Over ’n paradox gesproken. Ene Paul Jungbluth, onderwijssocioloog, voormalig Tweede Kamerlid voor GroenLinks (lees allemaal gerust nog ’n keer) en wat er volgens hem op de basisschool zou moeten gebeuren: CITO score dient schooladvies te bepalen. Wat ’n schrijnend voorbeeld (met foto in ’t NRC), van hoe iemand volledig ’t contact met de werkelijke situatie mist. En nog een. Volgens ’n onderzoek, zijn leerkrachten de meest bevlogen werknemers. Die van groep 8 (BO) in ieder geval niet. Die proberen om naast de uitslag van 3 CITO ochtenden, ook meer mee te wegen. Werkhouding, sociale omstandigheden en 8 jaar betrokkenheid met het kind. Fout! Ze moeten de CITO score afwachten. Domme jongens (meestal nog) die onderwijzers! Stuur gerust die kinderen naar dat VO, waar ze op dat moment niet aan toe zijn. Zoiets als, apres moi le deluge. Je kunt ook natuurlijk aan je directie, bestuur of een of andere onderwijssocioloog vragen hoe je dat nou het beste kunt doen, zo’n advies. ’n Hele lange stilte waarschijnlijk. De socioloog zou zeggen, het helpt als je je bewuster gaat worden van je verwachtingen. En daar kun je (ik) het mee doen.
Ondanks mijn wat badinerende toon, vind ik het onbeschoft om dit te moeten lezen (NRC 21/2/07), uit de mond van ’n zogenaamde deskundige. Doet pijn. Maakt heel kwaad.
Reacties zijn gesloten.

Beste Leo
Beste Leo,
Ik ben het met Paul Jungbluth eens dat de CITO score het schooladvies dient te bepalen. Je kunt erover twisten of het alleen de CITO eindtoets moet zijn of de score op het CITO leerlingvolgsysteem (dus verschillende toetsen over de jaren heen).
Ik heb zelf hele slechte ervaringen met leraren die het advies laten afhangen van werkhouding en sociale omstandigheden. Mijn scores waren goed, maar mijn werkhouding niet en mijn ouders waren niet hoogopgeleid, dus moest ik maar naar de HAVO en niet naar het VWO.
De CITO toets is niet ideaal, maar wel het beste dat we hebben. Leraren zijn, net als andere mensen, heel erg bevooroordeeld en kortzichtig.
Beste Mark.
Beste Mark,
Wat mij betreft, alsnog ’n compliment voor het advies van je leerkracht uit groep 8. Knap om te voorzien dat je, ondanks gebrek aan werkhouding, je weg wel zou vinden. Kan/kon ook anders aflopen.
Onderwijzers(essen) en dan heb ik het niet over leraren, zijn inderdaad mensen. Maar niet altijd bevooroordeeld en kortzichtig. Degenen die ik ken, zijn veelal bevlogen en niet dom.
Alleen vrees ik, dat jij weinig weet van het huidige basisschool gebeuren. Ik vrees zelfs, dat je zelf binnen het VO werkt, of hoger. Misschien wel manager. Of misschien werk je bij het CITO?
Complimenten?
Beste Leo,
Als je mijn stukje goed leest dan zie je dat mijn onderwijzer het fout had. Die vond de HAVO wel goed genoeg, ik heb het VWO gehaald. Ik werk niet bij het CITO of in het VO, maar ben wiskundige aan de University of California.
‘Bevlogen en niet dom’ is niet in tegenspraak met bevooroordeeld. Alle mensen zijn bevooroordeeld, sommige mensen weten dit van zichzelf en andere niet. Die laatsten, daar moet je mee uitkijken. Iedereen heeft een eerste indruk van een ander persoon. Deze eerste indruk is erg krachtig. Als de onderwijzer je eenmaal het etiket ‘dom’ opgeplakt heeft (en dit gebeurt vaak al bij het zien van de -buitenlandse- naam of het horen van het beroep van de ouders), dan kom je daar vaak niet meer vanaf.
Chirurgen ook ?
“Leraren zijn, net als andere mensen, heel erg bevooroordeeld en kortzichtig”. Wat is dit voor een kijk op een professionele organisatie ? Chirurgen zijn ook heel erg bevooroordeeld en kortzichtig? Het gaat me om die generaliserende opmerking van je.
