnen de betreffende vereniging bekend is; althans is dat de praktijk in de VS, een land dat in dit opzicht meer gejuridiseerd is dan het onze.

Over de etiketteermachine: Trouw

10 juni 2011. Wes Holleman heeft een inventarisatie gegeven van de regelgeving op dit terrein van sociaal-emotionele ontwikkeling en het voor alle leerlingen bijhouden daarvan, zie op zijn website www.onderwijsethiek.nl/?p=2576 het stuk Sociaal-emotionele ontwikkeling, geschreven in reactie op mijn blog. PDF. Als ik dat allemaal lees, schrik ik weer behoorlijk, en Wes ook. Laat heel Nederland daar eens van schrikken. Is dit werkelijk allemaal regelgeving waar onze parlementariërs voor hebben getekend, of is dit Big Brother in ambtelijk/bureaucratische vermomming?

16 Reacties

  1. vragenlijst sociaal/emotionele ontwikkeling
    Op de school van mijn zoon (VSO speciaal onderwijs cluster 3) wordt de Seol-vragenlijst gebruikt, van Leefstijl, in te vullen door de leerling, de mentor en de ouders. Deze vragenlijst wordt in principe schoolbreed “uitgezet”, maar er wordt wel aan de ouders gevraagd of ze hier geen bezwaar tegen hebben. Het instellen van deze lijst is kennelijk voortgekomen uit de volgende bevindingen in een rapport van de Onderwijsinspectie:

    5.2 De school hanteert een leerstofaanbod voor de emotionele
    ontwikkeling. (score 2, draagt onvoldoende bij)
    5.3 De school hanteert een leerstofaanbod voor het verwerven
    van sociale vaardigheden. (score 2, draagt onvoldoende bij)

    De orthopedagoge van de school zei bij de oudervoorlichting bij de invoering van de Seol-vragenlijst dat er uiteraard ook voorheen al aandacht was voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen. Dat gebeurt nu dus op aangeven van de onderwijsinspectie in principe VSO-breed en op deze gestructureerde manier. Dan kan de Onderwijsinspectie daar tenminste ook een vink voor zetten. Van mij hoeft dit niet. Ik wil onderwijs voor mijn zoon en als er zich problemen voordoen kunnen de school en wijzelf in gesprek gaan, anders niet. Dit kost zeeën van tijd en geld, en zet aan tot een mogelijkerwijze ongewenste bemoeienis van de school.

    • Bemoeizorg
      Het lijkt erop dat de Inspectie hier bemoeizorg creëert. Het lijkt onschuldig, maar dat is het absoluut niet. Vergelijk het met inentingscampagne’s: daar is het ondenkbaar dat de integriteit van het lichaam geschonden wordt door hulpverleners die er ongevraagd in gaan prikken.

      In het gegeven voorbeeld biedt de orthopedagoog aan de klas een vragenlijst aan. Dat is een heel andere situatie dan wanneer er voor een individuele leerling signalen zijn die nader onderzoek wenselijk maken (in overleg tussen ortheopedagoog en ouders).

  2. Stapels misdiagnoses
    In een andere context is op dit forum al eens aan de orde geweest dat botweg iedereen testen zal leiden tot grote aantal foutieve diagnoses. Zie

    beteronderwijsnederland.net/node/6666#comment-54155

    Het daar gegeven citaat — een getuigenis van de American Psychological Association voor een parlementaire commissie — gaat over leugendetectie. Vervang ‘lie detector’ door ‘vragenlijst assertiviteit’ of ‘faalangst’. Veel ouders van klassikaal geteste kinderen krijgen te maken met een ‘onjuist’ resultaat: kinderen die volgens de vragenlijst te weinig assertief of faalangstig zouden zijn, maar dat in werkelijkheid dus niet zijn. Klassikaal testen is dan al gauw een volstrekt onverantwoorde handelwijze.

