Verandering lerarenopleidingen bevoegdheden

Op 7 november 2018 adviseerde de onderwijsraad de ministers om de opleidingen tot leraar en de bijbehorende bevoegdheden flink te veranderen. Doel was de doorstroming van de ene naar de andere schoolsoort en van het ene naar het andere vak te vergroten en op die manier de aantrekkelijkheid van het beroep van leraar te bevorderen. Zo zou er een basisopleiding kunnen komen met vooral de pedagogische kant van het beroep, met daarna een uitsplitsing naar schoolsoort, niveau en vak(gebied).

De reacties op dit voorstel in de (sociale) media waren, behalve van de sectorraden, weinig enthousiast. Een doorstroming van basisschoolleraren naar het VO zou tot een nog groter tekort leiden in dat basisonderwijs en voor veel VO leraren die vanuit de interesse in een vak voor het onderwijs kiezen is een start met een algemeen pedagogische opleiding ook weinig aantrekkelijk. Kortom: weinigen zie hierin een oplossing voor het lerarentekort. En zeker BON niet.

Toch blijken de ministers van OCW nu plannen te hebben die aansluiten bij het advies van de Onderwijsraad.

Tegelijkertijd gaat het Curriculum.Nu-project in volle vaart door. Ook daar worden afzonderlijke vakken minder belangrijk en zou meer thematisch onderwijs gegeven moeten worden. Beide ontwikkelingen, beide zonder draagvlak en zonder werkelijke onderbouwing, lijken zeer op elkaar aan te sluiten en te passen in een trend die zich al decennialang ontwikkelt: weg van vakkennis, weg met de vakdocent, meer zogenaamde 21st century skills etc. Allemaal veranderingen waar BON al sinds haar oprichting tegen vecht. Toen wij begonnen had dat vernieuwende onderwijs nogal wat aantrekkingskracht, juist omdat het zo vernieuwend was. Inmiddels is het onderwijsveld vergeven van de mislukkingen en is het draagvlak bij ouders en leraren danig verminderd. Ook de reguliere media als Telegraaf, NRC en Volkskrant delen via hun onderwijsredacties onze kritiek. Wat dat aangaat hebben we enorm veel bereikt. Het frustrerende is dat de OCW trein gewoon door lijkt te rijden, gevoed door een kleilaag van belanghebbenden.  Natuurlijk vechten wij door en blijven de we politiek kritisch volgen.

2 Reacties

  1. Een leraar die enthousiast is voor zijn leervak kan leerlingen met zijn enthousiasme zijn leerlingen motiveren. Maar dan moet hij wel zijn vak goed beheersen, zeker als hij les aan vwo-leerlingen geeft. Dat wordt extra moeilijk te bereiken als hij bij voorbeeld eerstegraads bevoegd moet zijn voor het hele domein Mathematics & Science. Bij integratie van vakken is het ook moeilijker de wezenlijke kernmerken van een vak over te brengen. Theoretisch blijft dan verborgen onder thematisch. De pedagogiek voor de basisschool lijkt me voor een leraar scheikunde in het vwo niet zo belangrijk. In elk geval hadden vroegere eerstegraadsdocenten geen impliciete bevoegdheid voor het lager onderwijs. Het vernieuwend onderwijs was natuurlijk niet aantrekkelijk omdat het vernieuwend was. Het moest ongelijkheid van kansen en sociale ongelijkheid bestrijden, efficiënter worden en de beoordeling van de individuele leerlingen moest objectiever worden. De liberalen wilden leerfabrieken om het onderwijs per leerling goedkoper maken en de socialisten wilden die Mammouthscholen ook maar dan om alle leerlingen gelijke kansen te geven. De liberalen hebben het vwo utilitair gemaakt en de socialisten hebben de onderbouw vwo gebanaliseerd o.a. door de basisvorming in te voeren. Onderwijsvernieuwing was geen modegril maar bewust politiek handelen.

  2. De kleuterjuf kan ook lassen.
    9 maart 2019 Toon Rekkers blogs 0

    Het advies van de Onderwijsraad “Ruim baan voor leraren” pakt uitermate slecht uit voor het middelbaar beroepsonderwijs. Uitgangspunt is dat de diversificatie in het onderwijs te ver is doorgeschoten. Deze stelling wordt echter niet of nauwelijks onderbouwd met feiten. Toch volhardt de Onderwijsraad in zijn uitgangspunt en tracht op die manier de onderzoeksvraag ’Hoe los ik het lerarentekort op?’ te beantwoorden.

    Wat opvalt is de steeds maar terugkerende nadruk op het ‘pedagogisch-didactisch gekakel- jargon’. In de grote diversiteit van het mbo met zijn 1247 kwalificatie dossiers en het funderend beroepsonderwijs is daar geen behoefte aan. De vraag naar de benodigde vakinhoudelijke en/of beroeps-specifieke kennis en vaardigheden in het middelbaar beroepsonderwijs blijft onderbelicht.

    Volgens de Onderwijsraad is de kern van het beroep van leraar overal en voor iedere leraar hetzelfde. Maar laten we wel wezen, een kleuterjuf is nu eenmaal niet in staat om een cursus autogeen lassen te verzorgen op het mbo of Nederlands in een klasje stratenmakers.

    Kan de kleuterjuf ook lassen?

Geef een reactie