Kortzichtig e.d.
Staat daar niet gewoon: ‘onder alle mensen komen bevooroordeelde en kortzichtige mensen voor, dus ook onder leraren’? Dat is toch niets nieuws?
Ja gp61
Mensen zijn van nature bevooroordeeld (ook chirurgen). Mensen gaan vaak af op hun emoties en eerste indrukken en niet op de feiten. Dat is inderdaad een hele generaliserende opmerking: ik heb het hier over alle mensen, niet slechts leraren.
Het dier in ons is nog steeds aanwezig, ondanks al die evolutie.
Werkhouding als criterium
Daarmee heb ik ook slechte ervaringen. Mijn zoon verveeelde zich een hoedje als begaafde leerling. Hij wist dat hij al om half 11 klaar was met al zijn taken als hij meteen zou beginnen en een goed tempo erin zou houden. Hij wist ook dat de leerkracht hem de rest van de dag aan zijn lot zou overlaten en ging notabene elke dag zo lang mogelijk op de wc zitten om tijd te rekken. Daar is je kind niet leerplichtig voor. Dit werd door de leerkracht gezien als desinteresse. Ook al was zijn cito op vwo-niveau, de leerkracht vond het een kind voor een dakplanklas (havo/vwo). Ook toen er een tweede gegeven op tafel lag – een NIO toets met als uitslag vwo – was de school niet te overtuigen. Hij zit inmiddels in de tweede klas (vwo) en haalt uitstekende cijfers. De CITO is beter van kwaliteit dan het schooladvies.
Gelijke ervaringen
Mijn ervaringen zijn gelijk aan de jouwe Fritzi. Inmiddels hebben mijn beide kinderen (met HAVO-advies) op 17 jarige leeftijd gymnasium resp. VWO afgesloten met extra vakken.
Mark, ik ben het eens met de Onderwijsraad
Volgens de Onderwijsraad moet de Cito-toets niet langer als eindoordeel gelden.
Het eindrapport moet een officieel schooldiploma worden.
Dat eindrapport moet in de toekomst alle resultaten vanaf (!) groep 6 tot en met 8 bevatten.
Daarop moet ook het schooladvies gebaseerd zijn.
In de resultaten van groep 8 zit vanzelfsprekend ook de uitslag van de Cito-toets.
Overigens vind ik, hetgeen ik al eerder heb betoogd, dat de ouders het recht moeten hebben hun kind, tegen ieder advies in, op een hoger schooltype te plaatsen.
Op eigen risico, zoals dat zo mooi heet.
Beste Hals
Dag Hals,
Gezien jullie intieme correspondentie (Mark/Hals), zie ik verder af van discussie over de CITO toets.
Of het onder pruttelen of polderen valt weet ik niet. In elk geval poldert de Onderwijsraad vrolijk door.
Kinderen
“Overigens vind ik, hetgeen ik al eerder heb betoogd, dat de ouders het recht moeten hebben hun kind, tegen ieder advies in, op een hoger schooltype te plaatsen.
Op eigen risico, zoals dat zo mooi heet.”
Wie z’n risico ? Kinderen moeten soms tegen hun ouders beschermd worden. Ik ken helaas te veel voorbeelden van jongelui die vanwege de hoogheidswaanzin van hun ouders gefustreerd zijn geraakt. En dan heb ik het nog maar niet over de negatieve invloed op docenten en de school, want het ligt natuurlijk nooit aan hun “lieveling”.
Wij waren ook kinderen
die geen van drieën zijn gaan doen wat de school wilde en die ‘wij’ zijn drie kinderen uit één gezin. Mijn zus moest maar mms gaan doen: eindexamen gymnasium bèta; mijn broer kreeg het advies om naar de mulo te gaan: eindexamen hbs-b; ik kon wel naar het gymnasium, maar deed eerst mms, vervolgens atheneum. Alledrie een universitaire opleiding afgerond. We kwamen uit een wit, welgesteld gezin van hoog opgeleide ouders.