    • F. Allan Hanson (1993). Testing testing. Social consequences of the examined life. University of California Press. [op books.google.nl zijn delen ervan in te zien]
    • Dit geloof je niet, maar doe het toch maar
      Hanson (1993, p. 80-81): Representatives of the American Psychological Association explained it [het hoge aantal valselijk van liegen beschuldigden] in testimony before the House Subcommittee on Employment Opportunities in the following way: [ik heb de passage vertaald, en de leugendetector vervangen door de sociaal-emotionele test]

      • Veronderstel eens dat zo’n sociaal-emotionele test 85 procent nauwkeurig is. We gaan hem afnemen in alle groepen 8 van de aangesloten scholen, totaal 1000 leerlingen. Veronderstel dat 100 leerlingen (10 procent) sociaal-emotionele problemen hebben waar iets mee moet worden gedaan. Met de test identificeren we 85 van die 100 leerlingen, maar daar staat tegenover dat we 135 van de andere leerlingen ten onrechte identificeren als in aanmerking komend voor enige behandeling of verwijzing. Zoals te zien, identificeert de school zo dus 220 ‘zorgbehoeftigen’ van wie 61 procent absoluut geen zorg nodig heeft. Het is wiskundig aantoonbaar dat bij een validiteit van de test die onder die 85% ligt, de verhouding van verkeerd gediagnosticeerde leerlingen toeneemt [ongunstiger wordt]. Op dezelfde manier, wanneer het aandeel leerlingen met sociaal-emotionele problemen kleiner is dan 10 procent, wat het zeer waarschijnlijk is, dan neemt de foutenverhouding ook toe. Het is evident dat in deze klassikale screening het een wiskundig gegeven is dat de meerderheid van de gediagnosticeerde zorgbehoeftigen in feite geen zorg nodig hebben.

      Hanson heeft dit citaat ontleend aan:

      • Employee Polygraph Protection Act: Report (1987: 4). House of Representatives Report 100-208. HIER
  3. Iedereen doet het
    Ben, ik denk niet dat er altijd gecertificeerde testers aan te pas komen. Screening op dyslexie, adhd of zelfs intelligentietesten gebeuren in toenemende mate door mensen die hiervoor geen officiële bevoegdheid hebben.

    Ik heb al vaak meegemaakt dat een huisarts een drukke jongen Ritalin of concerta voorschreef om te kijken of dat zou helpen…………… Volgens mij is de diagnose ADHD voorbehouden aan psychiaters.

    • amateurisme
      Een amateur (stageair van de gGD, onderwijsasistent, schooldirecteur) die met een test of een vragenlijst zwaait, is ook gebonden aan wat we in Nederland behoorlijk vinden. Om een idee te krijgen van wat dat dan inhoudt, kun je zo’n beroepscode van psychologen raadplegen. Op zijn minst is een amateur ook aan die normen gebonden.

      Constateer je dan, als ouder, dat er gekke dingen gebeuren, dan kaart je dat aan bij de leerkracht, de directeur, en als die niet adequaat reageren, bij de klachtencommissie of de MR.
      Als het helemaal te gek wordt, waarvan Micha de Winter een voorbeeld geeft, dan bij het NIP (die heeft er niets mee te maken, maar zou hier advies kunnen geven), bij de privacy-waakhond Kohnstamm, of de ombudsman Brenninkmeijer. Of de ombudsman van de VARA, Pieter Hilhorst.

  4. De stille opmars van de toetsen
    Niet de overheid maar de schoolbesturen bedenken al die screening van kinderen.
    Een hoogleraar zou dat niet door elkaar moeten halen. De overheid staat aan de zijlijn.
    Hieronder een situatie met klassikale testen. Misschien valt dit ook onder je vraag Ben.

    Een Samenwerkingsverband VO (Passend Onderwijs) waaraan ons schoolbestuur deelneemt voor een deel van haar VO-scholen (ca 18), is in 2009 een pilot gestart om de uniformering van toetsing van basisschoolleerlingen te stimuleren. Dit houdt in dat wanneer een basisschool bij alle leerlingen in groep 8 drie toetsen afneemt, het SWV 40 euro per leerling vergoedt (50% van de kosten). Het is de bedoeling dat deze pilot uitgebreid wordt naar alle basisscholen. Dit staat te lezen in het Zorgplan.
    De drie toetsen zijn: NIO, Drempeltoets en Sociaal-emotioneel instrument.

    Is dit niet een beetje overdadig? De meeste kinderen zijn toch heel normaal?
    Ik vind dat de zorg voor zorg veel te ruim wordt uitgelegd. Het Samenwerkingsverband lijkt meer en meer op een Onderwijsautoriteit. En hoe kan een ouder nu beoordelen of overzien aan welke van de drie testen ze eventueel hun goedkeuring willen onthouden?

