Verslag algemeen overleg curriculumherziening: een héél voorzichtig hoera (en overzicht moties)

Vanmiddag (donderdag 20 april) was het algemeen overleg tussen de Tweede Kamercommissie voor OCW en staatssecretaris Dekker over de curriculumherziening po en vo, voorheen Onderwijs2032.

Wij willen de aangevoerde argumenten, de ingediende moties en ook de antwoorden van de staatssecretaris nog nauwkeuriger bestuderen, maar willen hier onze eerste indrukken graag met u delen.

We zijn tevreden dat de brief die we gisteren aan de Kamerleden stuurden, serieus genomen is. De door ons aangevoerde argumenten zijn in meer of mindere mate door SP, PVV, CU, SGP, CDA en deels ook door D66 overgenomen. Ook FvD en PvdD hebben moties gesteund die in onze lijn liggen. (Zie ook NRC Handelsblad: Klap voor de anti-kennislobby  en de Volkskrant: Kamer snijdt stevig in hervormingsplan ‘Ons Onderwijs 2032’.)

(Wilt u successen als dit in de toekomst steunen? Word lid van BON voor slechts 15 euro per jaar.)

Inhoudelijk belangrijk is dat het beoogde thematische onderwijs verder teruggedrongen is: als het aan de Kamer ligt, komen er geen ontwikkelteams voor vakoverstijgende vaardigheden, noch voor persoonsvorming en leergebieden. Procedureel belangrijk is dat er is aangedrongen op voorzichtigheid en een belangrijke rol voor de vakverenigingen en het vervolgonderwijs. (De vakverenigingen waren eerder namelijk over het hoofd gezien.) D66 merkte op dat de Onderwijscoöperatie zich bescheidener moet opstellen: zij willen de vertegenwoordiger van de leraren zijn, maar dat is ze nog lang niet, aldus Paul van Meenen.

Hoe het allemaal gaat uitpakken is nog erg onduidelijk. Wij blijven bij ons standpunt dat het hele Onderwijs2032-traject vanuit verkeerde uitgangspunten, met verkeerde mensen en organisaties en op een verkeerde manier is gestart en dat je daarmee geen fatsoenlijk plan kunt maken. Wij zullen het proces dan ook met argusogen blijven volgen en het samen met anderen in de goede richting proberen bij te sturen.

U kunt het algemeen overleg terugkijken op de site van de Tweede Kamer. Zie ook het verslag van de VO-Raad.

Hieronder een overzicht van de ingediende (en vrijwel allemaal aangenomen) moties. Het moge duidelijk zijn dat als deze moties ook daadwerkelijk zullen worden uitgevoerd – en daar zal BON op toezien – het een aanzienlijke verbetering zou betekenen ten opzichte van het oorspronkelijke plan van Platform Onderwijs2032.

Overzicht ingediende moties

1. De motie-Kwint

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de huidige aanpak van de curriculumherziening primair en voortgezet onderwijs nauwelijks nog draagvlak kent onder leraren;

constaterende dat dit mede wordt veroorzaakt omdat de huidige discussie plaatsvindt binnen de gestelde kaders van de eindrapportage van de commissie Schnabel;

verzoekt de regering de huidige aanpak van de curriculumherziening primair en voortgezet onderwijs te staken;

verzoekt de regering in plaats daarvan bij leraren, vakverenigingen en vervolgonderwijs te inventariseren of en welke curriculumherziening nodig is en op basis van die uitkomsten leraren, vakverenigingen en vervolgonderwijs voorstellen te laten ontwikkelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Kwint

Deze motie is helaas verworpen (ondanks de steun van SP, PVV, PvdD en FvD). Was ze wel aangenomen, dan was het hele proces stopgezet en hadden we onze energie op andere zaken kunnen richten. Wij danken SP, PVV, Forum voor Democratie en de Partij voor de Dieren dat zij de juiste beslissing hebben genomen door deze motie te steunen. De overige moties (zie hieronder) zijn wel allemaal aangenomen.

2. De motie-Bruins c.s.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de overheid vanuit haar stelselverantwoordelijkheid verantwoordelijk is voor het vastleggen van kerndoelen, eindtermen en referentieniveaus: wat kinderen moeten kennen en kunnen,

constaterende dat de Commissie Dijsselbloem in het rapport Tijd voor Onderwijs heeft geconstateerd dat in de huidige landelijk vastgelegde onderwijsdoelen de verantwoordelijkheden van overheid en scholen door elkaar zijn gaan lopen,

overwegende dat in de nu voortgaande curriculumherziening er meer aandacht zal komen voor burgerschap en andere aspecten van het onderwijs die het kennen en kunnen overstijgen en te maken hebben met opvoeding, persoonsvorming en karaktervorming,

roept de regering op om in de curriculumherziening expliciet na te streven dat toekomstige kerndoelen helder maken wat leerlingen moeten kennen en kunnen, en zich daar strikt toe te beperken, zodat scholen meer houvast krijgen in welke kennis en vaardigheden de leerlingen moeten hebben

en gaat over tot de orde van de dag.