Voor en tegen
Je hebt kinderen die bang zijn om iets fout te doen. Die krijgen mogelijk hun CITO-toets niet af. Andere kinderen spitten te diep en gaan daardoor de fout in. Als toelating enkel op grond van de CITO-toets geschiedt zou je als ouder in dat geval machteloos zijn. Niet alle onderwijzers geven goed onderwijs. Ook om die reden zou een uitslag van een CITO-toets laag kunnen uitvallen. Ik ken iemand die bijles geeft aan lagere-school kinderen. Die gaan het daardoor steeds beter doen. Moet je dan voor toelating tot een bepaald niveau toch de cijfers uit de lagere leerjaren meetellen? En blijkt hieruit ook niet duidelijk dat de interactie van de onderwijzer en leerling van belang is voor wat een leerling aan het einde van groep 8 kan laten zien? (De CITO-eindtoets is bedoeld om te meten wat de leerlingen op de lagere school hebben opgestoken, Zij zou echter zo samengesteld moeten worden dat ze een betrouwbare prognose geeft over geeft over het niveau dat de leerling aankan).
Het recht van ouders om hun kind tegen het advies van de school in op een hoog schooltype te plaatsen zal kinderen van laaggeschoolde ouders vaak niet helpen. Wat wel kan helpen is dat docenten van het vervolgonderwijs een half jaar lang een dag in de week leerlingen van groep 8 op VWO-niveau onderwijzen in moeilijke leervakken zoals wiskunde en Oud-Grieks
Schooladvies
Een voorbeeld uit de praktijk, Leo, ter ondersteuning van mijn opvatting, dat het laatste woord toch aan de ouders moet zijn:
“….Uw dochter moet van school, want Uw dochter kan geen Frans en zal het ook nooit leren”, sprak de Franse lerares tegen de vader.
De vader keek bedenkelijk en zei na een korte stilte:”En als ze nu een Franse moeder had gehad?”
De dochter mocht blijven en behaalde enkele jaren daarna met glans haar Gymnasiumdiploma.
Waar gebeurd.
Schooladvies.
Natuurlijk!
Helaas hebben we het over 2 verschillende werelden. Boven modale 1 talige kinderen komen (hopelijk) vanzelf ergens goed terecht. Voor dat je het weet zitten ze overigens op hun 23e nog thuis, maar dat is ’n ander verhaal. Ik werk met basisschool kinderen die in hele andere situaties verkeren.
Sommigen hebben eind groep 8 nog geen idee, wat Frankrijk is.
Meten is weten
Er is al zo lang een CITO-toets. Adviezen die afwijken van advies dat op grond van de CITO-score verwacht werd zijn er ook al heel lang.
Het lijkt mij mogelijk om uit te zoeken hoe die adviezen uitgewerkt hebben in de praktijk.
Doe daarna voorstellen of het zinvol is om het advies alleen van de CITO-score te laten afhangen of dat er andere criteria mogen gelden.
Nu overheerst in de reacties vooral een gevoel, aangevuld met voorbeelden.
Natuurlijk kun je een grote zaal vullen met mensen die een verkeerd advies hebben gekregen, maar dat lijkt me mogelijk bij zowel een CITO gebaseerd advies als bij een advies dat gebaseerd is op andere criteria. Zoek statistisch uit welk advies het beste gewerkt heeft.
Mijn gevoel is dat de CITO-toets alleen teveel een momentopname is en bovendien in zekere mate trainbaar. Moeten er dan ook CITO-toets herkansingen komen?
Inderdaad
Vreemd dat er niet gemeten wordt.
De onderwijskundigen in Nederland hebben blijkbaar iets beters te doen dan meten…
Re meten is weten
Sommige basisscholen volgen hun oudleerlingen nog wel een tijdje om te zien of hun eigen adviezen goed hebben uitgepakt. De school van mijn zoon beweert althans van wel.
Overigens blijven zowel de CITO als die leerkrachtadviezen ALTIJD een beetje een vorm van piskijken, omdat een kind tussen zijn elfde en zijn veertiende behoorlijk kan veranderen.
Natuurlijk en juist daarom
mogen de scholen zich wel eens wat bescheidener opstellen.
