VO-raad: meerderheid docenten tevreden over hun werk

Van de website van de VO-raad:

Meerderheid docenten tevreden over hun werk
9 april 2009

Ruim 80% van de leraren is positief over het werken in het onderwijs. Dat blijkt uit een onderzoek naar de tijdsbesteding van leraren in het voortgezet onderwijs door onderzoeksbureau Regioplan. Met name lesgebonden taken geven docenten veel voldoening.

Volgens het onderzoek blijft de tijdsbesteding van de gemiddelde fulltime leraar binnen de normjaartaak van 1659 uur. Deeltijders werken gemiddeld iets meer dan waar ze voor zijn aangenomen.

Vanwege de lange vakantie moeten leraren de uren in een beperkt aantal weken realiseren, waardoor er sprake is van ongewenste piekbelasting. Ondanks dat docenten aangeven weinig te maken te hebben met werkachterstanden, ervaren veel docenten werkdruk.

Ten aanzien van oplossingen voor werkdruk concluderen de onderzoekers dat: “met individuele verschillen rekening gehouden moet worden bij het zoeken naar oplossingen voor werkdruk en bij het aanpassen van taakbeleid. Dit vraagt om maatwerk voor specifieke groepen leraren in specifieke situaties.”

Opvallend is dat de VO-raad kennelijk drie maanden nodig heeft gehad om DIT EINDRAPPORT van Regioplan door te nemen. Dit rapport – en zijn voorlopers – kwam eerder onder meer HIER, HIER en HIER op de BON-site aan de orde.

11 Reacties

  1. Natuurlijk
    Leraren zijn een tevreden volkje. En sinds er niet meer van die absurd hoge eisen als zoiets vreselijk ouderwets als een bevoegdheid worden gesteld, zijn leraren ook steeds tevredener geworden. Het lesgeven wordt een feestje. In plaats dat je die kennis allemaal zefl in huis moet hebben, construeren leerlingen die kennis geheel zelfstandig uit de computer. Als dat geen lastenverklichting is!

    Het mooie is dat dit mes aan twee kanten snijdt: lerarentekort is binnenkort passé: iedereen tevree! Op naar de 100% tevredenheid.

    • brain drain
      Vaak zijn net diegenen die je het hardst nodig hebt niet tevreden en vertrekken. Er is in het onderwijs al een tijdlang een brain drain gaande.

  2. Tevredenheid
    Zijn docenten tevreden? Waarom wil je dat als onderzoeker nu eigenlijk weten? Wie is de opdrachtgever? Wat gebeurt er met de uitkomst? In hoeverre is er sprake van substitutie ofwel hoeveel docenten hebben zich neergelegd bij de feiten waar je toch geen grip op hebt?
    Ook nu vrees ik dat er weer sprake is van een functioneel onderzoek ter bevestiging van het eigen gelijk.

  3. Het machtsmiddel van werkdruk
    Ik heb vaak gelezen over rapporten in onderwijsland die niet geschreven werden om de waarheid bekend te maken maar om een beleid te rechtvaardigen. Ook over rapporten die de opdrachtgever niet bevielen en daarom maar door hem in een bureaula verstopt werden. Nu gaat het blijkbaar om een rapport dat 3 keer herschreven moest worden voordat het de opdrachtgever beviel. Met zo’n geschiedenis mag je zonder dat je alles tot in detail napluist aan geen enkel rapport veel waarde toekennen. Er verschijnen echter zo veel rapporten dat je om van elk rapport op onderwijsgebied het betrouwbaarheid vast te stellen daarvoor een werkgroep zou moeten vormen waarvan de leden zeer veel tijd moeten steken in napluiswerk. Voor BON is dat ondoenlijk.
    Seger Weehuizen

  4. Extra taken en tussenuren
    Ik geloof best dat mijn feitelijke aantal productieve uren minder groot is dan het lijkt. Maar: al die keren dat je door leerlingen op de gang wordt aangehouden, éven gebeld door ouders, éven overleg hebt met de schoolpsych, nog éven een toetsje uit moet printen, even een mailtje naar de politie etc etc. Dat telt voor velen niet als werk.

    Net als: het tussendoor surveilleren, even de klas opruimen, meedoen met een Kerstviering, overleg over het nieuwe leerplan, de nieuwe methode; telt ook niet als werken. We worden immers alleen per lesuur betaald.

    En dan die uren dat je tussen twee lesuren in moet wachten. Computer is niet beschikbaar, bureau ook niet en een rustige plek ook niet. Even babbelen over een klas is ook nuttig, maar telt ook niet als werk.

    Lesgeven is topsport, naast voorbereiding en nakijkwerk zou ook recuperatie onder onze CAO moeten vallen. Een cabaretier staat anderhalf uur voor een welwillende zaal. Da’s geheel andere koek dan 7 uren onwelwillende jongeren te boeien die er zelf niet voor betaald hebben en hele andere belangen hebben.

