Willekeur, zuivere willekeur.

Willekeur, zuivere willekeur

Het is zo een jaartje of 12 geleden, de docent brood en banket, ik werkte op een vbo school, deelde tussen neus en lippen door dat een van mijn leerlingen niet geslaagd was voor het praktijkeindexamen brood en banket. Dat betekende dat de leerling in kwestie geen diploma kreeg. Op mijn vraag wat er fout was gegaan, was het brood verbrand, de gevulde koeken niet gevuld, het deeg voor het Frans brood niet gerezen of had de marsepein niet genoeg in zijn mars? Niets van dat alles, het hele praktijkexamen was prima verlopen maar de docent brood en banket vond de leerling niet geschikt om bakker te worden, zodoende.

Een jaartje later, hetzelfde akkefietje met de docent motorvoertuigen. Een leerling gezakt voor het praktijkexamen. Niet omdat hij het verschil niet kende tussen het wiel en het vliegwiel, omdat hij tweetakt en viertakt door elkaar haalde of een bromfiets motorfiets noemde en omgekeerd. Nee, de docent motorvoertuigen had in al zijn wijsheid beslist, dat de leerling eigenlijk, feitelijk niet sleutelgeschikt was. Klaar.

Een leerling in het MBO werd aangeraden om de opleiding timmerman te verlaten. Niet omdat hij niet wist hoe een hamer werkte, welke vogel model had gestaan voor een zwaluwstaartverbinding of het verschil niet wist tussen een schroef en een spijker. De docent timmeren vond de leerling niet geschikt voor het vak. Dat kan natuurlijk, maar niet twee maanden vóór het einde van de tweejarige opleiding.

En deze week, overkwam het mij weer. Dank zij de invoering van een “beoordelingslijst beroepspraktijkvorming” is een leerling het diploma geweigerd. De lijst bestaat uit zeventig vragen, die alle betrekking hebben op de beroepspraktijk, en wordt ingevuld door de stagebegeleider op de stageplek, in dit geval de opleiding onderwijsassisstent basisonderwijs. De leerling moet op elk van de zeventig items, onderdeel van het beroepsprofiel minimaal een voldoende scoren. Één onvoldoende is “jammer maar helaas”. Deze leerling had een onvoldoende op het item “gaat goed om met het team”. Uit het nogal warrige gesprek met de ontdane leerling kon ik niet opmaken wat er aan de hand was. De stagebegeleider gebeld en wat bleek. De beste onderwijsassisstente in jaren, alleen jammer dat ze tijdens de pauze méér interesse had voor de kleintjes op het schoolplein dan voor de knusse koffiekamer. Het team vond dat maar niks.

Willekeur, zuivere willekeur. Zo was het twaalf jaar geleden en zo is het nu nog. De enige reden waarom leerlingen overgeleverd zijn aan de willekeur van een docent, en dat zijn meestal niet de beste docenten, is het simpele feit dat leerlingen beoordeeld kunnen worden op een subjectieve manier. Vooral de praktijkvakken en de beroepspraktijkvorming zijn een eldorado voor de geniepige, rancuneuze, naast zijn schoenen lopende, zeurende, zeikende, nitwitterige docent.

Het is geen goed nieuws dat de MBO-raad zich verzet tegen de her-invoering van een centraal examen. De reden die ze daar voor aanhalen zijn alles behalve legitiem. Een school hoeft niet te meten of een leerling een goed werknemer is, een school moet meten of een leerling vakbekwaam is, en dat kan door objectief de kennis van een vak te toetsen. De voorstellen van de MBO-raad in samenwerking met de werkgevers en de vakbonden om zelf beroepsprofielen samen te stellen en deze profielen in eigen beheer op de door de raad verkozen manier te toetsen zet de deur naar volstrekte willekeur, intimidatie en bedrog wagenwijd open. De leerling die even afwijkt van een willekeurig gestelde norm, of het nu vaardigheden, kennis of gedrag is, wordt hiervan de dupe.