Basisschool volgt oud-leerling
Daar wist mijn oude school wel raad mee. Eerste rapport ging naar oude basisschool. Dus kregen we de instructie daar geen onvoldoendes op te zetten. Dan zouden ze ons namelijk kinderen blijven sturen. Ja, een school in het nauw doet rare sprongen…
“Van meten tot weten”
Hier wreekt zich het (non)gezegde: “meten is weten”. Want dit is klinklare nonsens. De inaugurele rede van Heike Kamerlingh Onnes bevatte een beroemd geworden statement over het belang van experimenten in de natuurkunde: ‘Door meten tot weten, zou ik gaarne als zinspreuk boven elk physisch laboratorium willen schrijven.’ . En dit is later de wereld in gegaan als “meten is weten”. Helaas. Een leuk voorbeeld dat illustreert dat dit onzin is is te vinden in dit artikel getiteld: “Onderhoud door restzetting: meten is weten?”. Als hier al zoveel onzekerheid in zit wat “voorspelt” de CITO-toets dan? Plus dat we het hebben over kinderen die nog behoorlijk veranderen. Vervolgmetingen zijn van belang, om een model aan te passen. Welk model, als het om de CITO-toets gaat ? Het havo-kind-model ? Nooit van gehoord.
Mosterd na de maaltijd
Ik lees deze draad nu pas en wil toch nog even reageren. Zelf kreeg ik ook, achteraf, een verkeerd schooladvies. Wat doet je vader? Oh dan moet jij maar naar … Naar mijn idee ben ik daar helemaal niet slechter van geworden. Je leert er van knokken en dat is ook veel waard. Adviezen zullen nooit waterdicht worden, dat moet je accepteren. Maar daarmee is het wel van groot belang dat er leerwegen open blijven staan voor ‘laatbloeiers’. En ook dat is de onderwijsvernieling ingegaan.
Doorstromen mogelijk
Mijn vraag is hoe het nu geregeld is met de mogelijkheid van doorstroming. Op deze website lees ik: “Aan leerlingen die doorstromen vanuit vmbo-tl naar 4 havo worden vanuit landelijke regelgeving geen nadere eisen gesteld. Oorspronkelijk werden tenminste Frans of Duits en wiskunde vereist en voor de natuurprofielen ook natuur- en scheikunde I of biologie, maar deze eis bestaat niet meer. Een school kan zelf wel (beperkende) voorwaarden stellen aan de toelating tot havo vanuit vmbo theoretische leerweg. Overigens is ook toelating van leerlingen vanuit de gemengde of een andere leerweg in 4 havo niet onmogelijk. Als de school verwacht dat zo’n leerling een goede kans maakt het havo diploma te halen, dan kan de inspectie toestemming verlenen deze leerling in 4 havo toe te laten.”
Hoe werkt dit in de praktijk ? Zijn er aantallen bekend ?
Aantallen?
Geen idee; maar in mijn inschatting weinig vmbotl-havo4. Vroeger was de overstap 5havo-5vwo heel gebruikelijk.
Nu gaat het vooral om vmbo-mbo-hbo; havo-hbo-universiteit; vwo-universiteit. En is er niet meer afstroom dan opstroom?
Nog meer overstap in het verleden
En MTS naar havo 4, en mavo naar havo 4. En dan met een havo-diploma naar vwo 5. Vervolgens naar de universiteit. Die route is nu toch wel afgesloten. Het lijkt mij, dat je hieruit moet concluderen dat het advies uiterst zorgvuldig moet zijn. Bij twijfel: wel inhalen, als u begrijpt wat ik bedoel.
Advies
Je zou iedereen de kans willen geven; maar de bekostiging belemmert veel. Omdat je niet mag selecteren zitten er veel hangjongeren in de klas. Als je ze adviseert om iets anders te gaan doen komt er een horde kundigen op je af die eigenlijk beweren dat je niet goed bij je hoofd bent. Dus je laat het maar zo. En foutloos voorspellen bij complexe verschijnselen kan principieel niet. (Heisenberg)
Heisenberg ?
Even gegoogled: “geen enkel verband tussen de onzekerheidsrelaties van Heisenberg
en experimentele fouten bij metingen. De relatie is fundamenteel van aard !”
Stimmt
Niet-commuterende grootheden zijn niet gelijktijdig meetbaar binnen nauwkeurigheidsgrenzen van h/4*pi.