    • SWV-autoriteit
      Die samenwerkingsverbanden zijn inderdaad een bemoei-autoriteit. Hun mogelijkheden reiken verder dan die van de begeleidingsdiensten. Ze leggen dwingend zaken op die tot in de klas gevoeld worden, dit met behulp van die verplichte Interne Begeleider.
      Lees je een aantal zorgplannen, valt het op dat die verbanden steeds streven naar ‘passend onderwijs’.
      Het ergste is: ontsnappen kan niet, aangezien een hele regio valt onder zo’n verband. Tevens hebben die verbanden een grote vinger in de pap bij het verdelen van de zorggelden.

      Ik heb dat oprichten van die samenwerkingsverbanden steeds beschouwd als een eerste stap naar het ontwikkelen van een totale controle over het onderwijs.
      Het zal mij niet verbazen als hier een blauwdruk werd ontworpen voor iets dat in heel Europa zal moeten gaan gelden.

      Er is sprake van een aantasting van het beginsel van de vrijheid van onderwijs.

    • samenwerkingsverband:
      Wij hadden een school met opvallend veel uitstekende leerkrachten, waarbij ook drukke jongetjes discipline werd bijgebracht. De school verwees heel weing kinderen naar het speciaal onderwijs. Ons percentage lag onder het streefniveau van de samenwerkingsverbanden WSNS.
      Toch moest je dan als school gaan meedoen aan die nep-wereld van die bureaucratie. Erg jammer.

      • Omzet draaien
        Dergelijke samenwerkingen met bijbehorende functies en posities bestaan bij de gratie van omzet. Jullie hadden simpelweg een te lage omzet, daar kan zo’n club niet van rondkomen.

        • SWV: banenmachine
          Daar lijkt zo’n samenwerkingsverband WSNS inderdaad op: op een banenmachine.
          Pluk je wat gegevens van een samenwerkingsverband van het internet, kom je het volgende tegen:
          2004/2005: 0 leerlingen teruggeplaatst van SBO naar BaO.
          2005/2006: 1 leerling terug van SBO naar BaO.
          2006/2007: 0 leerlingen teruggeplaatst.
          2007/2008: 3 leerlingen teruggeplaatst.
          2008/2009: 1 leerling terug naar BaO.

          Aantallen leerlingen op het SBO:
          2005: 104
          2006: 112
          2007: 109
          2008: 99
          2009: 92

          Dan denk je toch echt: Waar gaat het over?!
          Een paar leerlingen meer of minder, en daarvoor wordt een complete kermis opgericht. Een kermis met ZAT’s, PCL’s, verwijsloketten, zorgstructuren, overlegplatforms, en wat voor ongein nog meer bedacht kon worden.
          Het gezegde ‘schieten met een kanon op een mug’ is hier op zijn plaats.

          • sinds 2006 geen landelijke gegevens meer
            Dat is ook opvallend. Sinds 2006 worden er geen landelijke gegevens meer verstrekt over het percentage basisschoolleerlingen dat het speciaal basisonderwijs bezoekt.
            Het mag blijkbaar niet te veel opvallen dat dat hele WSNS-project totaal niets heeft bereikt.
            Wat het wel bereikte: enorme bureaucratische rompslomp voor pennelikkers en vergadertijgers.

      • Post scriptum:
        Onze school groeide elk jaar weer, terwijl gemeentelijke prognoses voortdurend een daling van het leerlingenaantal hadden voorspeld.
        Op een gegeven moment hebben wij een leerlingenstop moeten hanteren, aangezien alle dubbele klassen uit hun jasje dreigden te groeien.
        Ik verzin het niet.
        Hieruit is voor mij gebeleken dat onze inzet ook door ouders werd gewaardeerd. En zo gaat dat in onderwijsland: wij werken niet voor de overheid!
        Wij werken voor een groep ouders en hun kinderen!

    • Testmeester OCW
      Je kritiek op Micha de Winter is ten onrechte. Hij spreekt hier over het zorgcircuit: Jeugdzorg, en GGD. Dat schoolbesturen er nog hun eigen tests aan toevoegen, maakt het wel erger. Wat denk je van OCW zelf, en de Inspectie:

      OCW hanteert een lijst van toegestane tests HIER De overheid vindt het kennelijk vanzelfsprekend dat er maar klassikaal wordt getest op sociaal-emotionele kenmerken.

