www.depers.nl/UserFiles/File/De_Pers_dinsdag_15_april_2008.pdf
===
ALLE RELEVANTE KENNIS IS NA EEN WEEK WEG
De onderwijsvernieuwingen zijn grotendeels mislukt, concludeerde de commissie-Dijsselbloem. De Tweede Kamer praat er vandaag over. Intussen dendert het Nieuwe Leren vrolijk door. Ervaringsdeskundige Marten Blankesteijn, verslaggever van Dagblad De Pers, beklaagt zich over het slechte onderwijs dat hij zelf heeft genoten.
Marten Blankesteijn
AMSTERDAM …
Drie jaar geleden rond deze tijd waren
alle zesdeklassers op mijn middelbare
school in de ban van het profielwerkstuk.
Het wat, zegt u? Het
profielwerkstuk, een door onderwijsvernieuwers
bedachte mega-opdracht
waarmee we onze schoolcarrières
glansrijk zouden afsluiten. Alle
‘competenties’ die we in onze middelbareschoolperiode
hadden opgedaan
zouden in die allesomvattende
proeve van bekwaamheid samenkomen.
Leren plannen, leren leren,
zelfstandig informatie opzoeken, en
meer van die opgeblazen begrippen
die in de praktijk weinig voorstellen.
Dat werd natuurlijk net zo’n grap
als de rest van de Tweede Fase. Toen
mijn partner in crime en ik al drie ‘uiterste
inlevermomenten’ hadden gemist,
en we eigenlijk al een half jaar
bezig hadden moeten zijn, kregen we
eindelijk een goede aanleiding om
wél aan de slag te gaan. Het vierde ultimatum
negeren zou betekenen dat
we geen eindexamen mochten doen.
En dus haalden we een paar boeken
uit de bieb en begonnen een dag lang
driftig te tikken. Dat was wel even
wennen – van internetsites kon je gewoon
knippen en plakken, nu moesten
we opeens gaan overschrijven –
maar bij een profielwerkstuk kon je
maar beter niet gepakt worden op
plagiaat. Boeken waren wat dat betreft
een stuk veiliger: leraren gingen
er al lang niet meer van uit dat we die
überhaupt lazen.
We stonden vroeg op, tikten ons
suf, goten de inhoud in een gelikte
lay-out en bedachten nog even snel
een bijdehante presentatie. Toen die
de volgende dag achter de rug was en
het werkstuk was ingeleverd, niksten
we weer tevreden verder.
Tot we weer een dag later werden
ontboden bij de leraar. Knikkende
knieën. Het zou toch niet? ‘Zoals jullie
weten vindt morgen de PWS-show
plaats’, begon hij. ‘Daarin presenteren
we de twintig beste profielwerkstukken
aan ouders en jongere leerlingen.’
Ja, en? ‘En jullie PWS hoort
daar zeker bij.’
We probeerden onze lach nog in te
houden, maar dat lukte niet. Het was
een typerende afsluiting van zes jaar
lanterfanten in een gezellig, maar verschrikkelijk
slecht onderwijssysteem.
Met dank aan de dames en heren onderwijsvernieuwers
was het op onze
doorsnee katholieke scholengemeenschap
vanaf de vierde klas afgelopen
met regelmatig huiswerk controleren.
Toetsen waren er nog maar vier
weken per jaar. In de resterende tijd
hadden we wel lessen, maar een aanwijsbare
reden om te leren was er
niet.
Elke periode zag er daardoor hetzelfde
uit. Twee maanden lang beperkten
we onze hersenactiviteit tot
het absolute minimum – ik had niet
eens een agenda – om daarna in de
toetsweek als een bezetene te leren.
Wekker om zes uur, tot middernacht
alle wiskundehoofdstukken er doorheen
rammen, slapen, tentamen maken,
een paar honderd Franse woordjes
leren tot middernacht, enzovoort.
Om daarna weer twee maanden uit te
rusten.