Experimentele ‘gelijktijdige’ metingen hebben dus principieel hogere nauwkeurigheidsgrenzen.
Maar met de soort metingen waar het hier over gaat heeft dat inderdaad geen moer te maken.
Leuk dat je het even opgoogelde.
Nou ja..
Nou ja, ik weet dit wel, maar even snel opzoeken (je moet wel weten wat je zoekt!!!) en je hoeft verder niets te formuleren (kost mij toch wel veel tijd). Ik zei altijd tegen mijn studenten: ik weet niets (meer) maar kan alles vinden.
Mits
Je de taal kent, de begrippen weet en de vaardigheden hebt. Laat maar met de Russische Google -Dirac vergelijking- opzoeken en daarna het resultaat presenteren. Volgens mij zie je ze dan lange tijd niet terug.
Vlinder-effect
Hendrikush bedoelde het vlinder-effect van de meteoroloog Lorentz (practische onvoorspelbaarheid bij bepaalde dynamische systemen).
Stom
Dat ik daar niet aan gedacht heb. Zoeken we nog weer een keer op.
Lorentz of Lorenz
Lorentz of Lorenz ?
Edward Lorenz
Inderdaad, een ’t’ teveel.
U bent niet de enige
U bent niet de enige, lees verder…: “Misschien kan men een voorbeeld neem aan de metereologen. Die hebben begrepen dat over weer slechts op korte termijn iets zinnigs gezegd kan worden, maar ze passen er wel voor op om over de langere termijn iets stelligs te beweren. In de zestiger jaren probeerde een Amerikaanse metereoloog Lorentz een computer-simulatie weer op te starten. Hij was een beetje lui en brak één van de opstart-parameters achter de zoveelste decimaal af. Tot zijn grote verassing ontwikkelde het weerpatroon zich nu na korte tijd volkomen verschillend dan een voorgaande keer toen de overeenkomstige parameter met meer decimalen was ingegeven (een situatie die een ieder kent die zich wel eens met regel-systemen heeft beziggehouden). Vanaf dat moment is hij opgehouden te pogen weersvoorspellingen te willen plegen of zelfs maar na te streven. Hij ontwikkelde de parabel van de vlinder te Peking die door zijn vluchtgedrag een storm in New York ontketende.”
Maar ik vond dit een leuk artikel voor dit forum: “de ‘assessment-test’: Gebakken Lucht ?”
Chaos
En zouden onderwijskundigen ook begrip hebben voor het feit dat je met een kleine verandering van een parameter een heel systeem in de vernieling kunt helpen?
Munitie
Pas op! Je geeft ze munitie voor een argument dat het hele systeem tegelijk op de schop moet…;-)
Nog even voortborduren
Tijdens mijn afstudeerwerk werkte ik met een analoge computer, waar ik mee simuleerde hoe een elektron in een plasma zich gedroeg als deze “door cyclotronresonatie werd getrokken” bij de aanleg van een statisch elektrisch veld. Op een keer duurde het zo lang, dat ik dacht ik stop ‘m en ik draai het elektrisch om van richting en ga dan weer verder. Toen ontstond er een enorme energietoename. Dan komt vervolgens de vraag of dit in werkelijkheid ook het geval is en of het te realiseren is.
Plus en min
Als je in een PDV een plus in een min verandert kom je ook opeens in een andere variëteit terecht.
Als we de voedertroggen uit 1945 goed onder hoogspanning zetten en zelf aan de knoppen blijven zitten komen we een eind.
Sluipweg
Die routes zijn afgesloten, maar ik vrees dat er voor de leerlingen/studenten een veel makkelijkere sluipweg is ontstaan. Na één jaar (competentiegericht!) HBO kun je naar de universiteit. Die route wordt erg vaak genomen, is een jaar korter dan HAVO/VWO Universiteit. Ik ben ervan overtuigd dat dit het niveau van de Universiteit zwaar drukt.
Selectie?
En; dat HBO en Universiteit op hun donder krijgen over niveau en/of uitval.