Bruins
Bisschop
Rog
Beertema

Deze motie is aangenomen met steun van alle partijen behalve PvdA en DENK.

3. De motie-Bruins c.s. (2)

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de overheid vanuit haar stelselverantwoordelijkheid verantwoordelijk is voor het vastleggen van kerndoelen, eindtermen en referentieniveaus: wat kinderen moeten
kennen en kunnen,

constaterende dat de Commissie Dijsselbloem in het rapport Tijd voor Onderwijs heeft geconstateerd dat in de huidige landelijk vastgelegde onderwijsdoelen de verantwoordelijkheden van overheid en scholen door elkaar zijn gaan lopen,

overwegende dat in het eerdere proces rondom de periodieke curriculumherziening er een grotendeels ideologisch gedreven discussie ontstond over leerstijlen, pedagogische visies, en leermethoden, waaronder over het realistisch rekenen, het nieuwe leren, etc.

roept de regering op om in de curriculumherziening expliciet na te streven dat toekomstige kerndoelen helder maken wat leerlingen moeten kennen en kunnen, en zich daar strikt toe te beperken, en ook in de nadere uitwerking van die kerndoelen in leerlijnen te voorkómen dat leerstijlen, pedagogische visies of leermethoden worden voorgeschreven, in het bijzonder in het rekenonderwijs

en gaat over tot de orde van de dag.

Bruins
Rog
Bisschop
Beertema

Deze motie is aangenomen met steun van alle partijen behalve PvdA en DENK.

4. De motie-Rog

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet ten behoeve van een eventuele curriculumherziening ook ontwikkelteams wil inrichten met betrekking tot ‘persoonsvorming’ en ‘vakoverstijgende vaardigheden’;

constaterende dat deze deelonderwerpen sterk raken aan de vrijheid van inrichting van scholen en daarmee aan de pedagogische en didactische keuzes die bepaald worden op bestuurs- en schoolniveau;

verzoekt het kabinet geen ontwikkelteams in te richten die gericht zijn op ‘persoonsvorming’ of ‘vakoverstijgende vaardigheden’;

en gaat over tot de orde van de dag.

Rog
Bruins
Bisschop

Deze motie is aangenomen met steun van alle partijen behalve VVD, PvdA en DENK.

5. De motie-Rog/Kwint

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet ten behoeve van een eventuele curriculumherziening ontwikkelteams wil faciliteren;

van mening dat de expertise van de inhoudelijke vakverenigingen in het voortgezet onderwijs noodzakelijk is om te komen tot inhoudelijk goede voorstellen met draagvlak onder docenten;

verzoekt het kabinet bij de uitrol van de ontwikkelteams voor het voortgezet onderwijs, de inhoudelijke vakverenigingen en het vervolgonderwijs een eerst verantwoordelijke positie te geven en hen daarvoor binnen het budget van beschikbare middelen voldoende te faciliteren;

en gaat over tot de orde van de dag.

Rog
Kwint

Update (redactie):  in de aangenomen motie is het woord ‘eerst’ in ‘eerst verantwoordelijke’ op verzoek van de staatssecretaris verwijderd. De motie is aangenomen met steun van alle partijen behalve PVV en FvD.

6. De motie-Westerveld

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat vanwege de toekomstige uitdagingen in de samenleving, zoals het klimaatprobleem, het van groot belang is dat er in het onderwijs aandacht is voor duurzaamheid;

verzoekt de regering in het vervolgtraject van het komen tot een herziening van het onderwijscurriculum te waarborgen dat er voldoende organisaties, leraren en wetenschappers worden betrokken met kennis omtrent duurzaamheid, en specifiek daarbij gebruik te maken van de reeds aanwezig kennis over duurzaamheid in het onderwijs,

en gaat over tot de orde van de dag.

Westerveld

7. De motie-Van Meenen c.s.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het goed is om het curriculum periodiek te herijken, hetgeen in Nederland in lange tijd niet meer is gebeurd,

constaterende dat deze herijking zou moeten gaan over ‘wat leerlingen moeten kennen en kunnen’ en niet over ‘hoe’ ze dat moeten leren, omdat dit aan de scholen zelf is,

verzoekt de regering voor de onderdelen Nederlands, rekenen en wiskunde, Engels, burgerschap, digitale geletterdheid en techniek samen met het onderwijsveld een proces in gang te zetten dat leidt tot concrete bouwstenen voor kerndoelen, eindtermen en referentieniveaus waarover eind 2018 politieke besluitvorming kan plaatsvinden,

verzoekt de regering de overige vakken (eh/of leergebieden) uitsluitend op verzoek van het onderwijsveld, met de vakverenigingen te laten verkennen of kerndoelen, eindtermen en referentieniveaus aanpassing behoeven, waarbij het resultaat betrokken kan worden bij de politieke besluitvorming

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Meenen
Rog
Westerveld
Becker

Deze motie is aangenomen met steun van alle partijen behalve PVV en FvD.