      • 9.1 COTAN-oordeel
        De inspectie accepteert toetsen die door de COTAN (Commissie Test Aangelegenheden Nederland) zijn goedgekeurd op betrouwbaarheid en validiteit. Dat wil echter niet zeggen dat de inspectie de toetsen die door de COTAN zijn goedgekeurd altijd kan gebruiken.
        Voorbeelden hiervan zijn de GIVO en NIO toetsen, omdat dit intelligentietesten betreffen en daarom ongeschikt zijn om opbrengsten (leerresultaten ) vast te stellen.
        Een ander voorbeeld is het drempelonderzoek 678 van Kapinga. Deze toets is door de COTAN goedgekeurd, maar voor de inspectie (nog) niet bruikbaar, omdat niet de opbrengsten van de hele groep in beeld kunnen worden gebracht. Deze toets heeft namelijk geen adequate normeringsgegevens voor havo- en vwo-leerlingen

        bron (Inspectie: Aanalyse en waarderingen van opbrengsten. 2007)

      Voor intelligentietests is toestemming van ouders nodig.

      Mijns inziens horen sociaal-emotionele tests niet klassikaal te worden afgenomen, ook niet met toestemming van ouders. Dit heeft aandacht van BON nodig.

      • Wie is die Overheid?
        Ben, afspraken met Jeugdzorg en GGD verlopen via de Samenwerkingsverbanden. Die worden bestuurd door schoolbesturen. Zij stellen het zorgplan vast voor al hun scholen. De rol van de Overheid – het parlement – is alleen dat er een wet is aangenomen die Samenwerkingsverbanden voor Speciaal en VMBO onderwijs verplicht heeft gesteld.
        De bemoeienis met toelatingsprocedures – en het opleggen daarvan aan de scholen – voor het Vmbo maar stilzwijgend ook voor Havo en VWO was nooit een wettelijke bevoegdheid. De besturen hebben zich die taak gewoon toegeëigend, ver weg en in alle vrijheid. De verplichte medezeggenschap is er niet aan te pas gekomen. In ieder geval niet bij ons. Juridisch is het nu geldende toelatings- en toetsingskader voor de regio van Amsterdam/Zaanstad tot Haarlem/Velsen inmiddels afgedekt met privacy reglementen en klachtenprocedures. Er kan nu naar believen getoetst worden om voor ieder kind de juiste school vast te stellen en de juiste voortgang.

        De Samenwerkingsverbanden werken samen met alles en iedereen om alle zorg voor leerlingen, hun ouders, het hele (gebroken) gezin en alle denkbare, gestapelde problematieken, integraal aan te pakken. Daaronder gemeentelijke en provinciale diensten als Bureaus voor Jeugdzorg, GGD, schuldhulpverlening, WMO uitvoerders enz. maar ook vele particuliere dienstverleners.
        Het leidt tot dikke strategienota’s die ook – en vooral – de onderwijsdidactiek dicteren.
        De Wet Passend Onderwijs gaat precies het gewenste kader bieden.
        Nu krijgt ieder kind recht heeft op passend onderwijs, individuele aandacht en passende zorg. Je kind snel aanmelden voor speciale zorg lijkt nog de beste remedie. Dan nemen we die testen maar op de koop toe, toch?

        Goed dat Micha de Winter aan de bel trekt. Ik wilde daar beslist geen kritiek op hebben.
        Maar schoolbestuurders verschuilen zich graag achter de Overheid en dat is ten onrechte. Zij doen dit gewoon zelf.

      • sociale en emotionele ‘scores’
        Mijn afkeer van dit fenomeen is groot.
        Stempeltjes hierbij, raken immers de persoonlijkheid.
        ‘Sociaal’ gedrag blijkt erg samen te hangen met de omgeving waarin men verkeert. Ik heb verschillende scholen doorlopen in mijn jeugd (vanwege vele verhuizingen) en gemerkt dat omstandigheden veel kunnen bepalen.
        En dan: WAT is een emotionele score?
        Dat je ‘lekker’ in je vel’ zit? Daarom heb ik afgehaakt zodra deze loze praat over ‘sociaal-emotionele ontwikkeling’ een belangrijk ijkpunt werd voor ‘kwalitatief hoogstaand’ onderwijs.

Reacties zijn gesloten.