Na-praters, na-apers, hersenlozen, hielenlikkers, klikkers, elleboogwerkers, naar-beneden-trappers, naar-boven-likkers, verraders, onbetrouwbare en vooral vaalgrijze collega’s zullen het gevolg zijn van de door de MBO-raad voorgestelde op willekeur gebaseerde diplomaverstrekking.

Sjeekspier

29 Reacties

  1. examen
    Ik ben het graag met Sjeekspier eens. Diploma’s horen verstrekt te worden op grond van – zo veel mogelijk- objectieve criteria, valide, geijkt, betrouwbaar, controleerbaar.
    Als de MBO- Raad daar niet naar wil streven, betekent dat dat zij blijkbaar geen behoefte aan kwalitatieve normen en voornamelijk geïnteresseerd is in kwantiteit.

    • Objectief én door meerdere personen
      Natuurlijk: objectief en controleerbaar. Wat mij betreft ook: niet door één persoon. Het moet echt onmogelijk zijn dat een leerling zakt omdat hij met één docent (of leermeester) niet door een deur kan.
      Externe examens (theorie én praktijk) geven wat dat betreft meer objectiviteit.

      • Objectief en subjectief
        Niet alles is objectief toetsbaar. Ik stel me zo voor een briljant rekenaar en speller, met een geweldige algemene ontwikkeling, die toevallig ook zwaar autistisch is. Die komt de vakinhoudelijke toetsen met glans door, maar het contact met de kinderen gaat misschien helemaal niet goed. Hoe toets je dat objectief? Lijkt me in elk geval wel zinnig om meerdere mensen te laten beoordelen hoe de omgang met leerlingen is, zodat het niet gaat afhangen van hoe goed je met 1 persoon door een deur kunt. Dat soort willekeur moet inderdaad vermeden worden.

  2. Huiver
    Jeronimoon, ik huiver om op grond van dit verhaal een mening te vormen.
    Onder het mom “we zijn samen verantwoordelijk” zijn de afgelopen jaren veel opleidingen de vernieling ingegaan; als eenling was het moeilijk opboksen tegen de mening van de meerderheid van je collega’s.
    Dat zou zo kunnen zijn in de gevallen die je aanvoert; collega’s die hebben geprobeerd om “de rug recht te houden” omdat ze vinden dat leerlingen onterecht tot een te hoog niveau zijn gevorderd.
    Misschien zijn het wel collega’s waarvan je vindt dat die zelf onterecht hun onderwijsbevoegdheid hebben gekregen; die zelf onterecht door hun opleiding zijn geloodst.
    Piet Vroon zei indertijd al “Hoe meer regels, hoe meer fraude”. En met nog meer regels, protocollen, overleggen los je dit probleem niet op.

    • wijlen P. Vroon
      zei ook “mensen doen niet wat ze zeggen en zeggen niet wat ze doen”. Een fantastische manier om alle verantwoordelijkheid te ontlopen. Een docent die oordeelt kan ik billijken, een docent die veroordeelt is het niet waard zich leermeester te noemen.

    • Goed punt hendrikush. Ik
      Goed punt hendrikush. Ik hoorde afgelopen weekend nog een vriend in gewetensnood aan. Die is scriptiebegeleider van een student die gedurende de hele studie al zijn tentamens had gehaald, maar niet op academisch niveau een scriptie kan schrijven. Twee eerdere begeleiders hebben zijn werk afgewezen, de student is nu bezig aan zijn derde project, en omdat je bij die studie blijkbaar maar maximaal 3x een afstudeerproject mag doen, is dit zijn laatste kans.
      De student bakt er niets van. Mijn vriend geeft hem alle mogelijke adviezen en tips om hoofdstukken te verbeteren, vervolgens is het ingeleverde ‘verbeterde’ hoofdstuk in het geheel niet beter dan de eerste versie. Het lukt die student gewoon niet.