Cijfertechnisch gezien was het een
gouden aanpak. Elke som had ik
maximaal 24 uur geleden voor het
laatst gemaakt, dus een redelijk cijfer
zat er vaak wel in. Het enige nadeel
was dat ik alle relevante informatie
een week later kwijt was. Ik realiseerde
me toen al wel dat dat niet zo handig
was, maar ja, ik had wel wat beters
te doen dan regelmatig met m’n neus
in de boeken zitten. Vond ik. En de
overgrote meerderheid van mijn klasgenoten
en vrienden – ongeacht op
welke school ze zaten – dacht er net
zo over. Het resultaat? Een geweldige
schooltijd en een geweldig gebrek
aan kennis.
Dat mag dan wel zo zijn, hoorden
we de onderwijsvernieuwers zeggen,
maar in ‘de informatiemaatschappij’
gaat het niet echt om kennis. Vaardigheden,
dat is belangrijk. Vaardigheden?
Er is nauwelijks nog een tiener te
vinden die foutloos Nederlands kan
schrijven, fatsoenlijk Engels spreken
zit er meestal ook niet in, om nog
maar te zwijgen over vrij essentiële
vaardigheid als rekenen.
Als bij wiskunde werd gevraagd
om de standaarddeviatie, wist ik dat
ik het knopje ‘1-Vars Stats’ op mijn
grafische rekenmachine moest hebben.
Wat die standaarddeviatie nou
precies was – geen idee, laat staan wat
‘1-Vars Stats’ deed. Het goede antwoord
kwam in beeld, en daar ging
het om. Plannen kunnen we nog
steeds niet, ik heb niet het idee dat ik
heb ‘leren leren’, dus over welke vaardigheden
hebben we het nou eigenlijk?
De parlementaire onderzoekscommissie
die een jaar lang onderzoek
deed naar de vele onderwijsvernieuwingen
liet weinig heel van de
‘tunnelvisie’ van de hervormers. De
veranderingen werden ingevoerd
zonder leraren, leerlingen en ouders
te raadplegen, en, ook niet onbelangrijk:
zonder wetenschappelijk bewijs
dat de nieuwe methodes beter zouden
zouden
zijn dan de al bestaande. Het
klinkt mooi, meer vrijheid en meer
zelfstandigheid, maar studenten en
vooral pubers blijven luie wezens die
naar het plafond staren nog interessanter
vinden dan een boek lezen.
Op een enkele brave Hendrik na betekent
veel meer vrijheid voor veruit
de meeste leerlingen dus vooral veel
minder leren en dus veel minder kennis.
Toch wordt het Nieuwe Leren, een
onderwijsvariant met nóg meer zelfstandigheid
en nóg meer ‘leerlinggestuurd
denken’, steeds populairder.
Bij sommige scholen blijft dat beperkt
tot wat meer eigen verantwoordelijkheid
voor leerlingen, maar andere
instellingen gooien het roer helemaal
om: geen lessen meer, geen
proefwerken, geen leraren, maar
portfolio’s, competenties en coaches.
Het mbo overweegt nog altijd het
Nieuwe Leren op álle mbo’s in te voeren,
ondanks vele klachten van leerlingen.
Voorstanders van het Nieuwe Leren
geven grif toe dat het aan wetenschappelijk
bewijs voor hun stelling
ontbreekt. Maar, zeggen ze meteen:
er is net zo min bewijs dat dat Nieuwe
Leren sléchter is. Door de grote verschillen
en de vele variabelen is ‘de’
kwaliteit van ‘het’ onderwijs nou
eenmaal niet te meten. En dat maakt
van de jarenlange onderwijsdiscussie
een bijna religieus steekspel waarin
niemand ooit gelijk gaat krijgen: fundamentalistische
onderwijsvernieuwers
versus ongelovige conservatieven.
Dat hoeft op zich niet erg te zijn.
Veel scholen met uiteenlopende
werkwijzen zorgen voor meer keus
voor de ouders, weten ook de parlementair
onderzoekers. Als het aan de
commissie-Dijsselbloem ligt, be-
moeit politiek Den Haag zich voortaan
niet meer met hoe onderwijs gegeven
wordt. De overheid bepaalt
wat leerlingen aan het eind van de rit
moeten weten, en op welke manier
die kennis er in geramd wordt, mogen
de scholen zelf uitzoeken. Een
prima idee. Ouders die denken dat
hun kind zich het best ontwikkelt als
het mag doen waar het zin in heeft,
kunnen terecht op Iederwijs-achtige
instellingen, en voorstanders van discipline
en controle sturen hun kroost
naar traditionelere scholen. Iedereen
blij.