Ik heb 5 jaar op een kleine
Ik heb 5 jaar op een kleine school VMBO-TL gewerkt. Elk jaar zag ik daar toch wel ca. 5 leerlingen na het examen naar de HAVO overstappen. Ik zie de leerlingen ook nog als ze van school zijn. Ik weet van een dat hij zijn HAVO-diploma met goede resultaten heeft gehaald maar die had al op de basisschool een HAVO-advies. De scholen voor HAVO stellen verschillende eisen aan de oud-VMBO-ers bij hun overstap. De een vraagt gemiddeld een 7 , de ander een 6,5 en weer een ander slechts een 6. (Mind you, een fors deel van dit cijfer komt niet uit het CSE)
De eis die gesteld wordt komt niet voort uit een inschatting van de kans op succes van de ex-VMBO-er. De leerlingenaantallen die de ontvangende school wil/moet handhaven lijken daarvoor de grondslag. De toelatingseis verschilt ook soms per jaar. Met andere woorden het gaat niet om het belang van de leerling maar die van het management dat zijn cijfers op orde wil hebben. Tekenend vind ik ook dat er vrijwel nooit bij de oude mentor navraag wordt gedaan naar zaken als motivatie en doorzettingsvermogen.
Overigens heb ik, als ex-mentor van deze groep, ook de nodige kanttekeningen bij de motivatie van de VMBO-ers die naar de HAVO gaan. Ik hoorde te veel, ‘ik ga HAVO doen omdat ik nog niet weet welke richting ik uit wil’ i.p.v. ‘ik wil meer algemene vorming’. Daarnaast zijn ouders en leerlingen zich terdege bewust van de hogere status van het HAVO-diploma en hebben sommigen lucht gekregen van het gebrek aan structuur op het MBO.
Ik ben zeer benieuwd of iemand cijfers heeft over het succesvol doorlopen van de HAVO door ex-VMBO-ers en welke toegangseis daarbij een goede voorspeller is
Beste gp61
In mijn bijdrage heb ik het al over onzekerheden in de uitkomst (welk advies het “beste” uitpakt). Zolang er geen 100% goed model is, kun je meten wat je wilt, maar de uitkomst blijft een zekere mate van onzekerheden behouden. Dat wordt in dat Delftse artikel keurig bevestigd. De uitdrukking “meten is weten” is niet zo absoluut en er zijn ook wel voorbeelden die het tegendeel aantonen (de zogenaamde Gedankenexperimente van bv Einstein). Daar kom je tot weten zonder meten. Overigens kun je het woordje is lezen als een gelijkheids is (en dat doe jij), maar ook als een wordt is, zoals je dat in allerlei programmeertalen wel ziet (v wordt v+1 schrijf je als v = v+1). In het laatste geval lijkt het verdacht veel op “door meten tot weten”.
In het schooladvies is duidelijk dat er onenigheid is over de advisering. Ga eerst eens meten wat er al bekend is en kom dan tot een betere manier van advisering. Niet tot een 100% goede methode. Ik vermoed dat de 100% goede methode niet bestaat.
Zelf vind ik “meten is weten” als uitdrukking wel aardig, alleen al omdat je er zo eenvoudig op kunt variëren. Niet meten is niet weten; niet willen meten is ….; slecht meten is … ” . Volgens mij door een columnist bedacht.
Onderzoek
wms schrijft: “Het lijkt mij mogelijk om uit te zoeken hoe die adviezen uitgewerkt hebben in de praktijk.
Doe daarna voorstellen of het zinvol is om het advies alleen van de CITO-score te laten afhangen of dat er andere criteria mogen gelden.” Dit lijkt mij een praktisch onmogelijke zaak, omdat er zoveel parameters zijn die invloed hebben op de uitkomst. Dat is het verschil tussen natuurwetenschappelijk onderzoek waar Kamerlingh Onnes het over heeft en onderzoek aan levende systemen. Het lijkt wel quantummechanica: zo gauw je kijkt gedraagt het systeem zich anders dan wanneer je niet kijkt.
Meten is weten (2)
De verleiding is groot om in te gaan op de bijna natuurkunde discussie die ontstaat, maar daar lijkt me dit forum niet voor.
Nergens beweer ik dat meten leidt tot alles weten. Ook denk ik niet dat elke meting die je vervolgens in een model stopt tot zeker weten leidt.
Maar om nu te zeggen dat meten waarschijnlijk niet tot zeker meten leidt en dat we daarom maar niet moeten meten, lijkt me de plank misslaan.
