Therapie

JCTraasv2.jpg

Therapie

 

Als je vroeger in het middelbaar onderwijs ging werken vroegen familieleden  en kennissen  vaak belangstellend: “En, heb je orde?” Een relevante vraag natuurlijk want als er geen orde is in de klas kan er geen onderwijs gegeven worden.

Maar het antwoord heeft meestal geen absoluut karakter. Een leraar met een volledige betrekking heeft wellicht in meeste klassen wel orde, in andere klassen soms niet en alles wat daartussen in ligt.

Tijdens mijn periode als rector, waarbij ik ook altijd les gaf,  heb ik niet meer dan twee jonge docenten gezien  die het vak wat dit betreft meteen beheersten : dat is een uitzondering.

De meeste leraren worden door ervaring beter: het duurt een jaar of vijf voor men een behoorlijk niveau van vakmanschap bereikt heeft.

Natuurlijk heeft de school  als geheel er baat bij  als nieuwe leraren het vak snel leren  en een ervaren begeleider kan veel betekenen. Hoe pijnlijk soms ook, je kunt van je fouten leren en als je als oudere leraar een jonge collega  adviseert  kun je juist daar goed werk doen.

 

Ondertussen, wie de berichten over het onderwijs leest,  moet vaststellen dat het niet goed gaat met het onderwijs. Het bereikte niveau is lager dan zou moeten, er gaat veel tijd verloren met beuzelarij en ziekteverzuim.

Hoewel er grote bedragen uit de schatkist worden gehaald heeft dat de scholen en de leraren niet geholpen. Niemand weet geloof ik waar dat geld  dan wel voor gebruikt is.

 

Is er dan misschien hulp in de vorm van “therapie”?  Daarover heb ik namelijk gelezen in het blad “Mezza” ( magazine bij het A.D.  van 17 januari.)

Jaarlijks zoeken zo’n 3,3 miljoen Nederlanders  van 18 tot 64 jaar hulp bij de geestelijke gezondheidszorg. In tien jaar tijd is het aantal coaches en therapeuten  verviervoudigd  tot ruim 124.000 volgens de Kamer van Koophandel. En ter illustratie zegt het artikel : Nederland telt inmiddels meer coaches  dan basisschoolleraren ( 112.000).

 

Wie het leven moeilijk vindt, tegenslagen ervaart, geen vertrouwen meer heeft in zijn of haar functioneren kan op zoek gaan naar therapie. Of dat altijd nodig is  kan ik niet beoordelen. Maar dat het ook zou helpen om beter te functioneren  als leraar waag ik te betwijfelen. Daar zou in ieder geval voor nodig  zijn dat de therapeut zelf ervaring  heeft in het leraarsvak En als dat niet het geval is, zoals dat ook geldt voor de onderwijskundigen die het onderwijs ‘begeleiden’ vrees ik dat de lijdende leraar er niet veel aan heeft.

Wat wel helpt is advies en bemoediging  van collega”s en van schoolleiders die hetzelfde hebben meegemaakt, en die je stimuleren  om  niet op te geven maar door te gaan .

Scholen die van beginnende leraren verwachten dat ze het wel zullen kunnen omdat ze immers bevoegd zijn, snijden zichzelf in de vingers.

Maar ik vermoed eerlijk gezegd  dat er tegenwoordig  te veel scholen zijn  zonder een behoorlijk fundament van doelgerichtheid, van samenwerking, van vakmanschap, waardoor het functioneren ernstig wordt geschaad en jonge leraren  niet de kans krijgen om het beroep mooi te gaan vinden.

 

J.C. Traas

 

Geef als eerste een reactie

Laat een reactie achter