8. De motie-Van Meenen

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat voor het vmbo een vernieuwing van de beroepsgerichte examenprogramma’s heeft plaatsgevonden,

overwegende dat het voor het vmbo van groot belang is dat deze vernieuwing zich voortzet in aanpassing van de algemeen vormende vakken,

verzoekt de regering deze vernieuwing op zo kort mogelijke termijn in overleg met alle betrokkenen in en om het vmbo in gang te zetten en waar nodig te ondersteunen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Meenen

Deze motie is aangenomen met steun van alle partijen behalve VVD.

9. De motie-Becker c.s.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de huidige kerndoelen en eindtermen door hun algemene formuléring scholen veel ruimte geven voor een beperkte invulling van belangrijke onderwerpen, zoals burgerschap, seksuele diversiteit, maar ook techniek,

constaterende dat de beoogde curriculumherziening er voor moet zorgen dat alle leerlingen beter worden voorbereid op werken en leven in de Nederlandse moderne samenleving,

overwegende dat dit proces de kans biedt om kerndoelen en eindtermen in het onderwijs meer helder te formuleren zodat voor scholen duidelijker is wat van hen verwacht ‘wordt en voor de Inspectie de handhaving hierop beter uitvoerbaar is;

verzoekt de regering er voor te zorgen dat bij de curriculumherziening de kerndoelen en eindtermen duidelijker worden omschreven voor zowel scholen als de Inspectie,

en gaat over tot de orde van de dag.

Becker
Van Meenen
Van den Hul

Deze motie is aangenomen met steun van alle partijen behalve SGP.

10. De motie-Beertema c.s.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

spreekt uit dat de standaardtaal één van de belangrijkste cultuurdragers is,

van mening dat het een kemtaak is van het onderwijs om leerlingen, ongeacht hun sociaaleconomische status of herkomst, de uitgangspunten van correct Nederlands aan te leren,

overwegende dat elke ingreep in die kerntaak leerlingen uit achterstandsgezinnen op nog grotere achterstand stelt,

verzoekt de regering er alles aan te doen om te voorkomen dat die kerntaak verwatert en te voorkomen dat de eisen die door de taalgeschiedenis heen werden gehanteerd, worden gerelativeerd

en gaat over tot de orde van de dag.

Beertema
Bruins
Bisschop
Rog
Baudet

Deze motie is aangenomen met steun van alle partijen behalve PvdA en DENK.

1 Reactie

  1. Dit debat zou vooafgaand aan de vekiezingen hebben moeten plaats vinden. Het zou dan de kiezer ertoe hebben kunnen brengen om ook het onderwijs bij het bepalen van zijn stem te laten meewegen. Het woord OUDER heb ik in al die moties niet kunnen vinden. Het lijkt erop dat de overheid bepaalt WAT leerlingen “weten” en ook nog “kunnen”. Ook een bepaald gedrag en en een bepaalde mentaliteit moet volgens de overheid op school verworven worden. De schoolbesturen gaan vooral bepalen HOE dat allemaal moet al zou dat formeel vooral aan georganiseerde leraren moeten worden overgelaten. Maar welke keuzemogelijkheden komen er voor ouders m.b.t. hun eigen kinderen? Want wat het onderwijs aan hun eigen kinderen betreft gaat de toekomst van het onderijs ook hen aan. Ze kunnen voor hun kinderen andere onderwijsdoelstellingen hebben dan de overheid voor alle kinderen heeft. De overheid moet ook de grondrechten van de ouders respecteren.
    In een andere diskussie over onderswijs zou ook aan de orde moeten komen hoe de ouders tegen schoolbesluiten m.b.t hun eigen kinderen in beroep kunnen gaan. Zo is bij voorbeeld tegen het juffenoordeel over een geschikte vervolgschool voor hun kinderen geen beroep mogelijk.

    Het is niet verwonderingswaardig dat de PvdA tegen de motie Beertema c.s. heeft gestemd. Zij heeft er nooit oor naar gehard dat de niveauverlaging en de de-intellectualisering bij de hoogste onderwijstypen (Gymnasium en HBS) voor intelligente kinderen uit achterstandsgezinnen nadelig uitpakt, voorop gesteld natuurlijk dat er voor twaalfjarigen een betrouwbare selectie plaats vindt. De PvdA wilde geen selectie en was de drijvednde kracht achter de mislukte middenschool en de mislukte basisvorming. Ze is conservatief in haar consequent zijn.

    In de motie 3 van Bruin c.s. staat dat er meer aandacht zal komen voor burgerschap en andere aspecten van het onderwijs die het kennen en kunnen overstijgen en te maken hebben met opvoeding, persoonsvorming en karaktervorming.
    Als er in plaats van “overstijgen” “wegdrukken” had gestaan had er een voor iedereen duidelijke ware bewering gestaan. Er komen immers geen lesuren bij. Dus weg de eruditie, daar moeten je ouders voortaan zelf maar voor zorgen! Waar ouders traditioneel geacht worden op te voeden en zorg te dragen voor persoonxs- en karakter-vorming neemt de staat dit over. Het gaat topsy-turvy in onderwijsland.

Geef een reactie