    • splitsen
      Ik denk dat we er vroeg of laat niet aan ontkomen te gaan splitsen: op een school heb je dan leraren en begeleiders. Die laatsten praten met klassen over de gevaren van alcoholmisbruik, leren hen over veilig internetgebruik, gezond eten, het belang van voldoende bewegen, sociaal gedrag in openbare gelegenheden, vandalisme, Europa, respect voor elkaars cultuur, etc. Zij bemiddelen tussen Lisa en haar vader, gaan in gesprek met een klas die een leerling buitensluit, helpen Mark aan adressen van organisaties voor homoseksuele jongeren, en bellen op als Sylvia wel erg vaak absent is.

      Natuurlijk heeft de wiskundeleraar ook oog voor hoe zijn leerlingen in hun vel zitten, en kan hij het gesprek aangaan over maatschappelijke onderwerpen, of die ene leerling die ergens mee worstelt met raad en daad bijstaan. Je blijft mens, en leraar blijft een sociaal beroep. Maar AL die bovengenoemde taken en verantwoordelijkheden bovenop het wiskunde-onderwijs is onmogelijk.

      Hele secties draaien al overuren omdat er geen nieuwe vakcollega te vinden was. Daar kunnen voor de overige sectieleden geen andere taken meer bij.

      Met een splitsing zouden diegenen die graag met jongeren werken, maar geen schoolvak beheersen, toch aan de slag kunnen in het onderwijs. De gemotiveerde PABO-ers die alsmaar de rekentoets niet halen, hoeven hun heil niet te zoeken in een andere sector.

      En wie juist de combinatie leraar-begeleider zo aantrekkelijk vindt, kiest voor een combinatie.

      Het zou een grote groep mensen voor het onderwijs kunnen interesseren. De opleiding SPW in mijn woonplaats telt veel studenten. Die studeren geen van allen voor de bevoegdheid in een schoolvak, en gaan straks met z’n allen concurrenten om een klein aantal baantjes als jeugdwerker of straathoekwerker. Velen van hen zouden wellicht prima op hun plek zijn in het onderwijs.

    • @Hinke…
      Al wat je noemt is ook geen werk.
      Alleen het lesgeven telt, en daar ben ik het mee eens.

    • du contract social
      Het ontbreken van intrinsieke en extrinsieke motivatie zou moeten worden aangepakt. Het ontbreken van intrinsieke motivatie heeft men tot nog toe zonder veel succes proberen aan te pakken door het opleuken van lessen en het nieuwe leren waaronder CGO. Het wordt nu hoog tijd om iets te doen aan het bevorderen van extrinsieke motivatie. Leren doet een leerling op een hoger beschouwingsniveau voor een betere toekomst voor zichzelf en voor de samenleving. Wat het laatste betreft moet hij gebonden zijn aan een “contract social” (Dit begrip stamt uit Frankrijk en rechtvaardigt het afzetten van een koning wanneer hij zo regeert dat zijn onderdanen er geen belang bij hebben; daarmee heeft een koning immers de overeenkomst die hij of zijn voorouders voor hem met het volk is aangegaan geschonden). Leerlingen die zich op school niet inspannen om te leren of dat bij anderen proberen te bemoeilijken zouden hun recht op bijstand en gratis medische zorg moeten verliezen.
      Seger Weehuizen

      • consequenties eigen gedrag
        De reden waarom minderjarigen “minderjarig” zijn, is dat zij de consequenties van hun eigen handelen niet kunnen overzien. Voor middelbare scholieren is de toekomst nog ver weg.
        Het is niet dat ik het niet eens ben dat we moeten zoeken naar manieren om onwillige leerlingen te motiveren – goedschiks of kwaadschiks – maar dit soort lange-termijn-visies (ontnemen rechten/zorg) kunnen en mogen we niet van ze verwachten. Omdat zij nog minderjarig zijn.

        • Maar de ouders zijn, hoop ik, niet minderjarig…
          Dus enige druk op de ketel, zoals Seger bij herhaling bepleit, is zo gek nog niet.
          Beter zou echter zijn om het toekomstperspectief te verhelderen.
          Dat kan door de kinderen reeds op zeer vroege leeftijd te laten kiezen voor een beroep, waar de schoolkeuze en het leerpakket vanzelfsprekend uit volgen.
          Algemeen vormend onderwijs zou dan voor de intelligentere leerlingen zijn weggelegd.
          En zo we dat niet willen: verbod op kinderarbeid en de leerplicht afschaffen.
          Het klinkt rigoureus, maar het is zo gek nog niet.
          Het past ook binnen het plaatje dat de overheid, sinds gisteren, jonge mensen wil stimuleren een eigen bedrijfje te beginnen.
          Dan moet wel de regelgeving en de belastingdruk omlaag.

  5. Deeltijders werken meer
    Met betrekking tot de deeltijders klopt het artikel aardig. Ik werk officieel voor 72%. Dit jaar houd ik bij hoeveel uur ik maak. Op dit moment zit ik aan dik 100 overuren. Dat is met mijn werktijdfactor meer dan 3 en een halve week. Misschien moet ik maar voltijd gaan werken, blijkbaar lukt het dan wel binnen de afgesproken tijd te blijven.

Reacties zijn gesloten.