Tot zover de theorie. Twee maanden
geleden was ik voor een reportage
op een middelbare school in Almelo,
waar de Tweede Fase officieel
wel is ingevoerd, maar waar ze nog
steeds met de ouderwetse harde hand
regeren. Strenge controle op huiswerk,
regelmatige toetsing, dat werk.
Met succes: de school staat op zo’n
beetje elk lijstje in de Nederlandse
top. De traditionele aanpak werkt
dus?, vroeg ik aan een van de leidinggevenden.
Die schoot meteen in de
verdediging: we doen heel veel met
computers, hoor! En we hebben
sinds kort ook een zelfstandig-werkuurtje!
De lobby van de Nieuwe Lerenfundi’s
heeft in korte tijd blijkbaar
diepe sporen nagelaten. Zelfs scholen
die onwaarschijnlijk goed scoren,
schamen zich voor hun werkwijze.
Stel je voor dat je in de krant wordt
afgeschilderd als traditionele
school!
Zelfstandigheid, leerlinggestuurd
denken, competentiegerichte aanpak
en vergelijkbare onzin – het hele onderwijsveld
is er inmiddels mee vergeven,
en het einde is nog lang niet in
zicht. Van een keuze is nauwelijks
nog sprake.
Dat merkte ook Jeroen Dijsselbloem
op toen ik hem sprak over het
rapport van ‘zijn’ onderzoekscommissie.
‘In de grensstreek bij België
zie je dat heel veel Nederlandse ouders
hun kinderen naar een Belgische
school sturen. Júist omdat ze daar
nog traditioneel werken. Blijkbaar is
er veel vraag naar zo’n aanpak. Dus
als ik een school zou runnen, zou ik
het wel weten.’
De politiek begint het te snappen.
Nu de onderwijsmanagers nog.
===
Mijn eigen naschrift: Deze journalist snapt het behoorlijk goed, maar de onderwijsmanagers gaan het pas snappen als het gaat lónen om het te snappen. En van de politiek snappen alleen de oppositiepartijen de onderwijs ellende; uit geen enkele beleidsmaatregel blijkt dat de regeringspartijen het ook snappen. En wanneer zouden de collega-journalisten van Marten Blankesteijn het gaan snappen? Waarom snapt Paul Witteman bijvoorbeeld niet dat academici voor sowieso de h/v-bovenbouw gemiddeld betere docenten zijn? En dat ze weggaan/wegblijven als je ze niet hoger beloont? Waarom blijft de rol van de schaalgrootte, het management, en de op stapel staande prestatiebeloning compleet onderbelicht? Waarom schiet een BNR-journaliste in de lach als een SP-politicus het over de “pedagogische maffia” heeft, omdat ze het niet begrijpt, terwijl een ingevoerde journalist toch meteen zou moeten weten waarover het gaat?
Afgelopen week heeft mijn sectiegenoot, na zo’n anderhalf jaar in het onderwijs waarvan één jaar verspild aan de postdoctorale lerarenopleiding, na een negatieve beoordeling de handdoek in de ring gegooid en is-ie aan het solliciteren geslagen naar functies buiten het onderwijs. Wéér een gemotiveerde, jonge docent met een hoop vakkennis, die vermorzeld is door het systeem en verloren is voor het onderwijs.

De bovenbazen van het MBO
“Het mbo overweegt nog altijd het Nieuwe Leren op álle mbo’s in te voeren, ondanks vele klachten van leerlingen”.
“Het MBO” is natuurlijk de MBO-raad waar alle bovenbazen hun beleid op elkaar afstemmen. Het is volkoment irrelevant of onze overheid wel of niet CGO als de verplichte onderwijsvorm op het MBO invoert. Het zijn de MBO-bovenbazen die daarover beslissen. Het is triest dat de politici te laf zijn om dat eerlijk te zeggen.