      Mijn vriend kan het maar moeilijk tegenover zichzelf verantwoorden dat hij een zes min opschrijft voor een werkstuk dat hij anders met hooguit een vier zou
      hebben beoordeeld. Toch overweegt hij het te doen, met als argumentatie dat de verantwoordelijkheid niet bij hem ligt, maar bij de docenten die die student de afgelopen vier jaar geruisloos hebben laten passeren.

      Maar die docenten valt ook weer weinig te verwijten, want in het huidige academische onderwijs kun je bijzonder ver komen zonder iets van de stof te begrijpen: meeliften in groepjes, kleine eenvoudige opdrachtjes die ‘afgevinkt’ moeten worden….het zal ongetwijfeld vaker voorkomen dat iemand die werkelijk geen academisch niveau bezit probleemloos de eerste jaren doorkomt. Dat ligt niet aan de individuele docenten die iemand een voldoende geven voor weinig voorstellende opdrachten, dat ligt niet aan de individuele docent die aan het eind van het traject het waagt GEEN voldoende te geven voor een wat moeilijker opdracht….het ligt aan de inrichting van het onderwijs. Wil je daar wat aan doen dan moet de hele inrichting van een heleboel studies op de schop.

      • Alsof je mijn ervaring beschrijft
        Maar misschien hebben veel docenten wel iets dergelijks meegemaakt. Ik heb het probleem destijds bij mijn opleidingsmanager neergelegd. Hij heeft uiteindelijk de laatste punten afgetekend.
        De eerlijkheid gebied te zeggen dat ik diezelfde student in zijn eerste jaar ook een 6 had gegeven voor werk dat uiterst twijfelachtig was. Een gevluchte Iraniër die vreselijk slecht Nederlands sprak en schreef en waarbij ik probeerde zijn nauwelijks begrijpelijke zinnen dan toch maar positief te beoordelen.
        Dat was nog in de tijd dat iedereen vond dat je een buitenlander toch echt niet mocht beoordelen op zijn gebrek aan taalvaardigheid. Hij kon er ook niks aan doen en zou het wel goede bedoeld hebben.

        Toen ik hem 3 jaar later in zijn 4e jaar voor de 2e keer tegen kwam bij die eindscriptie wist ik direct dat ik destijds gierend de fout was ingegaan door die 6 te geven. Maar ik wist ook dat al mijn andere collega’s dat de afgelopen jaren ook veelvuldig hadden gedaan.

        Ik schaam me er nog steeds voor. Was een keiharde les voor me.

        Ik denk dat het heel vaak voorkomt, dat het systeem het in de hand werkt en dat het onderwijs voor een groot deel bestaat uit watjes.

        • Watjes
          Ik denk dat het heel vaak voorkomt, dat het systeem het in de hand werkt en dat het onderwijs voor een groot deel bestaat uit watjes.
          Vroeger ook ? Toen waren de beschreven situaties uitzonderingen en kon je nog zeggen: “Zo’n enkeling berokkent het instituut geen schade”. Meestal werd zo iemand leraar, of was het al. Tja….moet ik dan ’45 te citeren: Ik schaam me er nog steeds voor. Was een keiharde les voor me ?
          Of die andere zin: …en dat het onderwijs voor een groot deel bestaat uit watjes. *Watte ?*

        • Nederlands en studeren
          Dit verhaal komt op mij wat verward over. Dat de kennis van de Nederlandse taal van een student gebrekkig is, lijkt mij aan het begin van de studie aanvaardbaar mits de docent kan vaststellen dat de student de leerstof begrepen heeft en kan toepassen. De docent mag er inderdaad niet van uitgaan dat de student het wel goed bedoeld zou hebben. Of de kennis van de Nederlandse taal aan het einde van de studie nog gebrekkig mag zijn hangt af van wat met het diploma beoogd wordt. Een diploma in de Natuurwetenschappen hoeft slechts te garanderen dat de gediplomeerde over een voldoende kennis en inzicht op het betreffende vakgebied beschikt. Maar voor een onderwijsbevoegdheid Lager Onderwijs voor Nederland is natuurlijk wel een goede kennis van het Nederlands vereist.
          Seger Weehuizen