Wat is er op tegen om de metingen over school advies keuze die nu overal verspreid zijn, te verzamelen en daar vervolgens proberen een conclusie uit te trekken (ik weet wel: het echte onderzoek is wat ingewikkelder).
Ik zou het ook een goede zaak vinden dat allerlei onderwijsvormen gemeten worden en dat we daar conclusies uit trekken. Het lijkt me moeilijk omdat er zoveel variabelen meespelen, maar om het daarom niet te doen? We vragen toch steeds om bewijs dat HNL wel deugt?
Onderwijsonderzoek is niet zo moeilijk
De onderwijskundigen proberen ons te laten geloven dat onderwijsonderzoek zo moeilijk is, maar dat is niet zo. Feitelijk is iets als sterrenkunde veel moeilijker: je kunt helemaal niets manipuleren aan die sterren, de signalen die je binnen krijgt bestaan vrijwel geheel uit ruis etcetera etcetera.
Goed onderwijsonderzoek is mogelijk. Hoe weet ik dat zo zeker: het is gedaan. De uitkomst beviel de onderwijskundigen echter niet (Het Nieuwe Leren bleek inferieur te zijn in alle opzichten). Dus doen de onderwijskundigen zulk onderzoek niet meer en blaten ze dat onderwijsonderzoek zo moeilijk is.
re Onderwijsonderzoek is niet zo moeilijk, maar.
Je hebt gelijk Mark79. Over de manieren waarop de onderwijsvernieuwers onder dit gegeven uit proberen te komen is een artikel te schrijven. Paradigma-shifts, proces-onderzoek ipv naar producten, Nieuw Onderzoek, good practice ipv uitkomsten, meer wil me even niet te binnen schieten. Onderzoek is moeilijk, maar niet omdat het onderwijsonderzoek is. Het wordt gesteld moeilijk te zijn omdat de uitkomsten altijd wel door een of andere belangengroep worden bestreden. Voor dat laatste hebben we begrip. BON is dat immers ook.
Willem Smit
wms schrijft: “Zelf vind ik
wms schrijft: “Zelf vind ik “meten is weten” als uitdrukking wel aardig, alleen al omdat je er zo eenvoudig op kunt variëren.” Deze uitspraak vind ik in dezelfde catogorie vallen als “ik vind dat voor bewegen een kracht nodig is”. Zal wel uit het constructivisme komen. Iedereen construeert zijn eigen werkelijkheid. Als je leerlingen vraagt wat de uitkomst van een bepaald proces is en je zou dat tot wet verheffen, krijg je een politieke werkelijkheid. Heel interessant, maar onvoorspelbaar. Krijg je geen mens mee op de Maan of op Mars.
meten is weten?
Die spreuk kom je op deze site vaak tegen, hij is evengoed onwaar.
De kwaliteit van onderwijs kun je op x manieren meten, al weet je dan nog niet of x sommeert tot iets dat je wilt weten.
Willem Smit
Speciaal voor Leo
Er komt een school voor speciaal onderwijs bij in Doetinchem, volgens De Gelderlander van 23/3/07.
“In een nieuw gebouw in Doetinchem de Huet komen kinderen van het speciale basisonderwijs en de structuurklassen van kinderen met een autisme spectrum stoornis. Beide groepen zijn nu al gehuisvest in tijdelijke gebouwen.
De nieuwe school is een onderdeel van de Stichting speciaal onderwijs Twente en Oost-Gelderland. Directeur Frank de Vries is blij met het nieuwe gebouw. ” Daar is meer begeleiding, structuur en specialistische begeleiding. Dat is weer een vooruitgang binnen onze school, we hebben nog niet eerder zo specialistisch gewerkt.””
Dank je Fritzi, ik denk
dat, dat dus ernstig nodig was.
Helaas vertelde ’n directeur van ’n SO school me:
Als er steeds meer SO kinderen in het reguliere onderwijs (moeten) blijven,
dan stroomt het SO steeds meer vol met de “moeilijkere” gevallen.
Als de reguliere SO school, hier eigenlijk niet op berekend is,
zullen die kinderen naar ’n andere vorm van onderwijs moeten.
Los daarvan: Weg met WSNS.