Seger Weehuizen
CGO ook favoriet bij politici
Bij de eerste termijn van het kamerdebat over Dijsselbloem, bleek dat CGO op het MBO nog bijzonder populair was. Zie mn blog verslag hierover. Natuurlijk werden er vraagtekens gezet, maar die werden vergezeld van opmerkingen als dat men vooral voldoende tijd moest uittrekken om het in te voeren, dat er draagvlak zou zijn, maar dat dat eventueel wel verder onderzocht moest worden, en dat CGO alleen gaat over het WAT en niet over het HOE.
CDA, VVD en CU zijn voor invoering van CGO. PvdA lijkt ook voor. SP is tegen, steunt in ieder geval het voorstel voor een parlementair MBO/HBO onderzoek. Niet alle uitspraken waren duidelijk, maar ik kreeg weinig vertrouwen in het gevoel van urgentie bij de politici: dat leek volledig te ontbreken.
Onbegrijpelijk
Uit het rapport van de commissie Dijsselbloem blijkt heel duidelijk dat VMBO, studiehuis en basisvorming uit de koker kwamen van mensen rond het onderwijs (vakbonden, raden, pedagogische centra etc.) en dat leraren, ouders en leerlingen niets gevraagd werd of als hen iets gevraagd werd de antwoorden genegeerd werden. Politci lijken niet in te zien dat met CGO nu precies hetzelfde gebeurt.
Uit het rapport van de commissie Dijsselbloem blijkt heel duidelijk dat het `procesmanagement’ van de verschillende vernieuwingen een zeer kwalijke rol heeft gespeeld (Femke Halsema wees hier in het debat ook weer op). Politici lijken niet in te zien dat de raden (PO,VO,MBO,HBO) nu precies dezelfde rol spelen, maar dan op een nog groter terrein.
De politici lijken de conclusies die Dijsselbloem trekt uit het verleden niet toe te kunnen passen op de huidige situatie. Onthutsend.
Dan de vraag van Em70 over journalisten. Zo iets heet `cognitieve disonantie’. Deze journalisten kunnen gewoon absoluut niet begrijpen dat iemand die zelf niet verder is gekomen dan VMBO nu in het VWO lesgeeft. Dat is zo ver van redelijk dat het gewoon weggezeeft wordt.
Men heeft geen benul
Ik probeer het netjes te verwoorden, maar er zijn twee mogelijkheden: óf men speel vuil spel, of men is én naïef én dom én heeft zich onvoldoende verdiept in het onderwijs, weet er simpelweg te weinig van af.
Het voorbeeld: Jan Jacob van Dijk van het CDA. Hij bleef hameren dat CGO alleen maar over WAT ging, en dat dat allemaal netjes was besproken met bedrijfsleven en MBO. Hij weet niet, of wil niet weten, dat bij op een dergelijke manier geformuleerde eindtermen ook een specifiek soort antiwijs behoort. Dat de O in CGO voor onderwijs staat en niet voor Examen of Toets. Dat het maar heel gedeeltelijk om eindtermen of kwalificatie dossiers gaat, maar dat daarmee de hele diarree aan vernieuwling wordt binnen gehaald.
Hij herhaalt steeds formele standpunten en procedures. Dat is een veelgebruikt mechanisme om onder inhoudelijke debatten uit te komen.
Daarbij hanteert hij nog een andere truc. Hij tamboereert op onderling vertrouwen en er samen wat van maken en dergelijke. Dat klinkt altijd veel positiever dan dat je in een betoog vertelt dat de overheid de maffia heeft losgelaten op het onderwijslam. Je hoeft namelijk nooit aan te tonen dat mensen van goede wil zijn, maar je moet elke beschuldiging wel 10x hard maken. Terecht wellicht, maar buitengewoon naïef in dit licht.
JJvD en het CDA doen niets anders dan wat men al jaren doet: geen vijanden maken bij de machtigen en positief en blij verder keuvelen. Boos op iedereen die de blijde boodschap (het gaat nu vast goed / het gaat al allemaal goed) wreed verstoort. Niet voor niets was van Dijk ook degene die een sneer over BON uitdeelde aan Jasper van Dijk: “U luistert te veel naar een select groepje BONners”.