        • Re: alsof je mijn ervaring beschrijft
          Dit is wel heel frappant 1945. Ook in mijn oude opleiding hadden we een gevluchte iranier die steeds genadezesjes kreeg en waarbij 1 van mijn collega’s de ondankbare taak toeviel hem bij zijn eindscriptie te begeleiden.

      • Mijn ervaring
        Ik ben een keer zo stoutmoedig geweest om een profielwerkstuk af te keuren omdat na vele pogingen en adviezen de betreffende leerling het verdomde om de adviezen op te volgen en zijn knip- en plakwerk te verbeteren. Daarna ging er een heel circus van start dat met steun van mijn directie (er zijn ook bekwame bestuurders!) eindigde bij de rechter. De rechter wilde geen inhoudelijke uitspraak doen over het werkstuk, maar hij stelde dat de wettelijke sanctie te zwaar was (niet mee mogen doen aan het eindexamen). Het werd de leerling daarom toegestaan om alsnog mee te doen aan de herkansingen in augustus. Dit betrof een leerling die nooit had mogen doordringen tot 6VWO; maar die door slim gebruik van allerlei ontsnappingsmogelijkheden jaar na jaar zijn overgang veilig wist te stellen.

        En dan de gotspe van de politici en hun slappe knieën: het jaar daarop is de wet in dezelfde zin gewijzigd en daarmee werd ook het profielwerkstuk als ‘meesterproef’ onderuit gehaald.
        Na dit akkevietje heb ik alle begrip voor docenten die dit soort “gedoe” willen voorkomen en die daarom maar de hand over hun hart halen.

  3. diploma
    verregaande willekeur : altijd al gedacht (ja, geweten) dat dit voorkomt ; dat weet toch iedereen ?

    de remedie is, in principe, heel eenvoudig :

    elke leerling die -bijvoorbeeld, één jaar of langer- welke opleiding dan ook heeft ‘genoten’ krijgt een diploma ;

    met, op de achterkant, een korte samenvatting van de verworven/aangeboden kennis/vaardigheden, verwoord door alle docenten, ieder afzonderlijk geidentificeerd ;
    en dan, uiteraard, ook wederwoord toestaan ;
    klaar-is-kees !

    maarten

    • Wat ook voorkomt
      zijn leerlingen die worden ‘voorgetrokken’ en die onterecht goede cijfers krijgen omdat ze de onderwijzer weten te bespelen; omdat de ouders weten hoe je het spel speelt; omdat het kinderen zijn van de baas; …

  4. Wiens brood men eet diens woord men spreekt
    In het bedrijfsleven had ik al het idee dat er veel mooi-praters waren, niet het bedrijf was belangrijk, nee, zij zelf waren belangrijk.

    In het onderwijs maak ik hetzelfde mee, ik was een keer wat actieve ouders aan het helpen om op school op te ruimen, terwijl de rest van de directie en leerkrachten koffie dronken.

    Het meehelpen van ouders werd mij uitermate kwalijk genomen, het bleek hier uit wel dat ik ook geen goede teamplayer was.

    Weer een minpuntje voor mij en zo leg je dus een dossier aan !!!