Vervelende club, die BON. Men verstoort de idylle.
Ik ga maar eens een mailtje schrijven aan die Jan Jacob van Dijk.
Het CDA
beschermt haar bestuursmacht in de raden en besturen. Een macht gecreerd in de afgelopen 5-6 jaar, waar Lieve Maria voor gezorgd heeft. Het opgeven of onder de loep leggen van vooral CGO breekt de bestuursmacht af. Vergeet niet dat het stagegedeelte van de opleidingen in de verschillende kabinetten Balkenende gegroeid is van 2 weken per jaar naar de huidige 50% van de lestijd. Zo waren de werkgevers ( lees VVD) ook weer tevreden. Duidelijk wordt zo stilaan dat onze Minister Plasterk in de wurggreep van CDA, CU en regeerakkoord is terechtgekomen. Wordt het niet weer eens tijd om zwaar te gaan polariseren? Vergeet niet dat weliswaar de lonen een beetje beter worden, maar hierdoor Beter Onderwijs uit het vizier verdwenen is. Ik hoor het de bestuurderen al zeggen: “waar zeuren jullie nog over, jullie hebben nu toch een hoger loon. Niet meer zeuren over onderwijs en het “hoe”, dat regelen wij nu verder wel”.
Mn mail aan Jan Jacob van Dijk
Geachte heer van Dijk,
Ik heb dinsdagmiddag het debat over het rapport Dijsselbloem met grote interesse gevolgd. Daarbij heb ik geconstateerd dat alle woordvoerders in hoofdlijnen tevreden waren over het werk van de commissie en het rapport dat daaruit voortvloeide.
Kennelijk heeft de commissie zaken geconstateerd, onderbouwd, geanalyseerd die inderdaad verkeerd zijn gegaan. De politiek als geheel heeft grote fouten gemaakt. Ook u was het daarmee eens.
Zoals u ongetwijfeld weet heeft de vereniging Beter Onderwijs Nederland een belangrijke rol gespeeld in het op de agenda plaatsen van de misstanden in het onderwijs. Zonder BON was er wellicht helemaal geen commissie Dijsselbloem geweest.
Wat ik dan niet begrijp is dat u in een woordenwisseling met Jasper van Dijk van de SP meende te moeten opmerken: “U luistert te veel naar een select groepje BONners”.
Dat lijkt opnieuw een poging om ons weg te zetten als zeurkousen die te hard schreeuwen. Opnieuw een poging om te ontkennen wat u eerder in zoveel woorden zelf had bevestigd. Het zou mooi geweest zijn als mensen als Ad Verbrugge door de politiek werden geprezen omdat zij op een constructieve manier enorm veel hebben bijgedragen aan het noodzakelijke debat over de kwaliteit van het onderwijs. Maar nee, in plaats daarvan plaatst u een sneer naar BON. Eerlijk gezegd begrijp ik daar niets van en heb ik het ervaren als een klap in het gezicht.
Met de meeste hoogachting,
xxx
(lid BON en leraar wiskunde)
Select!
Da’s best een compliment van Van Dijk! Niet “een marginaal groepje BONners”, nee, een select groepje.
Anders lezen
Je kunt het ook anders lezen: volgens Jan Jacob van Dijk luistert Jasper van Dijk slechts naar een klein deel van de BONners. De overgrote meerderheid van de BONners is het volgend JJ van Dijk natuurlijk eens met JJ van Dijk. BON heeft nu dan wel (plusminus) 5000 leden, maar dat getal wuif je weg door te zeggen dat de BONners waarmee J van Dijk spreekt niet representatief zijn voor die 5000.
Je moet de politiek in Classica 🙂
“Te veel luisteren naar een select groepje BONners” interpreteren als een compliment naar BON. Er ligt een mooie toekomst aan je voeten met een dergelijk talent 😉
Of inderdaad: meer in de lijn van Mark79: Je moet luisteren naar een aselect groepje BONners.
Blurp.. altijd al last gehad van dat rare vak statistiek.
Hebben we al
Dit artikel hebben we al mensen. Zie hier.