  5. De casus van de onderwijsassistente
    In deze casus is niet alleen de willekeur van de examinator in het geding, maar ook de interpretatie van probleemgericht opleiden die door de betrokken opleiders en examinatoren gekozen is. Ik heb deze stelling trachten uit te werken in www.onderwijsethiek.nl/?p=305

    • eindtermen of starttermen?
      Dag Wes, je maakt interessante opmerkingen, maar ik hoop dat je mij nog wat wil uitleggen. Wanneer je schrijft

      de examinatoren van de beroepsopleiding beoordelen hun studenten niet alleen op de eindtermen van
      de beroepsopleiding, maar ook rechtstreeks op de startcompetenties en bekwaamheidseisen die door de
      werkgevers gedefinieerd zijn; zij nemen niet alleen een eindexamen maar ook een toelatingsexamen af
      (waarmee ze op de stoel van Cora gaan zitten);

      hoe kan ik mezelf ervan overtuigen dat dit het geval is? Hoe zie ik dit aan de casus van jeronimoon of van Cora van Mora?

      Overigens, voor de andere sitebezoekers, het stukje van Wes staat op www.onderwijsethiek.nl/wp-content/uploads/2008/03/jeronimoon.pdf en is zeer lezenswaardig. Ik vond met name de volgende opmerkingen terecht:

      • ze beoordelen hun studenten op hun geschiktheid voor één ‘normberoep’ of ‘normloopbaan’ (wat onze
      studente Sylvia betreft: op haar geschiktheid om te functioneren als onderwijsassistente in het basis-
      onderwijs), waarbij ze voorbij gaan aan de mogelijkheid dat lang niet alle studenten in dat ‘normberoep’
      terecht zullen komen (wat Sylvia betreft: gezien de arbeidsmarkt heeft ze slechts een minieme kans om
      als onderwijsassistente aan de bak te komen; vermoedelijk zal ze daarom naar de PABO doorstromen,
      of misschien kiest ze bij nader inzien een heel andere loopbaanrichting);
      • ze beoordelen hun studenten veel strenger dan werkgevers zich ooit kunnen permitteren: ze verlangen
      dat de examinandus aan alle bekwaamheidseisen voldoet, terwijl de werkgever bij het beoordelen van
      zijn sollicitanten een aantal deficiënties op de koop toeneemt, mits daar sterke punten tegenover staan;

      • Beste Mark
        Ik wil hier ook wel op reageren. Na lezing van de bijdrage concludeer ik de spijkers en de koppen. Inderdaad, de beoordelingsinstrumenten waar gebruik van wordt gemaakt in het MBO worden in samenspraak met het bedrijfsleven opgesteld. De vertegenwoordigers van de verschillende beroepsgroepen hebben zelfs een hele dikke vinger in de pap. Wes heeft in die zin gelijk dat de toetsing hierdoor niet alleen een beoordeling is van het voldoen aan de eindtermen van de beroepsopleiding maar ook gezien wordt als een startkwalificatie. Het mag ook gezegd worden dat de hele opleiding de sfeer draagt van eindonderwijs, doorstroming naar HBO is méér dan een ondergeschoven kindje.

        • Voor de nieuwsgierigen onder u.
          De ouders van de leerling brood en banket hebben hun zoon het jaar laten overdoen, de docent brood en banket was ondertussen manager geworden en een andere docent stond voor de klas. De jongen is geslaagd is zelfstandig ondernemer en heeft een brood en banketzaak met 3 winkels en 8 man personeel in vaste dienst.

          Met de leerling motorvoertuigen is het niet zo goed vergaan, hevig teleurgesteld heeft hij het onderwijs verlaten en een aantal baantjes gehad, de laatste keer dat ik hem ben tegengekomen ( zo’n 7 jaar geleden) was in Amsterdam, hij vroeg me ( ik had hem niet herkend) één euro.

          De timmerman heeft de opleiding verlaten, is aan het werk gegaan als timmerman op een bouwplaats, heeft het op dit moment geschopt tot voorman én is leermeester voor aankomende timmerlui.

          De leerling onderwijsassisstent heeft de opleiding verlaten, is aan het werk gegaan in de plaatselijke supermarkt en studeert in haar vrije tijd aan de open universiteit de opleiding gezondheidspsychologie, met succes tot nu toe.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.